Re-react: hoe het LVSV van ons onderwijs een elitair marktsegment wil maken
Betoging, Onderwijs, Gent, Actie, Liberaal Vlaams Studentenverbond, Liberalisme, COMAC, Publiek, Actiedag onderwijs 28 maart, LVSV, Openbaar, Privé -

Re-react: hoe het LVSV van ons onderwijs een elitair marktsegment wil maken

dinsdag 9 april 2013 16:20

Op donderdag 28 maart lieten 5.500 studenten in Gent, Bergen, Brussel, Namen, Antwerpen, Louvain-la-Neuve, Leuven en Luik hun stem horen. Ze willen een kwaliteitsvol openbaar onderwijs en dus een herfinanciering. In Gent bleek het Liberaal Vlaams StudentenVerbond (LVSV) niet akkoord met de eisen van de studenten, en besloot dan ook – naar goede gewoonte – om als wederwoord een pamflet te verspreiden.

Eerst en vooral raden we iedereen aan om het pamflet zelf eens te lezen* en conclusies te trekken, evenals de tekst waarmee ze enkele jaren geleden van leer trokken tegen ResPACT. Het begint zeer mooi met een kritiek op de Gentse StudentenRaad (GSR), wiens eisen blijkbaar “doorspekt zijn met tegenstellingen”, waarna we in de rest van het pamflet keer op keer merken dat ze bij het LVSV zelf moeite hebben met het koppelen van oorzaak en gevolg. Elke keer we de woorden “daaruit volgt” lezen, blijkt dat het LVSV zich van extreem wankele argumenten heeft moeten bedienen. En ja, ook zij spreken zichzelf helaas continu tegen. We willen ons hier echter focussen op de onderliggende gedachten die in de tekst gepropageerd worden, want al wordt ze zeer matig gebracht, ze vertrekt vanuit een duidelijke logica. Twee zaken staan hierin centraal: onderwijs moet “intellectueel-elitair” worden, en dit via hervormingen die de instellingen dwingen zich volledig in te schakelen in de vrije markt.

Hurray for the ‘happy few’ (sic)!

Enkele citaten: “Wie kwaliteitsvol onderwijs wil genieten, verwacht per definitie van die instellingen dat ze een bepaald niveau hanteren. Daaruit volgt noodzakelijk dat je niet eender wie kan toelaten tot een bepaalde richting.” “Wie vandaag uit het middelbaar onderwijs komt, heeft onmiddelijk een ticket beet om zich in te schrijven aan een hoger onderwijsinstelling. Bij gebrek aan financiële of andere drempels en de maatschappelijke verwachtingen van vandaag indachtig, starten dan ook heel wat mensen een opleiding. Gevolg: het studentenaantal is de voorbije jaren de lucht ingeschoten. Auditoria met trappen vol studenten zijn hier een tragisch gevolg van.” De toon is gezet. In plaats van een probleem te maken van het gebrek aan infrastructuur en omkadering voor de enorme toestroom aan studenten, vinden ze het in de eerste plaats “tragisch” dat er zoveel studenten zijn.

“Door een stijging van het aantal afgestudeerden daalt noodzakelijk ook de kwaliteit van de behaalde diploma’s.” Kwaliteit valt hier niet anders te interpreteren dan als marktwaarde. Hoe meer studenten studeren, hoe minder een afgestudeerde zich kan onderscheiden op de arbeidsmarkt, dus hoe minder marktwaarde een diploma heeft. In die optiek is het vooral vervelend dat er zoveel mensen gediplomeerd worden, zeker aangezien “Hoger onderwijs […] niet voor iedereen (is). Het is slechts bedoeld om mensen voor te bereiden op het uitoefenen van bepaalde categorieën beroepen. Deze vacatures zijn dus beperkt. Daar zal geen overheidsprogramma ooit iets aan veranderen. Universiteiten en hogescholen moeten durven intellectueel-‘elitair’ te zijn”. Dus wel degelijk onderwijs voor de happy few, voor een intellectuele elite die later de crème de la crème van onze maatschappij mag worden. Dat er vandaag steeds meer studenten naar het hoger onderwijs doorstromen en dat we er dus intellectueel als maatschappij op vooruit gaan vinden zij vooral tragisch, zeker als de markt daar niet om vraagt. Vanuit hun optiek is dit logisch. Een werkgever heeft geen secretaresse nodig die Latijn kent of veel weet van geschiedenis of filosofie. Maar ze moet wel de telefoon kunnen beantwoorden, mails kunnen versturen, met een computer kunnen omgaan, een PowerPoint-presentatie kunnen maken… Vrije marktfundamentalisten vinden het niet nodig dat alle jongeren kennis vergaren die niet bruikbaar is in het economisch leven en dus “nergens toe dient”. De school moet niet meer dienen om kennis op te doen. Kennis wordt dan ook vervangen door knowhow, een te ontwikkelen handelingsbekwaamheid. Een leerkracht geschiedenis moet dus aan zijn leerlingen leren “een synthese te maken van…”, “een PowerPoint presenteren over…”, “een artikel schrijven over…”. De inhoud van het werk van de leerling doet er weinig toe, als die maar leert hoe hij of zij iets moet doen. De leerling kan dus het onderwijs verlaten zonder te weten dat Congo een Belgische kolonie was, maar hij of zij zal wel weten hoe over dat onderwerp een presentatie te maken. Dat wil niet zeggen dat geen enkele jongere in dit ideaal nog kennis opdoet. Er is nog steeds nood aan zeer goed opgeleide jongeren die over veel kennis beschikken. Alleen, dat voorrecht wordt voorbehouden aan een bepaalde laag hooggeschoolde jongeren die hogere studies doen en die de elite zullen vormen, waar de bedrijven behoefte aan hebben .

Naast het teveel aan studenten maakt het LVSV een groot probleem van de manier waarop de studenten zich als “easy-riders” gedragen en ook mogen gedragen. Als de kwaliteit van het onderwijs al een probleem is, dan is dat in de eerste plaats de schuld van de student en van instellingen die teveel gepamperd worden. Geen woord over een structurele onderfinanciering die het de instellingen simpelweg niet toelaat om de nodige infrastructuur en omkadering te geven die noodzakelijk zijn voor een deftige opleiding. Studenten moeten volgens hen meer drempels tegenkomen in hun schoolcarriëre, zowel financiëel als intellectueel. Een diploma secundair onderwijs volstaat hier blijkbaar niet. Deze responsabilisering van zowel student als onderwijsinstelling willen ze bewerkstelligen via een systeem van ‘onderwijsvouchers’.

One market to rule them all

Het LVSV wil ons onderwijs volledig onderwerpen aan de vrije markt. De rol van de overheid dient er zich toe te beperken dat deze moet toezien op de werking van de markt, en vooral dat niks de privatisering van de instellingen in de weg staat. Daarnaast mag de overheid via vouchers (een soort cheque) rechtstreeks aan elke student een soort onvoorwaardelijk startbudget geven aan studenten, die volledig in de plaats moet komen van de financiering die vandaag aan de onderwijsinstellingen zelf gegeven wordt. De financiering van het onderwijs verloopt op die manier via de student zelf, deze kan zelfs kiezen om het geld aan andere zaken te spenderen. Zo worden jongeren geresponsabiliseerd (ze moeten zelf instaan voor de keuzes die ze maken en worden baas over hun eigen kansen) én worden de publieke onderwijsinstellingen verplicht om te concurreren met private onderwijsinstellingen die evengoed deze studenten kunnen aantrekken.

Enkele jaren geleden werkte het LVSV dit idee nog wat verder uit in hun pamflet tegen ResPACT, de toenmalige campagne van studentenraden van heel België. Naast de onderwijscheques van studenten mogen instellingen volgens dit model ook gaan aankloppen bij de privé voor financiële steun: “Tegelijk kunnen bedrijven, die een tekort aan geschoold personeel ervaren, meebetalen aan onderwijsrichtingen specifiek afgesteld op de arbeidsmarkt.” Met als gevolg dat enkel de richtingen die direct nuttig zijn voor de privé in staat zullen zijn om de concurrentiestrijd aan te gaan. Daarnaast lijdt het geen tijfel dat het overaanbod aan niet-vakidioten deze privéinstellingen zal toestaan om hun prijzen op te trekken waardoor zij meer winst maken en de armere lagen van de bevolking haast niet in staat zullen zijn om nog aan hoger onderwijs te beginnen. Ervaringen met het vouchersysteem, onder andere ruimschoots getest en gefaald in de VS, tonen bovendien aan dat binnen dit systeem het uiteindelijk niet de studenten zijn die hun instellingen kiezen, maar veeleer de privéscholen die de studenten kiezen naar eigen believen. Het zijn de armeren en bepaalde minderheden die hier uit de boot vallen, evenals bijvoorbeeld fysiek gehandicapte jongeren. Ook een toename van het aantal publieke concentratiescholen zijn hiervan het resultaat. Privé-voucherscholen hebben namelijk de neiging om de crème de la crème af te romen en de ‘ongewenste’ jongeren over te laten aan publieke scholen. Onderwijs als wonderland voor een kapitaalkrachtige elite. Pikant feit: het vouchersysteem was destijds een hersenpinsel van het LVSV’s grote held Milton Friedman, en werd onder zijn goedkeurende blik toegepast in Chili, door het regime van Pinochet.

