Netanyahu ontmoet VS-minister van buitenlandse zaken Pompeo in april 2018. Foto US Embassy in Tel Aviv/CC BY 2:0
Analyse -

Verkiezingen Israël veranderen niets voor Palestijnen én voor Israëli’s, voor Netanyahu zelf dreigt ondergang

Op 17 september zijn er opnieuw verkiezingen in Israël, omdat eerste minister Netanyahu na de verkiezingen van 9 april geen regeringsmeerderheid kon vormen binnen de vereiste maximumperiode. Voor Netanyahu dreigt het politieke einde. Voor de Palestijnen, in Israël en in de bezette gebieden, verandert er niets en het wordt waarschijnlijk nog erger. Een overzicht.

donderdag 29 augustus 2019 23:55

Netanyahu behaalde in april 35 parlementszetels voor Likud (‘Eenheid’), evenveel als de Blauw-Wit partij (de kleuren van de Israëlische vlag) van voormalig opperbevelhebber van het leger Benny Gantz. Omdat Likud meer stemmen had behaald kreeg Netanyahu als eerste de kans om een regeringsmeerderheid te vormen.

Toen dat mislukte kreeg Benny Gantz die mogelijkheid, maar hij bleek nog veel minder andere partijen achter zich te krijgen en de president – op aanzet van Netanyahu – besloot nieuwe verkiezingen uit te schrijven.

Eenheid in verscheidenheid?

In de Israëlische pers worden de verschillen tussen de politieke partijen dik in de verf gezet. Zo wordt benadrukt dat de regeringsvorming zou zijn mislukt omdat Avigdor Lieberman, leider van de seculier-nationalistische partij Yisrael Beiteinu (‘Israël Ons Huis’), eiste dat ultra-orthodoxe Israëli’s niet langer vrijstelling van militaire dienstplicht zouden krijgen, wat voor de extreem-religieuze partijen onaanvaardbaar is. In werkelijkheid was dit slechts een klein detail in de politieke crisis.

Waar het echt om gaat is een machtsstrijd binnen Likud zelf en van de andere partijen tegen Likud, meer bepaald tegen Netanyahu. Voor hem staat er veel op het spel. In oktober dreigt hij voor een hoorzitting te worden gedaagd voor beschuldigingen van corruptie.

Die zitting kan hij alleen nog voorkomen met zijn ministeriële onschendbaarheid. Zijn mandaat als parlementslid is daarvoor niet voldoende, omdat die door het parlement met een gewone meerderheid kan worden ingetrokken. Hij heeft er met andere woorden persoonlijk alle belang bij om eerste minister te blijven.

Binnen Likud is er echter meer en meer protest zowel tegen zijn autoritaire leiding van de partij en zijn corruptie, niet zozeer omwille van de feiten zelf, maar omwille van de negatieve electorale impact van die beschuldigingen. Verder zijn de andere partijen bijna elf jaar onafgebroken eerste minister Netanyahu meer dan beu. Dat heeft niets te maken met zijn beleid in de Palestijnse kwestie, waarover er algemene consensus is, maar met de binnenlandse problemen.

Politieke instabiliteit is er altijd geweest

Politieke instabiliteit is niet nieuw in Israël. Het is altijd Netanyahu’s sterkste punt geweest hoe hij de onenigheid van de andere partijen handig wist te gebruiken voor zijn eigen machtspositie, maar tegelijk is het ook zijn permanente kopzorg gebleven, waar al zijn aandacht naartoe ging.

Het partijpolitieke landschap in Israël is immers zeer versnipperd. Deels is dat het gevolg van het verkiezingssysteem dat zeer proportioneel is. De kiesdrempel ligt op 3,25 procent, relatief laag. Regeringsmeerderheden zijn er altijd gebaseerd op een coalitie van meerdere politieke partijen.

De tijd dat twee machtsblokken, de conservatieve Likud en de sociaal-democratische Arbeiderspartij (Labor), afwisselend of samen de regering vormden is definitief voorbij. Labor haalde op 9 april in een kartel met de liberale partij Gesher nog amper 6 van de 120 parlementszetels in de Knesset (= Assemblee of Hoge Vergadering – Israël heeft geen Senaat). Labor-regeringen hebben tot 1977 vorm gegeven aan de sociale welvaartsstaat, maar werken sindsdien mee aan de neoliberale afbraak van sociale rechten.

De rechtse Likud daarentegen is nog altijd een grote partij met 38 zetels. Hoewel van oorsprong seculier-zionistisch is de partij nu meer en meer naar rechts-religieus geëvolueerd. Hun voorzitter en huidig eerste minister Benjamin Netanyahu is zelf niet religieus. Hij is eerder een traditioneel machtspoliticus die in eender welke politieke context een hoge functie zou nastreven en bereiken.

Dat verklaart mede waarom hij als niet-gelovig persoon geen enkel probleem heeft om met religieuze extremisten samen te werken. Als langst zetelend eerste minister ooit van Israël (van 2009 tot nu en van 1996 tot 1999) heeft hij zo de verrechtsing van het politieke landschap mee mogelijk gemaakt. Er is verder nog nauwelijks ideologisch verschil tussen het zichzelf links noemende Labor en Likud op sociaal-economisch vlak.

Eensgezind over onderdrukking Palestijnen

Wat echter alle Joods-Israëlische partijen met elkaar gemeen hebben is het zionisme, het geloof dat Israël het door God beloofde land is waar alleen Joden horen te leven. De retoriek daarover is weliswaar verschillend.

