De erkenning van de Palestijnse staat of wachten op Godot?

De erkenning van de Palestijnse staat of wachten op Godot?

In Europa woedt het debat over de erkenning van een Palestijnse staat volop. Het Europees Parlement keurde zopas een resolutie goed die een Palestijnse staat 'in principe' erkent. Sinds Zweden twee maanden geleden reageerde met de erkenning van Palestina als soevereine staat, kwamen er tal van resoluties en moties in verschillende Europese landen, waaronder België.

donderdag 18 december 2014 12:18




In
België stemde het Brusselse parlement al een resolutie. In het
federaal parlement zijn tal van voorstellen ingediend, maar die
blijven vooralsnog geblokkeerd door de meerderheidspartijen die een
eigen fel afgezwakte resolutie willen indienen.

Het
debat over de erkenning van een Palestijnse staat is
een gevolg van de impasse waarin het bezettingsconflict is
terechtgekomen. De jongste jaren heeft de Israëlische
regering in sneltempo het initiatief genomen tot de bouw van
duizenden nieuwe kolonistenwoningen in Oost-Jeruzalem en de
Westelijke Jordaanoever. Dat is op de plaats waar de Palestijnen
respectievelijk hun hoofdstad en staat willen vestigen.

Geleidelijk
aan begint het in de Europese politieke wereld te dagen dat Israël
de tactiek van aanslepende onderhandelingen louter gebruikte om tijd
te winnen. Die gebruikte de bezettingsmacht om de kolonisatie uit te
breiden en te consolideren. Genoeg om de voldongen feiten te creëren
die een Palestijnse staat met Jeruzalem als hoofdstad onmogelijk
zouden maken.

Derde
tempel

Die
impasse zorgt voor veel onrust, terwijl de kolonisten en hun
politieke vertegenwoordigers alsmaar agressiever hun doelstellingen
proberen te realiseren. In Jeruzalem stapelen de incidenten zich op,
als gevolg van provocaties van radicale zionisten die de Islamitische
heiligdommen op de al-Haram al Sharif (de ‘Tempelberg’) willen
vernietigen om er hun derde joodse tempel te bouwen. Volgens de –
onbewezen – religieuze overlevering stond op die plek de tempel van
Salomo die in de zesde eeuw voor onze tijdrekening werd vernietigd.
De huidige klaagmuur is een overblijfsel van de tweede tempel die in
de eerste joodse oorlog in het jaar 70 door de Romeinen is vernield.

De status quo die er sinds 1967 heerst, is de jongste maanden
doorbroken door religieuze joodse fanatici en kolonisten die
ongehinderd ‘religieuze’ acties voeren op de al-Haram al Sharif.
Daarbij zijn ze zelfs al de Al Aqsa-moskee binnengedrongen. Op de
furieuze reacties van Palestijnse gelovigen trad de politie op met
traangas, geluidsbommen en rubberkogels. In de Israëlische pers
spreekt men zijn vrees uit voor een derde intifada.

De
Israëlische regering lijkt evenwel niet van plan om op de acties van
de joodse extremisten kordaat op te treden. Integendeel. De minister
van Huisvesting, Uri Ariel van de extreemrechtse kolonistenpartij
‘Het Joods Huis’, zei begin november dat Israël de Al Aqsa zal
vervangen door de derde tempel. Likoed-parlementslid Moshe Feiglin
(van de partij van premier Netanyahu) heeft trouwens de leiding over
de acties van deze extremisten.

Europa
en de Palestijnse staat

In
Europa zorgt de kwestie van de oprichting van een Palestijnse staat
voor grote verdeeldheid. Tegenstanders poneren dat de Palestijnse
staat er pas kan komen als resultaat van ‘vredesonderhandelingen’,
hoewel die de afgelopen twintig jaar niet verhinderd hebben dat het
aantal joodse kolonisten in de Israëlische nederzettingen meer dan
verdubbelde. De Israëlische regering verhult niet dat ze streeft
naar niets anders dan de annexatie van grote delen van de Palestijnse
gebieden. Sommige partijen binnen de regering pleiten zelfs voor de
volledige annexatie van de Palestijnse gebieden. Dit is niet meteen
een goede basis voor onderhandelingen die volgens het officiële
Europese standpunt moeten uitmonden in een staat die gebaseerd is op
de grenzen van voor 1967, de fameuze Groene bestandslijn.

