(foto Willemjan Vandenplas)
Interview -

Ha-Joon Chang: ‘Bankiers verrast dat ze in 2008 niet met stokken uit hun kantoren werden gejaagd’

Econoom Ha-Joon Chang schrijft bestsellers over een moeilijk onderwerp als de economie. Meer nog, hij schrijft vaak net het tegenovergestelde van wat zijn collega's beweren. Volgens hem hoeft economie helemaal niet zo moeilijk te zijn. “Zelfs ik begrijp veel van die economische geschriften niet”, zegt Ha-Joon Chang.

maandag 7 juli 2014 12:36

U bent zeer kritisch voor uw
collega-economen. Vindt u dat ze te vaak fouten maken, zoals Rogoff en
Reinhart die aan de basis liggen van de huidige besparingswoede maar
hun conclusie trokken uit foute cijfers?

“Het probleem is niet dat ze
verkeerde cijfers gebruiken of dat hun methodes verkeerd zijn. Het
echte probleem is hun arrogantie. Iedereen maakt fouten. Ook ik heb
fouten gemaakt, ik zal er waarschijnlijk nog maken. Zelfs de
beroemdste wetenschappers hebben fouten gemaakt.”

“Het probleem is dat de meeste
economen arrogant geworden zijn. ‘Wij weten alles en wij kunnen
alles verklaren’. Ze liepen over van zelfvertrouwen tot op de dag
dat de financiële wereld in elkaar stortte. ‘Alles loopt op rozen.
Economische recessie? Daar zijn we van af’.”

“Ben Bernanke, de latere voorzitter
van de Amerikaanse centrale bank Federal Reserve (Fed), antwoordde
als hoofdadviseur Economie van president W. Bush op een vraag over de
spectaculair stijgende prijzen van huizen in 2005: ‘Die zijn gewoon
een weerspiegeling van onze sterke economische fundamenten’. Dat
krijg je als mensen geloven dat ze alles weten en alles kunnen
verklaren.”

Zijn ze bescheidener geworden na de
crisis?

“In veel mindere mate dan je zou
mogen verwachten. Er zijn nog wel een paar koppige fanatici die
blijven beweren dat dit niets te maken heeft met de werking van de
vrije markt. De lage rentevoet van de Fed veroorzaakte de crisis, dat
soort argumenten.”

“Een klein deel economen weigert
halsstarrig van gedacht te veranderen. De meeste anderen hebben zich
wel enigszins aangepast aan de realiteit. Toch is er nog altijd
weinig bereidwilligheid om de economische wetenschap fundamenteel
anders aan te pakken.”

U bent zeer kritisch voor het vak
dat u zelf onderwijst aan de universiteit. “Economie is geen
wetenschap”, schrijft u. 

“Tot in de negentiende eeuw werd
dit vak ‘politieke economie’ genoemd. Het is pas in de vroege twintigste
eeuw dat de neoklassieke denkschool zich een aura van
wetenschappelijkheid begon aan te meten. Deze school werd toen de
dominante strekking. Ze wilden de ‘politiek’ uit hun vak weghalen.
Zij veranderden de naam van hun studievak in ‘economics’.”

“Om dat te realiseren begonnen zij
meer objectief klinkende termen te gebruiken, als onderdeel van hun
enggeestige arrogante aanpak. Het liep pas goed mis in de jaren 1980.
Tot dan hadden neoklassiekers nog discussies met keynesianen en
marxisten. De voorbije dertig jaar zijn ze compleet geradicaliseerd.
Nu willen ze andere denkscholen over economie niet eens meer
erkennen. ‘Wij zijn economen. Die anderen zijn politieke ideologen.
Wij houden ons aan de objectieve wetenschappelijke studie’.”

“Dat vertaalt zich in de manier
waarop deze economen hun vak onderwijzen. Ik kom nog regelmatig
Amerikaanse studenten economie tegen die nooit van John Maynard
Keynes hebben gehoord. Zijn theorieën worden niet eens onderwezen,
zelfs niet om ze te bekritiseren. Zij vinden dat niet nodig. Ze
weigeren ook mensen aan te werven op hun faculteiten die andere
visies hebben, of mensen die geen zuivere economen zijn.”

