Interview, Nieuws, Cultuur, Dez Mona, Saga -

LuisterPost: interview Dez Mona: “voor Sága was een familiegevoel nodig”

Weinig bands in België die zo een unieke visie hebben als Dez Mona. De groep is al jaren eigenzinnig aan de slag en de waardering groeit nog steeds. Zonder dat ze één duim moet toegeven. Voorbeeld? De nieuwste plaat Sága is een concertante opera èn een onderdeel van een gesamtkunstwerk. Er zijn al véél artiesten voor minder afgegaan, maar niet Dez Mona.

dinsdag 27 september 2011 23:55

Dez Mona ging voor het eerst in aan de slag in 2003. De groep koestert een ijzersterke live-reputatie en met cd’s als Moments of Dejection and Despondency (2007) en Hilfe Kommt (2009) wisten ze ook de huiskamer in te palmen. De laatste tijd is het Antwerpse gezelschap echter bezig met een compleet project. Hun balladecyclus Sága ziet de groep niet alleen in alliantie met het klassieke barokensemble Box en andere muzikanten, maar ook lichtkunstenaar Jan Pauwels, mode-ontwerpster Veronique Branquinho, tekenaar Stijn Dierckx, schilder Nick Andrews en schrijver Jeroen Olyslaegers raakten er nauw bij betrokken. De gezamenlijke inspanning werd gebundeld in een royale verzamelbox. Voor de gewone sterveling is nu de cd-versie uit.

Bertolt Brecht

Meteen kunnen we ook zeggen dat het etiket opera de moderne luisteraar vooral niet mag afschrikken. Tegen het label heeft zanger Gregory Frateur al verschillende keren moeten opboksen: “Het grappige is dat we vaak de opmerking krijgen dat het helemaal geen opera is. Nochtans kwam bij voorbeeld iemand als Bertolt Brecht in zijn werk geregeld bij de oude volks- en balladeopera’s terecht. In die traditie willen wij ons situeren. We kozen voor de benaming omdat we deze keer dieper in een verhalende context konden werken. Dat sloot veel meer aan bij de klassieke manier dan bij een popbenadering. En daarbij kwamen dan nog de arrangementen, de invloed van die arrangementen en de theatraliteit die gepaard gaat met het decor, de kostuums en dergelijke… Voor ons is dat pure opera.”

Sága is de Noorse godin die het heden, het verleden en de toekomst van de wereld bezingt. Handelt jullie werk daar ook over?

Gregory Frateur: “Het gaat natuurlijk altijd over het verleden, omdat ik schrijf over iets dat voorbij is. Je moet echter alles situeren in onze wereld van vandaag. Ik vind dat interessanter en je zult van mij niets horen of lezen dat fictief is. Alles van Dez Mona is autobiografisch en handelt over ons leven, over de samenleving waarin we staan, over problematieken en emoties van nu.”

De selectie van de teksten berust dan weer op associaties. Er is geen groot concept waaraan alles opgehangen is?

Frateur: “We werkten wel rond één thema: het gevoel van thuis komen. Interessant daarbij was dat we ervoor kozen om ons te laten inspireren door de mensen die meewerkten. Met Jeroen Olyslaegers bij voorbeeld heb ik lange gesprekken gehad over hoe je kunt refereren naar bepaalde mythologische verhalen. Met Nick Andrews en de anderen –ook de muzikanten –  is dat niet anders geweest. Zo is Sága tot stand gekomen  en zo krijg je inderdaad een gesamtkunstwerk. De meeste van de songs waren er wel al, want Nicolas (Rombouts, bassist) en ik zijn hier al een hele tijd mee bezig, maar het bleek belangrijk dat al die mensen er bij betrokken waren. Om aan dit resultaat te geraken was er een familiegevoel nodig.”

Rust

Maar Dez Mona is nu een duo met daar rond een kern van muzikanten?

Frateur: “Daar zijn we na een aantal jaren achtergekomen. We blijven niet halsstarrig meer bij een vaste band. De kern bestaat voortaan uit Nicolas, Roel Van Camp en ik. We kiezen voor elk project de muzikanten die we specifiek nodig hebben. De twee vorige platen hebben we met dezelfde instrumenten gemaakt en dat klopte. Voor Saga echter moest het anders. Het was wel een zware beslissing, want we dachten dat we onze band hadden. Dat was een utopie. Het brengt enorm veel rust voor ons, omdat we nu onze verhalen en songs niet moeten beperken.
In die mate hadden we ons op een bepaald moment vast gereden, niet in de muziek, maar in onze hoofden. Voor onze volgende plaat, waaraan we beginnen te werken in oktober, zijn het weer andere muzikanten, maar er is evengoed iemand die terugkeert. Onze vroegere drummer.”

Jullie volgende cd, is dat de soundtrack van Une Estonienne a Paris, een Franse film met Jeanne Moreau?

