Reeds acht jaar is DeWereldMorgen.be de alternatieve en kritische stem in de Vlaamse media.

Wij zijn volledig gratis en reclamevrij.

Maar dat kan enkel via uw steun.

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Analyse

Syrië: zwakke oppositie en Assad nog stevig in het zadel

In Syrië is het einde van de crisis nog lang niet in zicht. Hoewel het regime in toenemende mate internationaal geïsoleerd geraakt en de EU, de VS en de Arabische Liga elk een batterij sancties tegen het land hebben afgekondigd, lijkt het vooralsnog stevig in het zadel zitten. De oppositie is zwak en verdeeld.
woensdag 1 februari 2012

Arabische Liga maakt geen indruk

President Bashir Assad is niet erg onder de indruk van de verhoogde internationale druk. De Syrische autoriteiten deden het jongste initiatief van de Arabische Liga om een einde te maken aan de politieke crisis af als een nieuwe poging van aanhoudende 'samenzwering' tegen hun land en noemen het 'flagrante inmenging' in interne aangelegenheden.

Het plan van de Liga vraagt een dialoog tussen regime en oppositie, de creatie van een regering van nationale eenheid, de verkiezing van een grondwetgevende vergadering, een nieuwe grondwet, een referendum en ten slotte vrije verkiezingen. Op zich gaat het dus om normale legitieme eisen waar weinig valt tegen in te brengen.

Het staat immers buiten kijf dat het regime in Damascus zeer autoritair is en een barslechte reputatie heeft op vlak van mensenrechten. Duizenden opposanten zitten achter de tralies en ondergaan in een aantal gevallen zwarte folteringen.

Arabische Liga is in hetzelfde bedje ziek

Selchts weinig lidstaten van de Arabische Liga beschikken evenwel over autoriteit met hun pleidooien en initiatieven voor de democratisering van Syrië. Het getuigt dan ook van de nodige dosis hypocrisie dat juist de zeer ondemocratische Golfstaten als eerste hun waarnemers uit het land hebben teruggetrokken.

Het aanhoudende protest noopte de Syrische leider om een 'alles omvattend hervormingsproces' te lanceren, met onder meer het opstellen van een nieuwe grondwet en vrije verkiezingen in de komende maanden. Zijn verklaring is wellicht in eerste instantie bedoeld om een deel van de bevolking aan zich te binden en de oppositie te verdelen, want in het verleden werden enkele schuchtere initiatieven tot democratisering - na ze eerst te hebben getolereerd - weer snel de kop ingedrukt.

Bovendien vindt de oppositie dat de huidige president en zijn entourage hoe dan ook moeten opstappen. President Assad doet elk protest dan weer af als 'terrorisme' en beweert dat politie en leger alleen maar geweld gebruiken als antwoord op gewapend geweld. En dus is er sprake van een patstelling die wel eens maanden kan aanhouden.

Assad heeft een solide machtsbasis

Om verschillende redenen zit het regime nog behoorlijk stevig in het zadel. Ten eerste kan het  rekenen op de steun van een belangrijk deel van de bevolking. De machtsbasis wordt grotendeels gevormd op sectaire basis. Volgens sommige analisten bestaat het officierenkorps van het Syrische leger voor 80 procent uit Alawieten, met grote loyauteit en wil om te vechten. Elke familie binnen de Alawatische gemeenschap, waartoe ook de president behoort, heeft minstens een lid in het veiligheidsapparaat en is bovendien goed vertegenwoordigd in de verschillende echelons van het civiele bestuur.

Samen met andere minderheidsgroepen, zoals christenen en Druzen, vrezen ze de gevolgen van een soennitische machtsovername, lees de komst van een islamistisch georiënteerd staatsapparaat. Samen zijn ze goed voor een derde van de bevolking. Daar komen nog andere bevolkingsgroepen bij, namelijk zij die menen meer te verliezen te hebben dan te winnen bij een machtswissel zoals de soennitische economische elite en middenklasse. Dit maakt dat de bevolking zich behoorlijk verdeeld opstelt in deze crisis.

Een verdeelde oppositie

Een tweede reden is de verdeeldheid binnen de oppositie. Het belangrijkste oppositieplatform is de Syrische Nationale Raad, waarvan heel wat leden zich in de diaspora bevinden. Daar zitten zowel de islamisten (moslimbroeders) in als de seculiere activisten van de lokale coördinatiecomités die de belangrijkste organisator zijn van de demonstraties in de diverse steden. Hun politieke visies op de toekomst van Syrië zijn behoorlijk verschillend.

Een andere breuklijn wordt gevormd door voor- en tegenstanders van een militaire machtsovername. Officieel verwerpt de Syrische Nationale Raad een militaire interventie. In een overeenkomst met het Nationale Coördinatiecomité voor Democratische Verandering, het andere oppositieplatform van 13 voornamelijk linksere groeperingen en onafhankelijken staat 'de verwerping van elke buitenlandse militaire interventie die de soevereiniteit en onafhankelijkheid van het land aantast' en “De Arabische interventie wordt niet gezien als een buitenlandse interventie.” (1)

Achter deze dubbelzinnige formulering gaat diepe verdeeldheid over deze kwestie schuil, zowel binnen de Syrische Nationale Raad als tussen beide oppositiefora. Samir Nashar, een leider binnen de Syrische Nationale Raad, verklaarde kort na de totstandkoming van de overeenkomst dat een meerderheid van de leden van de Syrische Nationale Raad achter een militaire interventie staat. (2)

