Beppe Grillo, leider van de 'vijfsterrenbeweging', de grootste afzonderlijke partij van deze verkiezingen (Foto: Mauro Edmundo Pedretti)
Nieuws, Europa, Politiek, Italië, Verkiezingen, Pier Luigi Bersani, Silvio Berlusconi, Bezuinigingsbeleid, Senaat, Trojka, Analyse, Mario Monti, Beppe Grillo, Kamer van Afgevaardigden -

Italianen wellicht opnieuw naar de stembus

De Italiaanse verkiezingen van 24 en 25 februari zijn geëindigd in een politieke deadlock: er lijkt geen meerderheid gevormd te kunnen worden in de Senaat. De uitslag liep uit op een nek-aan-nek-race tussen het centrumlinkse blok van Pier Luigi Bersani en het rechtse blok onder leiding van Silvio Berlusconi. Nieuwkomer Beppe Grillo werd met zijn 'vijfsterrenbeweging' verrassend de grootste afzonderlijke partij, technocraat Mario Monti is grote verliezer.

dinsdag 26 februari 2013 16:50

De stemmen die in Italië zelf zijn uitgebracht, zijn geteld en wijzen op een haast onmogelijk werkbare politieke situatie. De centrumlinkse coalitie onder leiding van Pier Luigi Bersani, de verwachte grote winnaar van de Italiaanse verkiezingen, behaalde in de Kamer van Afgevaardigden slechts 29,54 procent van de stemmen.

Hij wordt op de voet gevolgd door het rechtse blok van Silvio Berlusconi met 29,18 procent. Een miniem verschil dus, maar door de sinds 2005 in werking gestelde kieswet is de groep van Bersani toch verzekerd van een meerderheid aan zetels in de Kamer van Afgevaardigden.

Verrassend goed scoorde nieuwkomer bij deze verkiezingen Beppe Grillo met zijn ‘vijfsterrenbeweging’, hij behaalde 25,5 procent van de stemmen in de Kamer van Afgevaardigden. De ‘vijfsterrenbeweging’ is daarmee de grootste afzonderlijke partij geworden. De partij van aftredend premier Mario Monti behaalde slechts 10,56 procent van de stemmen.

Ook in de stemmen voor de Senaat bestaat er een miniem verschil tussen het aantal stemmen voor de partijcoalitie van Bersani en die van Berlusconi: respectievelijk 31,63 procent en 30,72 procent. De ‘vijfsterrenbeweging’ van Grillo behaalde 23,79 procent van de stemmen en Monti’s partij 9,13 procent.

Een nek-aan-nek-race dus voor Bersani en Berlusconi, maar geen van beide partijcoalities behaalde genoeg stemmen voor een meerderheid in de Senaat. Zelfs met steun van de partij van Monti komen ze nog stemmen te kort.

Steun van de grote winnaar van de verkiezingen, komiek Beppe Grillo met zijn M5S, is dus van harte welkom. Grillo heeft echter aangegeven geen verbond te willen sluiten met de grote partijen. Een samenwerking tussen Bersani en Berlusconi lijkt onwaarschijnlijk.

De situatie zorgt voor een politieke deadlock: geen meerderheid in de Senaat maakt besturen onmogelijk, het politieke systeem van Italië leidt ertoe dat een meerderheid in één van de kamers niet voldoende is om te kunnen regeren. Dit zou ertoe kunnen leiden dat de Italianen binnen korte tijd weer naar de stembus mogen.

Quasi-nederlaag

Simone Caputo is 34 jaar en doctoreert aan de Sapienza-universiteit in Rome. Zijn stem ging naar de centrumlinkse coalitie van Bersani, omdat die standpunten het beste aansluiten bij de zijne. Hij ziet dat Italië in een impasse verkeert na de verkiezingen.

“De stromingen die het land modellen hadden voorgeschoteld van trage groei (Bersani) of besparingen (Monti) blijken weinig weerklank te hebben gevonden bij de kiezers: wat een overwinning van het progressieve kamp moest worden, werd een quasi-nederlaag. Ook al heeft centrumlinks een meerderheid in de Kamer van Afgevaardigden, ze zal niet kunnen regeren.”

