Bron: Pixabay
Opinie - Nick Dunn, IPS

We moeten weer leren houden van het donker

Al sinds de Verlichting staat het donker gelijk aan alles wat slecht is. Maar de toenemende lichtvervuiling in steden eist een hoge tol, schrijft Nick Dunn, hoogleraar Stadsplanning aan Lancaster University. “We moeten de duisternis dringend weer omarmen.”

vrijdag 27 november 2020 18:46
Spread the love

 

Door de pandemie zijn steden overal ter wereld in lockdown en worden mensen aangemoedigd om thuis te blijven. Op veel plaatsen is een avondklok ingevoerd.

In het voorjaar, onder de eerste lockdown in Groot-Brittannië, maakte ik talloze nachtwandelingen in mijn thuisstad Manchester. Daarbij vielen mij verschillende zaken op. Zonder verkeer of treinen kon je het gezang van vogels horen. De lucht was fris en miste de gebruikelijke vervuiling. Maar de kunstmatige verlichting ’s nachts bleef volop branden, voor niemand.

Nu in Engeland een tweede nationale lockdown ingaat, blijft het stedelijke landschap net zo helder ’s nachts. En de situatie is over de hele wereld gelijkaardig. Het is een krachtige herinnering aan de verkwistende gewoontes waaraan we zo gewend zijn geraakt dat we er niet eens bij stilstaan.

Maar lichtvervuiling is een groot probleem, en niet alleen door de nutteloze verspilling van energie en geld. Licht is overal, als vaak een ongenood bijproduct van ons hedendaagse leven. Het schijnt vanuit de apparaten die we gebruiken en doorheen de omgevingen waarin we leven.

Duisternis daarentegen lijkt ongewenst. Hoe zijn we op het punt gekomen waarop we een stedelijke omgeving verontrustend vinden, en zelfs bedreigend, als ze niet in het licht baadt?

De Verlichting

Sinds de Verlichting is de westerse cultuur nauw verbonden met de ideeën van licht en duisternis als vertegenwoordigers van goed en kwaad. De Verlichting staat voor het nastreven van waarheid, zuiverheid, kennis en wijsheid. Duisternis werd daarentegen geassocieerd met onwetendheid, afwijkend gedrag, boosaardigheid en barbarij.

De veranderende attitudes ten opzichte van de nacht tussen de zestiende en achttiende eeuw in Europa vormden zo onze houding tegenover de duisternis tot vandaag. Veranderingen in de samenleving creëerden nieuwe kansen voor werk en vrije tijd – die, in combinatie met de opmars van kunstmatige verlichting en straatverlichting, de nacht een nieuwe rol gaven als uitbreiding van de dag. De duisternis werd niet omhelst, maar beschouwd als iets dat met licht verbannen moest worden.

Van donker naar licht

Die houding werd niet noodzakelijk gedeeld door andere culturen. In zijn klassieker In Praise of Shadows uit 1933 wees de Japanse auteur Jun’ichirō Tanizaki bijvoorbeeld al op de absurditeit van steeds grotere hoeveelheden licht. In plaats daarvan vierde hij de delicate en genuanceerde aspecten van het dagelijks leven die snel verloren gingen toen kunstmatige verlichting het overnam:

De progressieve westerling is vastbesloten om altijd zijn lot te verbeteren. Van kaars tot olielamp, olielamp tot gaslicht, gaslicht tot elektrisch licht – zijn zoektocht naar een helderder licht houdt nooit op, hij spaart geen enkele moeite om zelfs de kleinste schaduw uit te roeien.

In de huidige context van veel stadscentra is duisternis ongewenst. Ze wordt in verband gebracht met crimineel, immoreel en sinister gedrag. Toch heeft recent onderzoek door ingenieursbureau Arup aangetoond dat sommige van deze zorgen wellicht misplaatst zijn. Verder onderzoek heeft aangetoond dat steden een beter begrip van licht nodig hebben om ongelijkheid aan te pakken. 