“Hun omschrijving van wat een
‘econoom’ doet, is zeer beperkt geworden. Als je de vakstudie
‘economie’ echter definieert als ‘de studie van de economie zoals ze
echt is’, dan ga je vaststellen dat er heel wat mensen de economie
bestuderen die niet eens in de faculteit economie zitten, in
handelsscholen, in de faculteiten geografie, politieke wetenschappen,
academici die het overheidsbeleid bestuderen, de studie van
ontwikkelingstheorieën. Voor de neoklassiekers zijn dit géén
economen.”

“Die wetenschappelijkheid is een
illusie. Neem de Pareto-optimaal, een cruciaal element van de neoklassieke denkschool. Dit zegt dat
je geen sociale verandering mag doorvoeren, als het ook maar één
persoon zou schaden, een argument tegen de zogenaamde ‘tirannie van
de meerderheid’. Dat is echter geen wetenschappelijk criterium.”

“Dit principe bevoordeelt immers de status quo en al wie daar belang bij heeft. Het gaf dictator Mobutu
in Zaïre het recht om te zeggen, dat niemand hem mocht benadelen,
door zijn immens fortuin terug te eisen voor de gewone bevolking. Hij
was immers die éne persoon die je niet mag benadelen. Zelfs ‘markt’
is een politieke term. De grenzen van de markt liggen niet
wetenschappelijk vast, ze worden politiek bepaald.”

Het komt deze neoklassieken goed uit
dat ideologische stellingen als neutrale wetenschap verkocht kunnen
worden. 

“Ja, maar je
ziet dat in élke professionele activiteit. Ieder vak heeft de
neiging om de eigen inhoud ontoegankelijk te maken voor
buitenstaanders. Dan kunnen ze ook meer vragen voor hun eigen
diensten. Dat speelt zeker mee. Het is ook het verlangen om logische
perfectie na te streven.”

“Eenmaal je die
technische instrumenten hebt ontwikkeld, begint er een ‘wapenwedloop’
binnen het vakgebied. Aha, die kerel aan die universiteit daar
gebruikt wiskundige formule zo-en-zo, ik ga daar een andere formule
tegenover plaatsen, die nog ingewikkelder is. Zo kom je tot de
situatie dat de meeste economen in feite wiskundigen zijn, waardoor
de studie van de economie compleet ondoorgrondelijk is geworden voor
de gewone burger.”

“Heel wat
economen doen ook niet de minste moeite om hun werk in gewone woorden
uit te leggen. Er zijn heel wat wetenschappers die populaire werken
hebben geschreven over hun vakgebied. In de economie is dat, buiten
een paar witte raven, niet het geval. Er is een sterke
technocratische tendens in het vakgebied die zegt dat gewone mensen
zich niet met economie horen te moeien. ‘Dat ze onze economische
beleidsaanbevelingen maar gewoon aannemen en uitvoeren. De technische
details moeten ze toch niet begrijpen. Dat is veel te moeilijk’.”

“In de echte
economie spelen echter ethische, sociale en politieke ideeën mee.
Zelfs cijfers zijn betwistbaar. Economie is niet zoiets als
technologie.”

U vindt dat gewone mensen zich meer
met economie moeten bezighouden. Dan zullen ze zich toch eerst door
statistieken, grafieken, ingewikkelde termen en wiskundige formules
moeten worstelen. 

“Ach, zelfs ik begrijp heel wat van
die dingen in de economie niet. Tegelijkertijd moeten wij economen
beseffen dat het meeste van wat we doen perfect kan begrepen worden
door zowat iedereen. Ik zeg in mijn boek: ‘Economie is voor 95
procent gezond verstand’. De mensen hebben het recht om die kennis
te verwerven. De economie heeft immers een impact op ons dagelijks
leven. Het is dus nodig dat we daar controle over hebben.”

“Wanneer één of andere bankier op
basis van de economische theorie die hem op dat ogenblik bevalt,
keuzes gaat maken, dan heeft dat een impact op ons, op ons werk, ons
loon, ons pensioen, onze ziekteverzekering … maar als het allemaal
te technisch is voor de gewone mens en als die zich daar dus niet
hoort mee te moeien, wat is dan de zin van democratie?”

