Coronavirus.
Bron: Pixabay
Opinie - Dirk Nimmegeers

Strijden tegen COVID-19 en niet tegen China

Vijf manieren om de aanpak van COVID-19 in onze eigen landen nog te verbeteren. Niet door ons te laten afleiden door personen die liever China willen aanvallen. Wel door open te staan voor wat China, het grote proefkonijn in de strijd tegen dit nieuwe, moorddadige virus, te bieden heeft.

zondag 5 april 2020 13:13
Spread the love

1. Niet langer geloof hechten aan complottheorieën

De website VRT.nws waarschuwde ons deze week voor complottheorieën. Journalisten en professoren geven voorbeelden van sensationele, soms waanzinnige verhalen die op de sociale media rondzingen. De schadelijkste en meest invloedrijke complottheorieën noemen ze echter niet. Dat zijn de verdachtmakingen tegen ‘de Chinezen’ en ‘hun leiders’.

Liberale, democratische opiniemakers, politici en hier en daar zelfs een academicus komen ons elke week iets anders wijsmaken waardoor we hun Chinese collega’s zouden moeten wantrouwen. ‘De Chinezen verzwijgen de waarheid, ze durven hun mond niet meer open te doen, ze censureren. Hun cijfers kloppen nooit. Ze willen ons hun dictatoriaal systeem opleggen. Ze pakken de epidemie met een voorhamer aan, dat werkt contraproductief’.

De figuren die telkens een nieuwe variatie op datzelfde soort thema’s uit hun hoge hoed toveren ondermijnen de samenwerking. Sommigen van hen geloofden in het begin dat COVID-19 een gouden kans was om Xi Jinping en de zijnen ten val te brengen. (Daar zinspeelden ze zelfs min of meer openlijk op in prestigieuze media). Dat was blijkbaar belangrijker dan objectief te kijken naar de Chinese overheid. Die ging, toen de ernst van de zaak duidelijk was, aan de slag. Nationale en lokale autoriteiten probeerden de crisis te bezweren met grote durf en doortastendheid, maar vooral met de collectiviteit voor ogen.

De westerse betweters hadden in januari en februari geen goed woord over voor Beijing. Het was onder andere hun werk om alle tijd die de Chinezen voor ons allemaal gewonnen hebben te verkwanselen. Uiteindelijk moesten ze niet alleen toegeven dat hun haatobject Xi juist sterker uit de crisis zou komen, maar ook dat die reus op lemen voeten die zij in China zien, COVID-19 aan het bedwingen was. Toen was het verhaal: ‘Ja, met dictatoriale middelen die wij aan onze mensenrechtenmaatschappij nooit zouden opleggen’. En weer ging er tijd verloren. Nu is het epicentrum verschoven, eerst van Hubei naar Europa (en vooral het economisch zwakste deel van Europa) en ten slotte naar de Verenigde Staten. Daar heeft Trump gezegd dat hij, als er ‘maar’ 100.000 dodelijke slachtoffers van de epidemie in zijn land vallen, het als een echt succes zou zien.

Zelfs in de hoogste nood willen de politieke tegenstanders van China nu dat de bevolking de hulp van dat land afwijst. ‘De Chinezen geven alleen maar hulp om de aandacht af te leiden van hun fouten bij het begin van de epidemie. Ze maken propaganda, willen invloed krijgen, bij ons binnendringen. Hun adviezen zijn waardeloos en hun spullen deugen niet’. Een ramp in de VS tekent zich op dit moment steeds duidelijker af. Bezuinigingen uit het recente verleden en het wanbeleid van de president hebben de bevolking in de leidende westerse natie uiterst kwetsbaar gemaakt. Om China de schuld te geven wordt een nieuwe complottheorie bovengehaald over het aantal doden dat er in Wuhan is geteld.