Frateur: “Nee, die plaat is klaar. De soundtrack hebben we bijna gelijktijdig met Sága gemaakt. De film komt echter pas volgend jaar uit. Er staat nog heel wat op stapel: muziek voor theater, Saint Amour… Het werkt voor ons heel goed om door te werken en op ons pad allerlei disciplines mee te nemen. We zijn al van bij het begin betrokken geweest bij verschillende kunsttakken. Toen traden we al op in kunstgaleries en tijdens literaire avonden. Daarom dat het ook geen geforceerd gegeven was om naar Jeroen Olyslaegers te stappen, want hij was al aanwezig bij onze eerste optredens. De eerste keer dat ik in Avignon was, was samen met hem. We hebben dan ook geen mensen in het wilde weg geselecteerd. Nee, de relatie was er al. Het lag gewoon te wachten, het organische is in onze context dan ook heel belangrijk.”

Ook met Veronique Branquinho die de kostuums voor Sága ontwierp werkten jullie al langer samen.

Frateur: “Veronique heb ik leren kennen toen ik bij Daans Victory-toer de backing vocals deed. We raakten aan de praat en later hebben we elkaar geregeld ontmoet. We hebben voor haar in Parijs opgetreden en zij heeft ons al vaak mooi gemaakt op het podium. Een warme persoonlijkheid met visie. Ik ben heel sociaal, maar alleen bij mensen voor wie ik mij niet moet aanpassen. Ik had nooit het gevoel bij de mensen die aan Sága meewerkten dat ik iemand anders moest zijn. Op een podium voel ik me thuis, omdat ik daar mezelf kan zijn. Wat ik dan weer verschrikkelijk vind, zijn radio- en televisieopnames. Een tv-show zit met een format en daarin ben jij een puppet on a string. Soms lukt het wel, ik denk aan het Nederlandse programma De Wereld Draait Door, daar voelden we ons heel welkom.”

Voordeel van het vluchtige

Jullie hebben nu een volledig gesamtkunstwerk gemaakt. Is het niet spijtig dat alleen de muziek overblijft en dat het voldragen geheel dat er rond opgebouwd is, zal vervagen?

Nicolas Rombouts: “Elke toneelvoorstelling of opera blijft vluchtig. Dat is net het interessante aan dat fenomeen. We hebben al vaker in theatercontexten gewerkt en dan merk je dat mensen zich daar vaak baseren op zaken die ze ooit wel eens gezien hebben. Op die manier kan het idee ook hergebruikt worden, want die andere voorstelling is onherroepelijk voorbij. Bij muziek is dat anders, die kan je echt gaan samplen of opnemen. Maar het mooie is dat bij een operaopvoering er na verloop van tijd verschillende interpretaties ontstaan. En dat zal bij ons ook gebeuren in de toekomst: we gaan die songs opnieuw interpreteren in een totaal andere context.”

Daar komen we dan weer bij Sága terecht: de herinnering, de geschiedenis…

Rombouts: “Daar heb je de dualiteit. Je hebt aan de ene kant het podium met het vluchtige en aan de andere kant een blijvend object: het gesamtkunstwerk. Je zit daar ook met het gegeven dat beroemde kunstenaars als Picasso vroeger decors maakten voor allerlei opvoeringen. Daar blijven slechts een paar vergeelde foto’s van over. Er is geen boek van gemaakt en dat wilden wij wel.”

Het muzieklandschap is enorm veranderd de laatste jaren. Grote platenfirma’s zijn weggevallen. Groepen moet het nu zelf doen, zegt men. Klopt dat?

Frateur: “Zeker, Sága was geen suggestie van een platenfirma of een manager. We zijn zelf naar een paar grote cultuurhuizen gestapt met de vraag of ze interesse hadden. Je moet nooit wachten op de vraag, je moet het zelf doen.”

Rombouts: ‘Het voelen gewoon een innerlijke noodzaak om nieuwe dingen te maken. We zitten niet in een soort marktsysteem van vraag en antwoord. Op de eerste plaats zijn we muzikanten.”

Frateur: ‘Daan is een grote fan van ons. Hij vindt dat we veel te ondergewaardeerd worden. Hij suggereerde een hit, zodat iedereen voortaan weet wie we zijn. Hij zegt dat uit liefde en wil er zelfs bij helpen, maar daar gaat het bij Dez Mona niet om. We zouden niet weten hoe dat moet. Onze prioriteit ligt bij mooie muziek maken. En dat zal altijd zo blijven. Hoe slecht het ook in de business gaat. Voor ons gaat het niet over hip zijn, maar dat we ons kunnen blijven uiten.”

Sága verschijnt op 62TV Records en is nu uit.
Opvoeringen van Sága in Vlaanderen hebben nog plaats in Vooruit op 9 februari 2012 en in de Stadsschouwburg van Kortrijk op 9 mei 2012. Verder onder meer te zien op de Operadagen Rotterdam in het voorjaar van 2012.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!