Banksy in Palestina. Foto: Heinrich Böll Stiftung
Longread -

We kunnen allemaal Palestijn zijn: radicale verbeelding van Haïti tot Algerije en Palestina

"Iedereen kon zwart worden. Iedereen kon Algerijn worden. En iedereen kan vandaag Palestijn worden." Koen Bogaert analyseert hoe dekoloniseringsbewegingen een universeler mensbeeld naar voren schuiven.

donderdag 2 mei 2024 10:51
Spread the love

 

Het uitzonderlijke aan de gruwel in Gaza is misschien niet zozeer de gruwel op zich. Tragisch genoeg is dit eerder een constante in onze moderne geschiedenis. Ook vandaag. Denk aan de crisissen in Congo, Soedan, Haïti en veel andere plaatsen in de wereld. Wat de situatie in Gaza zo buitengewoon maakt, is de zeer openlijke en voor iedereen zichtbare manier waarop het plaatsvindt. We staan er letterlijk met de hele wereld op te kijken.

En hoewel veel Palestijnen hun eigen ‘mogelijke genocide’ live binnenbrengen in onze huiskamers en op onze sociale media, slagen onze internationale instellingen en overlegorganen er niet in om een einde te maken aan die gruwel.

Meer nog, veel Westerse overheden en politieke leiders, de Verenigde Staten voorop, onthulden hun selectieve blindheid voor de oorzaken van deze gruwel en zelfs hun openlijke medeplichtigheid in het geweld dat de inwoners van Gaza nu al zes maanden lang moeten ondergaan. Verschillende internationale mensenrechtenorganisaties, humanitaire hulpverleners en vertegenwoordigers van de Verenigde Naties hebben nochtans de Israëlische oorlogsmisdaden en schendingen van de mensenrechten uitvoerig gedocumenteerd en klagen deze al maanden aan.

In wat voor wereld willen we leven?

Voor iedereen die vandaag op straat komt tegen dit duidelijk zichtbare onrecht is een onmiddellijk staakt-het-vuren uiteraard de absolute prioriteit. Maar de volledige inertie op het internationale wereldtoneel laat ook zien dat er veel meer op het spel staat.

De sociale strijd voor een vrij Palestina gaat ook over de vraag in wat voor wereld we willen leven: een wereld gebaseerd op Internationaal Recht en mondiale democratie. Een wereld, met andere woorden, waarin internationale instellingen een weerspiegeling zijn van democratische besluitvorming en verantwoording. Een wereld waarin universele mensenrechten centraal staan en ook juridisch afgedwongen kunnen worden. Of willen we in een wereld leven waarin grootmachten, hun geopolitieke belangen en die van hun koloniale bondgenoten nog altijd bepalen wat goed of fout is.

Als Israël opnieuw wegkomt met deze genocidale oorlog tegen de Palestijnen, dan zal dat de resterende geloofwaardigheid van mondiale instellingen en hun vermogen om mondiale problemen collectief en democratisch aan te pakken, verder ondermijnen. Als Israël wegkomt met haar misdaden tegen de menselijkheid, wat weerhoudt andere machtige staten er dan van om hun eigen belangen te vereffenen met het bloed van anderen?

Als het geweld van Israël tegen de Palestijnen ongestraft blijft, een geweld dat voor alle duidelijkheid niet begon de dag na 7 oktober, welke garanties hebben andere volkeren en groepen elders in de wereld dan dat ze beschermd zullen worden tegen soortgelijke onderdrukking? Opnieuw, voor alle duidelijkheid, die garantie hebben ze vandaag ook niet.

Als Israël echter verantwoordelijk wordt gesteld voor zijn oorlogsmisdaden en voor zijn decennialange bezetting, onderdrukking en etnische zuivering van de Palestijnen, dan kan dat de geloofwaardigheid van onze internationale instellingen net versterken en eveneens de aanzet geven voor een democratische hervorming van deze instellingen.

De strijd voor een vrij Palestina is ook een strijd voor een vrijere wereld

De sociale strijd voor een vrij Palestina is dus ook een strijd voor een vrijere en meer rechtvaardige wereld. In die zin zijn we allemaal Palestijnen vandaag. Onze vrijheid is enkel een zekerheid als we leven in een wereld die de vrijheid van Palestijnen kan garanderen.

Maar dat idee van radicale verwantschap is niet nieuw. Het bouwt voort op een veel langere dekoloniale strijd en intellectuele traditie, een strijd en traditie die al meer dan twee eeuwen teruggaan, van Haïti en Algerije tot Palestina vandaag.

