Macht, beeld en vrijheid in het Midden-Oosten en Noord-Afrika
Antwerpen, Burgerjournalistiek, Seksisme, FotoMuseum, Nieuwe media, Joachim Ben Yakoub, Sociale media, Foto, Ben Ali, Tahrirplein, Arabische Revoluties, Kadhafi, Arabische lente, Bashar al-Assad, Gil Scott-Heron, Hafez al-Assad, Nasser, Cultuur als propaganda, Burgeroorlog Syrië, Mosireen, Issa Touma, Inside out -

Macht, beeld en vrijheid in het Midden-Oosten en Noord-Afrika

woensdag 20 februari 2013 22:04

Fotografie in het door revoluties en burgeroorlogen geteisterde Midden-Oosten en Noord-Afrika is nauw verweven met de kwestie van macht en invloed. Aan de hand van de expositie Power! Photos! Freedom! stelt het FotoMuseum in Antwerpen een bloemlezing van het werk van fotoartiesten ten toon en doet het een greep uit het omvangrijke fotoarchief van Moammar Kadhafi.

De Kadhafi-files

Hij bouwt, hij plant, hij lacht en hij schouwt. Moammar Kadhafi heeft zich altijd beschouwd als de verpersoonlijking van Libië, de man aan wie alles te danken is, en hij genoot ervan dat op foto vast te kunnen leggen. Dat ontdekten enkele personeelsleden van Human Rights Watch wanneer zij in de zomer van 2011 de zwaar beschadigde Libische militaire inlichtingendienst betraden. Op dat moment zijn bij toeval de zo goed als enige onbeschadigde kamers volgestouwd met foto’s, filmrollen en portretten van Kadhafi.[1]

Het regime trachtte om zich zowel in binnen- als buitenland zich in de kijker te werpen. Er zijn tientallen foto’s bij van topontmoetingen met de Egyptische president Gamal Abdel Nasser of met de Syrische president Hafez Al-Assad. Ook Sovjetleiders als Leonid Brezjnev hebben, vaak erg onwennig, met Kadhafi geposeerd. En steeds stond zijn onafscheidelijke zwager Abdullah al-Senussi, bijgenaamd “de slachter”, aan zijn zij. Prestige en repressie in één beeld verenigd.

Deze rooskleurige zwart-witfoto’s – Kadhafi deed er alles om aan een positief beeld te creëren – heeft het FoMu aangevuld met enkele brutalere stukken uit de zogeheten Kadhafi-files: die over de executies. Volgens de samenstellers van de expositie was het bijvoorbeeld gebruikelijk onder Kadhafi om executies op televisie uit te zenden. Desnoods diende een programma daarvoor te worden onderbroken. Met beperkte middelen heeft het FoMu een Libische woonkamer nagebouwd waarin centraal de televisie staat. Op de muur achter de tv hangt het portret van de Libische leider. De tv vertoont de beelden van een in filmstudio’s opgenomen terdoodveroordeling. Alles is strak georkestreerd.

Zijn laatste televisieoptreden deed Kadhafi al zittend in een auto, met paraplu in de hand. Dat werd in de Westerse wereld algauw erg komiek bevonden. Hij leek gehaast. Het had niks weg van orkestratie en op de achtergrond was duidelijk de ravage van een bombardement te zien. Moet dat de kijker overtuigen dat het regime zal overwinnen? Het FoMu publiceert de bijdrage van een blog dat echter gewag van een uitgekiemde propagandastunt vol symbolen.[2]

Kadhafi is gezeten in een voertuig zonder bijzit. De boodschap? Niet alleen blijft de kolonel aan het roer in Libië, er is zelfs geen plaats voor iemand extra. En de ruïnes? Het gaat om zijn eigen complex in Bab Al Azizia in Tripoli, in 1987 gebombardeerd tijdens een Amerikaanse vergeldingsactie. Kadhafi liet zich enkele dagen niet zien, er werd gespeculeerd over zijn overlijden. Maar hij herrees en het complex werd als herinnering aan deze episode nooit helemaal heropgebouwd. De keuze voor dit complex is geen toeval. Herinner je 1987 nog? Zo zal het mij ook in 2011 vergaan.

Van vergrendelde publieke ruimte…

Kadhafi is lang niet de enige inspiratiebron voor de fototentoonstelling. Naast de Libische staatspropaganda heeft het FoMu oog voor de fotografie van wat de Arabische Lente is gaan heten. Aan de muren van de zaal hangen bloemlezingen van verschillende kunstenaars, actiegroepen en fotocollectieven. Zo is er Issa Touma, Syrisch fotograaf en organisator van het internationaal fotofestival van Aleppo. Hij stampte in 2012 het project Art Camping uit de grond.[3]  Doordat de oorlog zijn stad naderde, kwam hij op het idee de kinderen van vluchtelingen bezig te houden met hun eigen creativiteit.[4]

In winkels, in optochten, op minaretten of op drankautomaten. Aan stukken gescheurd of netjes geplastificeerd. Het portret van president Bashar Al-Assad is het eenheidsmotief van het verdeelde Syrië. Aan de hand van een beperkte selectie uit zijn werk door het FoMu benadrukt Touma de wederkerigheid en alomtegenwoordigheid van het portret van de Syrische president. We zien ofwel mensen die het portret van de dictator met zich meedragen, ofwel mensen die hun dagelijkse handelingen uitvoeren met het wakend oog van de president op de achtergrond.

Een geestiger invulling van deze portretcultuur geeft de Belgische kunstenaar Joachim Ben Yakoub. In zijn fotomontage wisselen foto’s elkaar af waarop de beeltenissen van de Tunesische leider Ben-Ali te zien is. Aanvankelijk is Ben Alis beeltenis ongeschonden en alomtegenwoordig, hij staat nog aan het hoofd van het land en zijn macht is ongenaakbaar. Maar dan volgt de afrekening van de revolutie: het portret van de president verdwijnt, vervaagt of wordt geschonden en nieuwe afbeeldingen komen in de plaats.

