Opinie -

De andere van de anderen ben ik: risico en anders-zijn bij de aanslagen in Brussel

Lucas Melgaço is geograaf, onderzoeker en lector in de Criminologie aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij geeft zijn bedenkingen mee na de aanslagen in Brussel.

vrijdag 25 maart 2016 14:08

Ik ben Braziliaan en woon bijna 4 jaar in Brussel, waar ik werk als onderzoeker en lector aan de universiteit. Mijn ervaring op 22 maart is waarschijnlijk vergelijkbaar met die van vele andere inwoners van de stad. Ik kreeg het nieuws over de eerste ontploffing op de luchthaven ’s ochtends vroeg. Minuten later hoorde ik over de bom in metro Maalbeek, een station dichtbij waar ik woon en deel van een metrolijn die ik vaak gebruik.

Mijn eerste reactie was shock en bezorgdheid. Was er iemand onder de slachtoffers was die ik kende? Via de sociale netwerken, voornamelijk Facebook en Whatsapp, kon ik mijn dichtste vrienden bereiken en werd ik gerust gesteld. Doorheen de dag kreeg ik veel berichten van vrienden en familie uit Brazilië, maar ook van vele kennissen waar ik al lang geen contact mee had gehad. Ze waren allemaal ongerust over het welzijn van mijn vriendin en ik. Het spreekt voor zich dat die tekenen van solidariteit, bezorgdheid en genegenheid me een warm gevoel gaven. Aan de andere kant was ik onder de indruk van dergelijke reactie omdat ik me realiseerde dat het risico om slachtoffer te worden van een aanslag groter leek voor buitenstaanders.

Enkele eenvoudige statistieken helpen verklaren wat ik bedoel. Tot nu toe werden 32 doden geteld bij de aanslagen. Het Brussels Gewest (enkel inwoners, de duizenden mensen die dagelijks pendelen naar de hoofdstad niet meegerekend) telt ongeveer 1.140.000 inwoners. Dit betekent dat de kans om slachtoffer te worden van de aanval ongeveer één op 36.000 is, ofwel 2,8 sterfgevallen per 100.000 inwoners. Mijn stad in Brazilië, Goiânia (een stad van vergelijkbare grootte), kende in 2015 een moordcijfer van 43 per 100.000 inwoners. Als we ervan uitgaan dat dit de enige terreuraanslag in Brussel zal geweest zijn in 2016 en dat het moordcijfer in Goiânia in 2016 hetzelfde zal blijven, kunnen we zeggen dat een inwoner van mijn geliefde thuisstad vijftien keer meer kans heeft vermoord te worden dan dat een inwoner in Brussel sterft in een terreuraanslag. Ik wil daarmee natuurlijk niet zeggen dat de angst en de media-impact na terreuraanslagen en moorden perfect vergelijkbaar zijn.

Ook wil ik niet zeggen dat je levens kan vergelijken zoals je appels vergelijkt. Ik maakte zelf deze fout na de aanslagen in Parijs in november vorig jaar. Hoewel ik daar 3 jaar gewoond heb en veel affectie voel voor de lichtstad, was ik verontwaardigd over de selectieve berichtgeving van de media, zowel de traditionele als de sociale. Ze gaven veel aandacht aan het dodental van de aanslag maar er heerste vrijwel volledige stilte over andere terreuraanslagen die dat jaar plaatsvonden in bijvoorbeeld Mali en Kenia. Velen onder jullie denken misschien zelfs: welke aanvallen? Kenia? Op dat moment schoot me een zin te binnen van de geograaf Milton Santos uit zijn boek De ruimte van de burger: “De mens heeft slechts waarde volgens waar hij zich bevindt”. We kunnen ook een voorbeeld van vorige week inroepen om diezelfde selectiviteit aan te tonen. Meer dan 30 personen kwamen immers om het leven bij een bomaanslag in een van de belangrijkste winkelstraten van Istanboel en die aanslag kreeg nog geen tiende van de media-aandacht die de huidige aanslag in Brussel krijgt.

Hoe empathisch we ook proberen te zijn, we voelen het verlies van een naaste veel meer dan de dood van een onbekende. Er bestaan verschillende mogelijke verklaringen voor het feit dat we meer inzitten met het leven van diegenen die we zoals “ons” beschouwen dan met dat van diegenen die we labelen als de “anderen”, maar op die discussie ga ik hier niet in. Niettegenstaande doet dit me denken aan de filmklassieker Commando uit de jaren ’80. De film vertelt het verhaal van de kolonel op rust John Matrix, gespeeld door Arnold Schwarzenegger, wiens dochter Jenny ontvoerd wordt door een vroegere kompaan, om hem te dwingen een politiek misdrijf te plegen in het fictieve land Valverde. Het hoofdpersonage gaat op zoek naar zijn dochter en laat niemand op zijn weg ongemoeid. De kolonel doodt in totaal 81 personen (volgens de berekening van de site Movie Body Counts). Op geen enkel moment tijdens de film vraagt de kijker zich af of een dergelijk bloedbad zinvol is. Wanneer Jenny uiteindelijk gered wordt, hebben we een gevoel van opluchting en denken we dat dit het bloedbad waard was. Eén leven van de “onzen” betekent meer dan de 81 levens van de “anderen” en dat lijkt doodnormaal.