“De centrumlinkse coalitie van Bersani is er niet in geslaagd om de armsten en de vaak meest gedesillusioneerden aan te spreken, heeft geen gehoor gegeven aan de klachten vanuit de bevolking dat de partijleiders te oud zijn en al te lang in de politiek zitten en heeft niet kunnen overtuigen dat het voor de verandering zou zorgen waar Italië zo dringend nood aan heeft.”

“De roep om verandering werd vertaald in het enorme succes van de ‘vijfsterrenbeweging’: veel Italianen, vooral jongeren, hebben genoeg van de cliëntelistische immobiliteit van de heersende politieke elite. Nu staat de beweging voor de uitdaging om haar sterke woorden om te zetten in het nemen van verantwoordelijkheid.”

De onverwacht goede score van de coalitie van Berlusconi is volgens Caputo te wijten aan het eigenbelang van de burger. “Blijkbaar was het opnieuw voldoende om te focussen op dat thema waaraan de Italianen zoveel belang hechten: belastingen. Alsof het niet de opeenvolgende Berlusconi-regeringen waren die Italië in de ellende hebben gestort, met hun onverantwoordelijke cliëntelistische beslissingen en inefficiënte keuzes op economisch vlak.”

Twee kamers

De Italianen stemden voor twee kamers: de Camera dei deputati (Kamer van Afgevaardigden) en Senato della Repubblica (Senaat). Beide kamers hebben exact dezelfde machten; een partij (of coalitie van partijen) die slechts een meerderheid heeft in één van de kamers kan dus bijna onmogelijk wetten erdoor krijgen, omdat deze in de andere kamer meteen weer afgekeurd kunnen worden door de partij die daar de grootste is.

De Kamer van Afgevaardigden telt 630 leden die verkozen dienen te worden. Daarvan worden er 617 in de 26 Italiaanse districten gekozen, één lid wordt gekozen door Val d’Aosta en 12 leden door Italianen in het buitenland. De Senaat heeft 315 leden, deze worden in 20 regio’s gekozen, 6 zetels worden bepaald door Italianen in het buitenland.

Om voor de Kamer van Afgevaardigden te mogen stemmen, moet je in Italië minimaal 18 jaar zijn, een stem voor de Senaat vereist een minimumleeftijd van 25 jaar.

Varkenswet

Er is een wet (Porcellum of ‘varkensachtig’ genoemd naar zijn onwerkbaarheid, ingevoerd in 2005 onder Berlusconi) die bepaalt dat in de Kamer van Afgevaardigden de over het geheel grootste partijcoalitie – maar met minder dan 340 zetels – ‘bonuszetels’ krijgt, zodat ze zeker is van een meerderheid van ongeveer 54 procent.

Voor de Senaat gelden echter andere regels: daar worden ‘bonuszetels’ uitgedeeld aan de grootste partij of -coalitie in elke Italiaanse regio (dit zijn er 20 in totaal). Een meerderheid van de stemmen in een regio betekent ook direct 55 procent van de zetels van die regio.

Belangrijke – want grote – regio’s om stemmen te winnen in dit verband zijn Lombardije (de regio rond Milaan), Lazio (regio rond Rome), Campania (regio rond Napels) en Sicilië.

De redelijke absurde wet op de ‘bonuszetels’ in de Senaat is hetgeen dat de centrumlinkse coalitie onder leiding van Bersani de das om heeft gedaan: het zijn juist de vier belangrijke regio’s waar de centrumrechtse coalitie onder leiding van Berlusconi de meeste stemmen behaalde en dus meer ‘bonuszetels’ in de Senaat kon vergaren.

Hierdoor heeft de partijcoalitie onder leiding van Berlusconi drie zetels meer in de Senaat dan de coalitie van Bersani, hoewel de laatste procentueel meer stemmen behaalde.

Ongeveer 75 procent van de stemgerechtigde Italianen ging naar de stembus, een opkomst die het laagste was sinds het ontstaan van de Italiaanse republiek. Het winterweer in sommige regio’s wordt als oorzaak aangewezen, maar een algemene afkeer van de Italiaanse politiek zal ook meegespeeld hebben.

