‘Resetbehoefte’ als ultieme reden voor Coronabeleid. Met reacties op vragen.

maandag 20 juli 2020 20:42
Spread the love
Voor de keuze van het Woord van het jaar 2020 heb ik een persoonlijk voorstel: het concept Resetbehoefte.

Het is niet mijn bedoeling een voorlopige regering voor schut te zetten in crisistijd. En ook niet de vorming van een regering de wind uit de zeilen te nemen. Of de hardwerkende main stream media even voor schut te zetten. Daarom is dit geen publieke verklaring.

Maar de feiten sinds 13 maart geven mij gelijk in de algemene verklaring die ik kort na dit begin van de Quarantaine, later vooral lock down genoemd, heb gegeven voor wat er ons dit jaar gebeurt.

De cijfers van vanavond in het tv journaal van VRT spreken boekdelen.

Er zijn nog altijd maar, na recente stijgingen, een 135 nieuwe besmettingen. En tien (10) ziekenhuisopnames. Dit is het cijfer voor ons gehele Belgenland!

Er is zelfs geen sprake van een enkele nieuwe dode.

Ter herinnering de context: vandaag zijn ernstige aantallen doden gestorven. µ

Zoals de gemiddeld negen doden door zelfdoding, een sector waar ik als observator en opiniemaker sinds vijfentwintig jaar expertise in opgedaan heb. En de nog talrijker doden die vallen door hartaanvallen en beroertes (herseninfarcten). (Deze laatste twee belangrijkste “doders”, om nog wat meer de zaken in context te zetten, komen totaal niet voor bij volkeren die gezonder eten en veel meer stappen, en ook meer warme sociale contacten hebben in kleine gemeenschappen. Zoals ik in mijn artikel over de Tsimane in Colombia heb uiteen gezet).

Na het nieuws heb ik de situatie andermaal besproken met een goede vriend, de voormalige hoogleraar geschiedenis Michel Cloet.

Hij stelt zich gelijkaardige vragen bij de cijfers en bij de breedschalige maatregelen.

Hij merkt op dat de stijging van het aantal geregistreerde besmette gevallen heel waarschijnlijk veel beperkter is dan de absolute cijfers suggereren. Omdat er tegenwoordig veel meer en breder getest wordt dan in de beginweken na de uitbraak. Die verhouding-cijfers werden volgens Cloet, die dagelijks de uitzendingen volgt, slechts een enkele keer meegegeven.

Onze conclusie: er wordt veel meer stennis gemaakt dan strikt noodzakelijk lijkt.

Mijn verklaring

Ik zie een duidelijk en solide kader dat afdoende de fenomenen verklaart.

Al enkele jaren terug signaleerde ik in geschriften de vraag, het dringende verlangen dat observatoren en agenten in zeer verschillende sectoren kenbaar maakten in opinieartikels, interviews: “We hebben in feiten grote nood aan niet nog meer bijsturingen en kleine maatregelen, maar aan een “algemene reset”. Aan een herstart met een nieuwe lei.

Dit hoorde ik in uiteenlopende maatschappelijke kringen als economie, onderwijs, geneeskunde, politiek, recht en veel meer.

Tenslotte, laten we vooral niet vergeten dat het bijzonder begrijpelijk wordt, deze vraag naar een schone lei en grondige veranderingen, wanneer wij de algemene en militaire context erbij halen: Alle generaties voor ons hebben na een dertig tot vijftig jaar een oorlog gekend. Naast veel doden en ellende en vernieling, geeft die precies de kans vele zaken op een andere manier aan te pakken. De  maatschappij, de industrie, de moraal, de religie… op een nieuw spoor te zetten. Dit jaar, het lijkt geen toeval te kunnen zijn, is het einde van de laatste wereldoorlog, in het bijzonder voor Europa buiten de Balkan, niet minder dan vijfenzeventig jaar geleden. D-Day, het Ardennenoffensief, het ondertekenen van de vrede nabij Berlijn… het is maand na maand precies driekwart eeuw geleden gebeurd.

Het kan vreemd klinken, maar dat betekent dat onze systemen, van politiek tot gezondheidszorg, al erg lang op dezelfde adem hebben moeten doorgaan.

De laatste jaren was het voor mij merkbaar duidelijk dat vele personen en structuren op het tandvlees zaten, naar adem snakten, naar een nieuwe innerlijke oriëntatie, naar aflossing. Ook omdat er een opvatting was gegroeid dat de  perfectie niet alleen bereikbaar is door massieve en vakkundige inzet, dat alle rampen, alle eindigheid eigenlijk, alle tragiek, te controleren valt. Als we maar genoeg ons best doen. De dood, daar mocht niet meer over gesproken worden. Al dertig jaar geleden werden significant de bordjes in de buurt van spoorwegen en elektriciteitskabines met de woorden “Doodsgevaar” weggehaald en vervangen door het eufemistische “Levensgevaar”. Onze doden, we mochten ze niet meer thuis opbaren en groeten. De laatste tien tot vijftien jaar mogen wij hen zelfs omhuld door de kist niet meer schouwen wanneer ze in de aarde zakken. De brokstukken na verkeersongelukken, laat staan de gewonden en doden, ze worden in een mum van tijd aan het zicht onttrokken en weggewerkt.

Zo kon de illusie gevoed worden dat het leven, een ander woord voor De Grote Natuur, kan “onder controle” gebracht worden door dat creatuur dat op twee benen gaat. Dat alle rampzaligheid en kleinheid van dit menselijke blazoen langdurig en/of grondig kon weggepoetst worden.

Uiteraard is dat een grote illusie, een hersenschim.

De mens denk “Wat ben ik een grote olifant”. Maar de jungle is veel groter.

Ook juist in een mensengemeenschap waar meer en meer plaats kwam voor extreem met geld begiftigde individuen, die een navenant aanmatigend wereldbeeld en mensbeeld konden ontwikkelen, en zich met privilegies konden afschermen van (zelf)kritiek… kon de grote illusie groeien. Als een licht giftige paddenstoel waaraan iedereen verslaafd raakte.

Laat ons afdalen van die grote, hoge zwam. Laat ons de natuurlijke nederigheid weer toelaten zichtbaar te worden, en haar omarmen.

Het virus dat ons onmenselijke collectieve streven kwam aflossen en bekronen, het is slechts een pedaal. Een stok die gretig wereldwijd is opgepikt om een bepaalde demon mee te slaan, en om de dingen al voor een deel over een andere boeg te gooien.

Een veel grotere kans tot een – vreedzame, niet bloedige – reset biedt de verandering in de natuur, de schade aan de biosfeer en de planetaire evenwichten en voorraden ons.

Het is een bijzonder spannende situatie, een fantastisch vraagstuk: zal de mens, die zichzelf vaak verstandig vindt, deze kans weten te grijpen? Of glijden wij in de komende tien jaar toch weer af naar een grote oorlog én daarbij op een ander toneel naar een trage, taaie strijd naar meer ecologisch produceren, consumeren, verwarmen en reizen?

SHS

 

 

Epiloog. Reacties via Sociale Media en nadere verklaringen

Ik heb deze overweging en analyse eveneens gedeeld in de groep “Oikos denktank voor sociaal-ecologische verandering”. Daar zijn zevenduizend leden die vaak gespecialiseerde kennis hebben. Er is daar een en ander aan bedenkingen geformuleerd. Waar ik tevreden mee ben. Uit respect voor de persoon en privacy zal ik de bedenkingen niet kopiëren hier, je kunt die na lid worden van de groep nalezen. Ik geef wel ter inspiratie al mijn antwoorden mee. Het wordt dan misschien een beetje moeilijker om het debat op de voet te volgen, maar ik geloof dat ieder er toch heel wat kan uit opsteken.

Ik begrijp uw bedenkingen en bekommernissen. Maar wat er eclatant in ontbreekt is de historische dimensie, Jef. Je kunt als maatschappij, laat staan als overheid (politiek personeel) niet zomaar koterijen wegsnijden wanneer je dat wil, na een rationele analyse. En je bent niet geloofwaardig wanneer je lijkt te streven naar “een ideale maatschappij voor eens en altijd”. Dat is al vaak mislukt, al dan niet faliekant. Neen, je moet het bekijken van uit de energie en kracht, het momentum dat een gemeenschap nodig heeft om grote echte, diepgaande verbeteringen door te voeren: je moet daartoe bepaalde crisissen heel dankbaar ontvangen en de kansen die zij bieden aangrijpen. En je moet gewoon tevreden zijn met een opnieuw grondig gesaneerde toestand voor een jaar of dertig, veertig. In de wetenschap dat je tot koterijen uitgegroeide systemen (dit beeld heb je wel zeer goed toegevoegd), opnieuw een sanering nodig zullen maken.

Ik begrijp de (schijnbare) zinvolheid van je opwerpingen. Eén denkfout in jouw analyse lijkt me dat je uitgaat van het bestaan van een soort menselijke actor die onveranderd leeft, toekijkt en handelt. Zelfs tirannen als Napoleon of de Zonnekoning zijn niet in die positie op dit vlak. Essentieel is dat je voor een realistische kijk op wat zich doorheen de eeuwen voordoet en wt dus de openliggende echte kansen op vooruitgang, verbetering zijn, een zogenaamd historisch bewustzijn hebt. En daarnaast is essentieel voeling te hebben met hoe collectieve psychologie werkt. Zelfs tirannen moeten op zoek naar middelen om de bevolking mee te krijgen om ingrijpende veranderingen door te voeren. Je ziet toch in dat er in gewone omstandigheden niet genoeg eensgezindheid bijeen te rapen valt om de koterijen die gemaakt zijn à l tête du cliënt of voor belangengroepen, te supprimeren? Alleen sterk Crisisbewustzijn kan de neuzen in dezelfde richting krijgen. De mens is lui. Zoekt te leven langs de weg van de minste weerstand. Is vaak ongevoelig voor lange termijn visie. Kijk naar de reticentie om visionaire klimaatactivisten te volgen of wetenschappers. Een bevolking betekent een grote inerte massa.

 

Er is positieve evidentie in het universum van de persoonlijke psychologie, het herstel na vastlopen in verstrikkingen, de therapie en genezing. Therapeuten weten dat mensen pas hun leven gaan beteren na scherp Crisisbewustzijn. De mens heeft de neiging zich te gedragen volgens de Wet van de Traagheid uit de fysica: zolang er geen dringende noodzaak opduikt, of geen crisissituatie die deze noodzaak tot bijsturing duidelijk maakt, gaat hij door op het ingeslagen spoor. Dit geldt ongetwijfeld al evenzeer voor het individu als voor naties en voor de wereldgemeenschap.

 

Jef, Uw voorbeelden zijn juist. Maar met een beetje wiskundig inzicht is het duidelijk dat het niet gaat om echte “tegenvoorbeelden” die een hypothese als fout onderuit halen. Het gaat eerder om voorbeelden die zoals onze taal zegt, dit zijn: “Uitzonderingen die de algemene regel bevéstigen”. Mijn punt is niet dat er onderweg doorheen de tijd geen goede dingen gebeuren of zelfs bepaalde misgroei wordt weggesnoeid of rechtgezet. Het gaat mij om de fundamentele zaken, om de structuren. Leden van deze groep, met kennis van de immense uitdagingen die op ons afkomen in het domein van de biosfeer, begrijpen allicht wat ik bedoel. Elke auto die rondrijdt, beschadigd de biosfeer elke kilometer die hij rijdt. Dat werkt cumulatief. En een groot probleem is dat het gehele systeem van het leven op aarde dat is ontstaan gedurende meer dan een miljard jaar, tot in het hart geschaad wordt door bepaalde “uitvindingen” en manieren van modern leven. Kernenergie met zijn dodelijke straling is een extreem voorbeeld, met zijn eeuwenlange “afbraaktijden”. Maar ook de klimaatverandering, die ontstaat door elke kubieke meter uitlaatgas en gas te wijten aan verwarming, werkt in die zin. De mens is bezig met technieken die zozeer “natuurvreemd” zijn, zozeer “natuuronvriendelijk”, dat wij met een heel nieuw en gevaarlijk Probleem zitten. Ook de overbevolking, de bevolkingsdruk, is een zwaar en heel nieuw feit in de geschiedenis van de planeet, van het Leven.

 

Door de dialoog besef ik enkele zaken. Onder andere dat mijn tekst veel voorkennis veronderstelt. Onder historici is het gebruikelijk niet mee te gaan in het “vooruitgangsoptimisme” dat andere soorten mensen als gemeengoed lijken te adopteren. Wellicht onder invloed van de vooruitgang in domeinen als geneeskunde en technologie. Wij weten met vele concrete feiten uit meer dan tweeduizend jaar studiemateriaal in vele culturen dat er enkel – met het nodige optimisme – kan gesproken worden van een spiraal doorheen de gang van de geschiedenis: af en toe vooruitgang, met vaak hervallen, en misschien een stijgende lijn. Wij delen onderling vaak de waarheid, die ons natuurlijk als historici beweegt en stoort, maar die realistisch lijkt: “De enige les die de mens uit de geschiedenis kan trekken, is dat hij geen lessen blijkt te trekken uit de geschiedenis”.

 

Ik beschouw mijzelf echt niet als een pessimist. (De gesprekspartner vond het getuigen van een pessimistische visie, dat elke veertig jaar opnieuw grondige bijsturingen aan maatschappelijke systemen nodig zijn). Ik geef wel toe dat ik een vrij koele analyse biedt. Abstract. Dat doe ik als historicus zoals een chirurg ook niet met veel emotie kan of mag kijken naar het vlees waarin hij snijdt, moet snijden!

 

Wat ik waarneem, en dat zullen velen die zich op de materie voldoende toeleggen ook zien is dit. Dat er zeker niet zonder meer sprake kan zijn van een opgaande lijn in de (Europese en wereld) geschiedenis: de twintigste eeuw was niet de beste maar in elk geval de bloedigste! Stalin, Mao, Hitler, de absolute dieptepunten van de shoah, de nazi kampen, de ongeveer honderd miljoen dodelijke slachtoffers. En verder toont het beeld van de tijd zich zo: opgang na het grote dieptepunt van 1945: Europa lag grotendeels letterlijk in puin. De economieën lagen plat. Dan is er, bijna onvermijdelijk en voorspelbaar, een tijd van herstel en dus van opbouw, van vooruitgang gekomen. Op vandaag is er nauwelijks in Leuven waar ik woon nog één enkel monument of een stuk stadsmuur (of de SintJacobskerk) dat niet gerestaureerd is. Toen ik jong was, was het beeld nog heel anders. Er is veel geld gegenereerd na de oorlog, en de opbouw met die fondsen is nu bijna volledig afgerond. Maar het is iets heel anders te veronderstellen dat de mens grote lessen zou geleerd hebben op moreel vlak. Dat we nu in de komende decennia en eeuwen immuun zouden zijn voor valsheid, voor moordlust, enzovoort. Voor kwaadaardig eigenbelang dat de gemeenschap zware schade toebrengt. Dit is een ecologische groep, dat punt hoef ik dus niet verder uit te werken: de vooruitgang na 1945 op technologisch en economisch vlak is gemaakt met zeer ernstige schadelijke neveneffecten. De kopermijnen raken uitgeput, het land raakt onder het beton, habitats verdwenen, de wilde dieren maken maar een kleine fractie meer uit van de biomassa, abnormaal veel dier- en plantensoorten zijn uitgestorven door de hyperactiviteit van de mens. Daarom juist, vanuit dit bewustzijn, ben ik ook een aanhanger van de theorie dat er veel Wijsheid schuilt in de maatschappijmodellen en de levensvisie van zogenaamd inheemse volkeren. Daar is minder kapitaal beschikbaar en comfort, maar dat is een veel, veel duurzamer model. Wij van onze kant ondergraven de leefbaarheid van de toekomst voor niet zomaar een of twee, maar voor tientallen, zelfs misschien honderden generaties na ons! En het is heel ironisch en wrang dat er dan nog stemmen zijn in het debat die stellen, wat erg, voor het eerst sinds twee generaties gaan onze kinderen het misschien niet even goed en niet beter hebben dan onze generatie. De publieke opinie lijkt bijzonder kortzichtig. En uitlatingen als deze van de voormalige VLD voorzitster “onze cultuur is natuurlijk superieur” is gewoon absurd en onhoudbaar.

Naast geleerdheid in de geschiedenis en in de wereld van het herstel van persoonlijke trauma’s, via psychologie en ervaring, is er ook de kennis uit de hoek van eco-filosofen. Bij een ecofilsoof als Ullrich Melle (KU Leuven) leerde ik dat het op hoog niveau mogelijk is te kiezen voor zogenaamde “precariteit”: een maatschappij die zeer, zeer, zeer sober boert. Dat geeft de beste garanties voor de lange toekomst. Maar daar staan wij vandaag natuurlijk zeer, zeer ver van af. Zelfs de groene partijen hebben nooit durven pleiten voor minder werkuren met inleveren van loon, bijvoorbeeld. Er zijn veel solide aanwijzingen dat wij echt niet anders gaan kunnen dan zeer ernstig op de materiële welvaart inleveren, de komende twee generaties en ook veel verder in de toekomst. Dat hoeft ook geen ramp te zijn, geen puur verlies. Meer en meer groeit terecht het besef dat we het “in het diepe” moeten zoeken; in het innerlijke. De mens kan met veel minder geld of bezit best wel nog gelukkiger worden dan velen vandaag zijn. Dat is ook al het punt dat ik maak sinds mijn opiniestukken in De Standaard vanaf 1997 over de tot dan toe massief over het hoofd gezien signalen als de hoge aantallen depressieve en angstige mensen, en de torenhoge zelfdodingscijfers. Dat zijn voor mij tekenen aan de wand dat de “welvaart” die velen menen te zien, in feite bijzonder hol is.

 

Laten wij overigens niet vergeten dat in het intellectueel uitdagende terrein van het nadenken over oorlogen, een eminent kenner van de Polemologie, professor Luc De Vos verbonden aan de de Koninklijke Militaire School (KMS), al vele jaren wijst op het feit dat een oorlog ook kansen biedt, naast de evidente ellende en zorgen. Met name voor het op een ander spoor zetten van bepaalde grote structuren en slechte collectieve gewoonten. Voor verdere inzichten: al eind april, anderhalve maand na vrijdag de dertiende waarop bij ons de Quarantaine in voege kwam, schreef ik de diepte-analyse “Corona als bekroning voor een samenleving op drift” (zie link onderaan).

(Na verloop van vier uur) Tof dat je de dialoog blijft aangaan. Jouw pijlen van optimisme missen mij niet helemaal. Het doet ergens wel een beetje deugd, zoveel geloof in een altijd maar betere toekomst te lezen. Geloof in de kansen die de auto, het internet bieden, in efficiëntere technieken van landgebruik… Maar de krachtigste uitwerking van jouw nieuwe bedenkingen is toch droefenis, verlies van hoop. Volgens mij mis je radicaal de schaal waarop een en ander aan de gang is, wat destructie betreft. het is lichtjes onthutsend hoe je meent de uitroeiing van een of twee soorten door inheemse jagers met pijl en boog te mogen, kunnen plaatsen naast de golf van massa-extinctie die de mensheid momenteel onbedoeld bewerkt, bijvoorbeeld. Of de schaal van verandering en chaos die de op handen zijnde klimaatverandering, verhitting. Ik moet jou toevoegen, de woorden van Noam Chomsky: “People have no idea!”.

Universiteit: creëer een nieuw vak

Als verzachtende omstandigheid voor je onwetendheid en je gebrek aan bewustzijn daarover kan gelden dat onze opvoeding en wetenschap in feite in de main stream pas zeer recent de snel groeiende kiemen van de aan de gang zijnde Destructie heeft in het vizier gekregen. Zelfs op school in de humaniora wordt, tot op vandaag meen ik, geen vak voorzien, evenmin als aan de universiteiten, dat de studenten kan toelaten de grote perspectieven te zien, de verwevenheid van Natuurlijke Evolutie en Geschiedenis: er bestaat geen vak dat de volledige tijdslijn belicht, te beginnen bij het ontstaan van de kosmos, van de aarde, de evolutie van de natuur, het ontstaan van de mensapen en tenslotte de mens en zijn verrichtingen sinds het steentijdperk, het neolithicum en verder in het historische tijdvak. Vakken als astronomie/kosmologie, paleo-zoölogie, prehistorische geschiedenis, moderne geschiedenis.. worden volkomen afzonderlijk, met schotten ertussen gedoceerd! Wie, hoeveel procent van de bevolking kent het belangrijke werk van Darwin? En dan blijft de belangrijke bijdrage van psychologie en biologie/ethologie aan het globale beeld nog helemaal op afstand. En enige kennis van de mechanismen van de economie en de (politieke) macht… De synthese is, ondanks toegenomen informatie technologie, bijzonder ver te zoeken. Maar alleen die gecombineerde gezichtspunten kunnen de mens laten zien wat hij collectief aan het aanrichten is, en waarin beterschap gelegen kan zijn. Mijn geluk is dat ik voor de meeste van de betrokken disciplines universitaire scholing heb mogen ontvangen. En bijzonder passioneel aan de kruisverbanden heb gewerkt, aan het ontwerpen van de Synthese. Mijn hoop is klein dat mensen door samenraapsels van het internet, iets dat u enthousiast onthaald, ver gaan raken. Wel integendeel. Op internet staat de grootste pulp naast de beste wetenschappelijk nagetrokken informatie, de slechtste bron naast de meest gezaghebbende. Velen menen dat “mijn mening” altijd naast die van de expert over een kwestie kan staan. Wat een aanmatigende illusies! Mia Doornaert schreef vandaag nog een column waarin zij erop wijst dat de huidige jonge generatie uitblinkt door gebrek aan historische feitenkennis en slecht is in rationele argumentatie. Gevolg is dat zij zich snel “gekwetst voelt” en met banvloeken gaat reageren… Bijzonder hoopvol allemaal!…

(23 juli). De persoon die zich aandient als trouwe sparringpartner stelt dan “We kunnen toch niet wensen, een terugkeer naar paard en kar? “… ik dank hem voor die opmerking. Zo kan ik een bijkomende persoonlijke visie uitwerken. Ik erken graag dat waarschijnlijk negenhonderdtwintig mensen op duizend of daaromtrent deze opvatting zullen willen onderschrijven. Het is de gangbare, de gewone, de banale opvatting. En toch meen ik hier opnieuw een betere visie in de aanbieding te hebben. De lezer noch de negenhonderdenzoveel realiseren zich voldoende wat het heeft betekent, zonder veel nadenken de omgang met de grote dieren voor de mens los te laten! Niet alleen is ons leven dermate jachtig geworden door het schaapachtig en gretig maken en omarmen van snelle reismachines zoals de trein en de auto, zodat ook juist daarom de laatste tijd mensen massaal met onveiligheidsgevoelens kampen, hoewel de situatie objectief gezien veiliger is dan ooit voorheen. Ik zie een link met feiten als dit: dat een meerderheid van vrouwen en zeer veel mannen de laatste jaren de slaap ‘s nachts niet meer kunnen vatten (insomnia-pathologie). De omgang met grote dieren is/was bijzonder heilzaam voor de mens! Menige kennis van me is na jaren te worstelen met depressie daar definitief af geraakt door een grote hond te nemen en er het leven mee te delen. (Dat verhaal is ook een van de aspecten die het geniale in het werk van Hergé uitmaken: Kuifje EN Bobbie). Ik moet er u verder toch niet aan herinneren dat een significant deel van onze jongeren op wachtlijsten staat voor psychiatrische hulp? De ellende is bijzonder groot, van lichte tot zeer zware geestelijke ziekten en aandoeningen en ook heel veel twijfel over de identiteit bij de jongere (tot en met het geslacht toe!) en over de zin en roeping van het leven. En ik moet hier toch niet in herinnering brengen dat een deel van hen juist weer gezond worden door… Hippotherapie! Door enkele uren per week te wijden aan omgang met paarden. — Ik zeg niet dat wij met onze miljoenen inwoners in ons continent ooit weer een autoloos bestaan kunnen of moeten opnemen, maar opnieuw is mijn punt dat de bestaande situatie verre van goed is. Wij maken helemaal geen optimaal punt mee na een almaar stijgende lijn van historische evolutie. Er is heel veel correctie nodig bij de huidige gang van zaken. Op een aantal vlakken is onze bevolking een massa die bijna blind naar een afgrond stevent. Daarom zijn er profeten nodig, zoals ik en een handvol anderen. En critici zoals jij.

 

(23.7.20 om 17 u) –

– Wat uw opvatting betreft, beste dialoogpartner, dat de inheemse volkeren “niet” in harmonie met de natuur zouden hebben geleefd: die is volkomen fout. U treft de juiste gesprekspartner in dit verband. Ik ben persoonlijk bevriend geweest met de goede, toegewijde Inuït-pater Kees Verspeek o.m.i. Die keer op keer getuigenissen verhaalde over het leven met deze jagers in sneeuw en ijs aan de kust van Labrador. Die een radiopost bouwde, medische taken opnam, en mee op jacht is gegaan op sneeuwhoenders, robben, poolvossen. Het interview dat ik in Tertio publiceerde is nog te raadplegen. Als een natuurvolk zoals u beweert teveel zou jagen, (verantwoordelijk voor de uitroeiing van diersoorten, navenant hun aantal”), dan zou de stam, het dorp het jaar daarop verhongeren. Integendeel, ik moet u benadrukken dat tot voor kort en tot op vandaag in bepaalde uithoeken, de Inuït en tal van indianenvolkeren in grote nederigheid en fantastische soberheid en met dito geweldige sociale betrokkenheid en verbondenheid leven. Bij ons sterven mensen letterlijk aan Eenzaamheid (opiniestuk van voormalig ziekenhuisdirecteur en professor Manu Keirse gisteren 22 juli in DS). Onze mensen sterven aan Vervreemding. Dagelijks, niet alleen de negen zelfmoordenaars. Vervreemding, aliënatie, dat is precies het tegendeel van de leefstijl van de natuurvolkeren. Naast mijn status als oorgetuige van Verspeek, ben ik ook in correspondentie gegaan met de grote Inuïtvriend Fred Bruemmer. Die ging een kwarteeuw lang elke zomervakantie naar het hoge noorden, naar Polaire Inuït, de mensen op de eilanden van de Beringstraat, het Yukon gebied en meer. Zijn boeken zijn nog altijd te vinden. Ik adviseer u naar de boekhandel te trekken en het kersverse werk van Joe Sacco te verwerven en te bestuderen; hij ging langere tijd wonen met en interviews afnemen van de Dene, een volk in het Noordwesten van Canada. (Illustratie). De bewering die benadrukt dat jagersvolkeren soorten zouden uitroeien is een bewuste, kwaadaardige verdraaiing van de werkelijkheid, ongetwijfeld gemaakt door bepaalde blinde voorstanders van het status quo in onze verstedelijkte wereld van commercie en haar vele technologie-prothesen. Kom eens mee in en van de natuur leven tijdens het jaarlijkse Groot Bush Craft Weekend, waar ik docent en gids ben. Ik kan u ook de lectuur adviseren van mijn verslag van zelf uitgevoerde jachtactief op het Rode Hert in Oost België, inclusief het verhaal hoe ik deze leefstijl en dit vak heb verdedigd in een ad hoc Senaatscommissie. — https://www.dewereldmorgen.be/community/hoe-ik-op-edelherten-joeg-in-de-achtertuin-van-de-koning-en-verantwoording-aflegde-in-het-parlement/

 

Meer informatie over de mogelijkheid van een andere manier van leven, in grotere harmonie met de Natuur

https://www.dewereldmorgen.be/community/corona-als-welkome-bekroning-voor-een-beschaving-op-drift/

https://www.dewereldmorgen.be/community/het-mondmasker-ook-welkom-voor-onze-geplaagde-geest/

https://www.dewereldmorgen.be/community/kan-de-schat-van-de-tsimane-indianen-de-rijke-wereld-nog-redden/

https://www.dewereldmorgen.be/community/wie-zijn-greta-kyra-en-anuna-wat-zijn-de-bronnen-van-hun-bezieling-wat-kan-je-zelf-doen/

 

Reset

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!