Analyse -

“Europa zit in een doodlopende straat”

Europa bevindt zich in een doodlopend straatje, volgens Jean Bricmont, hoogleraar fysica aan de Université Catholique de Louvain, in een artikel op CounterPunch. Dat is de schuld van Europees links, dat door het opdringen van zijn pro-Europese politiek de weg heeft vrijgemaakt voor het rechtse eenheidsfront.

donderdag 23 juni 2016 12:24

Europa begon als een droom, maar groeide uit tot een nachtmerrie. Een aantal intellectuelen wilden Europa omvormen tot een soort superstaat die kon concurreren met de VS. Anderen wilden simpelweg af van de natiestaat, die in de twintigste eeuw door sommigen werd beschouwd als de oorzaak van alle ellende.

Europa zit echter met één groot probleem: de afwezigheid van een gemeenschappelije Europese identiteit. De overgrote meerderheid van de Europeanen voelt zich namelijk eerder deel van zijn natiestaat, of zelfs van een deel van de staat (Schots, Catalaans, Vlaams, …), dan dat hij zich Europeaan voelt.

Het is al voldoende om te kijken naar sportwedstrijden als het Europees Kampioenschap voetbal, om te zien dat nationalistische gevoelens ver van verdwenen zijn, zelfs niet bij de ‘elite’. In Brussel verdedigen afgevaardigden van de verschillende EU-lidstaten doorgaans hun nationale, en niet de Europese belangen.

Europese identiteit: belangrijk of niet?

Hierop hebben voorstanders van een verenigd Europa standaard twee antwoorden klaar:

Ofwel stellen ze dat Europese identiteit net als nationaliteit een historische constructie is, die er in de loop van de jaren wel zal komen. Dit argument kan makkelijk verworpen worden door te kijken naar Schotland, waar nationalistische gevoelens ondanks eeuwen binnen het democratische Groot-Brittannië, allesbehalve verdwenen zijn.

Ofwel stellen ze dat het helemaal niet zo veel uitmaakt of deze Europese identiteit al dan niet aanwezig is. Volgens aanhangers van deze tweede strekking moeten politieke beslissingen namelijk niet louter genomen worden op basis van een bepaalde identiteit of gevoel, maar uit economische overwegingen (de liberale visie), of uit klassenbelang (de marxistische visie).

Wat betreft de notie dat een Europese identiteit geen belang heeft, hoeven we maar een vergelijking te maken tussen de nationale munteenheden voor de komst van de euro in 2002 en de euro zelf. Voorheen gebeurden veranderingen van de wisselkoersen tussen de nationale munten volgens het verschil in economische sterkte tussen de EU-lidstaten.

Binnen diezelfde landen werd de koers van de eigen munt dan weer gereguleerd door de relatie tussen arme en rijke regio’s, aan de hand van een hele reeks interne herverdelingsmaatregelen. Deze maatregelen waren politiek gezien mogelijk omdat de burgers van de landen in kwestie zich allemaal deel voelden van hetzelfde land.

Sinds de komst van de euro is er geen aanpassing meer mogelijk van de wisselkoersen tussen sterke en zwakke economieën. De eurozone1 heeft dit distributiemechanisme tussen rijkere en armere landen niet. Dit werd duidelijk door de Griekse tragedie, waaruit bleek dat de Duitsers zich toch niet voldoende Europees, laat staan Grieks, voelden om middelen af te staan die nodig waren om Griekenland te ‘redden’. 

Kortom: nationalistische gevoelens, of het gebrek daaraan, hebben wel degelijk een economisch belang, in tegenstelling tot wat aanhangers van de liberale of marxistische visie beweren.

Een Zuid-Amerikaanse les

Of vergelijk Europa met Zuid-Amerika, waar alle landen uit hetzelfde koloniale Spaanse rijk stammen (op Brazilië na, dat een Portugese kolonie was) en waar iedereen ongeveer dezelfde taal spreekt en dezelfde religie belijdt. Daarbij hebben alle Zuid-Amerikaanse landen min of meer een gemeenschappelijke vijand, de VS, en hebben ze elkaar in de recente geschiedenis nooit afgeslacht tijdens grote oorlogen.

In Europa is het net andersom. De verschillende volkeren herinneren zich sommige zaken op een verschillende, soms zelfs totaal tegenovergestelde manier. Zo leefde een deel van de Europeanen onder het communisme en een ander deel onder het fascisme. Om dan nog maar te zwijgen over de verschillende oorlogen die zich binnen Europa hebben afgespeeld.

Toch gaat de integratie van het Zuid-Amerikaanse continent volop voort, ondanks de soevereiniteit van de verschillende staten. Er is niemand die voorstelt dat Chili en Bolivia dezelfde munteenheid aannemen of dat vier jaar durende universitaire opleidingen worden omgezet naar vijf jaar om de verschillende opleidingen te ‘harmoniseren’, zoals in Europa via het Bologna-akkoord wel het geval was. Als Bolivia en Ecuador hun grondstoffen liever zelf beheren, hoeven ze hiervoor geen toestemming te vragen aan hun ‘Brussel’.

