Actie tegen fascisme in Breendonk. Foto: Solidair
Longread, Explainer -

Wat iedereen moet weten over de opkomst van extreemrechts vandaag en in de jaren dertig

In Europa breekt extreemrechts verder door. Om dat te vatten is een terugblik op het verleden altijd nuttig, zeker op die periodes die parallellen vertonen met het actuele tijdvak. De gebeurtenissen van de jaren dertig kunnen daarvoor heel leerzaam zijn.

maandag 10 juni 2024 11:02
Spread the love

 

“De mens leert uit de geschiedenis
dat de mens niets leert uit de geschiedenis.”
Hegel

In de jaren dertig werd de wereldeconomie getroffen door een ernstige crisis en handelsoorlogen en ook toen werd het politiek klimaat gekenmerkt door verrechtsing en populisme.

1. Antwoorden op de crisis

Als gevolg van de economische depressie zag het kapitaal in de jaren dertig zijn winsten in gevaar komen. Het antwoord daarop was dubbel. Op buitenlands vlak probeerde elk bedrijf en elk land de crisis te exporteren.

Landen beschermden de eigen economie (protectionisme) en er kwam een wedloop om in het buitenland zoveel mogelijk te investeren en zoveel mogelijk afzetmarkten (Lebensraum) te veroveren, ten koste van andere landen of concurrenten.

Dat leidde eerst tot handelsoorlogen en uiteindelijk tot een heus militair conflict met de gekende afloop.

Op binnenlands vlak werd in alle kapitalistische landen de crisis afgewenteld op de wereld van de arbeid: zware besparingen, lagere lonen, massale afdankingen en moeilijker werkomstandigheden. Zo voerde de Duitse regering in de periode voordat Hitler kanselier werd drastische economische bezuinigingen uit.

De crisis werd afgewenteld op de wereld van de arbeid

Zij werden door de Duitse schuldeisers en de financiële elite in heel Europa toegejuicht. Ook in de andere geïndustrialiseerde landen werd een bezuinigingspolitiek doorgevoerd.

De sociale afbraakpolitiek riep overal massaal weerstand en protest uit. Dit verzet probeerde de elite op twee manieren in te dammen en te breken. Vooreerst door de repressie op te voeren. Er kwamen heel wat repressieve wetten, de democratische vrijheden werden ingeperkt en de politie trad steeds hardhandiger op.

In Engeland werd de politie gemilitariseerd en werden bijeenkomsten van werklozen verboden. De persvrijheid werd ingeperkt en de parlementaire macht werd uitgehold. Ook in Frankrijk werd het parlement aan banden gelegd. Communisten werden massaal gearresteerd om manifestaties te verhinderen.

In de VS kwam er stakingsverbod. In België werden bij de grote algemene staking van 1936 tientallen communisten en stakers aangehouden en veroordeeld tot zware straffen.

2. Extreemrechtse partijen

Daarnaast ontwikkelden zich extreemrechtse partijen in Italië, Duitsland, Oostenrijk, België, Nederland, Frankrijk, Spanje, Portugal, Kroatië, Hongarije, Griekenland, …. Deze partijen konden in veel gevallen rekenen op financiële steun van het grootkapitaal.

Deze fascistische partijen probeerden – vaak met succes – een massabasis te verwerven om alzo het ruim verspreide ongenoegen te kanaliseren en de arbeidersbeweging van binnenuit te verlammen.

De massabasis creëerden ze vooreerst door in te spelen op angsten en onzekerheden bij brede lagen van de bevolking. Fascistische partijen grepen naar het gekende zondebokmechanisme en deden de mensen geloven dat er een dreiging uitging van verachte minderheden of bevolkingsgroepen: joden, zigeuners, Slavische volkeren, …

De fascistische partijen probeerden het ruim verspreide ongenoegen te kanaliseren en de arbeidersbeweging van binnenuit te verlammen

Deze zondebokken vormden een perfecte bliksemafleider voor de sociaaleconomische uitbuiting waarmee de gewone mensen geconfronteerd werden. Op die manier wisten ze de wrok van de kleine man te kanaliseren in een gunstige richting voor de elite. Ze deden de mensen naar onder stampen in plaats van naar boven.