Tegenstrijdige standpunten

Een politieke visietekst van de Lokale Coördinatiecomités, lid van de Syrische Nationale Raad, verwerpt daarentegen in duidelijke termen elke militarisering van de crisis. Abdel Azim, de leider van het Nationale Coördinatiecomité voor Democratische Verandering, stelde evenzeer dat een 'gemeenschappelijke politieke visie nodig is om een totale verandering te verzekeren in Syrië om te komen tot een vreedzame revolutie die de gevaren van een buitenlandse militaire interventie vermijdt”. (3)

De dubbelzinnigheid werd compleet na de ontmoeting van Burhan Ghalioun, de leider van de Syrische Nationale Raad, met het Vrije Syrische Leger, volgens diverse analisten meer een verzamelnaam voor diverse militaire milities dan een homogeen leger. Hoewel Ghalioun stelt dat de militaire acties van het Vrije Syrische Leger tot doel moeten hebben om de burgerbevolking te beschermen tegen het repressie-apparaat, is in de laatste weken gebleken dat er ook offensieve operaties en aanslagen worden uitgevoerd. Een bron van de Syrische Nationale Raad stelt dat de ontmoeting moet gezien worden als een poging om politiek controle te krijgen op het Vrije Syrische Leger. Het succes daarvan is verre van zeker.

Ook het gewapend verzet is zwak en verdeeld

De politieke zwakte van de oppositie is ook terug te vinden op militair vlak. Het Vrije Syrische Leger, dat in Turkije is opgericht onder het leiderschap van Ryadh Al-Asaad, is geen partij voor het goed bewapende Syrische leger. Door haar omvang, lichte bewapening en beperkingen op vlak van commando en controle, vormt dit oppositieleger (nog) geen echt gevaar voor het regime. Uit schrik voor een herhaling van het Libische scenario is de bevolking bovendien in het algemeen niet te vinden voor een militaire omverwerping van het Ba'athregime.

Westen is niet zo enthousiast meer na Libië

Tot slot is er – alle complottheorieën ten spijt - vooralsnog weinig animo voor een nieuw militair avontuur vanwege westerse machten. Een militaire interventie heeft meer nadelen dan voordelen. In een dergelijk scenario is de kans immers groot dat het Westen de politieke controle op de gebeurtenissen in Syrië verliest.

In westerse kringen beseft men ook dat de bevolking nu al weinig sympathie toont voor de collaboratie tussen de oppositie en westerse militaire machten. Machtige westerse bondgenoten van Israël willen ten alle prijze vermijden dat Syrië een instabiel land wordt en duseen bedreiging vormt voor de zionistische staat die tenslotte nog altijd de Syrische Golanhoogte bezet.

Democratie in Syrië is onaanvaardbaar voor het Westen

Onder de bevolking heerst er een bijna-consensus dat deze Golanhoogte weer onder eigen Syrische controle moet komen. Ook het feit dat er binnen de VN-Veiligheidsraad, met name Rusland, stevig verzet bestaat tegen elke militaire interventie, maakt dat president Asad niet meteen een buitenlandse omverwerping van zijn regime moet vrezen.

Professor Joshua Landis besluit op zijn Syrië-blog dat zolang het Syrische leiderschap eensgezind blijft, de oppositie verdeeld en buitenlandse machten zich niet al te sterk willen engageren, de overlevingskansen voor het regime verhogen. (4)

Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is stafmedewerker bij Vrede vzw in Gent.

Deze bijdrage verscheen eerder in Uitpers.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

2 reacties

  • door frank willems op donderdag 2 februari 2012

    Kan iemand me zeggen wat het verschil is tussen een 'regering' en een 'regime', behalve dat het eerste in de gunst staat van de Westerse grootmachten en het tweede niet? Ik begrijp niet goed waarom de auteur dit soort terminologie overneemt. Ook begrijp ik niet waarom de flagrante poging tot inmenging van de Arabische Unie in de binnenlandse zaken van Syrië omschreven wordt als 'normale legitieme eisen'. Is dat geen gevaarlijke normvervaging?

    • door Ludo op vrijdag 3 februari 2012

      [title]Beste Frank, Het begrip[/title]Beste Frank, Het begrip regime wordt doorgaans gebruikt om te verwijzen naar een ondemocratisch bestuur. Zoals dat het geval is in Syrië bv. Het hanteren van dit begrip staat dus los van het al dan niet in de gunst staan van het Westen. Voorts heb ik geschreven dat het 'op zich' om normale en legitieme eisen gaat, dus waar elk volk en individu recht op heeft. Ik schrijf immers verderop dat slechts weinig lidstaten van de Arabische Liga evenwel over de autoriteit beschikken om voor de democratisering van Syrië te pleiten. By the way: Syrië heeft het internationaal verdrag voor burgerlijke en politieke rechten getekend en geratificeerd en is er op verschillende vlakken in overtreding mee. Met een verdrag verbinden staten er zichzelf defacto wettelijk toe om de bepalingen ervan te respecteren. Als er sprake is van normvervaging dan draagt Damascus daar in elk geval toe bij. Het aspect van inmenging is een heel andere zaak. Syrië verklaarde zich akkoord enerzijds met de missie van de Arabische Liga (en dus met dat aspect van inmenging), maar dat is natuurlijk niet hetzelfde als het stigmatiseren van het regime als de enige verantwoordelijke voor het geweld en het gedrag van sommige staten achter de schermen (door bv militaire steun te verlenen aan de gewapende oppositie). Dit is aansturen op een of andere vorm van militaire interventie, mijns inziens een verwerpelijke en contraproductieve praktijk.

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties