De Parvis (achteraan de kerk van Sint-Gillis). Foto: Bart Lemmens
Interview, Getuigenis - Claude Semal, L'asymptomatique,

Het echte Sint-Gillis, verteld door een lokale bewoner, niet de mediaversie

Claude Semal is een Franstalige Brusselse volkszanger die al meer dan veertig jaar in Sint-Gillis woont. Hij ergerde zich aan de vooringenomen berichtgeving in de media over de staking van de lokale handelaars op het Voorplein (de Parvis) van Sint-Gillis. Die staking zou het verjagen van de bedelaars en marginalen eisen. Niets is minder waar. Hij sprak met 'de stakers'. Wat hij vond was zowat het tegendeel van de berichtgeving. Een geëngageerd verhaal over het echte Brussel, ver van de schijnwerpers.

maandag 4 oktober 2021 14:46
Spread the love

 

Sinds 1974 heb ik op zeven of acht verschillende plekken in Sint-Gillis gewoond, in de Praagstraat, de Jourdanstraat, de Berckmansstraat, de Vanderschrickstraat, de Schotlandstraat, de Lyceumstraat, de Albertlaan en de Wafelaertsstraat. In de Overwinningsstraat heb ik een café-theater uitgebaat.

Sint-Gillis, mijn ‘dorp’

Als ik meereken dat ik in 1972 een jaar lang als leerjongen in een lederatelier in de Hollandstraat heb gewerkt, dan is het nu bijna veertig jaar dat ik mijn achterwerk op de zitbanken van het café Brasserie Verschueren mag neervlijen.

Sint-Gillis, dat is zoals de Bermudadriehoek. Als je vliegtuig hier neerstort, blijf je hier voor altijd. Tegenwoordig woon ik ‘hogerop’ (in een andere buurt van Sint-Gillis), net als Charles Picqué (die ik altijd als burgemeester van onze gemeente heb gekend), meer bepaald naast de gevangenis van Sint-Gillis op amper tweehonderd meter van de grens met Elsene, Ukkel en Vorst. Bijna bij ‘de rijken’ dus.

Foto: Bart Lemmens

Ik kom nog zelden lager in de Bareel (het lager gelegen gedeelte van Sint-Gillis), tenzij om bij Chez Gaston te passeren. Hij is een uitstekende slager, fan van Voetbalclub Union Sint-Gillis (club in de Jupiler Pro League), die me telkens met een sprankelend ‘Bonjour Monsieur Semal’ verwelkomt. Dit is de enige zaak ter wereld waar ik met mijn naam wordt aangesproken. Of ik ga bij de lokale winkeliers op de Waterloosesteenweg langs, die draagbare telefoons en allerlei elektronische spullen verkopen. Zelf woon ik wat hoger, tussen de wijk Ma Campagne, het Albertplein en de terrasjes van het Van Meenenplein.

Toen ik vernam dat de cafés van het Sint-Gillis-Voorplein (bij iedere Brusselaar beter bekend als de Parvis de Saint-Gilles, kortweg, de Parvis, een parvis is een grote open ruimte voor en grote kerk, een gemeentehuis) zouden ‘staken’, viel ik bijna van mijn stoel. Zijn ‘die van beneden’ gek geworden?

De voetgangerszone Parvis wordt dwarsdoor onderbroken door de Waterloosesteenweg . Opvangcentrum Het Eilandje ligt net buiten het plein (linksonderaan) achter de kerk en het politiebureau. Screenshot GoogleMaps

Op de sociale media las ik verontwaardigde posts, persberichten en updates. Ik besefte dat ik in dit sociale conflict, voor de eerste keer in mijn leven, vrienden en vijanden aan beide zijden van de Bareel zou vinden.

Ik ken de stakende obers, serveersters en caféhouders van de Parvis. Ik ken echter ook de militanten die deze staking afkeuren. Ik ken de arbeiders en arbeidsters van de sociale diensten en het personeel van het gemeentebestuur. Mijn zus heeft vijftien jaar lang op de Parvis gewoond, waarna ze 200 meter verder naar een rustigere straat verhuisde.

Waarover ging deze lokale strijd? Ik nam mijn pelgrimsstaf ter hand en daalde af naar de Parvis.

Semal, Return of the Jedi

Ere wie ere toekomt, ik begon bij Brasserie Verschueren (een ‘brasserie’ was een bierbrouwerij, wat later de naam van grote café’s werd). Jarenlang hielden we de meeste van onze wijkvergaderingen daar op de eerste verdieping. In de wc’s hingen al onze affiches. Daar zag ik een persbericht voorbijkomen dat me intrigeerde. Dat ging ongeveer zo: “Ja, we staken mee, maar …”. Dat leek een goede start voor mijn plaatselijke onderzoek. Dat onderzoek ging als volgt.

Foto: Bart Lemmens

Ik zeg dag tegen de ober, bestel een koffie en leg uit dat ik kom voor een verhaal op mijn blog L’Asymptomatique. Hij brengt me vriendelijk hun laatst bijgewerkte exemplaar van het persbericht aan het raam van de Brasserie (zie verder).

Het is negen uur ’s ochtends. Het terras is zo goed als leeg. Voor de renovatiewerken van de Parvis, toen er nog elke voormiddag een markt op het plein was, zat het hier op dit uur stampvol. Nu heeft de ober tijd over om te babbelen. Dit is zijn verhaal.

Een ober vertelt

“In de zomer zitten er ’s avonds soms tot 800 mensen op de terrassen van de Parvis. Bijna overal is het echter ‘aan de bar bestellen’, zoals bij het café Maison du Peuple, als het opdienend personeel niet buiten staat, maar dan moeten de klanten de vele bedelaars trotseren. Dat geeft uiteraard soms problemen.”

“Wie hier een croissant eet, heeft bovendien binnen de kortste keren duiven mee aan tafel. Hier (in de Brasserie Verschueren) blijven wij ons terras ‘s avonds wel gewoon bedienen. De Waterloosesteenweg vormt een soort natuurlijke lijn doorheen het plein (waar het autoverkeer het plein mag oversteken). Het is vooral op het deel van de Parvis aan de overkant vlak onder de kerk van Sint-Gillis waar de problemen zich voordoen. Tiens, kijk maar achter je.”

Foto: Bart Lemmens

Een vrouw van mijn leeftijd, vuile voeten in sandalen, witte haren op de schouders, gekleed in een wollen cape van onbeschrijfbare kleur, probeert bij het buurtcafé te bedelen. De aanwezigheid van de ober schermt me blijkbaar af van haar toenaderingspogingen.

Later aan de Brasserie de l’Union, geef ik haar 50 eurocent. Ik voel me altijd wat verveeld in dergelijke situaties. Verveeld omdat ik geld gegeven hebt, verveeld omdat ik zo weinig heb gegeven. Kies zelf.

“Die daar is Diane”, vult de ober aan. “Zij is hier elke dag. Wanneer ze een slechte week heeft, is ze agressief, maar dan praten we ook met haar. Ze maakt deel uit van het leven van de Parvis. Een deel van onze job is immers ook sociaal. Dat nemen we erbij.”

Waarom doet de Brasserie Verschueren mee met de staking van de handelaars van de Parvis?

“Toen enkele lokale handelaars ons vroegen deel te nemen aan de staking, gingen we akkoord omdat het kader duidelijk was. Sinds de tweede Covid-lockdown doet zich op de Parvis echter een nieuw fenomeen voor. Een handvol mensen met zware psychische problemen en/of verslaving aan crack of andere substanties gedragen zich overmatig agressief.”

De twee uiterste uithoeken van de Parvis (linksonder Brasserie Verschueren, rechtsboven Brasserie L’Union). Screenshot GoogleMaps

“Verschillende persoonlijke berichten op de sociale media hebben de boodschap van deze staking echter vervormd door het verspreiden van onwaarheden of door er andere thema’s aan te koppelen (bijvoorbeeld: “Sinds jaren is de Parvis een zone van rechteloosheid”, vol bedelende kinderen). Zo werd het voorgesteld dat het doel van deze staking het “opkuisen” zou zijn van bedelaars en daklozen op de Parvis. Deze stakingsmededeling toont dat dit niet het geval is, anders hadden we niet deelgenomen.”

“Sinds 20 jaar leeft Brasserie Verschueren samen met meerdere generaties daklozen, bedelaars, Roma en andere medemensen, zonder problemen. De toegang tot onze toiletten is al die jaren voor iedereen vrij en gratis gebleven. We voorzien water, laten hen hier hun gsm’s opladen, enzovoort … Dit heeft er soms voor gezorgd dat we door sommigen als deel van ‘het probleem’ werden beschouwd.”

Foto: Bart Lemmens

“Sinds de laatste lockdown kunnen we dit echter niet meer aan: onze medewerkers worden bedreigd, soms met messen. Er deden zich al vechtpartijen voor midden op volle terrassen, bedelen lijkt soms op dwangmatige afpersing.”

“De herhaling van dergelijke scènes heeft veel gevolgen. Ons personeel komt met angst werken en vraagt zich telkens af “wat het vanavond wordt”, gezinnen mijden onze terrassen en ‘onze’ eigen (vaste) daklozen worden zelf ook lastiggevallen – wat iedereen blijkbaar koud laat. Het is geen toeval dat ook de handelaars aan opvangcentrum Het Eilandje en de kerkparochie deelnemen aan de actie van de handelaars.”

“Er valt ongetwijfeld veel te zeggen over de sociale aanpak van deze lijdende mensen. Verdeling van psychotropische middelen (omdat er geen budget is voor echte psychologische opvolging) en politieoperaties zullen de problemen niet oplossen. Het is echter niet aan Brasserie Verschuren om een oplossing te vinden voor dakloosheid, gebrek aan voeding of drugsverslaving. Wij zijn maar een café.”

“In een samenleving die altijd alleen maar competitie en eigenbelang als enige waarde pusht, proberen wij daarentegen net een aantal collectieve waarden in leven te houden, in de eerste plaats het wederzijds respect. Ons café heeft als enige ‘politieke’ doelstelling een zorgzame werksfeer voor ons team, voor de klanten en voor al zij die om een of andere reden (voor een levering of een inlichting) aan onze deur komen kloppen. Door de dagelijkse agressies van de afgelopen weken lukt dat niet meer …”

Verkeerd begrepen actie

Zo bekeken lijkt het relatief eenvoudig. Er is een duidelijk probleem van mentale gezondheid en/of drugsverslaving op de Parvis. De lokale overheden hebben dit te weinig opgevolgd en nu verzuurt dit iedereens leven.

Dezelfde ochtend van mijn verkenningstocht ontvang ik echter een sociale mediapost van Gwen Breës en een gemeenschappelijke mail van Théo Mewis, Daniel Liebman en Manuel Abramovitz. Beide teksten leken er een heel andere conclusie op na te houden: dit zou bedoeld zijn voor de gentrificatie van de buurt, om de armen en minderbedeelden van de Parvis te weren, desnoods met geweld.

Foto: Bart Lemmens

Het zijn vier mensen wiens meningen en expertise ik apprecieer. Ik wantrouw daarentegen hun activistische aanpak, die vaak aan concrete situaties een te veralgemenend kader oplegt. Théo, Daniel en Manu kanten zich tegen deze staking en bepleiten een ‘dialoog’ tussen de verschillende betrokken ‘partijen’.

Gwen, wiens strijdlust als animator van Cinema Nova of als lid van Standing For Culture ik zeer waardeer, is heel radicaal in zijn besluit: “De ‘staking’ is een legitiem initiatief van café-uitbaters en restaurateurs die wensen te kunnen werken zonder het risico te worden lastiggevallen. Toch miskent deze actie een essentieel aspect van het probleem: de concentratie van hun handelszaken leidt tot de quasi-volledige privatisering van de openbare ruimte”.

Zolang de Parvis uitsluitend als een enorm terras wordt benut en andere gebruiken en gebruikers worden uitgesloten, kan je erop wedden dat spanningen en conflicten zullen toenemen … tenzij je een muur optrekt rond het plein om allen nog die ene commerciële functie van het plein en de rust van de gegoede klanten te vrijwaren. Bam!

Een interview met Philippe en Bart

Hoe raken we hieruit? Ik beslis Bart, baas van de Brasserie de l’Union, te interviewen aan de andere kant van het plein. Hij is een van de twee initiatiefnemers van de staking – ook al was hij ooit kandidaat op de Lijst van de Burgemeester (PS/Picqué). Charles Picqué kennende zal hij dit initiatief waarschijnlijk niet echt geapprecieerd hebben.

De Brasserie Union ligt aan het andere uiteinde van het plein, aan de Moskoustraat en het pleintje met bomen waar de zogezegde verschoppelingen van de buurt terechtkomen.

Terwijl ik het plein oversteek, loop ik langs de metro-ingang op de Parvis en de bank BBL. Aangeplakte foto’s werden met veel zin voor humor door (vermeende) tegenstanders van de staking ondertiteld. Vlak daarnaast bevindt zich Het Eilandje. Dit dagopvangcentrum verleent van 8 tot 17 uur hulp en maaltijden aan de meest behoeftigen. Directeur Philip De Buck geeft een eerste aanzet tot oplossing:

Foto: Bart Lemmens

“Tijdens de eerste lockdown, meer nog tijdens de tweede, waren alle cafés en handelszaken van het plein gesloten. Geen enkele van de regelmatige klanten kwam hier nog. Zo werd het plein een ontmoetingsplek voor een aantal mensen die in armoede zijn beland. Bedenk hierbij dat toen de cafés opnieuw open mochten, eerst alleen de terrassen buiten open mochten. Zo ontstond meteen een klassiek territoriumconflict tussen die verschillende groepen mensen.”

“Daarbij zorgt de mentale impact van de lockdowns ervoor dat alle psychologische en sociale diensten oververzadigd zijn. We missen van alles: middelen, bedden, personeel. Ondanks de permanente aanwezigheid van sociale werkers op het terrein en straatverplegers twee keer per week blijven veel mensen “in crisis” aan zichzelf overgelaten.”

Ik kom toe aan Brasserie Union. Uitbater Bart is al tien jaar lid van Narcotics Anonymous en verbergt dat niet. Hij begeleidt en helpt wie hij kan, niet in de eerste plaats “uit naastenliefde”, maar om “zichzelf te helpen”. Alcohol, drugs, handel, hij heeft het allemaal gekend. Hij geraakte verzeild in zijn dieptepunt maar is nu al tien jaar clean. Die ervaring was hem genoeg. Nu hij deze kwaal (van verslaving) nieuwe brallende zombies naar zijn terras ziet brengen, maakt dat hem een beetje kwaad. Wie kan het hem verwijten?

Bart, ik kom hier nu veertig jaar, ’s ochtends voor een koffie, ’s avonds voor een pintje. Hoe komt het dat de uitbaters nu plots gaan staken?

“Dat is helemaal niet ‘plots’ gebeurd. We kwamen al twee keer bij Charles samen om er over te spreken. Sinds de verbouwing van de Parvis tot voetgangerszone zijn er alleen maar problemen bijgekomen. Didier van restaurant Nourriture Terrestre en ik zijn hier ongeveer de oudsten, weet je.”

“Er loopt hier een groepje junkies rond dat iedereen lastigvalt, te beginnen bij de lokale groep daklozen die ze wat geld of sigaretten vragen. Het is een heel gewelddadige groep dat vooral vrouwen en kinderen afschrikt. Een groepje bouwvakkers die hier spaghetti komen eten zullen ze niet zo snel aanspreken.”

“Ze vallen altijd de meest kwetsbaren lastig, twee vrouwen samen, een echtpaar. Dat is het probleem, een tiental klootzakken die mensen teisteren, bestoken, schreeuwen, lawaai maken, vechten. En dan heb je de politiecommissaris, die tegen de burgemeester zei: “We kunnen hier niet veel aan doen.”

Mijn zus Johanne heeft vijftien jaar op het plein gewoond …

“Tijdens de zomer is het plein een achtergrondgeluid waar je mee leert leven. Wat het wel verkloot, is daarentegen een of andere gast die om middernacht djembé begint te spelen of een dronkaard die een halfuur lang luid staat te brallen. Sinds de tweede lockdown werd het veel erger.”

“Vraagt een voetgangerszone zoals deze dan geen andere aanpak? Een terras is geen parking. Het publiek is ook erg veranderd in Sint-Gillis. We noemen ze bobo’s, maar ze zijn geen van beide, noch bourgeois noch bohème. Het zijn gewoon mensen die werken, die waarschijnlijk wel meer verdienen dan het vroegere publiek, maar eigenlijk blijft Sint-Gillis wel een volkse gemeente.”

“Het is vooral lastig voor vrouwen, zij worden de hele tijd lastiggevallen en geïntimideerd. Op muren prijken openlijk foto’s van clitorissen, alsof dat feminisme is. Maar er is tegelijk geen vrouw die om middernacht met haar hond over het plein kan zonder te worden lastiggevallen. Ik zie hier hoe een witte vierde wereld gesluierde vrouwen uitscheldt. Het zijn altijd eerst de vrouwen die in de klappen delen.”