Propaganda was een tweede belangrijke voorwaarde voor het verwerven van massa-aanhang. Fascisten creëerden voor hun volgelingen een universum van ‘alternatieve feiten’ die ongevoelig was voor ongewenste realiteiten. Fascisten maakten daarbij naast kranten en tijdschriften handig gebruik van de toenmalige modernste massamedia: film en radio.

Zij waren de absolute kampioenen in wat we vandaag  fake news noemen, onder het motto: ‘de mensen geloven een grote leugen sneller dan een kleine, en als je die vaak genoeg herhaalt, zullen mensen die vroeg of laat geloven.’ De traditionele pers werd verketterd en afgedaan als Lugenpresse (liegende pers).

Wilden de fascisten brede lagen van de bevolking achter zich krijgen, dan was het ten derde nodig om in te spelen op de sociale gevoeligheden en noden, en creëerden ze een sociaal imago. Zolang ze niet aan de macht waren hanteerden ze daarbij een geraffineerde antikapitalistische demagogie. Niet voor niets noemden de Duitse fascisten zich nationaal-socialisten.

Voor brede massa’s ging Hitler fel tekeer tegen de joden, maar in speeches voor bedrijfsleiders was van zijn antisemitische tirades geen spoor te bekennen. In die besloten kringen ontvouwde hij zijn ware agenda en had hij het enkel over aanvallen tegen de arbeidersbeweging, het socialisme en de Sovjet-Unie.

Om brede lagen van de bevolking achter zich krijgen speelden de fascisten in op de sociale gevoeligheden en noden

Bij Mussolini was het niet anders. Hij schilderde het kapitalisme als decadent af en pleitte in zijn eerste partijprogramma voor een belasting op oorlogswinsten, voor de achturendag en voor stemrecht voor vrouwen. Eens de fascisten de staatsmacht veroverd hadden verdween dat dun sociaal en antikapitalistisch laagje snel en ontpopten ze zich als vurige verdedigers van het grootkapitaal.

Naast de uitbouw van een massabasis bouwden de fascisten ook knokploegen uit. Deze waren aanvankelijk bedoeld om de eigen partijvergaderingen en leiders te beschermen, maar ze groeiden snel uit heuse privémilities die tot doel hadden de georganiseerde arbeidersbeweging te terroriseren en politieke en syndicale leiders fysiek uit te schakelen.

Twee jaar voor Mussolini de macht greep telde zijn beweging van Zwarthemden 200.000 leden. Bij zijn machtsovername in 1933 kon Hitler zelfs rekenen op 400.000 Bruinhemden.

3. Traditionele partijen en establishment

Problematisch in die periode was niet zozeer het bestaan op zich van fascistische partijen, en hun extreme ideologie of methodes, maar eerder de opstelling van de traditionele politieke partijen en de houding van het establishment. Het waren zij die de voorwaarden creëerden voor de opkomst en het aan de macht komen van de fascisten.

Zoals we hierboven zagen wentelden de traditionele partijen de crisis af op de wereld van de arbeid en zochten ze hun toevlucht tot repressie en het inperken van democratische vrijheden. De levensomstandigheden bleven verslechteren ondanks de vele beloftes van beterschap.

Daardoor verspeelden de traditionele partijen hun geloofwaardigheid bij grote delen van hun achterban. En die gingen op zoek naar een alternatief. Het verraad van de sociaaldemocraten en andere centrumpartijen dreef miljoenen arbeiders en kleine middenstanders in het reactionaire kamp.

