Nicaragua, Daniel Ortega, FSLN, 19 juli, Nicaraguakanaal -

Nicaraguanen herdenken einde Somoza-dictatuur

vrijdag 26 juli 2013 10:30

Duidelijkheid over het Kanaal van Nicaragua en een aanpassing van de Pensioenwet, dat zijn de hoogtepunten tijdens de herdenking van de revolutie in Nicaragua dit jaar. Deze aankondigingen van president Ortega worden door honderdduizenden bejubeld, maar tegelijkertijd zijn vele Nicaraguanen sceptisch.

Tienduizenden Nicaraguanen verzamelden vrijdagnamiddag 19 juli in de hoofdstad Managua voor de herdenking van de overwinning van het Frente Sandinista de Liberación Nacional (FSLN, het Sandinistisch Front voor Nationale Bevrijding) op dictator Somoza, 34 jaar geleden. Zoals op vele andere plaatsen in de stad, verzamelen ook de werknemers van het Nationaal Havenbedrijf: boterhammen, frisdranken, spandoeken en vlaggen worden uitgedeeld, terwijl iedereen plaatsneemt in één van de vele bussen of pick-ups met bestemming het centrale plein Plaza de la Fe Juan Pablo II.

Landen verenigd op podium

Jong en oud stromen hier met mondjesmaat toe, er is opvallend weinig politie op straat. Elk vervoersmiddel, overheidsgebouw en zowat elke Nicaraguaan draagt de kleuren zwart en rood als teken van het massale verzet dat in 1979 een einde maakte aan 42 jaar dictatuur. Duizenden roodzwarte vlaggen, afgewisseld met die van Cuba, Venezuela en Palestina, kleuren het plein. Op deze 19de juli staat alles in het teken van nationale soevereiniteit en eenheid.

Een van de krachtigste momenten van de dag is wanneer tijdens de speech van Diosdado Cabello, parlementsvoorzitter van Venezuela, het volk hem massaal toeroept: “Chávez vive, la lucha sigue” (Chavez leeft, de strijd gaat door), een eerbetoon aan de socialistische president van Venezuela en sterke bondgenoot van Nicaragua, die op 5 maart het leven liet.

Salvador Sánchez Cerén, vice-president van El Salvador en tevens kandidaat voor de presidentsverkiezingen van februari 2014, bedankt de Nicaraguanen omdat ze de bakens hebben verzet voor een verenigd en solidair Latijns-Amerika. Andere sprekers zijn kardinaal Miguel Obando y Bravo en Yuniaski Crespo Baquero, eerste secretaris van het communitische UJC in Cuba.

Zij worden op het podium vergezeld door Rigoberta Menchú Tum, Nobelprijs voor de Vrede 1992 en voorvechtster voor de rechten van inheemse groepen in Guatemala, door ex-president van Panama Martín Torrijos en andere linksgeoriënteerde delegaties uit Argentinië, Chili, Colombia, Ecuador, Costa Rica, Honduras, Mexico, Puerto Rico, de Dominicaanse Republiek en Spanje.

Nicaraguakanaal

De avond sluit af met president Daniel Ortega Saavedra (FSLN), die voor het eerst onthult dat de haalbaarheidsstudies voor de aanleg van een ‘tweede Panamakanaal’ 400 miljoen dollar (302 miljoen euro) bedragen. Of en waar de Chinese HKND Group het Nicaraguakanaal zal aanleggen, aangepast aan de grootste containerschepen, bulkschepen en olietankers tot 250.000 ton (DWT), is al maanden voer tot discussies in binnen- en buitenland. De Chinezen zouden hiermee immers hun greep op de wereldhandel kunnen vergroten in de achtertuin van de Verenigde Staten.

Ook al keurde het parlement in juni al een voorstel goed dat een concessie van honderd jaar verleent aan het consortium HKND Group en verklaarde zakenman Wang Jing eerder al dat de fondsenwerving vlotjes verloopt – hij weigerde evenwel de investeerders bij naam te noemen – toch zegt president Ortega vandaag tijdens de viering van 19 juli: “Het kanaal heeft een grote levensvatbaarheid (…) maar of we al dan niet met de aanleg starten, hangt volledig af van deze studies.”