De mythe wil nog steeds dat Labor op vlak van de bezetting van de Palestijnse gebieden en wat betreft de rechten van Palestijnen in Israël altijd de redelijke partij was en Likud de extreme. In werkelijkheid stonden zij altijd voor een identiek beleid van bezetting en kolonisatie. Een andere mythe van het ‘vredesproces’ stelt dat er een keuze zou zijn tussen een éénstaatoplossing of een tweestatenoplossing. Er is echter een derde optie, die in Israël op algemene instemming kan rekenen: die van het status quo van de bezetting, zonder officiële annexatie, maar wel in de feiten door verdere kolonisatie en onderdrukking van de Palestijnen.

De Palestijnse bevolking in Israël wordt geschat op 1.890.000, ongeveer 21 procent van de totale bevolking. Deze Palestijnen zijn weliswaar Israëlische staatsburgers, maar hebben niet dezelfde burgerrechten als de Joodse staatsburgers. Een aantal wetten die werden goedgekeurd onder Netanyahu’s bestuur hebben hun rechten nog verder ingeperkt, maar de discriminatie van Palestijnen in Israël bestaat reeds sinds de oprichting van de staat.

De 4,7 miljoen Palestijnen in de door Israël bezette gebieden op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza hebben geen enkel stemrecht in deze verkiezingen, hoewel ze wel volledig onder het militaire bestuur van Israël vallen.

Ook de niet-Joodse bewoners van de bezette Syrische hoogvlakte van Golan (Palestijnen, Druzen en andere Syrische minderheidsgroepen) hebben geen enkel stemrecht. Hun internationaal rechterlijk statuut is weliswaar anders dan in de Palestijnse bezette gebieden – omdat Syrië een door de erkende staat is en was, toen dit deel van Syrië door Israël werd bezet in 1967, maar in de praktijk zijn alle inwoners er op dezelfde manier onderworpen aan het bestuur en de wetten van Israël, terwijl ze daar geen enkele democratische inspraak over hebben.

Politieke macht koloniale nederzettingen neemt toe

De Joodse inwoners van Oost-Jeruzalem en van de koloniale nederzettingen in de bezette gebieden hebben daarentegen wel volledige stemrecht in Israël. Hun aantal wordt geschat op 413.000 (cijfers 2016). Tot halverwege de jaren 1980 werden zij door de politieke machthebbers in Israël nog gezien als nuttige pionnen, terwijl ze er zelf niet aan dachten in de kolonies te gaan wonen.

Geleidelijk zijn de bewoners van de koloniale nederzettingen echter verder opgeklommen in de machtsbastions van de staat Israël. Meer en meer politici kiezen er vandaag voor om ook in de nederzettingen te wonen.

Hoewel de fanatiek religieuze personen nog steeds de hoofdmoot uitmaken van de koloniale nederzettingen neemt het aantal Israëli’s toe die er gaan wonen om puur sociaal-economische redenen. Huishuur of -aankoop is er veel goedkoper en heel wat openbare diensten worden er nog steeds ruim gesubsidieerd – terwijl in Israël de neoliberale besparingen doorgaan.

Zij delen weliswaar niet het fanatisme van de traditionele kolonisten, maar zijn wel net zo goed voorstanders van de verdere bezetting en kolonisatie van de Palestijnse gebieden.

Er is over de Palestijnse kwestie geen enkel verschil tussen de Joods-Israëlische politieke partijen, ook niet bij deze verkiezingen. Als de kwestie al ter sprake komt is het om te vergelijken hoe groot ieders bereidheid is om nog harder toe te slaan in de bezette gebieden.

Palestijnse partijen in Israël

De Palestijnse partijen in Israël gaan ditmaal opnieuw naar de verkiezingen met een eenheidslijst, die alle strekkingen van links tot rechts omvat, van progressief seculier tot conservatief religieus. In het proportionele systeem kunnen ze zo hun huidig aantal zetels eventueel verhogen van de huidige 4 naar 12 à 13.

Om dat te bereiken moeten zij echter de meeste Palestijnse staatsburgers van Israël overtuigen om te gaan stemmen – er is geen stemplicht in Israël. En zelfs al halen ze die 13 zetels, dan nog blijft het een totale zekerheid dat ze geen deel zullen uitmaken van en coalitieregering. Hun electoraal succes blijft met deze eenheidslijst onzeker.

Op louter binnenlands vlak is de politieke crisis in Israël in feite zeer gelijklopend met de situatie in de EU en in vele Latijns-Amerikaanse landen. Een groot ongenoegen over de sociaal-economische afbraak krijgt geen enkele vertaling in het partijpolitieke landschap en leidt tot een algemene verrechtsing en nationalistisch opbod.

Netanyahu heeft een deal gesloten met een aantal Afrikaanse landen om hen te betalen voor de opvang van Afrikaanse vluchtelingen, ook als die geen staatsburger zijn van het land waar ze naar toe worden gedeporteerd. De parlementsverkiezingen van 17 september zullen geen enkele verandering brengen, ook niet op sociaal-economisch vlak. Ze zullen uitsluitend leiden tot een verderzetting van de huidige bezetting en kolonisatie van de Palestijnse gebieden. De enige kwestie die al dan niet zal opgelost raken is of de politieke continuïteit er een zal zijn mét of zonder Benjamin Netanyahu.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!