De traditionele partijen creëerden de voorwaarden voor de opkomst en het aan de macht komen van de fascisten

Opgezweept door het succes van extreemrechts schoven de traditionele partijen op naar rechts. Bijvoorbeeld op het vlak van de jodenkwestie namen ze heel wat standpunten over van hen. Daardoor konden de fascisten zich nog harder profileren en werden ze tezelfdertijd salonfähig. Dat trok de traditionele partijen nog verder naar rechts, en is aldus mede verantwoordelijk . Zo kwam een gevaarlijke spiraal van verrechtsing op gang.

‘De betekenis van de Hitlergroet. Miljoenen staan achter mij’. Foto: Fotomontage door John Heartfield voor het tijdschrift AIZ Berlin, 16 oktober 1932.

Na wat aarzelen koos het establishment in een aantal landen resoluut voor het fascisme. Op het moment dat Mussolini zijn partij nog praktisch geen aanhang had, kreeg hij heel wat financiële steun van grootgrondbezitters en grote industriëlen. Legerofficieren trainden de Zwarthemden en leidden de paramilitaire operaties. De legerautoriteiten leverden wapens en lieten de fascistische partijkrant onder de troepen verdelen.

Door deze steun steeg het ledenaantal in twee jaar tijd van 20.000 tot 248.000 en waren de voorwaarden vervuld voor een machtsovername in 1922. In die periode werden ook het leger en de gendarmerie gevoelig versterkt. Dat zou na de machtsovername zijn dienst bewijzen om het fascisme te consolideren.

Eenzelfde verhaal in Duitsland. Na een mislukte putsch in 1923 had de fascistische partij van Hitler nog nauwelijks aanhang. Hij kon gaandeweg echter rekenen op aanzienlijke financiële steun van de economische elite, waardoor hij zijn partijapparaat op poten kon zetten.

Hitler en Mussolini konden rekenen op aanzienlijke financiële steun van de economische elite

Toonaangevende figuren uit het zakenleven kwamen hem ook raad en bijstand verlenen om zijn partij te oriënteren ‘in de juiste richting’ en zijn partij ‘geschikt te maken om regeringsverantwoordelijkheid te nemen’. Het Internationaal Militair Tribunaal van Nuerenberg verklaarde in 1947: “Het algemene streven van het bedrijfsleven was om een sterke leider aan de macht te zien komen in Duitsland, die een regering zou vormen die lang aan de macht zou blijven.”

Ook in het buitenland kon het fascisme rekenen op heel wat bijval en steun. Het Brits establishment beschouwde het communisme als een groter gevaar dan het fascisme. Figuren als Hitler en Mussolini werden aanzien als een aanvaardbaar alternatief. Kort na zijn staatsgreep kroonde de Britse koning Mussolini met de Orde van de Grootcommandant van het Bad als beloning voor zijn diensten aan de contrarevolutie.

In 1927 bezong Churchill de lof van Il Duce: “Wat een man! Ik heb mijn hart verloren! Als ik Italiaan was, zou ik vast en zeker vanaf het begin van uw zegevierende strijd tegen de beestachtigheid en de passie van het Leninisme bij u zijn geweest. Uw beweging heeft een dienst bewezen aan de hele wereld.” De eigenaars van veel gelezen kranten als Daily Mail en Daily Express uitten hun openlijke steun aan Hitler en Mussolini en eisten een “Britse Hitler”.

In de VS kon Hitler rekenen op de steun van Henry Ford, de grote baas van Ford, die tot de eerste geldschieters van zijn partij behoorde. Ook de CEO van Shell was lid van zijn fanclub. Zakenman Prescott Bush, grootvader van George W., heeft tot in 1942 zaken gedaan met nazi-Duitsland en is aldus mede verantwoordelijk voor de opkomst van het nazisme.

In 1936 werd de nazistische German American Bund opgericht, die in heel het land actief was en tienduizenden leden telde. Elders in de wereld had Hitler ook heel wat aanhangers en bewonderaars.

