Bron: Dokters van de Wereld
Opinie - Thomas Swerts

Een politiek van het leven in de schaduw van de dood

vrijdag 9 juli 2021 13:32
Spread the love

 

Nos papiers ou la mort!“ en “Greve de la fin?” staat er te lezen op de spandoeken die de muren van de Begijnhofkerk sinds de start van de hongerstaking op 23 mei bekleden. De deuren van de Begijnhofkerk, die sinds haar eerste bezetting in 1998 al talloze keren het toneel is geweest van de strijd van ongedocumenteerden voor een gelijkwaardig en menswaardig leven, zijn inmiddels gesloten voor de buitenwereld. Correctie: de deuren van het ‘House Of Compassion’, want dat is de veelzeggende naam waaronder één van de laatste – en met uitsterven bedreigde – veilige ruimtes in ons kleine, welvarende landje voor onder-geprivilegieerde mensen die systematisch geïllegaliseerd en gecriminaliseerd worden in naam van door andere, hyper-geprivilegieerde mensen vormgegeven migratiewetten, tegenwoordig beter bekend staat.

De 200 tijdelijke bewoners van dit ‘Huis van Mededogen’ sloten hiermee niet alleen de deur voor hulpverleners, maar ook voor de vertegenwoordigers (of waren het loopjongens?) van het exclusieve en repressieve migratieregime dat ze door deze radicale actie op haar grondvesten hoopt te kunnen laten daveren. Letterlijk zwevend tussen leven en dood en tussen hoop en wanhoop, zijn zíj het die hiermee voor één keer de grenz(en) trekken: tot hier en niet verder!

“Laten we vooral allemaal hopen dat er niemand sterft van de honger. Ik hoop niet te moeten bewijzen hoe principieel ik wel ben,” stuurde staatssecretaris Sammy Mahdi als reactie op de actie het Twitter-universum in. ‘Chantage’ klonk het, een ongeoorloofd, ondemocratisch actiemiddel dat het mes op de keel van de toch al zwaar overbelastte ambtenaren van Vreemdelingenzaken zet (zie de 700 openstaande vacatures en lange behandeltijd voor dossiers) en de deur op een kier zet voor honderden, zo niet (honderd-)duizenden die maar al te graag hun voorbeeld zouden willen volgen. Of nog, ‘een zelfgekozen lot’ waarvoor ‘mededogen’ niet op haar plaats is, zoals in menig steunbericht op de Facebook-pagina van de staatssecretaris te lezen valt.

De belangrijkste eisen van de hongerstakers en de 28.000 sympathisanten die de We Are Belgium Too-petitie ondertekenden, namelijk het aanbieden van collectieve oplossingen en het verankeren van vaste criteria voor regularisatie in de wet, zijn volledig naast de kwestie, aldus de staatssecretaris, want ‘de uitzondering mag de regel niet worden’. De handen van de machthebbers op de rug gebonden door de ijzeren logica van hun zelfverkozen, onwrikbare ‘principes’. Machteloosheid recht in de bloeddoorlopen ogen kijken, alleen om meedogenloos de blik af te wenden.

Intussen trachten medestanders, activisten, het verzamelde middenveld en de academische wereld Mahdi en, bij uitbreiding de Vivaldi regering, tot rede te brengen en op te roepen om toch maar de dialoog aan te gaan met en beter te luisteren naar de verzuchtingen van de hongerstakers. Het is echter volslagen zinloos ook maar te denken dat dialoog een uitweg kan bieden uit een impasse zoals deze, net zoals dat de publieke verwijzingen van criticasters naar Mahdi’s migratie-achtergrond volledig de bal misslaan.

De rol die Mahdi speelt in deze tragedie is immers vervangbaar, inwisselbaar en volstrekt onorigineel. Het script dat hij met verve in de publieke arena tot leven wekt, is niet het zijne en wordt elders door Europese ‘leiders’ en de vazallen en lijfknechten die zich ‘in naam van het volk’ de taak toebedelen om krampachtig de onder druk staande privileges van het Oude Continent te beschermen tegen ‘migratiegolven’, met minstens even veel furie en aanzienlijk meer productie-middelen (zie alleen al het budget van Frontex) vertolkt.

