Analyse - Guy Vanthemsche

16 november 1919, precies honderd jaar geleden: alleman één stem

Op 16 november 1919, dus precies één eeuw geleden, trokken meer dan 1,7 miljoen Belgen naar de stembus voor de parlementsverkiezingen. Dit was geen gewone verkiezing. Het was de eerste met algemeen enkelvoudig stemrecht. Een goede gelegenheid voor een terugblik en een evaluatie van die mijlpaal in de nationale geschiedenis.

vrijdag 15 november 2019 12:59

Een einde aan de politieke discriminaties?

Het woord “alleman” in de titel moet letterlijk opgevat worden: aan dit democratische feest mochten enkel de mannen deelnemen. De vrouwen werden niet capabel genoeg geacht om hun stem uit te brengen. Socialisten en liberalen hebben hierin een lelijke rol gespeeld, want vooral door hun toedoen bleef die discriminatie behouden. Ze vreesden immers dat de dames overwegend katholiek zouden stemmen …

Op de participatie van het zogenaamde zwakke geslacht was het nog dertig jaar wachten. Pas in 1949 mochten ook de vrouwen hun opinie uiten via het parlementaire stembiljet. Amper één eeuw voor mannen, en amper zeventig jaar voor de vrouwen: die data doen ons beseffen hoe jong onze zo geroemde en geliefde politieke democratie wel is.

De elitaire democratie

Nochtans waren de grondregels van de parlementaire democratie in België een stuk ouder. Vrije verkiezingen, volksvertegenwoordiging en ministeriële verantwoordelijkheid waren al in de Grondwet ingeschreven sedert 1830. Alleen waren die verkiezingen voorbehouden aan de rijkste Belgen, namelijk zij die voldoende belastingen betaalden (= “cijnskiesrecht”). Voor ongeveer 99% van de Belgen was er dus geen politieke inspraak. Die flagrante ongelijkheid in de liberale democratie werd in de loop van de 19e eeuw echter steeds heftiger bekritiseerd.

Vanaf de jaren 1880 eisten de progressieve liberalen en de socialisten luidkeels de invoering van het algemeen stemrecht (AS). Die hervorming was zelfs één van de centrale eisen van de socialistische partij, de Belgische Werkliedenpartij, opgericht in 1885. De conservatieve liberalen en de overgrote meerderheid van de katholieken wilden van die democratisering echter niets weten. Hardnekkig bleven ze de privilegies van de elites verdedigen. Maar door de strijd voor het AS kwam de zaak uiteindelijk toch op de parlementaire agenda terecht.

Een grondwettelijke ‘truc’: algemeen meervoudig stemrecht

In 1893, mede onder druk van een algemene staking gelanceerd door de socialisten, pasten de conservatieve katholieken en liberalen uiteindelijk toch het electorale systeem aan. Daarvoor moest de Grondwet gewijzigd worden. Aan alle mannelijke Belgen werd een stem toegekend, maar de rijke burgers kregen één of soms zelfs twee bijkomende stemmen. Zo werd de ‘volkswil’ (gedeeltelijk) gesmoord door het electorale overgewicht dat werd toegekend aan de elites.

Ook de stemplicht werd toen ingevoerd. De toenmalige conservatieve machthebbers dachten immers dat de silent majority behoudsgezind was. Volgens hen moesten die bezadigde, gematigde kiezers dus gedwongen worden om hun stem uit te brengen, als tegengewicht voor de radicale, progressieve ‘oproerkraaiers’. Zo ziet men hoe de evaluatie van de stemplicht met de jaren grondig veranderd is.

De eerste verkiezingen op basis van dit zogenaamde ‘algemeen meervoudig stemrecht’ (AMS) vonden plaats in 1894. Toen kwamen de eerste socialistische gekozenen in het parlement terecht. Maar door de ‘truc’ van de bijkomende stemmen voor de rijkeren, vormden de socialisten slechts een minderheid van de parlementsleden (19 op 152 zetels). De meerderheid bleef immers nog stevig in handen van de (overwegend conservatieve) katholieken.

Heviger dan ooit werd de strijd voor het algemeen enkelvoudig stemrecht (AES) dus voortgezet. De socialisten lanceerden daarvoor zelfs twee algemene stakingen (1902 en 1913), met dodelijke slachtoffers – evenwel zonder succes. De Belgische democratie bleef gebaseerd op discriminatie.