Zelfs in sociaaldemocratische kringen was er steun voor de Führer. Zo riep Hendrik De Man, kopman van de Belgische Werkliedenpartij, bij het begin van de bezetting op om geen weerstand te bieden en de overwinning van de nazi’s te zien als “een bevrijding”.

4. Legale weg

Het is belangrijk om vast te stellen dat de fascisten nergens aan de macht kwamen door een staatsgreep. In geen enkel land hebben ze de macht ‘veroverd’ door het burgerlijk bestel van buitenaf aan te vallen. Ze opereerden integendeel van binnenuit en volgden de grondwettelijke weg. Ze werden vaak zelfs aangemoedigd of gevraagd door kopstukken van het establishment. In de meeste gevallen maakten ze volop gebruik van de parlementaire democratie … om die eerst te overwinnen en nadien te vernietigen.

In Italië werd Mussolini uitgenodigd door de koning om aan de macht te komen. In Duitsland drongen toplui van het grootgrondbezit en van de financiële en industriële wereld er bij de president sterk op aan om Hitler kanselier te benoemen. Mede op aandringen van kanselier von Papen ging president Hindenburg daar twee maand later op in.

In Oostenrijk ontsproot het fascisme in de schoot van het parlementair stelsel. Kanselier Engelbert Dollfuss van de Christelijk-sociale partij trok na een kabinetscrisis alle macht naar zich toe en installeerde een fascistische dictatuur.

Nergens kwamen de fascisten aan de macht door een staatsgreep

Een gelijkaardig verhaal in Hongarije. Daar benoemde regent (koning) Horthy de extreemrechtse politicus Gyula Gömbös tot premier, die na zijn benoeming een fascistisch regime naar het voorbeeld van Duitsland en Italië instelde.

In Spanje werd generaal Franco door de wettelijke overheden uitgeroepen tot staatshoofd, waarna hij een terreurbewind ontplooide.

De fascisten moesten voor het instellen van hun dictatuur niet van nul beginnen. De burgerlijke regimes vóór hen hadden al een flink stuk aan de weg getimmerd door de uitholling van het parlement, verhoogde repressie tegen de arbeidersbeweging, enzovoort.

In Duitsland werd onder kanselier Brüning, die de Duitse regering leidde voor Hitler aan de macht kwam, de Rijksdag buitenspel gezet en werd de terreur tegen de communistische partij geïntensiveerd. In Oostenrijk had de voorloper van Dollfuss een visie op een autoritaire staatsinrichting ontwikkeld waarmee hij het terrein voorbereidde voor de latere fascistische dictatuur. Een gelijkaardig verhaal in Hongarije, Portugal en Spanje.

schema fascisering

5. Werkdefinities

In een aantal landen leidde de combinatie van een meer repressief staatsbestel en de doorbraak van een fascistische partij uiteindelijk tot een fascistisch regime. Dat leidt ons tot een werkdefinitie van ‘fascisering’ en van fascisme.

Fascisering

In tijden van crisis of grote sociale beroering probeert het kapitaal zijn winsten veilig te stellen. Om het verzet van de arbeidersklasse te breken wordt het repressiearsenaal aangescherpt en worden de democratische instellingen uitgehold. ‘Fascisering’ duidt op een toenemend karakter daarvan.

In principe probeert de leidende klasse de crisis te bedwingen met vreedzame en democratische middelen. Dat gaat gepaard met de inperking van de democratische instellingen: volmachten of zakenkabinetten, aan banden leggen van vakbonden, uithollen van de rechtsstaat, het aan banden leggen van de vrije pers, het beperken van burgerrechten, enzovoort; echter, het democratische kader, hoezeer ook uitgehold, wordt (voorlopig) niet verlaten.

Om het verzet van de arbeidersklasse te breken wordt het repressiearsenaal aangescherpt en worden de democratische instellingen uitgehold

De kapitalistische elites geven er namelijk de voorkeur aan om te werken met overleg (vakbonden), binnen democratische krijtlijnen en met burgerlijke partijen. Over het algemeen verkiest het establishment een aftakelend democratisch regime boven een totalitaire heerschappij van een fascistische partij, die ze nooit volledig onder controle krijgt.