Deze dialectische verhouding van het anders-zijn, dit conflict tussen “wij” en de “anderen”, is duidelijk aanwezig in de recente terreuraanslagen, met inbegrip van de aanslagen dinsdag in Brussel. Het maakt ook deel uit van de oorzaak van het probleem. Het merendeel van de terroristen zijn veel meer Europees dan ik. Het zijn Belgen, Fransmannen, Britten, geboren in Europa, maar nooit volledig geïntegreerd in de categorie “wij, de Europeanen”. Zij zijn de “anderen”, de Arabieren, de Afrikanen, de moslims – en zullen dat blijkbaar altijd zijn. Anderzijds, voor hen zijn wij de “anderen” en zijn onze levens evenveel waard als dat van de 81 doden van kolonel Matrix. Zoals schrijfster Clarice Lispector al zei in haar boek Om niet te vergeten: “Mijn grootste ervaring zou zijn om de andere van de anderen te zijn. En dat ik de andere van de anderen zou zijn.”.

Alles wijst erop dat sommige reacties van de Belgische en Europese autoriteiten de ongelijkheid en de afstand tussen “ons” en “hen” alleen maar zullen versterken door bijvoorbeeld meer grenscontroles en politiecontrole op jongeren in buurten waar veel moslims wonen (zoals Molenbeek en Schaarbeek). Men spreekt ook over sterkere stedelijke securiseringi, zoals bijvoorbeeld meer controle aan de ingang van de luchthaven. Het is merkwaardig, bijvoorbeeld, dat een flesje shampoo van meer dan 100 ml in beslag genomen wordt bij de veiligheidscontrole, maar dat terroristen gemakkelijk drie valiezen vol explosieven tot in de vertrekhal krijgen. De controle zal waarschijnlijk, zoals nu al in Tel Aviv, verplaatst worden naar de ingang van de luchthaven. Daar krijg je dan lange wachtrijen van mensen die het doelwit kunnen zijn van nieuwe terreuraanslagen. De oplossing? De grens voor controle nog wat verder opschuiven, tot ergens voor deze rijen. Waar ligt de grens?

De analogie met het bloedbad op Columbine High School in 1999 in de VS ligt voor de hand. Na het schietincident besloten sommige Amerikaanse scholen om metaaldetectors te installeren aan de schoolingangen. Naast het creëren van lange en vervelende files en het normaliseren van wantrouwen en surveillance, stelt deze maatregel de leerlingen bloot aan nieuwe risico’s, omdat ze plots lange tijd buiten de schoolmuren moeten wachten. Het duurde niet lang voor schooldirecteurs zich bewust werden van de inefficiëntie van zulke apparaten en van de nieuwe problemen die ze genereerden. Het is daarom noodzakelijk overhaaste maatregelen te vermijden en voorzichtigheid aan de dag te leggen bij de analyses zodat aanslagen zoals in Brussel niet leiden maatregelen die enerzijds xenofobie en anderzijds angst en paranoia in de hand werken.

Volgens de filosoof Ortega y Gasset, in zijn boek Medidatie van de techniek, is “menselijk leven en alles wat erbij hoort […] een constant en absoluut risico”. De erkenning dat leven risico’s met zich meebrengt moet hier niet begrepen worden als een ontmoedigende, frustrerende of paraliserende boodschap. Integendeel, we moeten accepteren dat er grenzen zijn aan de rationalisering en securisering van het leven, maar dat het, ondanks deze risico’s, loont om verder te leven, en of we het nu leuk vinden of niet, dat die risico’s inherent zijn aan het menselijk bestaan. Bovendien kan een overdaad aan beveiliging niet alleen de paranoia versterken maar ook het anders-zijn moeilijker maken. Meer wantrouwen en vooroordelen gaan de afstand tussen de “anderen” en “ons” alleen maar doen toenemen. Mogen de reacties op de Brusselse tragedie bijdragen aan het wegnemen van barrières in plaats van aan de versterking ervan.

Lucas Melgaço is geograaf, onderzoeker en lector in de Criminologie aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB)

Deze tekst werd oorspronkelijk gepubliceerd in het Portugees op de blog Brasil Debate (brasildebate.com.br).

Vertaling: Hanneke Vanhellemont

take down
the paywall
steun ons nu!