Iedereen zwart

220 jaar geleden maakten Haïtiaanse revolutionairen, na een lange slepende revolutie, een einde aan een brutaal koloniaal regime dat hen uitbuitte als slaven op de duizenden plantages die koffie, suiker en katoen produceerden voor de Europese markt.

Zwarte revolutionairen versloegen achtereenvolgend de Fransen, de Britten en opnieuw de Fransen (nu onder het bewind van Napoleon Bonaparte) in een guerrillaoorlog geleid door charismatische leiders zoals Toussaint Louverture en Jean-Jacques Dessalines.

De Haïtiaanse Revolutie (1791-1804) veroorzaakte een schokgolf in Europa en de rest van de Atlantische wereld. Op het einde van de negentiende eeuw vormde ze het onderwerp van verhitte discussies in de Europese pers en intellectuele kringen. De Europese en Amerikaanse bestuurders vreesden dan ook voor een domino-effect.

Na de gebeurtenissen op het revolutionaire eiland braken in veel andere plantagekolonies namelijk opstanden uit en het onafhankelijke Haïti werd een blijvende bron van inspiratie voor de emancipatie van zwarte tot slaaf gemaakte mensen.

Uit die vermaarde Haïtiaanse revolutie ontstonden allerlei nieuwe radicale ideeën die hun stempel zouden drukken op de trans-Atlantische en zelfs mondiale discussies over vrijheid, gelijkheid en broederschap. De nieuwe grondwet van het onafhankelijke Haïti weerspiegelde treffend deze nieuwe radicale verbeelding.

In tegenstelling tot de Amerikaanse en de Franse grondwet, maakte de Haïtiaanse grondwet van 1805 expliciet een einde aan de slavernij (artikel 2: “slavernij is voor altijd afgeschaft”). Op dat moment een voor velen nog ondenkbare vrijheidsdroom in de toenmalige koloniale wereld.

Maar de tekst ging nog veel verder dan dat. De meest opmerkelijke grondwettelijke bepaling was artikel 14. Het bood een filosofisch en humanistisch antwoord op de toen algemeen gangbare ideeën over raciale hiërarchie in Europa en haar koloniale wereld. Artikel 14 creëerde immers ook een nieuwe mens: “Haïtianen zullen nu enkel en alleen bekend zijn onder de generieke naam zwarten”, zo luidde het.

“Haïtianen zullen nu enkel en alleen bekend zijn onder de generieke naam zwarten”

Iedereen werd zwart in het onafhankelijke Haïti, inclusief de witte mensen en hun nakomelingen die destijds nog op het eiland woonden, evenals de Poolse en Duitse huursoldaten die tijdens de revolutie van de Franse naar de Haïtiaanse kant waren overgelopen. Zwartheid verwees niet langer naar een specifieke huidskleur, maar naar de antikoloniale idealen van de revolutie.

Een universeler mensbeeld

De grondwet keerde zich dus radicaal tegen de heersende ‘witte orde’ en haar koloniale racisme. Iedereen kon mens worden in de nieuwe zwarte orde van Haïti. Deze nieuwe radicale ideeën worden vaak toegeschreven aan Jean-Jacques Dessalines, één van de belangrijkste leiders van de revolutie. Hij legde als het ware beslag op de taal van de kolonialist en onderwierp deze aan een radicale herformulering.

Maar dit toe-eigenen van de taal ging veel verder dan Dessalines en zijn nieuwe grondwet. In het Kreyòl betekent het woord ‘nèg’ (afkomstig van het Franse woord nègre) ‘mens’, terwijl het woord ‘blan’ (van ‘blanc’) verwijst naar buitenlander. Dit duidt erop dat het idee achter artikel 14 niet uit de lucht gegrepen was. Het was geworteld in het revolutionaire proces zelf en in de taal van het gewone volk.

Als de Franse en Amerikaanse revolutie de doorbraak vertegenwoordigden van een ‘Westers Verlichtingsdenken’ dan betekende de Haïtiaanse Revolutie de definitieve doorbraak van de Zwarte Radicale Traditie en haar veel universelere mensbeeld. Die intellectuele traditie zou de dekoloniale strijd in de komende decennia en eeuwen blijven beïnvloeden.

De strijd van de Haïtianen stond voor het doordenken en radicaliseren van universele waarden en normen tot in hun diepste consequenties. Consequenties die de toenmalige Europese en koloniale elite nog niet kon aanvaarden. Consequenties die veel van onze huidige Westerse politieke leiders ook nog altijd niet kunnen aanvaarden. Gaza bevestigt dit nogmaals op een zeer pijnlijke manier.