Een democratisch regime, hoe weinig daar ook van over blijft, biedt economisch gezien nog altijd de meeste stabiliteit en politiek gesproken de grootste betrouwbaarheid. John F Kennedy zei in zijn inaugurele rede: “Zij die dwaas naar macht zochten door op de rug van de tijger te rijden, eindigden binnenin.”

Vandaag wordt zo’n uitgeholde democratie omschreven als ‘illiberale democratie’. We zien die in mindere of meerdere mate aan het werk in landen als Hongarije, India, Israël, Rusland en Polen onder de vorige regering. Indien Trump opnieuw wordt verkozen is hij vast van plan die richting op te gaan.

Er bestaan verschillende gradaties van zo’n illiberale democratie en zo’n regime hoeft niet noodzakelijk uit te monden in een autocratische regering of dictatuur, maar ze zijn wel een gemakkelijke springplank om daar te geraken.

Fascisme

De reden waarom eventueel toch de fascistisch kaart getrokken wordt is omdat het behoud van een parlementair stelsel een economische en sociale kost inhoudt. In zo’n stelsel kunnen de arbeidersbeweging, het maatschappelijk middenveld en oppositiepartijen namelijk voor weerwerk zorgen.

Bij een ernstige sociaaleconomische crisis wil de economische elite dat weerwerk liquideren en worden de bezwaren tegen autoritaire regimes opzij geschoven om het hele systeem te vrijwaren. In de jaren dertig zag een groot deel van de kapitalistische klasse geen graten in een alliantie met de fascisten in bijna alle landen van West-Europa. In de jaren zestig en zeventig herhaalde dat fenomeen zich in Latijns-Amerika.

Het is op zo’n moeilijke momenten dat de economische elites naar hun ‘plan B’ grijpen en een pact sluiten met de duivel ook al hebben ze geen greep op de man of de krachten achter hem. Autoritaire regeringsvormen en militaire dictaturen vormen de laatste redplank van de economische elites om het systeem overeind te houden.

Bij een ernstige sociaaleconomische crisis wil de economische elite weerwerk van de vakbonden liquideren en worden de bezwaren tegen autoritaire regimes opzij geschoven

Zo’n pact met de duivel wordt vergemakkelijkt door het feit dat in die omstandigheden onder de bevolking veel onzekerheid, angst en woede heerst en dat er een verlangen is naar een sterke leider. Gebruikmakende van die onzekerheid en dat onbehagen proberen die autocratische leiders een massa-aanhang te verwerven.

Op dat moment wordt de georganiseerde arbeidersbeweging geneutraliseerd of vernietigd en betekent dat meteen ook het einde van democratische instellingen. Ofwel zijn het de traditionele partijen zelf in samenwerking met het repressieapparaat die deze taak op zich nemen. Dat is wat gebeurde in bijvoorbeeld Spanje, Hongarije of Oostenrijk.

Ofwel is het een fascistische massapartij die, gesponsord door het grootkapitaal, het vuile werk opknapt. Dat was het geval in Duitsland en Italië.

Fascisme kan dan opgevat worden als de onverholen dictatuur van de meest reactionaire en chauvinistische elementen van het grootkapitaal.

6. Lessen uit het verleden

De jaren twintig en dertig van deze eeuw leren ons dat ‘fascisering’ en fascisme krampachtige pogingen zijn van het kapitalisme om uit de eigen contradicties te geraken.

Het uiteindelijke hoofddoel van het fascisme is de vernietiging van de voorhoede van maatschappelijk verzet. Fascisme is het speerpunt van het kapitaal tegen de wereld van de arbeid en andere tegenbewegingen.