Belangrijkste partijen

De vier belangrijkste partijen of partijcoalities bij deze verkiezingen waren ten eerste, aan centrumlinkse zijde, de coalitie van de Partito Democratico (PD, Democratische Partij), Sinistra Ecologia Libertà en nog een paar andere, kleinere partijen, onder leiding van Pier Luigi Bersani. Bersani steunde de technocratische regering van Monti, en omdat hij diens bezuinigingsprogramma wil voortzetten, was hij de hoop van Brussel in deze verkiezingen.

Aan rechtse zijde is er dan de coalitie van de Il Popolo della Libertà (PdL, ‘het Volk van de Vrijheid’, ontstaan uit Berlusconi’s Forza Italia en neofascistische partij Alleanza Nazionale), separatistische ‘law and order’-partij Lega Nord en nog een aantal kleinere partijen, onder leiding van Silvio Berlusconi.

Komiek Beppe Grillo is dit jaar nieuw bij de Italiaanse verkiezingen met zijn partij Movimento 5 Stelle (M5S, ‘vijfsterrenbeweging’), die weinig op heeft met de zittende politieke elite “die het land naar een catastrofe heeft geleid”, eurosceptisch is en corruptie uit wil bannen.

Grillo weigert om in zee te gaan met een van de andere grote partijen en is zelf ook geen kandidaat voor het premierschap. Hij is de roerganger van de vijfsterrenbeweging omdat hij een bekende komiek is in Italië, en gebruikt op die manier zijn gezicht om de beweging op de politieke kaart te zetten.

De kandidaten van zijn beweging zijn allemaal jonge mensen met een visie die aansluit bij waar hij vindt dat Italië naartoe moet: strenge bezuinigingen zoals die het laatste jaar onder Monti zijn doorgevoerd horen daar niet bij, maar wel verstandige investeringen en het bestrijden van corruptie.

Ten slotte is er nog de partij van de laatste Italiaanse premier, de technocraat Mario Monti, Con Monti per l’Italia (‘Met Monti voor Italië’).

Technocratie – democratie

Voormalig eurocommissaris Mario Monti was sinds november 2011 leider van een kabinet van technocraten, aangesteld met de opdracht om de financiën van Italië weer op orde te krijgen. Zo voerde hij talloze impopulaire bezuinigingsmaatregelen en onder andere een eigendomsbelasting in – vorige week nog gebruikt door Berlusconi om kiezers aan zijn kant te krijgen door in een persoonlijke brief te beloven deze belasting terug te betalen als hij verkozen zou worden.

Berlusconi deed in 1994 zijn intrede in de politiek, en was reeds premier van vier kabinetten. Het vierde en laatste kabinet-Berlusconi stond er vanaf 2008, tot in 2011 zoveel politici opstapten dat zijn kabinet zijn meerderheid verloor. Berlusconi liet een financiële puinhoop achter. De Europese Unie stuurde toen technocraat Monti om de boel te ordenen.

Dit heeft Monti echter allesbehalve populair gemaakt bij de Italiaanse bevolking, wat gereflecteerd wordt in de verkiezingsuitslag: met slechts 10,56 procent van de stemmen in de Kamer van Afgevaardigden en 9,13 procent in de Senaat zijn Monti en zijn partij de grote verliezers.

De bevolking heeft met haar stem laten zien dat ze het niet pikt bestuurd te worden door een door de Europese Unie naar voren geschoven premier: liever een populistische komiek of de door corruptieschandalen bevuilde bunga bunga-Berlusconi.

De EU zou het verlies van Monti als een aanwijzing moeten zien dat haar beleid – waarin het, als onderdeel van de trojka met het IMF, draconische bezuinigingen oplegt aan in financiële nood verkerende lidstaten – niet de goede weg vooruit is.

Hoewel de Italiaanse verkiezingen vooralsnog geen duidelijke politieke richting voor het land hebben kunnen geven, lijkt er in ieder geval een belangrijke boodschap richting de EU in te zitten.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!