Opvallend is de originaliteit en de gelaagdheid waarmee Tunesische kunstenaars met de beeltenis van de dictator hebben afgerekend. Zo verschijnt in de montage een foto van een reclamebord waarop enkel nog het silhouet van de dictator staat, met daarin het opschrift “404 Not Found”. De makers van “Artocracy”, een andere te bezichtigen reeks, hingen enorme foto’s op plaatsen die voorheen gereserveerd waren voor het gezicht van de leider. Het gaat om honderden portretten van gewone Tunesiërs gemaakt door de Franse straatartiest JR en internationale kunstenaars van het INSIDE OUT-team.

… tot artistieke vrijplaats

Deze strijd om de artistieke invulling van de publieke ruimte politiseert, duidde Ben Yakoub vorig jaar in Rekto Verso.[5] Dictatoriale regimes sluiten die ruimte af; revoluties breken ze weer open. Dat valt niet simpel te vatten. Het gaat niet om esthetische rebellen versus pompeuze dictators, maar om processen. Ontwikkelingen in de maatschappij kennen momenten van versnelling en vertraging. Ze kunnen zich ongemerkt onderhuids opstapelen om dan aan de oppervlakte onverwachts los te barsten. Evolutie, revolutie en contrarevolutie. Kunst en beeldvorming zijn daar een uiting van.

Een foto van Issa Touma toont een wat loshangende poster van Basher Al-Assad te zien die aan een cola-automaat kleeft. Het contrast tussen de beeltenis van de president en de moderne reclamebeelden van Pepsi is schril. De inspiratieloze achtergrond, de starre blik, het saaie snorretje. Al-Assads foto kon zo in de jaren vijftig geproduceerd zijn. Moderne reclametechnieken daarentegen flirten voortdurend met het beeld van de toekomst. Felle kleuren, silhouetten en contrasten. Commerciële bedrijven doen er alles aan om in het oog te springen.

Terwijl politieke figuren als Assad in een verscheurde regio op brutale wijze orde brengen om investeringen en winstmaximalisatie mogelijk te maken, worden hun regimes geleidelijk aan ondergraven door de economische logica van dat systeem. Niet alleen steken de ouderwetse moraal en middelen van de staat scherp af tegen de moderne technieken en opleidingen waarmee nieuwe generaties jongeren vertrouwd zijn geraakt – generaties die de nederlagen van de arbeiders- en verzetsbewegingen uit het verleden niet hebben meegemaakt –, ze eroderen als gevolg van economische crisisverschijnselen.

Regimes creëren zo de wapens voor hun eigen ondergraving. Dat ziet de bezoeker meteen als hij de expositiezaal binnenwandelt. Een foto van een anonieme graffiti-tekening uit Egypte toont ons een geweer en een camera die tegenover elkaar staan. Met daaronder de woorden: “hun wapens” versus “onze wapens”. En zij die geen wapens bezitten zoals geweren of media, voeren veeleer symbolische daden uit. Van de val van Saddam Hoessein tot de moord op Kadhafi: massaal vonden publieke schendingen van het portret van de leider plaats.

Het meest nieuwe wapen in de strijd om de beeldvorming vormen de sociale media. Het FoMu toont enkele beelden van de projecten The Uprising of Women in the Arab World, en Tahrir Cinema van het mediacollectief Mosireen. Uprising of Women is een online campagne op Facebook tegen geweld op vrouwen en voor de erkenning en naleving van vrouwenrechten in de Arabische wereld.[6] Een kleine collectie toont jonge mensen, die bordjes en papier gebruiken om aan te geven dat ze geweld en discriminatie tegen vrouwen niet dulden.

Mosireen beweert geboren te zijn uit een explosie van burgerjournalistiek tijdens de revolutie in Egypte.[7] Het FoMu stelt je in staat enkele korte reportages van het collectief te bekijken.[8] De reportages worden voorafgegaan door twee foto’s van Cinema Tahrir, een filmvoorstelling die op het Tahrirplein plaatsvindt. Burgerjournalisten kunnen er hun beelden tonen aan een breed publiek. Breder dan op het internet, want niet iedereen in Caïro heeft internettoegang. Het is een uiting van een zeker democratisch bewustzijn dat bij deze jongeren aanwezig is.

Conclusies

Power! Photos! Freedom! is een uiterst beperkte tentoonstelling, zowel wat beeldmateriaal als context betreft. Maar het toont ons dat er zoiets bestaat als revolutionaire kunst. Vandaag gaat het nog lang niet altijd om kunst over het thema revolutie. Veeleer om uitingen van de verschillende, vaak contradictorische processen die van een revolutie deel uitmaken. Die expressies staan nog in hun kinderschoenen, zo illustreert het massaal gebruik van eenvoudige kanalen als Youtube.

“The revolution will not be televised”, zong de Amerikaanse muzikant Gil Scott-Heron in 1970. Hij had gelijk: Xerox zou toen nooit televisie-uitzendingen van de revolutie sponsoren als ze niet onderbroken konden worden voor reclame. Wanneer Scott-Heron in mei 2011 overleed, was de wereld echter grondig veranderd. Op datzelfde Youtube moet je beelden van de revolutie dulden met vervelende reclamebalkjes en commerciële boodschappen vooraf.

Power! Photos! Freedom! is te bezichtigen in het FotoMuseum van 15 februari tot 9 juni. Waalse Kaai 47, 2000 Antwerpen.

Voetnoten

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!