Protest tegen VS Invasie in Irak (22 maart 2003, Auckland)
Nieuws, Politiek, Koerden, Irak, Golfoorlog, Soennieten, Sjiieten, War for oil -

Irak: grootste corruptieschandaal uit de geschiedenis

Een rapport van Transparency International stelt dat de corruptie in Irak waarschijnlijk "het grootste corruptieschandaal in de geschiedenis" zal zijn. De olie wordt nog steeds op grote schaal gestolen. De middenklasse werd geëlimineerd. Om het verzet uit te schakelen, werden etnische spanningen gecreëerd.

woensdag 28 december 2011 11:15

Een rapport van Transparency International stelt dat de corruptie in Irak waarschijnlijk “het grootste corruptieschandaal in de geschiedenis” zal zijn. En terwijl de Verenigde Staten zich langzaam terugtrekken uit Irak, laten zij honderden verlaten of onvolledige projecten achter.

Financiële criminaliteit

Enorme fondsen zijn gestolen of verloren gegaan door de bezettingsautoriteiten en hun lokale handlangers. Voorbeelden maken dit duidelijk. Zo heeft de Amerikaanse regering besloten om alle Iraakse activa en fondsen over de hele wereld, in totaal 13 miljard dollar, te verwerven. Vervolgens zijn de Iraakse fondsen in de VS (3 miljard dollar) geconfisceerd. En is er tenslotte een gedwongen overdracht van middelen van de Iraakse rekening bij de Zwitserse bank UBS aan de Amerikanen.

De bezettingsautoriteiten verkregen ook de geaccumuleerde olie-voor-voedsel-programma fondsen (tot en met maart 2003 ongeveer 21 miljard dollar). In de eerste bezettingsweek verzamelden de Amerikaanse troepen in overheidsgebouwen in Bagdad ongeveer 6 miljard dollar en 4 miljard dollar van de Centrale Bank en andere Iraakse banken. Ook werd 2 miljard dollar van de Iraakse fondsen in Arabische en andere buitenlandse banken (nationale noodreserves) buitgemaakt.

Waar zijn al die fondsen naartoe gegaan? In plaats van deze gelden – zoals ook de inkomsten uit de olie-export –  op een rekening in de Iraakse centrale bank te deponeren, parkeerden de bezettingsinstanties al deze tegoeden op een rekening ‘Ontwikkelingsfonds voor Irak’ bij de Amerikaanse centrale bank, New York-branch, waar alle financiële transacties worden gedaan in het grootste geheim.

Ongeveer 40 miljard dollar van een fonds post-Golfoorlog dat Irak handhaaft om het land te beschermen tegen buitenlandse vorderingen, zijn ‘vermist’, zei de Iraakse parlementsvoorzitter op 24 februari 2011. In een brief aan de VN van mei 2011 zei de Iraakse parlementaire commissie ‘integriteit’ (COI): “Er aanwijzingen zijn dat de Amerikaanse bezettingsautoriteiten geld van fondsen voor de wederopbouw gestolen hebben van de bevolking van Irak of door corruptie hebben verduisterd, in totaal voor 17 miljard dollar.” Het Iraakse parlement noemt dit verlies van fondsen ‘financiële criminaliteit’.

Een schatting in het rapport van de Commission for Wartime Contracting van 24 februari 2011 stelt dat het verlies door fraude alleen al in beide oorlogsgebieden (Irak en Afghanistan) zou kunnen oplopen tot 12 miljard dollar.

Een parlementslid dat werkt voor de Iraakse Commissie Integriteit (COI) zei op 16 juli 2011 dat de financiële corruptie wordt geschat op ongeveer 59 miljard dollar en dat circa 38.000 gevallen van ernstige corruptie tot nu toe worden onderzocht. Hij zei dat de omvang van de corruptie in Irak ‘enorm’ is en schreef de welig tierende corruptie in Irak toe aan “het hoge volume van de omzet … het gebrek aan verantwoording en het ontbreken van toezicht door de rechtbanken”.