Een gemiste kans?

Het was een soortgelijke integratie als in Latijns-Amerika, waarbij de nationale soevereiniteit van de lidstaten werd gerespecteerd, die destijds werd voorgesteld door Frans president Charles de Gaulle. Zijn voorstel werd echter afgewezen en omgeruild voor de huidige Europese constructie.

Links is tegen deze EU-politiek omdat die ‘neoliberaal’ zou zijn, maar het echte probleem zit veel dieper dan dat. Omdat er geen sprake is van één verenigd Europees volk, is het Europese systeem inherent ondemocratisch en bureaucratisch. Een bureaucratische of autocratische systeem veroorzaakt onvermijdelijk vijandigheden, die ervoor zorgen dat er naar politieke maatregelen worden gezocht die het omgekeerde effect teweeg brengen van wat men oorspronkelijk wilde bereiken. Zelfs al was de EU-politiek ‘socialistisch’ geweest, dan nog zou die hetzelfde effect hebben als nu het geval is.

Vanuit liberaal standpunt is het dan weer acceptabel om Europese volkeren hun soevereiniteit en dus ook hun democratie af te nemen. Als volkeren vrij gelaten worden om hun eigen lot te bepalen, zouden ze te veel herverdelingsmaatregelen goedkeuren.

Aan de linkse zijde van het politieke spectrum werd een verenigd Europa altijd gepromoot vanuit de overtuiging dat volkeren van nature chauvinistisch en racistisch zijn, en dus zeker in oorlogen met elkaar zouden belanden. Deze negatieve kijk op de eigen bevolking heeft in Europa duidelijk een destructief effect gehad op het linkse gedachtengoed.

“Niemand wordt er graag toe gedwongen altruïstisch te zijn”

In dat opzicht heeft links dezelfde fout gemaakt als de communisten destijds, die eveneens dachten dat ze handelden in het belang van het volk en dat het volk zelf niet in staat waren om dit te begrijpen Daarom was het dus best dat het volk door een niet-verkozen elite zou geregeerd worden.

Dit is vooral frappant en tragisch in het licht van de huidige vluchtelingencrisis. Europees links pleit namelijk voor een ‘open’ Europa, zonder ooit aan de eigen mensen te vragen wat ze hiervan denken, terwijl sommigen er sowieso tegen zijn. Ze slagen er kortom niet in om te beseffen dat het opleggen van een onpopulaire maatregel deze maatregel waarschijnlijk nog minder geliefd zal maken. Niemand wordt er graag toe gedwongen altruïstisch te zijn.

De communisten hadden hun volksdemocratieën, waarin democratie louter een façade was. Voorstanders van een verenigd Europa hebben hun Europees parlement, dat in realiteit geen enkele politieke macht heeft. Zelfs als dit wel het geval was, zou het Europees Parlement door zijn diversiteit aan talen en nationaliteiten nog steeds niet in staat zijn om echte verandering te brengen.

Bovendien geloofden de communisten dat nationalistische gevoelens zouden verdwijnen bij economische vooruitgang. Ook voorstanders van een verenigd Europa lijken hierop in te zetten, maar komen nu net als de communisten tot de conclusie dat nationalistische gevoelens er nog steeds zijn, niet in het minst omdat de beloofde economische vooruitgang uitblijft.

Verder zien we dat voorstanders van een verenigd Europa, net als communisten destijds, antifascisme als één van hun belangrijkste argumenten gebruiken. Zodra Europeanen klagen over de pro-Europese maatregelen die hun worden opgedrongen, worden ze genegeerd of erger, ervan beschuldigd dat ze populistisch en racistisch zijn.

In beide gevallen heeft dit soort intimidatie voor een tijdje gewerkt, om uiteindelijk in het gezicht van zij die ze oplegde uiteen te spatten. Op dat moment nemen immers zij die nooit hebben toegegeven aan deze intimidatie de boel over. Dat zijn meestal nationalisten of religieus rechts.




De opkomst van rechts luidt, zoals de voorstanders van een verenigd Europa beweren, ongetwijfeld donkere tijden in voor ons werelddeel. Maar door wiens toedoen gebeurt dat? Niet door zij die ons proberen te waarschuwen voor wat er aan de hand is. Wel door zij die Europa geconstrueerd hebben op een fundering van intelligente arrogantie, minachting voor het volk en illusies wat betreft de menselijke natuur. 

Dit is een samenvatting van het artikel The European Dead End van Jean Bricmont, dat op 21 juni 2016 werd gepubliceerd op Counterpunch. Vertaling door Ewout Lauwers.

1   De eurozone – officieel de Europese Monetaire Unie – omvat 19 van de 28 lidstaten van de Europese Unie. Zweden, Polen, de Tsjechische Republiek, Hongarije, Kroatië, Roemenië, Bulgarije moeten binnen een aantal jaren verplicht aansluiten bij de eurozone. Denemarken en Groot-Brittannië hebben het EMU-verdrag niet goedgekeurd en kunnen dus niet verplicht worden om zich aan te sluiten.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!