Waarom de Arabische lente aan Iran voorbij gaat
Iran, Mahmoud Ahmadinejad, Arabische Revoluties, Arabische lente, Revolutionaire Garde, Mousavi -

Waarom de Arabische lente aan Iran voorbij gaat

dinsdag 22 maart 2011 22:43

Revoluties werken aanstekelijk. Dat was zo bij de liberale revoluties in de 19e eeuw, dat was zo na de val van de Berlijnse muur en dat is nu ook zo met de revoluties in de Arabische wereld. Na de geslaagde revoluties in Tunesië en Egypte is de vraag welk land het volgende is. Een regime dat waarschijnlijk niet ten prooi zal vallen aan een revolutie is dat in Iran, en dat heeft maar weinig te maken met het feit dat Iran geen Arabisch land is.

Een revolte tegen het Iraanse regime zou nochtans op heel wat meer enthousiasme worden onthaald in het Westen dan de revoluties in Egypte of Tunesië. Op zich zijn er genoeg redenen voor onrust in Iran. De internationale economische crisis heeft het land niet gespaard en ook de sancties die ingesteld zijn tegen het land worden gevoeld. Bovendien heeft de regering vorig jaar subsidies afgeschaft die prijzen voor een aantal basisproducten kunstmatig laag hielden, waardoor die producten duurder zijn geworden.

Waarom is het dan onwaarschijnlijk dat die voedingsbodem, in combinatie met voorbeelden uit de rest van de regio, leidt tot een succesvolle revolutie?

Om tot een geslaagde revolutie te komen moeten twee voorwaarden vervuld zijn. Ten eerste moet de bevolking bereid zijn om massaal op straat te komen. Het moet daarvoor haar angst verliezen zegt de Poolse journalist Ryszard Kapu?ci?ski. Een regime kan betogingen uit elkaar schieten in de hoop dat mensen dan wel thuis zullen blijven. Maar als de mensen dat niet doen, en elke dag talrijker terugkeren ondanks de repressie, zijn de vooruitzichten voor het regime somber.

Een tweede voorwaarde is dat het regime, of een groot genoeg deel ervan, zich vroeg of laat gewonnen geeft. Als dat niet gebeurt en de tegenpartij beschikt over wapens, bestaat de kans dat een burgeroorlog uitbreekt. Als de betogers niet bij machte zijn het regime gewapend te bestrijden, of door niemand gesteund worden die dat wel kan, rest hen weinig anders dan vroeg of laat gedesillusioneerd terug naar huis te keren.

In Iran is aan geen van beide voorwaarden voldaan. De bevolking is niet bereid om massaal op straat te komen. Er zijn recent protesten geweest in het land, maar die waren beperkt in omvang. President Ahmadinejad geniet de steun van een aanzienlijk deel van de bevolking. Zelfs de verslagen presidentskandidaat Mousavi erkende na de verkiezingen van 2009 dat hoewel hij de uitslag betwiste, Ahmadinejad waarschijnlijk veertig procent van de stemmen gehaald had. De oppositie die toen op straat kwam is nu verdeeld en gedesillusioneerd. Er ontbreekt een duidelijke agenda. Oppositieleiders als Mousavi hadden vroeger hoge functies in de Iraanse politiek en wouden na de verkiezingen van 2009 geen tabula rasa maken met het regime maar eisten enkel de correcte toepassing van de grondwet. Door de groeiende greep van de huidige machthebbers op de Iraanse politiek en samenleving, klinkt die eis nu steeds holler en holler. De desillusie is groot. De verkiezingsprotesten van 2009 waren de grootste in dertig jaar, maar zelfs pragmatische eisen kregen niets in beweging. Een alternatief voor de reguliere oppositie is de Volksmoedjahedin, die wel als doel heeft om het regime omver te werken en daarvoor de wapens niet schuwt, maar zij mist brede steun bij de bevolking.

Ook aan de tweede voorwaarde is niet voldaan in Iran. Zowel in Tunesië als in Egypte viel het regime nadat het leger – een centraal element in het voortbestaan van autoritaire regimes – overstag ging en de kant van de betogers koos. Dat is in Iran zeer onwaarschijnlijk. Na de Iraanse revolutie van 1979 vertrouwden de nieuwe machthebbers het leger niet en richtten ze een tweede leger op, de Revolutionaire Garde. Het is een leger met een ideologie. De Garde moet de revolutie beschermen tegen binnenlandse en buitenlandse vijanden. Ze is gestoeld op een radicale interpretatie van de Sjiitische islam, waar ook de huidige machthebbers zich van bedienen. Veel van die machthebbers behoorden vroeger bovendien tot de rangen van de Garde. De bewapening waarover dit “tweede leger” beschikt is beter dan die van het reguliere leger. Tenslotte controleert de Revolutionaire Garde de Basij, een groep van naar schatting enkele honderdduizenden “vrijwilligers” die ideologisch pal achter het regime staan en met plezier betogingen uit elkaar slaan.

Het is onwaarschijnlijk dat er op korte termijn een beweging opstaat die de macht van de Revolutionaire Garde kan breken. Even onwaarschijnlijk is dat het Iraanse regime zich in dat geval zonder slag of stoot gewonnen zou geven. De kern van het Iraanse regime omvat veel meer mensen dan de dictaturen van Moebarak of Ben Ali deden. Bij gebrek aan veel bondgenoten in het buitenland, hebben ze weinig opties om te vluchten.

Een revolutie in Iran is niet zozeer onwaarschijnlijk omdat het geen Arabisch land is. Integendeel, dezelfde grieven bestaan in Iran als in de rest van de regio. Maar de situatie is in elk land anders, en zal er alvast in Iran voor zorgen dat op korte termijn de val van het regime zeer onwaarschijnlijk is.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!