Het Iraakse parlementslid Khalid al-Alwani onthulde op 13 juli 2011 dat de omvang van de financiële en administratieve corruptie in Irak zou kunnen oplopen tot 229 miljard dollar.

Olie wordt nog steeds gestolen

Het Amerikaanse accountantskantoor PriceWaterhouseCoopers (PwC) zei, in een presentatie gegeven in april 2011 in Parijs voor een door de VN aangestelde watchdog voor Iraakse olie-inkomsten, dat nog steeds elk spoor ontbreekt van een modern meetsysteem, nodig om de productie, het transport en de export van ruwe olie te monitoren.

Het bedrijfsverslag, evenals verslagen van de Iraakse commissie van financiële deskundigen (COFE) en de International Advisory and Monitoring Board (IAMBE), een VN-waakhond, nam nota van de lakse implementatie van het meetsysteem en zei dat dit een bedreiging vormt voor het land.

“Irak is het slachtoffer van de grootste roof van de olieproductie in de moderne geschiedenis”, kopte Azzaman (de grootste Iraakse krant) al in maart 2006. Een studie uit 2006 van de olieproductie en de analyse uit cijfers van het vakblad Platt’s Oilgram News, toonde aan dat tot 3 miljard dollar per jaar vermist wordt.

“Met miljarden dollars beschikbaar en ruime ervaring met olie-infrastructuur in de Iraakse havens, lijken Halliburton en Parsons niet in staat om het routineprobleem van de kapotte meters op de terminals van Zuid-Irak op te lossen. Na de invasie van 2003 lijken de meters te zijn uitgeschakeld en er zijn sindsdien geen betrouwbare schattingen van de hoeveelheid ruwe olie die werd opgepompt uit de zuidelijke olievelden”, schreef CorpWatch al op 22 maart 2007.

Het elimineren van de Iraakse middenklasse

Parallel aan de massale corruptie en verwoesting van de infrastructuur van Irak, inclusief elektriciteit, drinkwatervoorziening en riolering, leidde genadeloze repressie tot de massale gedwongen verplaatsing van het grootste deel van de opgeleide middenklasse van Irak – de belangrijkste motor van de vooruitgang en ontwikkeling in de moderne staten.

Deze Iraakse intellectuele en technisch geschoolde middenklasse werd onderworpen aan een systematische en voortdurende campagne van intimidatie, ontvoering, afpersing, willekeurige executies en gerichte moordaanslagen.

De decimering vond ook plaats in het kader van een algemene aanval op de professionele middenklasse van Irak, onder wie artsen, ingenieurs, advocaten, rechters, alsmede politieke en religieuze leiders. Opmerkelijke cijfers kunnen dit verduidelijken.

Voormalig minister van Hoger Onderwijs, Abduldhiyab al-Aujaili, zei dat het toenemende geweld duizenden van de Iraakse professoren heeft gedwongen om het land te ontvluchten. Naar schatting 331 leerkrachten werden gedood in de eerste vier maanden van 2006, volgens Human Rights Watch. Het International Medical Corps meldde dat het aantal leerkrachten in Bagdad is gedaald met 80 procent en het medisch personeel lijkt zijn job ‘en masse’ verlaten te hebben.

Ongeveer 40 procent van de middenklasse van Irak zou zijn gevlucht voor het einde van 2006, zo meldde de VN. De meeste zijn op de vlucht voor systematische vervolging en hebben geen behoefte om terug te keren. Van de 34.000 artsen in Irak, zijn 18.000 het land ontvlucht en 2.000 zijn vermoord. Tot 75 procent van de Iraakse artsen, apothekers en verpleegkundigen hebben hun banen opgegeven sinds de door de VS geleide invasie in 2003. Meer dan de helft van hen zijn geëmigreerd, volgens een Medact-rapport van 16 januari 2008.

Het aantal Iraakse academici en professionals die het land ontvlucht zijn, benadert 20.000. Van de 6.700 Iraakse hoogleraren die zijn gevlucht sinds 2003, zijn slechts 150 teruggekeerd, meldde de Los Angeles Times in oktober 2008.

De Iraakse minister van Onderwijs zegt dat 296 leden van het onderwijzend personeel werden gedood, in 2005 alleen. Volgens het VN-kantoor voor humanitaire zaken zijn 180 leraren omgekomen tussen 2006 en maart 2007, meer dan 100 zijn ontvoerd en meer dan 3.250 zijn het land ontvlucht. De lijst van vermoorde Iraakse academici van het BRussells Tribunal bevat 464 namen tot 1 november 2011.

Honderden advocaten hebben het land verlaten. Ten minste 210 advocaten en rechters zijn gedood sinds de Amerikaanse invasie in 2003, bovenop tientallen die gewond werden bij aanvallen tegen hen. “Meer dan 250 werknemers van het ministerie van olie, met inbegrip van hoge ambtenaren, ingenieurs, deskundigen en technici zijn vermoord sinds de val van het regime-Saddam Hoessein in 2003”, meldde een Iraakse woordvoerder van het ministerie van olie op 23 juli 2006. 

Hij zei nog dat veel van de Iraakse olieprofessionals “die heldhaftig de stukgeschoten installaties in de jaren na de eerste Golfoorlog hebben opgelapt en draaiend gehouden hebben, zijn het land ontvlucht”. The Wall Street Journal noemde deze vlucht in 2006 een ‘petroleum exodus’ en schreef dat nu het merendeel van de olieingenieurs in Irak afkomstig zijn uit Texas en Oklahoma.

Sinds 2007 hebben bomaanslagen tegen de Al Mustansiriya Universiteit van Bagdad meer dan 335 studenten en medewerkers gedood of verminkt, dit op basis van een artikel uit de NYT van 19 oktober 2009. Een 12-meter hoge muur werd gebouwd rond de campus.

De directeur van de United Nations University International Leadership Institute publiceerde op 27 april 2005 een rapport waarin werd vermeld dat sinds het begin van de oorlog van 2003 ongeveer 84 procent van de Iraakse instellingen voor hoger onderwijs zijn verbrand, geplunderd of vernietigd. Tussen maart 2003 en oktober 2008 werden 31.598 gewelddadige aanvallen tegen onderwijsinstellingen gemeld in Irak, aldus het Iraakse ministerie van Onderwijs. Onderwijsinstellingen over heel het land werden gebruikt voor de huisvesting van militairen.

De inspanningen om de infrastructuur, inclusief scholen en instellingen voor hoger onderwijs, in het land te herstellen, worden geplaagd door slechte constructie, corruptie en doorsluizen van fondsen naar ‘veiligheid’. De snel verslechterende omstandigheden en een compleet gebrek aan een functionerend onderwijssysteem heeft geleid tot een drop-out van bijna 50 procent.

Ambtenaren melden dat sinds de door de VS geleide invasie, het aanhoudend geweld duizenden studenten heeft verdreven. In sommige universiteiten in 2006 alleen al tot meer dan de helft. “Universiteiten in andere delen van het land blijven wel open, maar zijn verlaten”, schreef de Washington Post op 18 oktober 2007.

De gefabriceerde ‘burgeroorlog’

Tachtig procent van de Iraakse bevolking is Arabier, en 95 procent van hen is moslim. Sinds de onafhankelijkheid van Irak in 1920 en tot 2003 had Irak nooit sektarische conflicten, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Libanon en Turkije. Van de verschillende premiers die aantraden tussen 1920 en 2003, waren er acht sjiieten en vier Koerden. Van de 18 militaire stafchefs waren er acht Koerden.

Wat de Baath-partij betreft, was de meerderheid van de leden sjiiet. Van de 55 mensen op de lijst van gezochte personen (deck of cards), door de bezettingsmacht gepubliceerd in 2003, waren er 31 sjiieten. De etnische zuiveringen, geïntroduceerd door de bezettingmachten, waren dus nieuw voor Irak. Er werd vooreerst begonnen sjiieten en soennieten tegen elkaar op te zetten, daarna soennieten tegen sjiieten.

Hoewel sjiieten ondervertegenwoordigd waren in de regering tijdens de periode van de monarchie, hebben ze aanzienlijke vooruitgang geboekt in het onderwijs, het bedrijfsleven, en op juridisch gebied. Hun vooruitgang op andere terreinen, zoals in de oppositiepartijen, was zo groot dat in de jaren 1952 tot 1963, voordat de Baath-partij aan de macht kwam, sjiieten de meerderheid van de partijleiding vormden.

Waarnemers beweren dat in de late jaren tachtig sjiieten vertegenwoordigd waren op alle niveaus van de partij, ongeveer in verhouding tot de overheidsschattingen van hun aantal in de totale bevolking. Bijvoorbeeld, van de acht Iraakse leiders, die in het begin van 1988 met Saddam Hussein in de Revolutionaire Commando Raad zaten – het hoogste politieke orgaan in Irak – waren er drie Arabische sjiieten (van wie één had gefungeerd als minister van Binnenlandse Zaken), waren er drie Arabische soennieten, één was een Arabische christen, en één was een Koerd.

In de Regionale Commando Raad – het beslissingsorgaan van de Baathpartij – overheersten de sjiieten. Tijdens de oorlog met Iran werden een aantal zeer competente sjiitische officieren gepromoveerd tot korpscommandanten. De generaal die de eerste Iraanse invasies van Irak in 1982 afweerde, was een sjiiet.

De Noorse Irak-commentator Reidar Visser heeft het over een “selectief proces van de-Baathificatie in Irak”. “Het is een historisch feit dat miljoenen sjiieten en soennieten hebben samengewerkt met het oude regime, en het waren bijvoorbeeld sjiitische stammen die de sjiitische rebellie in het zuiden in 1991 hebben neergeslagen”, zegt hij.

“Toch hebben de ballingen die na 2003 naar Irak terugkeerden, geprobeerd om een taalgebruik te ontwikkelen waarin de erfenis van pragmatische samenwerking met het Baath-regime niet wordt behandeld op een systematische en neutrale wijze, maar in plaats daarvan gepoogd wordt om politieke tegenstanders (vaak soennieten) als Baath-leden uit te schakelen en zwijgend politieke vrienden te coöpteren (vooral als ze toevallig sjiieten zijn), zonder vermelding van hun banden met de vroegere Baath-partij.”

“Het resultaat is een hypocriete en sektarische aanpak van de hele kwestie van het proces van de-Baathificatie dat een nieuw Irak zal creëren op wankele fundamenten. Zo bijvoorbeeld hebben de aanhangers van  Al-Sadr het voortouw genomen in de agressieve campagne van de-Baathificatie, maar het is bekend dat veel aanhangers van Al-Sadr in feite banden hadden met de Baath-partij in het verleden.”

“Door de constante hersenspoeling vanwege de Amerikaanse oorlogspropaganda, is Saddam nu representatief voor alle soennitische Arabieren (never mind dat de meeste van zijn regering sjiieten waren)”, schreef de Iraakse blogger Riverbend in 2006.

Craig Murray, voormalig Brits ambassadeur in Oezbekistan, schreef in oktober 2006: “De bewijzen dat de VS, door haar eigen geheimzinnige veiligheidsstrategie, rechtstreeks hebben bijgedragen tot de totstandkoming van de huidige burgeroorlog in Irak zijn onomstotelijk. Historisch is dit natuurlijk niet nieuw. ‘Verdeel-en-heers’ is een strategie van de koloniale mogendheden die de tand des tijd heeft doorstaan. Ze werd ook al gebruikt tijdens de vorige Britse bezetting van Irak, zo’n 85 jaar geleden”.

Dirk Adriaensens

Dirk Adriaensens is de coördinator van SOS Iraq en lid van het BRussells Tribunal. Tussen 1992 en 2003 leidde hij verschillende delegaties naar Irak om er de effecten van de sancties te observeren. Hij is ook coördinator van de Global Campaign Against the Assassination of Iraqi Academics.

(wordt vervolgd)

take down
the paywall
steun ons nu!