Dat kan helpen om het leven van inwoners te verbeteren en stedelijke ruimtes te creëren die levendig, toegankelijk en comfortabel zijn voor de diverse mensen die ze delen. Ondertussen hebben de waarden van licht, helderheid, reinheid en samenhang in stedelijke omgevingen zich verspreid over culturen wereldwijd. Het resultaat is dat donkere nachthemels overal verdwijnen.

De kosten van licht

Dit is een groot probleem, en wetenschappers spreken steeds vaker van een wereldwijde uitdaging. De International Dark-Sky Association heeft aangetoond dat de verspilling van zowel energie als geld enorm is: alleen al in de VS goed voor 3,3 miljard dollar en een onnodige uitstoot van 21 miljoen ton CO2 per jaar. Maar nog zorgwekkender zijn de verwoestende gevolgen van lichtvervuiling voor de gezondheid van de mens, andere soorten en de ecosystemen van de planeet.

Blootstelling aan kunstlicht ‘s nachts verstoort het bioritme, waardoor mensen die van wacht zijn, lange dagen werken of in ploegendienst werken, vatbaarder worden voor ziekten zoals kanker, hart- en vaatziekten, diabetes, obesitas en gastro-intestinale stoornissen. In Groot-Brittannië zijn nachtarbeiders nu goed voor een op de negen werknemers, dus dat is een significant probleem.

Elektrisch licht desoriënteert ook miljoenen trekvogels, waardoor ze tegen gebouwen botsen, en migrerende zeeschildpadden en kevers die navigeren met behulp van maanlicht. Het is duidelijk dat we alternatieven nodig hebben – en snel. In plaats van de lichtvervuiling te verminderen, hebben nieuwe technologieën zoals led, die juist vergroot. Dat komt omdat ze zijn uitgerold met de nadruk op economische besparingen, eerder dan de mogelijkheden die ze bieden op het gebied van bundeling, kleur en lichtsterkte. 

Maar het is cruciaal dat we de nadruk verschuiven van kwantiteit naar kwaliteit, zodat we verschillende soorten verlichting op maat kunnen maken voor verschillende contexten. Het verlichtingsschema voor het Zaryadye Park in Moskou, ontworpen door de Amerikaanse ontwerpstudio Diller Scofidio + Renfro, is een goed voorbeeld daarvan, omdat het bestaande lichtbronnen weerspiegelt.

Duisternis waarderen

We moeten ook beseffen dat donkere luchten waarde hebben. Ze zijn een buitengewoon wonderbaarlijke maar ernstig bedreigde natuurlijke rijkdom. Het is niet verwonderlijk dat mensen steeds meer het plezier van ‘s nachts wandelen herontdekken, zowel in steden als op het platteland.

We hebben een nieuwe attitude nodig ten opzichte van het donker, en een nieuwe visie voor plaatsen waar we opnieuw in contact kunnen komen met de nachtelijke hemel, door een meer verantwoorde en minder milieubelastende verlichting. 

De fotoserie Villes éteintes (Verduisterde steden) van Thierry Cohen is krachtig in de manier waarop het laat zien hoe toekomstige steden eruit zouden kunnen zien met een meer verantwoorde en ecologische benadering van stedelijke verlichting. Zijn foto’s herinneren ons aan onze connectie met de kosmos en de donkere luchten die velen missen.

Onder de complexe en onderling verbonden problemen die klimaatverandering met zich meebrengt, is inspelen op het potentieel van duisternis in onze steden belangrijker en urgenter dan ooit tevoren. Stedelijke ontwikkeling over de hele wereld blijft ongelijk en het is gemakkelijk om de problemen die we al hebben veroorzaakt met lichtvervuiling elders te herhalen en te vergroten. Het is tijd dat we de duisternis verwelkomen. 

 

Deze opinie verscheen oorspronkelijk bij The Conversation, een partner van IPS.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!