Een gevolg van de
verwetenschappelijking van de economie is dat er vandaag heel wat
zogenaamde objectieve waarheden circuleren die je niet in twijfel
hoort te trekken, zoals “De sociale welvaartsstaat in België is te
duur”. 

“Dat is een voorbeeld van een ‘true
lie’
(ware leugen, nvdr). Dat krijg je wanneer je zaken uit hun
context rukt. Als lage belastingen op zichzelf een goede zaak zijn,
waarom wonen alle rijke mensen dan niet in Jamaica waar de hoogste
belastingvoet vijf procent is, waarom gaan alle bedrijven dan niet naar
Albanië, waar de hoogste belastingvoet tien procent is?”

“De reden is heel eenvoudig. De
belastingen zijn daar laag, maar je krijgt er abominabel slechte
openbare diensten voor. Het echte debat zou er moeten over gaan of de
Belgen waar voor hun belastinggeld krijgen, niet of belastingen hoog
of laag zijn. Niemand klaagt er over dat een Mercedes Benz te duur
zou zijn. Je vindt het normaal dat je betaalt voor kwaliteit.”

Nog zo’n waarheid is dat sociale
bescherming zoals werkloosheidssteun laag moet zijn om mensen aan het
werk te zetten.

“Dat is een zeer bizarre redenering.
Wil je rijke mensen nog harder doen werken voor de economie, dan moet
je ze rijker laten worden. Wil je arme mensen aan het werk zetten,
dan moet je ze echter armer maken. Dit is een compleet vooringenomen
visie op menselijke motivatie.”

“Trouwens, die eis voor loonmatiging
is nergens goed voor. Je kan inderdaad hier en daar in de marge de
loonkost wat verminderen. Je kan echter nooit gaan concurreren met de
lageloonlanden. In China zijn de lonen vijf tot tien procent van hier. Tenzij
je Hitler terugbrengt, kan je de lonen hier nooit zo laag gaan
drukken. The only way is up! Een land als België moet nadenken over
manieren om een meer productieve economie te organiseren.”

U geeft soms advies aan landen in
het zuiden, zoals Ecuador. Wat zegt u hun dan? Moeten zij hun
economie openstellen voor de vrije markt?

“Ik zeg hun dat dat op lange termijn
wel ooit zal moeten. Het hele idee om een beginnende industrie te
beschermen moet uiteindelijk leiden tot een deelname aan de markt.
Als een land zich voor altijd afsluit, dan wordt het zoiets als
Noord-Korea.”

“De geschiedenis van de huidige
ontwikkelde landen toont echter dat het dertig, veertig, vijftig
jaar, en misschien zelfs honderd jaar kan duren. Er is niet zoiets
als een algemeen geldend economisch advies. Alles hangt af van de
specifieke situatie van dat land. Dat
is jammer genoeg niet wat het IMF en de Wereldbank aanraden.

Dat geldt ook voor het economisch
beleid van de EU. Het is nu wel duidelijk dat het strenge
besparingsbeleid in Portugal, Spanje en Griekenland niet heeft
gewerkt. Waarom duurt het zo lang voor dat inzicht wordt omgezet in
een verandering van het beleid?

“Er is niets moeilijker dan een
wetenschapper van gedacht doen veranderen. Dat geldt ook voor
bureaucraten en politici. Kijk naar de ontstaansgeschiedenis van het
IMF en de Wereldbank. Wat werkt in Ecuador, zal ook wel werken in
Brazilië, dat was de filosofie. IMF-economen gaven overal dezelfde
presentatie en vergaten soms zelfs de naam van het land te
veranderen.”

“Toen bleek dat hun advies niet
werkte, zeiden ze: ‘We hebben meer tijd nodig.’ Toen het jaren later
nog altijd niet werkte, zeiden ze: ‘Ja maar, ze moeten nog een tandje
bijsteken.’ En op het einde van de jaren 1990 zeiden ze: ‘Het ligt niet
aan het beleid, het probleem ligt bij die landen. Ze zijn corrupt,
slechte gewoontes, slecht klimaat, enzovoort’. Nu krijg je eindelijk
wat aarzelende zelfkritiek. Maar ondertussen hebben ze wel dertig
jaar slecht beleid gepromoot.”