Al lang voordat er sprake was van COVID en groepsimmuniteit, voerde de EU immers al een ‘immunologisch’ migratiebeleid (volgens Esposito’s begrip van de term) waarbij de figuur van de “illegale” migrant als veiligheidsbedreiging gecast wordt en grens- en uitzettingsbeleid dienst doet als vaccin om de Europese ‘gemeenschap’ biologisch en cultureel te immuniseren. Dát is waarom Mahdi, net als De Block destijds, niet verbaasd opkijkt en enkel lawaai registreert wanneer de zoveelste hongerstaker symbolisch zijn lippen op elkaar naait om zijn gebrek aan stem oorverdovend luid aan te kaarten.

Door zich ogenschijnlijk onverbiddelijk op te stellen, hoopt Mahdi ongetwijfeld zijn lange schaduw vooruit te werpen en gelijkaardige toekomstige acties te ontraden. Deze schaduw is echter niet die van het licht, maar wel die van de dood. Necropolitiek, of een politiek die in het teken staat van de dood, is de term die collega Willem Schinkel recent toedichtte aan beleid dat er moedwillig mee instemt mensen te laten sterven in de context van de COVID ‘beheerscrisis’.

Maar ook hier, in dit verhaal, is necropolitiek de rode draad die alles met elkaar verbindt. De keuzes die Mahdi lijkt te maken en de principes die hij pretendeert te verdedigen, culmineren tot niet meer of minder dan een politiek van de dood.

Meestal blijven de dramatische dodelijke gevolgen van ‘Fort Europa’ aan wiens opbouw deze Vivaldi-regering een steentje hoopt te kunnen bijdragen, gelukkig relatief onzichtbaar voor de gemiddelde onderdaan van dit land die door een speling van het lot wél over verblijfspapieren beschikt (het occasionele mediabericht over verdronken kleuters niet in acht genomen). Je hebt immers nog steeds minder kans om een ‘close encounter’ met de Dood te hebben tijdens het pendelen van en naar de hoofdstad dan tijdens een onschuldig boottochtje op de Middellandse (of was het de Dode?) Zee. Wanneer ongedocumenteerden het laatste redmiddel dat ze zelf in handen hebben, namelijk hun levenskracht, inzetten om het ware gelaat van zelfverklaard ‘streng, maar rechtvaardig’ migratiebeleid te ontsluieren, kan dit dus niet anders dan een vertrouwd gezicht zijn voor Mahdi en consorten.

Paradoxaal genoeg zijn het net de hongerstakers, die luidop flirten met de dood, die staan voor een politiek van het leven. Zij exclameren het recht om uit de schaduw van de illegaliteit te treden en een volwaardig leven te leiden als burgers in een samenleving die weliswaar afhankelijk is van hun onderbetaalde arbeid en de vruchten plukt van hun bijdragen, maar meer dan bereid is een blind oog toe te keren voor het geweld en de uitbuiting die hen op quasi dagdagelijkse basis ten dele valt (zie de vele persoonlijke verhalen en getuigenissen die de hongerstakers de wereld in stuurden).

Op een moment in de wereldgeschiedenis dat naties door het lot van een globale pandemie verenigd lijken te zijn in hun poging het menselijk leven te willen vrijwaren, zijn het noch de crisismanagers, noch de virologen, maar de ongedocumenteerden die ons allen hierin de weg wijzen. Mijn jarenlange ervaring met etnografisch onderzoek doen in de loopgraven van hun strijd om erkenning in onze contreien en ver daarbuiten, heeft mij tevens geleerd dat wij ook voordien al lessen van hen te krijgen hadden over de hedendaagse betekenis en relevantie van tot abstracte, verjaarde begrippen verworden noties als solidariteit, democratie en burgerschap. Want wat is het beschermen en in stand houden van ‘leven’ tegen elke prijs nog waard, wanneer niet elk leven evenwaardig is?

Verwacht bovenal geen antwoorden op zulke vragen vanwege leden van de politieke kaste die het beleidsdomein Asiel en Migratie als lanceerplatform voor hun carrière en een snoeiharde houding tegen gemarginaliseerde migranten als meertrapsraket voor hun volkspopulariteit beschouwen. Mijn tip: Luister eerder naar wat de hongerstakers te zeggen hebben, alvorens deze vragen in eer en geweten zelf te beantwoorden.

 

Thomas Swerts is Universitair Docent in de Stadsociologie, Erasmus Universiteit Rotterdam

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!