2. Laat ons de Chinese regering, haar diplomaten en ambassadeurs vertrouwen

Zij zeggen: ‘De reden waarom wij andere landen steunen bij hun strijd tegen de pandemie is zeer eenvoudig: we proberen meer levens te redden. Er zijn geen geopolitieke overwegingen in het spel, hoewel enkele personen dat beweren’. ‘Onze eerlijkheid en hulp zijn oprecht …. Toen we COVID-19 in China zelf pas begonnen te bestrijden, was een deel van de hulp die wij ontvingen ondeugdelijk, maar wij kozen ervoor om te geloven in de goede bedoelingen van de landen die ons hielpen en ze te respecteren’.

Europeanen hebben goede redenen om die woorden letterlijk te nemen. Mensenlevens redden op andere continenten en in de eigen regio betekent immers: China zelf ook beveiligen. De Volksrepubliek ziet zich echt niet als een nieuwe alleenheerser die de Verenigde Staten in die functie wil of kan vervangen. De leiders van het land maken dat duidelijk in woorden en met daden.

China heeft vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw de 5 principes van vreedzame co-existentie in praktijk gebracht. Dat wil zeggen: wederzijds respect voor elkaars territoriale integriteit en soevereiniteit, wederzijdse non-agressie, onderlinge niet-inmenging in elkaars interne aangelegenheden, gelijkheid en samenwerking voor wederzijds voordeel, vreedzaam samenleven. In 1982 nam China die principes op in zijn grondwet. In 2012 en 2013 moderniseerden Hu Jintao en zijn opvolger Xi Jinping ze tot ‘een internationale samenleving met een gemeenschappelijke toekomst voor de mensheid.’

Voor de Chinezen kunnen landen heel goed samenwerken, ook als ze een ander systeem hebben. Zij hebben geen last van missioneringsdrang of van een behoefte om hun revolutie te exporteren. Zij zijn grote voorstanders van: kijken of je van elkaar wat kunt opsteken (maar dan zonder het aan elkaar op te dringen).

3. Zelf kijken of wij van China iets kunnen leren

Dat kunnen we heel goed doen, en selectief aangepast aan onze eigen omstandigheden. Ook in ons systeem is het mogelijk COVID-19 echt bovenaan de agenda te zetten, er alles voor te laten wijken. Hier zijn er ook politici die de mensen en hun gezondheid op de eerste plaats willen laten komen. Ook voor ons geldt: de economie later, maar natuurlijk zo snel mogelijk, herstellen. Daarbij waakzaam blijven. Vertrouwen scheppen, de bevolking verenigen, COVID-19 bestrijden en behandelen op wetenschappelijke basis. Deugdelijke informatie verspreiden op eerlijke en transparante wijze. Dat allemaal hebben de meeste Chinese autoriteiten van hoog tot laag gedaan. Ook in onze landen kan dat en gebeurt het al hier en daar (zelfs koningen wijzen hier de weg).

Natuurlijk, China is een socialistisch land en de afkeer of angst voor het socialisme zit er, door allerlei oorzaken, diep in bij ons. Maar het kan geen kwaad nieuwsgierig te kijken naar wat Xi bedoelt met: ‘Onze grootste kracht ligt in ons socialistische systeem … Dit is de sleutel tot ons succes’? Bij Carlos Martinez, een Britse marxist, lezen we: ‘In een socialistisch land is de regering niet in de eerste plaats verantwoording schuldig aan bedrijven en banken, maar aan de bevolking’… Zoals Eric Li, zelf een durfkapitalist, het uitdrukte: ‘Er is geen sprake van dat een groep miljardairs het politieke bureau van China zou kunnen beheersen, op dezelfde manier dat miljardairs de Amerikaanse beleidsvorming beheersen’. ‘De strijd tegen COVID-19 betekende dat moest worden gekozen tussen het redden van miljoenen levens of het beschermen van de economische groei, en China koos ondubbelzinnig voor het redden van levens’.