Dat
lijkt ook de vaststelling van de Zweedse regering die op 30 oktober
de Palestijnse staat erkende en sindsdien een Palestijnse ambassade
op het grondgebied heeft gehuisvest. In een verklaring zei de Zweedse
minister van Buitenlandse Zaken Margot Wallström: “Onze
beslissing komt er op een kritisch moment want het afgelopen jaar
hebben we gezien hoe de vredesgesprekken zijn vastgelopen, hoe
beslissingen over nieuwe nederzettingen in bezet Palestijns gebied de
tweestatenoplossing gecompliceerder hebben gemaakt, en hoe geweld
teruggekeerd is naar Gaza. Met onze beslissing willen we een nieuwe
dynamiek brengen in het vastgelopen vredesproces.”

De
Zweedse beslissing heeft inderdaad een dynamiek op gang gebracht,
maar dan in Europa. In Groot-Brittannië en Ierland stemden de
parlementen een niet-dwingende resolutie tot erkenning van de
Palestijnse staat. De Spaanse en Portugese parlementen riepen hun
regeringen eveneens op om een Palestijnse staat te erkennen. In
Portugal waren er maar 9 tegenstemmen van de 230 afgevaardigden. Het
Franse parlement hield begin december eveneens een symbolische
stemming, want vooralsnog is nergens een regering verplicht om de
oproepen van de parlementen te volgen. Toch zou daar verandering in
kunnen komen. Tijdens het Franse debat zei minister van Buitenlandse
Zaken, Laurent Fabius, dat Parijs een Palestijnse staat zou erkennen
als diplomatieke inspanningen opnieuw zouden falen waarna “Frankrijk
zijn plicht moet doen en een Palestijnse staat zonder verwijl moet
erkennen”. Hij liet uitschijnen dat dit binnen de twee jaar kan
gebeuren.

Consensustekst

Inmiddels
heeft de debat ook het Europees Parlement bereikt. Op 17 december
stemde het een niet-bindende resolutie waarin het ‘in principe’
Palestina als staat en de tweestatenoplossing erkent en stelt dat
deze parallel moeten lopen met de ontwikkeling van
vredesonderhandelingen, die bevorderd moeten worden. Hoewel het om
een afgezwakte consensustekst gaat, is een akkoord na
‘vredes’onderhandelingen geen voorwaarde voor erkenning, maar moet de
erkenning net gezien worden als een middel om tot vrede te komen.

In de resolutie herhaalt het Europees Parlement “zijn krachtige
steun voor de tweestatenoplossing op basis van de grenzen van 1967,
met Jeruzalem als de hoofdstad van beide staten, waarbij de veilige
staat Israël en een onafhankelijke, democratische, aangrenzende en
levensvatbare staat Palestina zij aan zij leven in vrede en
veiligheid op basis van het recht van zelfbeschikking en volledige
eerbiediging van het internationaal recht”.

Het Europees
Parlement vindt ook dat Europa een grotere rol moet spelen in het
conflict en lanceerde het initiatief Parlementsleden voor vrede dat
Israëlische, Palestijnse en Europese parlementsleden rond de tafel
moet krijgen. Het blijft allemaal erg symbolisch maar gezien de
Israëlische inspanningen om de stemming voor een erkenning tegen te
houden, ligt de resolutie in Israël erg gevoelig. In de resolutie
worden de nederzettingen immers ondubbelzinnig als illegaal
bestempeld, wat overigens altijd het officiële Europese standpunt
is. De resolutie moet dan ook vooral gezien worden als een middel om
de druk op de ketel te houden.

Het
Brussels parlement erkent de Palestijnse staat

Ook
op de Belgische politieke scene woedt het debat volop en werden er al
diverse resoluties in de verschillende parlementen ingediend. Het
Brussels parlement sprak zich op 12 december met overgrote
meerderheid uit voor een onmiddellijke erkenning. De resolutie
“verzoekt de Brusselse Hoofdstedelijke Regering om de kwestie
aanhangig te maken bij de federale regering teneinde de Palestijnse
Staat te juister tijde te erkennen als Staat en als onderworpen aan
het internationale recht”. De resolutie onderstreept de “positieve
impact van die erkenning teneinde een politiek proces, inclusief
onderhandelingen tussen Israël en Palestina, opnieuw op gang te
brengen of te steunen”.