Iedereen Algerijn

Fast forward naar het midden van de 20ste eeuw. Tijdens een andere bloedige dekoloniseringstrijd, waarbij meer dan één miljoen mensen om het leven kwamen, maakten Algerijnse revolutionairen een einde aan hun koloniale onderdrukking.

In 1962 werd Algerije een onafhankelijke staat en was het niet langer een integraal onderdeel van het Franse grondgebied (Algerije was niet zomaar een kolonie maar onderverdeeld in Franse departementen).

Eén van de belangrijkste denkers van die Algerijnse revolutie was de in Martinique geboren psychiater en filosoof Frantz Fanon (1925-1961). Hij zou in zijn korte leven al snel uitgroeien tot één van de iconen van de dekoloniseringsgeschiedenis. Teksten als Les damnés de la terre en L’an V de la révolution algérienne zijn radicale aanklachten tegen de toenmalige koloniale orde maar stonden ook voor de hoop op een wereld waarin de idealen van vrijheid, gelijkheid en solidariteit zouden gelden voor iedereen.

Fanon stond voor een werkelijk universeel humanisme dat de contradicties en beperkingen van het Europees-koloniale humanisme oversteeg. En Fanons radicale humanisme had ook betrekking op de kolonialist. Zijn bevrijding was eveneens het doel. “Wat wij Algerijnen willen”, schreef Fanon, “is de mens achter de kolonialist ontdekken; deze mens die zowel de organisator als het slachtoffer is van een systeem dat hem heeft verstikt en tot zwijgen heeft gebracht. (…) Wij willen een Algerije dat openstaat voor iedereen.”

Iedereen kon dus Algerijn worden. Fanon linkte ‘Algerijns-zijn’ aan een politiek engagement en aan de steun voor de doelstellingen van de revolutie, eerder dan aan een nationale identiteit gebaseerd op Europese ideeën over nationalisme.

“De mensen veranderen op hetzelfde moment dat ze de wereld veranderen”

“De stelling dat de mensen veranderen op hetzelfde moment dat ze de wereld veranderen, is nog nooit zo duidelijk geweest als nu in Algerije”, schreef Fanon. Het doel was niet enkel politieke onafhankelijkheid, maar ook de geboorte van “een nieuw soort Algerijnse mens”, gelijkaardig aan de Haïtiaanse droom van een nieuw soort zwarte mens.

Fanon stond niet alleen in zijn denken. Hij was slechts één van de meest eloquente stemmen binnen een veel bredere ‘Derde Wereld beweging’ die voorop ging in de strijd voor een meer rechtvaardige wereld, een werkelijk democratische Verenigde Naties (voorbij de controle van supermachten en hun Koude Oorlog), en een eerlijkere wereldeconomie, onder andere via het voorstel voor een Nieuwe Internationale Economische Orde (NIEO).

Onschuldige slachtoffers

Fast forward naar vandaag. Ondanks alle oorlogsmisdaden, koloniaal geweld en ellende zien we dat de universele droom van de Haïtianen en Algerijnen nog niet dood en begraven is. Ze leeft voort in de hedendaagse sociale strijd van inheemse, gekoloniseerde en geracialiseerde mensen voor een meer rechtvaardige wereld. En de radicale vrijheidsdromen van toen komen nu vooral terug naar boven in de mondiale strijd voor een vrij Palestina.

Maar net zoals in het verleden wordt de universele boodschap van vele Palestijnen vaak verward met – of doelbewust verdraaid tot – het prediken van geweld, haat en onverdraagzaamheid. Jean-Jacques Dessalines zou de meeste geschiedenisboeken ingaan als een ongeletterde bruut en een genocidale wilde – zeker niet als een van de belangrijkste denkers van de Haïtiaanse revolutie. Frantz Fanon wordt vaak ten onrechte gestigmatiseerd als een geweldsprofeet (gewoonlijk door mensen die Fanon nooit echt hebben gelezen of nooit verder geraakten dan het eerste hoofdstuk van zijn Les damnées de la terre).

Vandaag is het de beurt aan Palestijnse stemmen zoals, onder andere, Nadera Shalhoub-Kevorkian, Mohammed El-Kurd en Ghassan Abu-Sittah. Het is duidelijk dat veel van deze Palestijnse stemmen onze Westerse mainstream media en politieke vertegenwoordigers in verlegenheid brengen omdat ze hun publiek uitdagen om verder te denken dan de positie van een al te gemakkelijke, en politiek betekenisloze, empathie met de ‘onschuldige slachtoffers’.

