Analyse -

Voor Erdogan mag de oorlog met de PKK nog even duren

Voorafgaand aan de verkiezingen van 1 november jl. beloofde de regerende Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) stabiliteit in Turkije, door een einde te maken aan de oorlog met de Koerdische PKK. Met ondertussen meer dan 420 doden onder het personeel van veiligheidsdiensten en duizenden aan Koerdische zijde, liep het uit op een loze verkiezingsbelofte.

vrijdag 8 april 2016 14:34

Het einde van de oorlog is nog lang niet in zicht is. Het valt ook niet uit te sluiten dat het allemaal nog veel erger wordt, zoals door de aanhoudende dreiging van aanslagen in westelijk gelegen steden. Een serieus te nemen dreiging, gezien de twee zelfmoordaanslagen in de hoofdstad Ankara die de uit de PKK voortgekomen Koerdische Vrijheidshaviken (TAK) al pleegden.

Martelaarschap

President Erdogan lijkt er de zonnige kant van in te zien. Hij spreekt ondanks de bittere ellende als gevolg van de oorlog in ieder geval van een overwinning:

“Weet je wat we gewonnen hebben? We hebben vriend en vijand laten zien dat dit ons land is. Dat is een geweldige overwinning, die alleen vergeleken kan worden met de slag bij Gallipoli.” [het Ottomaanse Rijk boekte daar een belangrijke overwinning tijdens de Eerste Wereldoorlog].

Erdogan verwijst voortdurend naar de glorie van het martelaarschap in de islam:

“Het aantal martelaren aan onze kant is tot boven de 300 gestegen, maar het aantal dat de terroristen hebben verloren is tien keer hoger… Om een land te zijn is het bloed van martelaren noodzakelijk.”

Laten ze er wat betreft dat laatste nu bij de PKK precies hetzelfde over denken. De vele honderden jongeren die daar worden opgeofferd voor een nationalistische ideaal getuigen daarvan.

Onderhandelen

Erdogan benadrukte onlangs dat onderhandelingen met de PKK uitgesloten zijn. ‘We gaan door tot het einde’, zegt hij bij herhaling. Angstaanjagende woorden, want Turkije zal deze oorlog in de praktijk niet met militaire middelen kunnen winnen.

De 35-jarige geschiedenis van de slechts zo nu en dan door een wapenstilstand onderbroken oorlog tussen Turkije en de PKK toont dat laatstgenoemde organisatie zware slagen is toegebracht, maar ook dat ze telkens in staat was daarvan te herstellen. Niet in de laatste plaats door een voortdurende aanvoer van nieuwe strijders uit het Koerdische deel van de bevolking. De haat die daaraan ten grondslag ligt maakt deze oorlog voor Turkije tot dweilen met de kraan open.

Erdogan geeft de PKK de mogelijkheid om de wapens neer te leggen en zich uit te leveren voor berechting. Premier Davutoglu stelde het 3 april jl. op een iets andere manier. Als de PKK terug zou keren naar mei 2013, de wapens neerlegde en Turkije verliet viel er volgens hem te praten, zei hij. Klinkt toch anders. De dag daarop kwam Davutoglu echter op zijn woorden terug en sloot aan bij wat Erdogan had gezegd. Om aldus eens te meer te tonen hoe ondergeschikt hij ten opzichte van de president is als het erop aan komt.

Dood of gevangenis dus. Niemand in de Kandil-bergen van Noord-Irak zal daar een seconde over na hoeven te denken. Ook al omdat men daar in de onderstelling leeft aan de winnende hand te zijn. Onzin natuurlijk, want in militair opzicht kan de PKK het nooit van Turkije winnen.

Economische gevolgen

Toch zit er iets in wanneer Cemil Bayik, de voorzitter van de Unie van Koerdische gemeenschappen waar de PKK onder valt, zegt dat Erdogan en de AKP vernietigd kunnen worden.

Zoals ik al schreef is deze oorlog, zoals de zaken er nu voorstaan, nog lang niet afgelopen. Naarmate het langer duurt zal er een zware druk op de economie van Turkije komen te liggen; een economie die ook om andere redenen erg kwetsbaar is. Daar bevindt zich Erdogans achilleshiel. Wanneer economische tegenslagen voelbaar worden in de portemonnee van zijn stemmers zal dit hem opbreken. De PKK weet dat uiteraard.

Presidentieel systeem

Vooralsnog denkt Erdogan heel anders. Hij weet nog heel goed wat er na de verkiezingen van juni vorig jaar gebeurde. Het succes bij de verkiezingen van de Democratische Volkspartij (HDP), alsmede het pleidooi van partijleider Selahattin Demirtas voor een politieke oplossing, ergerde de AKP danig. Een jihadistische aanslag op pro-Koerdische activisten in Suruc werd vervolgens aangegrepen om een einde te maken aan de wapenstilstand. Dit kwam als een geschenk uit de hemel voor de AKP, die dankzij de aanslagen van de PKK de parlementaire meerderheid wist te heroveren bij de verkiezingen op 1 november.