Ligt het niet vooral aan de lockdowns? Veel mensen zijn doorgeslagen, mensen die kleine baantjes hadden in de horeca of in de bouw. Ineens stonden ze allemaal op straat.

“Ik zat niet in de regeringen die de budgetten voor mentale verzorging terugschroefden. Ik zat niet in de regeringen die langdurig werklozen naar de bestaansonzekerheid joegen. Dat zijn politieke beslissingen. Moet ik daar de gevolgen van ondergaan? Er zijn hier serveersters die klanten niet meer durven bedienen omdat een of andere gore klootzak staat te brallen of een doorgeslagen bedelaarster glazen van de klanten leegdrinkt en ze dan op de grond gooit.”

“Er zijn mensen die vertellen dat wij de buurt zouden gentrificeren. Als ik deze buurt echt zou gentrificeren, dan schiet ik in mijn eigen voet. Mijn café is een volkscafé. Bij mij zitten altijd allerlei mensen. Mensen van tachtig, getatoeëerden van vijfentwintig, advocaten, magistraten, arbeiders, Polen. Dit is altijd al een toffe kroeg geweest.”

“Toen ik hier terecht kwam, was deze uithoek de vergeetput van de wereld. Ik had dronken vrouwelijke klanten om twee uur in de namiddag. Ik heb toen een systeem ingevoerd: vanaf negen uur ’s avonds werden mensen met kinderen niet meer bediend. Iedereen rookte (dit was de tijd voor het rookverbod) hier binnen, terwijl er baby’s aanwezig waren. Het was een schandaal wat ik toen zei: “Nee, ik bedien u niet meer”. Het waren andere tijden.”

“Vandaag is het eeuwen geleden dat er binnen nog vechtpartijen waren. Het is ook een eeuwigheid geleden dat ik hier nog vrouwen op hun man zag staan roepen omdat hij weer eens dronken was.”

“Het gaat er nu wat zachter aan toe maar dit blijft een volkscafé. Over het algemeen leven al die verschillende milieus wel goed samen. Daarom verdraag ik het niet wanneer amper tien klootzakken ons werk en ons samenleven beletten. We kunnen samen even gaan kijken. We zijn niet de enigen, alle bewoners zijn dit kotsbeu.”

Maar is drugsverslaving niet de oorzaak van die agressie?

“Ik denk het wel, maar de tegenstanders van onze actie beweren dat wij de buurt willen gentrificeren. Dat is echt niet zo. We hebben steeds met het opvangcentrum Het Eilandje gepraat. Zij ondersteunen altijd onze acties. Ik kom goed overeen met (directeur) Philippe van Het Eilandje. Hij heeft ook een motorrijwiel. Kijk, hij parkeert hem hier, voor het café.”

“Soms zeggen mensen dan: “Als het Eilandje weg is, zal het beter gaan”. Dat heeft er echter niets mee te maken. Het Eilandje begeleidt armen die er komen eten. Dit zijn mensen die het moeilijk hebben op het einde van elke maand. Maar de politici verbergen zich hier achter. Je kan Het Eilandje verhuizen naar het Kasteleinsplein, de twaalftal gasten die hier rondhangen, blijven. Het Eilandje doet zijn werk, dat is “clean”. Wie dronken is, komt er niet in. Zo! Ik denk dat onze boodschap helder was.”

In oktober wordt het Covid Safe Ticket ingevoerd … heb je daar nog iets over te zeggen?

“Ik weet niet hoe we dat gaan aanpakken. De winter komt eraan, mensen willen binnen zitten. Ik ben geen politieagent en als mijn personeel zich niet wil laten vaccineren, moet ik mijn zaak sluiten.”

De verslaafden van de Moskoustraat zijn plots ver weg. De eerste oktober is binnen vijftien dagen.

 

Dit is de vertaling van Le Parvis de Saint-Gille en grêve door Claude Semal op zijn blog L’Asymptomatique (enkel toegankelijk voor abonnees). Claude Semal (°1954) is Brussels, zanger, journalist, chroniqueur, humorist.

Claude Semal zingt ‘Où sont passés les moineaux? en ‘La bite philantropique’:

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!