In een stuk voor The Nation, bekritiseert Mohamed El-Kurd de goedbedoelende journalisten en opiniemakers die Palestijnen doelbewust als mensen willen neerzetten – tegen de zionistische propaganda van de Palestijn als ‘terrorist’ – door hen vooral voor te stellen als kinderen, vrouwen, oudere mensen, met andere woorden als ‘onschuldige’ maar ook zwijgzame slachtoffers.

De keuze om vooral op ‘onschuldige slachtoffers’ te focussen is zelf niet zo onschuldig

Maar de keuze om vooral op ‘onschuldige slachtoffers’ te focussen is zelf niet zo onschuldig, benadrukt El-Kurd. Het berooft de Palestijnen van hun recht om zelf te vertellen. Het berooft hen ook van hun recht op zelfbeschikking en hun recht om politiek te handelen.

Kunnen we dus alleen onze empathie tonen wanneer Palestijnen het slachtoffer worden van een openlijk gewelddadige en wat dan vaak wordt omschreven als ‘disproportionele’ militaire campagne? En laten we deze empathie dan weer varen wanneer de situatie terugkeert naar ‘normaal’ – waarbij ‘normaal’ staat voor de dagdagelijkse omsingeling en bezetting van Palestijnen in Gaza, Oost-Jeruzalem en op de Westelijke Jordaanoever?

Of kunnen we ook solidair zijn met de Palestijnse zaak wanneer Palestijnen zelf ageren als politieke actoren in hun decennialange strijd tegen bezetting, kolonisatie en apartheid? Wat betekent het eigenlijk wanneer we voor de zoveelste keer ‘free free Palestine’ scanderen op een betoging?

Iedereen Palestijn …

De uiterste consequenties aanvaarden van een politieke bevrijdingsstrijd ligt nog altijd moeilijk voor velen. Ook hier in België. Zo dreigde staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Nicole De Moor, de vluchtelingenstatus in te trekken van Mohammed Khatib, de Europees coördinator van de Palestijnse solidariteitsorganisatie Samidoun (‘vastberaden’) [1].

Khatib zou volgens sommige politici haat prediken, omdat hij weigert Hamas te zien als een terreurorganisatie, het recht op gewapend verzet steunt (een recht dat erkend wordt door het Internationaal Recht, zij het onder strikte voorwaarden), en de bevrijding van Palestijnen linkt aan de ontmanteling van het zionisme en haar koloniale instituties.

Op het eerste gezicht lijken deze standpunten zeer omstreden. Maar als men de moeite doet om te luisteren naar zijn verhaal en zijn visie, dan klinkt Khatib’s boodschap echter een stuk genuanceerder dan sommige politici willen doen geloven.

Tijdens een speech in Brussel op 29 oktober 2022 zei Khatib het volgende: “We zijn hier allemaal de Palestijnen. Arabieren, buitenlanders en joden. Palestijn zijn gaat niet over bloed. Palestijn zijn, betekent geloven in de bevrijdingsidentiteit. We zijn geen fascisten. We zijn geen extremisten. We geloven in menselijke waardigheid. Palestijn zijn is dus een kwestie van geloven in de rechten van het Palestijnse volk om bevrijd te worden.”

Met andere woorden, iedereen kan Palestijn worden. De boodschap die Khatib wou geven is dat de strijd voor bevrijding niet gevoerd wordt omdat de Palestijnen speciaal zijn, maar omdat hun strijd resoneert en connecteert met de strijd van vele andere inheemse, geracialiseerde en onderdrukte volkeren elders in de wereld.

De ontmanteling van die structuren die de Palestijnse vrijheidsdroom onmogelijk maken is uiteraard een noodzakelijke voorwaarde. Net zoals de ontmanteling van het systeem van slavernij noodzakelijk was tijdens de Haïtiaanse Revolutie en de ontmanteling van het Europese kolonialisme noodzakelijk was tijdens de Algerijnse revolutie, zo zal er ook een einde moeten komen aan de racistische structuren en instellingen van een koloniale etno-nationalistische staat gebaseerd op joodse suprematie. Is het nu zo moeilijk om dat niet te verwarren met antisemitisme?

Wie daar het prediken van haat in ziet, kan ofwel niet goed luisteren of wil net de huidige sociale ongelijkheid en haar onderukkingsmechanismen in stand houden. Natuurlijk hield de Zuid-Afrikaanse anti-apartheidsstrijd eveneens de ontmanteling in van de racistische staatsstructuren die dit systeem van raciale segregatie mogelijk maakten. Dat betekende niet dat alle witte Zuid-Afrikanen het land moesten verlaten of in de oceaan moesten worden gedreven. Het betekende wel dat iedereen in Zuid-Afrika, ongeacht hun huidskleur, gelijke rechten zou hebben.