Het combineert demagogie (vreemdelingenhaat, onveiligheid, gezinswaarden) met repressie. In de jaren twintig en dertig ontstonden alle varianten van het fascisme in confrontatie met de arbeidersbeweging na de Oktoberrevolutie.

Het uiteindelijk hoofddoel van het fascisme is de vernietiging van de voorhoede van maatschappelijk verzet

Anders dan in vorige eeuw wordt het kapitaal vandaag (voorlopig) niet uitgedaagd of bedreigd door een sterk georganiseerde arbeidersbeweging. Maar het kapitalisme wordt wel geconfronteerde met fundamentele crisissen of uitdagingen, denk maar aan de klimaatopwarming, de vergrijzing, een gigantische schuldenberg en de opkomst van sterke groeilanden als China en India.

Deze crisissen of uitdagingen kunnen in de (nabije) toekomst een serieuze bedreiging vormen voor de winsten van het kapitaal. In zo’n omstandigheden is het verleidelijk om de recepten van vorige eeuw weer boven te halen.

Op binnenlands vlak zien we vandaag met de illiberale democratieën en de culturele oorlogen (anti-woke) al voor de hand liggende parallellen met jaren twintig en dertig. Nog een pijnlijke parallel is dat Trump ook ondanks al zijn brutaliteiten kan blijven rekenen op heel wat steun vanuit de economische elite.

Maar ook op buitenlands vlak liggen de parallellen voor het grijpen: de handelsoorlogen van de VS, niet alleen tegen China, maar ook tegen Europa, het toenemend aantal militaire oorlogen die de Westerse alliantie de voorbije twintig jaar heeft gevoerd in het Midden-Oosten en in Noord- en Midden-Afrika, en de militarisering in Europa naar aanleiding van de Russische invasie in Oekraïne.

Laten we voldoende leren uit de geschiedenis om de farce van het fascisme te vermijden

Marx zei reeds dat de geschiedenis zich herhaalt, de eerste keer als tragedie en de tweede keer als farce. Laten we voldoende leren uit de geschiedenis om die farce te vermijden.

 

Lees ook: Hoe N-VA de rode loper uitrolt voor Vlaams Belang

 

Bekijk onze videoreeks over de opkomst van extreemrechts:

Fatiha Dahmani in videoreeks over extreem

 

Bronnen:

Dimitrof G., Eenheid tegen het fascisme, Amsterdam 1976.
Dutt P., Facisme et révolution, Parijs 1936.
Gossweiler K., Aufsätze zum Faschismus, Keulen 1988.
Hobsbawm E., Een eeuw van uitersten. De twintigste eeuw 1914-1991, Utrecht 1994.
Kuttner R., Can Democracy Survive Global Capitalism?, New York 2018.
Mandel E., ‘Fascisme. Wat het is en hoe je het moet tegenhouden’ in Rood 18 maart 1992.
Mason P., How to Stop Fascism. History, Ideology, Resistance, Londen 2021.
McHenry K. (ed.), ‘Socio-Economic Doctrines and Reform Movements’, in The New Encyclopedia Britannica Encyclopedia, Toronto 1992.
O’Toole F., ‘Trial runs for fascism are in full flow’.
Stanley J., How Fascism Works. The Politics of Us and Them, New York 2018.
Van de Pijl K., Wereldorde en machtspolitiek. Visies op de internationale betrekkingen van Dante tot Fukuyama, Amsterdam 1992.
Williams M., ‘Fight against fascism. Fight for socialism’, in Fight Racism! Fight Imperialism!, Oktober-november 1994.

steunen

Steun voor een nieuwe website

We hebben uw hulp nodig voor een essentiële opfrissing van de website. Om die interactiever, sneller en gebruiksvriendelijker te maken hebben we 30.000 euro nodig. Elke bijdrage, groot of klein, helpt. Met uw donatie ondersteunt u onafhankelijke journalistiek die de verhalen blijft brengen die er echt toe doen. Laat uw hart spreken.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!