Logisch dus dat Erdogan nu meent dat het voortduren van de oorlog met de PKK in zijn voordeel zal werken als het tot een referendum komt, of eventuele nieuwe verkiezingen, met als inzet de invoering van het door hem begeerde presidentieel systeem. Erdogan zal menen dat hij, voordat de economische consequenties van de oorlog merkbaar worden bij zijn stemmers, het superpresidentschap al in handen heeft.

Financiering

Terwijl bij Erdogan alle nadruk ligt op militaire operaties, zijn er onder het motto ‘voorkomen is beter dan genezen’ heel andere middelen denkbaar om de PKK in de wielen te rijden. Wat te denken van het doorsnijden van de wegen waarmee de PKK de oorlogsvoering weet te financieren.

De AKP en haar medestanders denken graag dat de PKK door het boze buitenland wordt gefinancierd. Zo stelt men dat Europees geld voor humanitaire projecten terechtkomt bij de PKK. Ik heb dat nooit hardgemaakt zien worden. Het komt op hetzelfde neer als de onbewezen beweringen door pleitbezorgers van de staat Israël dat Hamas zich financiert met subsidies van Europese landen voor humanitaire projecten in Palestina. Met hetzelfde recht zou je overigens ook kunnen zeggen dat de zes miljard die de EU aan Turkije betaalt voor de opvang van vluchtelingen bij de niet zo gematigde oppositie in Syrië terechtkomt…

Drugs

Er is zeker het een en ander bekend over de geldbronnen van de PKK. Begin jaren negentig wist de organisatie zich te financieren met donaties van ‘Koerdische zakenmensen’, dat wil zeggen van drugssmokkelaars. Die verdienden zulke vermogens dat het voor de toenmalige Turkse diepe staat van premier Tansu Ciller erg lucratief werd om de Koerdische zakenmensen uit te schakelen en hun drugslijnen naar Europa over te nemen, maar dat terzijde.

Er klinken geluiden dat de PKK zich ook nu financiert met de handel in drugs, maar ook dat daar niet zoveel meer aan te verdienen valt als destijds. Er staan de organisatie echter nog andere financieringsbronnen ter beschikking. Zo wordt geld geëist van ondernemers, vooral ook buiten Turkije. Overigens verre van uitzonderlijk in een Turkse context. Van extreemrechts tot de radicaal linkse DHKP/C gebeurt dat.

Smokkel

Verder verdient de PKK aan het heffen van illegale belastingen en de smokkel van onder andere thee, olie en sigaretten. In Ankara is dit uiteraard bekend. Er werden ook maatregelen tegen genomen, maar erg veel last had de PKK daar niet van.

Vooral tijdens de wapenstilstand ter gelegenheid van het vredesproces tussen 2011 en 2015 wisten de PKK en daaraan verbonden organisaties zo veel geld binnen te halen. De AKP stond erbij en keer ernaar toen daar wapens mee werden gekocht waar de PKK nu de oorlog mee voert.

Cash geld

Verder is het interessant dat reizigers uit het buitenland sinds 2015 niet meer verplicht zijn om aangifte te doen van grote hoeveelheden cash geld als ze Turkije binnenkomen.

Tijdens zijn bezoek aan de VS beschuldigde Erdogan de van bondgenoot tot aartsvijand getransformeerde imam Fethullah Gülen van witwaspraktijken. Wat hij er niet bij vertelde is dat de huidige Turkse wetgeving ten aanzien van de invoer van cash geld witwassen faciliteert. Bovendien kunnen extremistische organisaties zo zonder problemen geld invoeren dat is opgehaald bij sympathisanten in Europa.

Het lijkt zo simpel: wil Turkije de PKK beperken in haar mogelijkheden om de oorlog voort te zetten dan is het doorsnijden van de middelen waarmee deze organisatie zich financiert een eerste vereiste. Dat dit niet gebeurt bevestigt op zich al dat er voorlopig geen einde hoeft te komen aan deze oorlog als het aan Erdogan ligt. Op het prijskaartje mogen dan duizenden doden staan, alsmede schade voor de Turkse economie, maar een presidentieel systeem mag uiteraard wat kosten…

Pas als hij een supermachtig presidentschap in handen heeft zal een nieuwe situatie ontstaan. Dan vervalt voor Erdogan immers het doel van de oorlog en is hij wellicht wel bereid tot onderhandelen. Een wapenstilstand zou hem dan ook voordelen bieden, want zijn vrienden in de bouwwereld staan te trappelen om de vernietigde steden in Zuidoost Turkije te herstellen. Voorlopig moeten zij echter nog even geduld hebben, hoe bereid ze ook zijn om te ‘doneren’ aan de door Erdogans familieleden bestuurde ‘liefdadigheidsinstellingen’.

Volg Peter Edel op Twitter

Peter Edel is schrijver van De diepte van de Bosporus, een politieke biografie van Turkije (2012, Uitgeverij EPO, Antwerpen)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!