From the river to the sea’ vanuit het Palestijnse perspectief dat Mohamed Khatib verdedigt, staat voor een toekomst waarin iedereen tussen de Middellandse Zee en de Jordaan gelijke rechten heeft. Het komt overeen met de visie van antizionistische Israëli’s, zoals de bekende historicus Ilan Pappe, die een toekomst zien in één gemeenschappelijke staat waar iedereen, moslims, joden, christenen en niet-gelovigen, samenleeft op voet van gelijkheid.

Zolang het zionisme de toekomst bepaalt, zal er geen vrijheid zijn voor iedereen

Dit staat in schril contrast met de zionistische interpretatie van ‘from the river to the sea’. Exclusieve joodse soevereiniteit tussen de Middellandse Zee en de Jordaan is al decennia lang het politieke doel van Likud, de partij van Benjamin Netanyahu. De zogenaamde Natiestaatwet, goedgekeurd door de Knesset (het Israëlische parlement) in 2018, bepaalt dat het recht op nationale zelfbeschikking in historisch Palestina enkel bedoeld is voor het Joodse volk.

Bovendien beschouwt deze wet de ontwikkeling van nederzettingen als een zaak van nationaal belang en de Israëlische staat moet de uitbreiding van nederzettingen actief aanmoedigen en ondersteunen.
Dat is de ongemakkelijke waarheid die we met de focus op ‘onschuldige slachtoffers’ uit de weg gaan en waar Palestijnse stemmen als Khatib, El-Kurd en vele anderen op blijven hameren: zolang het zionisme de toekomst bepaalt, zal er geen vrijheid zijn voor iedereen, en al zeker niet voor de Palestijnen.

… als we willen

In 1966 gaf de bekende Trinidadse historicus en activist, CLR James, een speech op een congres in Montreal, Canada. Daarin herinnerde hij zijn publiek aan de vrijheidsdromen van de Haïtiaanse Revolutie. Over de zwarte revolutionairen zei hij het volgende: “dit zijn mijn voorouders, ze zijn mijn volk. Ze kunnen ook die van jou zijn, als je ze wilt”.

James herinnerde zijn publiek eraan dat het verzet van gekoloniseerde en tot slaaf gemaakte mensen centraal stond in de totstandkoming van ‘onze’ ideeën over vrijheid, gelijkheid en broederschap. Hij benadrukte dat we allemaal in de eerste plaats mens zijn, dat we universele mensen wórden in de herinnering aan de strijd van ónze medemensen uit het verleden. Medemensen die zich niet neerlegden bij koloniale bezetting, onteigening en uitbuiting, maar streden voor een andere en betere wereld.

Voor James was de Haïtiaanse Revolutie een strijd voor ons allemaal. En ze kon een strijd worden van ons allemaal, als we dat wilden. Voor hem was het idee van ‘voorouders’ niet gelinkt aan één of andere etnische afkomst, één of ander bloedverwantschap. Integendeel, onze voorouders waren al diegenen die in het verleden hebben gestreden voor een wereld waar we eigenlijk, diep van binnen, allemaal van dromen.

Miljoenen mensen komen vandaag op straat in steun voor de Palestijnse zaak. Net omdat het ook een zaak is die veel verder reikt dan de geografische grenzen van historisch Palestina. De inzet is een andere wereld: een gedeelde wereld die begint met een gedeelde geschiedenis. Iedereen kon zwart worden. Iedereen kon Algerijn worden. En iedereen kan vandaag Palestijn worden. Als we willen.

[1] Samidoun is een organisatie die vooral opkomt voor de vele Palestijnse politieke gevangen en zich inschakelt in een veel breder netwerk van organisaties in solidariteit met politieke gevangen.

Koen Bogaert is docent aan de vakgroep Conflict- en Ontwikkelingsstudies van de Universiteit Gent. Hij doet onderzoek naar de verbanden tussen globalisering, sociale ongelijkheid en verzet. Daarnaast doet hij ook onderzoek naar de intellectuele geschiedenis achter het dekoloniale verzet. Hij doceert over de koloniale geschiedenis en dekoloniaal verzet. Hij is auteur van In het Spoor van Fanon. Orde, wanorde, dekolonisering (EPO 2023).

steunen

Steun voor een nieuwe website

We hebben uw hulp nodig voor een essentiële opfrissing van de website. Om die interactiever, sneller en gebruiksvriendelijker te maken hebben we 30.000 euro nodig. Elke bijdrage, groot of klein, helpt. Met uw donatie ondersteunt u onafhankelijke journalistiek die de verhalen blijft brengen die er echt toe doen. Laat uw hart spreken.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!