In het federaal parlement verwerpen de
regeringspartijen een onvoorwaardelijk erkenning met een omgekeerde
redenering. Volgens minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders
is België weliswaar voorstander van de tweestatenoplossing en van de
oprichting van een soevereine Palestijnse Staat, maar moet “dat
bekeken worden in het kader van een onderhandelingsproces”. En hij
voegt er nog een aantal voorwaarden aan toe: er moet een Europese
consensus bestaan en beide partijen
moeten overeenstemming hebben bereikt over de belangrijkste punten
van deze onderhandelingen, waaronder de afbakening van de grens en de
status van de stad Jeruzalem.

Met dat laatste lijkt Reynders afstand
te nemen van het standpunt dat een oplossing sowieso moet gebaseerd
zijn op de grenzen van 1967. Deze voorwaarden zorgen er in elk geval
voor dat het in de praktijk zo goed als nooit tot een erkenning zal
komen. Israël blokkeert net de onderhandelingen omdat de
kolonisatiepolitiek een essentieel onderdeel is van haar beleid. En
dat is al decennia zo, onafgezien van wie er aan de macht is.

Spreidstand
van de N-VA

Reynders’
standpunt wordt gedeeld door de regeringspartijen die met een eigen
afgezwakte resolutie een einde willen maken aan het debat. Vooral de
N-VA lijkt op de rem te staan. Dat wekt nogal verbazing van een
partij die de erfgenaam wil zijn van het volksnationalisme. Bovendien
zijn deze partij en haar vertegenwoordigers ook weinig consequent. Zo
was Peter De Roover (N-VA) die zich in het federaal parlement met het
dossier bezighoudt, in een vorig leven het gezicht van de Vlaamse
Volksbeweging (VVB). Hij is vandaag nog steeds erevoorzitter van de
organisatie. De VVB voerde de afgelopen maanden actie ter
ondersteuning van de Catalaanse en Schotse onafhankelijkheid. De VVB
lag ook mee aan de basis van het Europees samenwerkingsverband ICEC
(International Comission of European Citizens), dat het
zelfbeschikkingsrecht wil laten inschrijven in de Europese verdragen.
Eind 2012 was de VVB een van de gangmakers van de aanvraag tot een
burgerinitiatief met de volgende vraag: “Ik ondersteun het
initiatief dat het zelfbeschikkingsrecht van de Europese volkeren
binnen de Europese Unie erkend wil zien als een fundamenteel
mensenrecht en wens dat de Europese instellingen alle Europese
burgers en hun naties ondersteunt als ze dit recht wensen toe te
passen”.

In
alles wat de VVB daarover zegt is er weinig plaats voor het
benadrukken van onderhandelingen, het aanpassen van grenzen of een
Europese consensus, zoals dat nu gebeurt in de Palestijnse kwestie. De Roovers partijgenote en voormalig Europees parlementslid Frieda Brepoels
zag het enkele jaren geleden overigens anders toen zij in het
Europees Parlement met haar fractie een ontwerpresolutie indiende met
volgende passage: “…verzoekt de EU en de EU-lidstaten alle
mogelijke inspanningen te leveren om te komen tot een
gemeenschappelijk standpunt dat aansluit bij de eerdere verklaringen
ter ondersteuning van de erkenning van een Palestijnse staat met de
grenzen van 1967, inclusief met betrekking tot Jeruzalem, en de
opname hiervan als volwaardig lid van de VN”.

De
partij voelt zich niet gemakkelijk in dit dossier omdat ze beseft dat
ze hier de eigen principes de vloer aanveegt. Peter De Roover
kronkelt zich dan ook in het debat met argumenten die in de meeste
gevallen geen hout snijden. Zo beweren De Roover en zijn partijgenoot
Peter Luyckx dat de Palestijnen Israël moeten erkennen en de
veiligheid ervan moeten waarborgen. Nochtans gebeurde dat al in 1988
en vervolgens nog eens in het zog van de Oslo-onderhandelingen met de
zogeheten Letters of Mutual Recognition. Daarin erkent de PLO het
bestaansrecht van Israël én het recht op vrede en veiligheid van
deze staat, terwijl omgekeerd Israël enkel de PLO als officiële
vertegenwoordiger van de Palestijnse bevolking erkent. Aan het
dodenaantal te oordelen is het bovendien vooral met de veiligheid van
de Palestijnen slecht gesteld.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!