Op uitdrukkelijk verzoek van de staat hebben veel grote Chinese bedrijven hun diensten ter beschikking gesteld van de strijd tegen het virus. De bij ons bekendste voorbeelden zijn Alibaba en de Jack Ma Foundation. Met zijn relatief gecentraliseerde systeem kon China zeer snel verschillende essentiële sectoren en beroepsgroepen mobiliseren: zorgverleners, onderzoekers, specialisten op het gebied van kunstmatige intelligentie, robotica en medische beeldvorming. De activisten die de communistische partijen overal heeft, konden het voortouw nemen om ervoor te zorgen dat aan de basisbehoeften van mensen werd voldaan, terwijl ze thuis vastzaten, door de levering van voedsel en medicijnen te coördineren.

Wat weinigen in het Westen weten: de ontwikkeling van de universele ziektekostenverzekering in China van de afgelopen 15 jaar vertegenwoordigt volgens de Wereldbank ‘de grootste uitbreiding van de verzekeringsdekking in de menselijke geschiedenis’. Het aantal ziekenhuisbedden per 1.000 mensen is 4,34 (recentste gegevens van 2017, OESO). Dat heeft het land weerbaarder gemaakt tegen COVID-19. Het was nog niet genoeg. Er moesten bliksemsnel noodhospitalen worden bijgebouwd en uitgerust. De regering onderzoekt de zwakke punten om voor de toekomst klaar te zijn.

En dan nog dit: socialistische landen zijn internationalistisch. Je ziet het aan de opstelling van het ‘kleine’ Cuba en van het ‘reusachtige’ China. China verleent nu maximale hulp aan 120 landen in de hele wereld, ook aan die landen waarvan de regering niets dan vijandschap voor Beijing in petto heeft.

4. Nog meer kennis en ervaringen uitwisselen met Chinese onderzoekers en de WHO vertrouwen

Het is eigenlijk toch pure waanzin dat er moet worden opgeroepen om de grote mondiale organisatie voor de gezondheid te vertrouwen en te steunen. De WHO krijgt zelf nu ook aanvallen te verduren omdat ze te positief staat tegenover Beijing. Gelukkig zijn er nog steeds Europese en Amerikaanse dokters, en andere zorgverleners die de WHO blijven erkennen en die bereid zijn te leren van hun Chinese collega’s.

Een internationale gemeenschap van onderzoekers is nu intensief bezig met dringende pogingen om vaccins en geneesmiddelen te ontwikkelen. Bij hen wordt het werk van de Chinezen zeer gewaardeerd en blijft het welkom. Het is de Wereldgezondheidsorganisatie die deze positieve uitwisselingen promoot en tot stand brengt.

5. Medische hulpmiddelen afkomstig uit China blijven aannemen of kopen

Ook hiervoor is vertrouwen essentieel. Op basis daarvan zullen regeringen en instellingen producten kopen van de lijsten die de Chinese overheid ter beschikking stelt, of die een correct certificaat hebben. In sommige landen is er een schrijnend tekort aan medische hulpmiddelen. Zij bestellen die in China, maar laten vaak na de betrouwbaarheid van de leverancier te controleren, of ze maken om een of andere reden geen gebruik van de aanbevelingen, gedaan door Chinese ambassades en consulaten. Bedrijven die geen certificaat hadden om in China medisch materiaal te verspreiden, slaagden er toch in om aan een CE-certificaat voor invoer in Europa te komen.

Nu is het niet zo dat er in China alleen maar voorbeeldige burgers wonen, of dat de regering alles en iedereen controleert. De klachten die er waren doordat sommigen ondeugdelijke hulpgoederen leverden, hebben tot een ingrijpen van de Chinese regering geleid. Die heeft op 31 maart besloten dat voortaan alleen nog medische producten mogen uitgevoerd worden van bedrijven die een vergunning voor de Chinese markt hebben van de National Medical Products Administration. De regel geldt voor maskers, testkits, beschermende kledij, beademingsapparaten en infraroodthermometers.

De WHO zegt, in navolging van de Chinese zorgverleners: ‘test, test, test!’. Laten wij daaraan toevoegen: ‘trust, trust, trust!’

 

Dirk Nimmegeers is redacteur bij chinasquare.be.

Dit artikel is eerder gepubliceerd op chinasquare.be.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!