Oorlog en vrees voor revolutie zorgen voor de deblokkering

Nog net voor de Eerste Wereldoorlog uitbrak, werd een voorstel om het AES in te voeren door de conservatieve meerderheid in het parlement afgewezen. Maar de ‘Groote Oorlog’ zou de kaarten grondig herschikken. Tijdens het conflict hadden de socialisten zich gedragen als voorbeeldige patriotten. De arbeidersklasse had zware offers gebracht aan het front en in het bezette land. De sociale ellende was enorm. Na de wapenstilstand was het vooroorlogse AMS dus onhoudbaar.

Mede uit vrees voor een rode revolutie legde de conservatieve (liberale en katholieke) elite zich dus eindelijk neer bij de invoering van het AES. Eén man = één stem werd de nieuwe basisregel van het Belgische electorale systeem. Om die hervorming door te voeren werd de Grondwet zelfs aan de laars gelapt, want die voorzag nog steeds het AMS. De grondwetswijziging kwam er pas na de verkiezingen met AES. “Hoogdringendheid” kan soms heel wat politieke creativiteit losweken …

De eerste stembusuitslag met AES: de geboorte van het ‘Belgisch compromis’

De eerste verkiezingen met AES zorgden voor een politieke aardverschuiving. De socialistische doorbraak was indrukwekkend. Maar toch moesten de leiders van de BWP een fameuze teleurstelling slikken. Een absolute meerderheid zat er niet in, en bovendien bleven de katholieke tegenstanders nipt de grootste partij.

Kamer van Volksvertegenwoordigers 1919

Die laatsten hadden het behoud van hun toppositie vooral te danken aan de behoudsgezinde rurale en kleinstedelijke kiezers in Vlaanderen. Naast enkele marginale fracties (meer bepaald de Vlaams-nationalistische “Frontpartij”, een nieuwkomer), waren er verder nog de liberalen, die gedegradeerd waren tot derde, kleinere medespeler. Maar die bleek wel onmisbaar om een politieke meerderheid te vormen. Want dat was de volgende cruciale les van de verkiezing van 1919: geen enkele partij kon de absolute meerderheid behalen.

En dat is nooit meer gelukt tot vandaag (op één uitzondering na, in 1950, toen de katholieke CVP de absolute meerderheid in beide kamers wist te veroveren). Dat was het gevolg van de invoering van de evenredige vertegenwoordiging in 1900, ter vervanging van het vroegere meerderheidsstelsel. Om België te regeren moesten voortaan dus compromissen worden gesloten: geen enkele partij kan haar programma integraal realiseren. Er moeten altijd toegevingen worden gedaan aan minstens één tegenstander. Anders gezegd: Belgische politici moeten water bij de wijn doen, anders krijgt niemand te drinken.

In 1919, tot de laatste decennia van de 20e eeuw, ging dat nog relatief gemakkelijk. De drie groten beheersten het politieke toneel en sloten onder elkaar akkoorden af: in het begin veelal de katholieken en de liberalen; vervolgens de katholieken (na 1945 omgedoopt tot christendemocraten) en de socialisten; in noodgevallen (crisis of oorlog) regeerden de drie zelfs samen. Sedert ongeveer de jaren 1980 zijn er steeds meer zandkorrels in die machine geraakt, meer bepaald omwille van de versnippering van het kiezerskorps. Vergelijk bovenstaande grafiek betreffende 1919 met die van de huidige samenstelling van de Kamer.

Kamer van Volksvertegenwoordigers 2019

In plaats van twee à drie grote partijen, hebben we nu een tiental partijen van gemiddelde omvang en bovendien nog drie à vier kleintjes. Het is een helse opdracht om daarmee een meerderheid te vormen. De laatste jaren en zelfs decennia kan het regeringsdrankje niet meer worden samengesteld door wat water bij de wijn te doen. Allerlei vochten moeten worden gemengd (de ene wat bubbels, de andere wat pisang, de derde een scheutje amaretto, de vierde nog een beetje rum, enzovoort). Dat levert uiteindelijk een smakeloos en niet bepaald bedwelmend drankje op, dat vele kiezers niet meer willen slikken.

Hier ligt één van de oorzaken van de populaire degout voor “de politiek”. De enorme (en steeds toenemende) versnippering van het politieke landschap heeft daar veel toe bijgedragen. In tijden van crisis en polarisering is het mogelijk dat de slinger binnenkort de andere richting zal uitgaan. Een rechtse alliantie- of zelfs frontvorming is (althans in Vlaanderen) niet onwaarschijnlijk: dat zou wel eens sneller kunnen gebeuren dan velen lief is. Dat stemt tot nadenken over de blijvende versnippering aan de linkerzijde.

 

Guy Vanthemsche is professor hedendaagse geschiedenis aan de VUB.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!