President Ortega focuste de afgelopen weken vooral op de voordelen in eigen land van dit kanaal dat de Atlantische met de Stille Oceaan verbindt en de bijbehorende plannen voor de bouw van een spoorweg, een oliepijpleiding en twee vrijhandelszones met elk een internationale luchthaven. Volgens hem kan het bruto binnenlands product (bbp) verdubbelen. Eens het project op volle toeren draait, zal het hele project zo’n 40.000 extra jobs creëren, maar is het vooral “een belangrijke stap in de strijd tegen armoede”, aldus Ortega.

Nicaragua is het op één na armste land in Latijns-Amerika, waar er ondanks een dalende trend nog steeds 42,7 procent van de bevolking in armoede leeft, volgens de cijfers uit 2012 van de Internationale Stichting voor Globale Economische Ontwikkeling (FIDEG). Bovendien stelt de Multidimensional Poverty Index van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) dat zo’n 12 procent van de bevolking moet rondkomen met minder dan 1,25 dollar per dag.

President ondertekent live akkoord

Het hoogtepunt van de herdenking volgt wat later wanneer president Ortega van zijn vrouw compañera Rosario Murillo een pen overhandigd krijgt en hij vervolgens, in aanwezigheid van tienduizenden getuigen, zijn handtekening zet onder een nieuw decreet dat de huidige wet op de sociale zekerheid wijzigt. Hiermee maakt hij een einde aan de strijd van de Nationale Eenheid voor Ouderen (UNAM) die al sinds 2007 betere pensioensvoorwaarden eist, en die in juni in Managua een climax bereikte.

Duizenden gepensioneerden en een heel netwerk van sociale organisties betoogden zes dagen lang tegen een wet die stelt dat enkel 60-plussers die minstens 750 weken hebben gewerkt, recht hebben op een pensioen. Zelfs al hebben vele anderen jarenlang een deel van hun loon afgestaan aan het Instituut voor Sociale Zekerheid (INSS) en gingen ze gebukt onder een lange werkloosheid tijdens en in nasleep van de bloedige en door de Verenigde Staten gesteunde contra-oorlog die van 1981 tot 1990 de Sandinisten ten val probeerde te brengen.

Porfirio García Ramírez van UNAM regeert in de krant El Nuevo Diario voorzichtig: “We zitten eerst samen om de details te bespreken en pas daarna kunnen we zeggen of we tevreden zijn of niet.” Roberto López, algemeen directeur van het INSS, waarschuwt in de krant La Prensa alvast voor problemen met de uitbetaling van de pensioenen: “Vanaf 2020  zal dit nieuwe decreet solvabiliteitsproblemen teweegbrengen. Er zullen immers 54.827 personen recht hebben op een gereduceerd pensioen, wat voor een jaarlijks tekort zal zorgen van 2.354 miljoen cordoba (71,4 miljoen euro).”

Opvallend is dat onder de vele feestvierders heel wat Nicaraguanen Ortega dankbaar zijn voor infrastructuurprojecten, zoals de autostrade tussen Managua en San Carlos, goedkoop publiek transport en gratis voorzieningen zoals gezondheidszorg en onderwijs. “De overheid betaalt nu de rugzak en het schoolmateriaal, dat helpt heel wat”, vertelt Jairo, een jonge vader uit La Esperanza.

Anderen hebben dan weer heel wat kritiek op de personencultus rond Ortega en het weinig transparante beleid. “Het Nicaraguakanaal zal hoogstwaarschijnlijk door het Meer van Nicaragua lopen, onze grootste bron van drinkwater, maar de milieuspecialisten werden hierover niet geconsulteerd”, vertelt een 40-jarige vrouw uit Managua.

Toch kan dit alles de pret niet bederven, want voor de Nicaraguanen is 19 juli de dag van de Sandinisten van weleer, van de oprichters van de FSLN zoals Carlos Fonseca en Tomás Borge, die hen van het juk van de dictatuur redden. Zij worden heel het weekend lang bezongen door de twee bekendste zangers van Nicaragua, de broers Carlos en Luis Enrique Mejía Godoy. Carlos sluit 19 juli af met zijn favoriete nummer ‘Nicaragua, Nicaraguita’ en de laatste zin zingen alle Nicaraguanen, onder wie strijders en slachtoffers, uit volle borst en met tranen in de ogen: “Maar nu dat je vrij bent Nicaraguita, houd ik nog veel meer van jou.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!