Sinds de jaren ’80 gaan de publieke middelen voor het onderwijs in België relatief gezien steeds meer achteruit. Destijds bedroeg het onderwijsbudget nog 7% van het bbp, op dit moment wordt het geschat rond slechts 5%, ondanks een enorme toename van het aantal studenten. Die forse daling van het budget heeft uiteraard haar impact op onze onderwijsinstellingen. Om het gebrek aan middelen te compenseren moeten universiteiten en hogescholen op zoek naar alternatieve financieringsbronnen. In haar wanhoop heeft de UGent in dezelfde lijn ook al een waar steunfonds opgericht (zie universiteitsfonds.ugent.be), in Leuven gaan studenten zelfs uit de kleren op naaktkalenders om geld in te zamelen voor hun universiteitsbibliotheek! Over het algemeen wordt het geld echter gevonden bij private investeerders, die (hoegenaamd niet uit altruisme) maar al te gretig op ons onderwijs springen. De privatisering van ons (hoger) onderwijs is niet zo ver af als sommigen misschien denken, met alle gevolgen van dien. Wij denken dat privé-financiering in hoger onderwijs 3 fundamentele neveneffecten heeft, die met elkaar samenhangen:

  1. Afhankelijkheid. Wanneer onderzoek en onderwijs gefinancierd worden door de privé, creeër je afhankelijkheid van deze sector en geef je hen de macht om de inhoud mee te bepalen. Simpelweg het feit dat ze in staat zijn om wanneer gewenst te stoppen met hun steun geeft hen al die macht, ook al gaat het in de praktijk veel verder dan dat. De investeringen bij faculteiten geneeskunde zijn hier een zeer mooi voorbeeld van: bovenaan het prioriteitenlijstje van de pharma-industrie staan lucratieve producten zoals haargroeimiddelen en middelen tegen erectiestoornissen. Daar valt tonnen geld mee te rapen. Veel aandoeningen die een pak relevanter maar minder opbrengen vallen uit de boot.

  2. Daling van de kwaliteit. Enerzijds daalt deze via de afhankelijkheid, die de inhoud van zowel onderwijs als onderzoek stuurt, anderzijds merken we ook dat er simpelweg richtingen geschrapt worden. Studierichtingen zoals filosofie, kunst of geschiedenis zijn maatschappelijk gezien enorm belangrijk, maar zijn niet bepaald het gat in de markt. Kritische burgers opvoeden staat hier onderaan de prioriteitenlijst… met als gevolg dat we ‘en masse’ een verlaging zien van de budgetten van de humane wetenschappen, die zich genoodzaakt zien om meerdere richtingen af te schaffen.

  3. Stijging van de prijzen. Een privé-onderwijs betekent ook een onderwijs dat werkt binnen het kader van de vrije markt, waar strenge regels gelden. Regel 1: winst über alles! Studenten worden dan geen maatschappelijke groep waar je als maatschappij in investeert, maar consumenten van het onderwijs waar je dus vrolijk geld uit kunt slaan. Met als gevolg een stijging van het inschrijvingsgeld, de broodjesprijzen en kotprijzen, besparingen op alles dat kan gemist worden etc…

Goed onderwijs is een noodzakelijke voorwaarde voor een volwaardige participatie in de maatschappij. Tot nader order is er nog steeds een grote kloof tussen de maatschappelijke belangen en die van de vrije markt, onderwijs is dan ook geen prul die je overlaat aan de grillen van de privé. Vandaar dat wij vinden dat onderwijs gefinancierd moet worden met publieke middelen, onder democratische controle. Hoewel we er op zich niet tegen zijn dat elke student ook op financiëel vlak zelf verantwoordelijkheid leert te dragen voor zijn keuzes, is het bovenstaande vouchersysteem ronduit pervers. Wij gaan ervan uit dat onderwijs, als één van de fundamenten van onze maatschappij, een basisrecht is, geen voorrecht. Met Comac eisen we dat hoger onderwijs op termijn gratis wordt (via een openbare financiering van de instellingen) en pleiten we voor maandelijkse studietoelages gedurende de loop van de schoolcarriëre die het mogelijk maken dat de student in goede omstandigheid kan studeren en leven en verantwoordelijk leert zijn voor zijn/haar eigen keuzes.

*  Voor wie de teksten van het LVSV zelf wil lezen:

– https://www.facebook.com/notes/lvsv-gent/reactie-op-actie-gsr-28-maart-2013-kwaliteitsvol-onderwijs-voor-iedereen-nobel-s/628354220525036

– http://www.schamper.ugent.be/470/opiniestuk-lvsv

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!