Ali Khalil en zijn zoon Diar poseren voor een doodskist die ze niet hebben klaargemaakt. Aan de muur hangen foto's van gesneuvelde strijders (foto Karlos Zurutuza/IPS)

Diar, dertien jaar, groeit op tussen doden in Syrië

In de Koerdische stad Serekaniye in het noorden van Syrië aan de grens met Turkije, helpt de dertienjarige Diar zijn vader om gesneuvelde soldaten te begraven. Hij heeft slechts één droom: hij wil ook soldaat worden.

donderdag 6 november 2014 16:16

De
muren van het gebouw van de Vereniging voor de Martelaren van
Serekaniye zijn bedekt met portretten van gevallen strijders uit deze
stad op 680 kilometer van de hoofdstad Damascus. Ali Khalil heeft elk
van hen eigenhandig begraven, bijgestaan door zijn dertienjarige zoon
Diar. Khalil heeft ons uitgenodigd in het gebouw en geeft uitleg bij
elke foto.

Het
eerste portret is van zijn broer, Abid. “Hij droomde ervan om
journalist te worden maar hij werd getroffen door een sluipschutter
in november 2012. Hij was de eerste die ik begraven heb. Daarna ben
ik daarmee doorgegaan, de ene na de andere”, zegt deze
voormalige handelaar.

“Deze
drie waren volledig verkoold toen men ze hier bracht, deze was
onthoofd, net als die twee daar verderop”, wijst hij met zijn
vinger. In totaal staren hier zeker honderd gezichten in de
oneindigheid.

Islamic
State

Het
was de dood van zijn broer die hem aanzette om deze plek op te
richten voor de families van de gesneuvelden. “We helpen hen met
de begrafenis maar evengoed met geld, voedsel of dekens in de
winter”, zegt hij. Steun hiervoor krijgt hij van de voorlopige
Koerdische regering in het noorden van Syrië.

Na
de opstand van 2011 tegen de Syrische regering, kozen de Koerden voor
neutraliteit die hen echter gedwongen heeft tot aanvaringen met zowel
de regering in Damascus als met de andere gewapende oppositie. In juli
2012 namen ze de gebieden in waar ze de meerderheid vormden. Vandaag
heersen ze er over drie enclaves: Afrin, Jazeera en Kobani. Deze
laatste stad is wereldwijd bekend na de brutale, zes weken durende
belegering door Islamic State (IS).

Redur
Xelil, woordvoerder van de militie met de Koerdische afkorting YPG
die dit grondgebied beschermt, zegt dat na Kobani, Serekaniye de
bloederigste gevechten voor de Koerdische gemeenschap heeft gekend.

Mahmud
Rashid, die mee als vrijwilliger in het martelarenhuis werkt, vertelt
dat hij twee zussen en negen broers heeft die allemaal mee vechten.
Een van hen, Brahim, viel vijf maanden geleden in handen van IS.
Sindsdien hebben ze geen nieuws meer over zijn lot. “Zijn vrouw
kwam vier dagen geleden naar hier om hulp te vragen. We gaven haar
kleding voor haar zeven kinderen, dekens en 10.000 Syrische pond
(ongeveer 48 euro)”, zegt Rashid.

Plastic
bloemenkroon

Het
gesprek wordt onderbroken omdat een vrachtwagen aankomt met twee
nieuwe doodskisten. Khalil en zijn zoon wikkelen de kisten in een
typische rode doek. Hierop zal nog een gele vlag van de YPG komen en
een kroon van plastic bloemen. Hun handelingen zijn precies en, na
twee jaar, uiterst geroutineerd zodat het werk op amper tien minuten is
geklaard.

Het
is moeilijk om een woord uit Diar te krijgen. “Waarom wil je
niet praten?”, vraagt Khalil aan zijn zoon. “Vertel hem
hoeveel je van je oom hield. Zeg hem hoe jullie samen de dag
doorbrachten in het internetcafé.” Diar geeft toe dat hij
momenteel niets anders te doen heeft dan zijn vader te helpen.

“Vertel
de journalist wat je altijd zei toen de beschietingen hier dag en
nacht duurden. Hoe je zei dat ze zoveel bommen mochten gooien als ze
wilden, maar dat we hier nooit zouden wegtrekken”, spoort de
vader zijn zoon aan die de blik strak op de bloemenkroon houdt die
hij zorgvuldig op de tweede kist centreert.

Diar
staat op en zegt enkel dat hij zal toetreden tot de YPG zodra hij
achttien jaar is. De oorlog in Syrië kan beëindigd zijn binnen vijf
jaar, maar dat lijkt hem weinig uit te maken. “Ik zal soldaat
zijn”, zegt Diar, de ogen strak op de grond gericht. Tot dan, zo
zegt hij, zal hij zijn vader helpen.

Bron: Growing
Up Among the Dead

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!