Na de crisis van 1929 kwam er snel
een stevige hervorming met de New Deal en de Glass-Steagall Act, die
zaken- en commerciële banken van elkaar scheidde.

“Een ex-bankier schreef onlangs: toen
de Glass-Steagall-wet werd ingevoerd, kregen banken één jaar om zich
aan te passen. Nu krijgen ze voor een zachte hervorming negen jaar de
tijd. Dat is niet ernstig. Het heeft volgens mij te maken met de
zwakte van de vakbonden. Zij slagen er niet in genoeg druk uit te
oefenen.”

“Het ligt ook aan de huidige
generatie politici die te comfortabele banden heeft met de financiële
milieus. Ik heb het niet over corruptie maar wel over die politici
die heen en weer stappen tussen de bankwereld en de politiek. Niemand
is genadeloos voor zijn toekomstige werkgever. Geef politici een
riant pensioen en verbiedt hun om te werken in de financiële
sector.”

Er verandert niets, maar toch
verkocht u 1,3 miljoen exemplaren van uw vorige boek 23 Dingen.
Blijkbaar zijn er toch veel mensen die op iets anders zitten te
wachten.

“Het verlangen naar verandering is
groot. We missen alleen politieke en sociale leiders die mensen
kunnen inspireren. Maar er zijn nog hoopvolle tekenen. Denk aan die
studenten die zich in verschillende landen verenigd hebben om een
hervorming van het economie-onderwijs te eisen (International
Student Initiative for Pluralism in Economics ISIPE)
.”

Of het succes van Piketty.

“Hij heeft niet eens een populair
boek geschreven. Het ligt aan de tijdgeest. Sociale bewegingen zijn
moeilijk te voorspellen. Wie had gedacht dat de zelfmoord van een
groenteverkoper in Tunesië de val van dictators in heel de Arabische
wereld zou veroorzaken? En wie had gedacht dat Egypte heel snel zou
terugkeren naar ‘start’?”

De Nederlandse journalist Joris
Luyendijk dompelde zich twee jaar onder in het financiële wereldje
van Londen. Hij zegt dat er niets veranderd is. Deelt u zijn
pessimisme?

“Er worden nieuwe luchtbellen
gecreëerd. De beurzen in de VS staan nu twintig procent hoger dan in
2007. De economie is sinds 2007 nochtans nauwelijks gegroeid. De
luchtbel is dus groter dan vlak voor het losbarsten van de financiële
crisis. Dat is heel verontrustend. In de City van Londen zijn ze
aangenaam verrast dat ze niet met stokken uit hun kantoren werden
gejaagd na de crisis en dat ze nu gewoon de draad kunnen opnemen.”

Dat is een pessimistische boodschap.

“Op de lange termijn ben ik
optimistisch. Tweehonderd jaar geleden vond men het oké om andere
mensen te kopen en te verkopen. Honderd jaar geleden werden vrouwen
die stemrecht eisten in de gevangenis gestopt in Europa. Er waren
toen zelfs vrouwen die zeiden: ‘Waarom hebben wij stemrecht nodig?
We hebben toch onze vaders, broers, echtgenoten om onze belangen te
verdedigen’.”

“De oprichters van de VS werden ooit
door de Britten en de Fransen vervolgd als terroristen. Wat zij deden
was effectief ook terrorisme. In de jaren 1980 zei de Britse eerste
minister Margaret Thatcher: ‘Wie denkt dat er ooit een zwarte
meerderheid zal regeren in Zuid-Afrika leeft in een sprookjesland’.
Die dingen zijn allemaal gebeurd, niet bepaald zachtjes, niet
helemaal zoals we hadden gewild, maar toch zijn ze gebeurd.”

Ha-Joon Chang was op woensdag 2 juli in Brussel te gast. Het debat georganiseerd door 11.11.11 en MO* kan u hier herbekijken.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!