De Multatuli's van Amerika
Nieuws, Cultuur, Recensie, Boekrecensie, De multatuli's van amerika, Graa boomsma -

‘De Multatuli’s van Amerika’: democratisch literair denken

De literatuur leeft niet in een reservaat en ook in Amerika waken schrijvers over vrijheid en democratie. Graa Boomsma belicht in 'De Multatuli's van Amerika' het werk van auteurs die “dankzij hun virtuoze stijl de scheefgroei van de samenleving blootleggen”. Een tocht die leidt van Henry Thoreau over John Dos Passos tot Dave Eggers.

donderdag 17 januari 2013 14:50

Er zijn al uitstekende studies geschreven over Amerikaanse literatuur in het algemeen en de morele geladenheid en het maatschappijkritische karakter van toonaangevende klassiekers in het bijzonder, maar de meeste (en de beste) gaan al een tijdje mee. Een heel tijdje zelfs.

Zo sloot Pierre Dommergues eind jaren zeventig met het tweeluik ‘L’aliénation dans le roman contemporain‘ aan bij Leslie A. Fiedlers sixties-werk ‘Love and Death in the American Novel’. Samen onthulden ze, geïnspireerd door Roland Barthes’ motto “critiquer veut dire: mettre en crise”, hoe frustraties en vervreemding de verbeelding van Amerikaanse schrijvers (blijven) voeden.

Maar een recent én Nederlandstalig werk is meer dan welkom, ook al omdat er ondertussen heel wat nieuwe schrijvers in de schijnwerpers traden. Mensen zoals Don DeLillo, Richard Powers, Jonathan Franzen en Dave Eggers om er maar enkele te noemen.

Dat vond ook Graa Boomsma, de Nederlandse schrijver en dichter die eerder al de Amerikaanse literatuur behandelde in ‘Vrijheid in de steigers. Een literaire zwerftocht door Amerika‘ en (de bundel essays en kritieken) ‘Adam in Amerika‘.

Geëngageerd democratisch denken

In ‘De Multatuli’s van Amerika‘ focust Boomsma zoals de ondertitel aangeeft op ‘Democratisch denken in The Great American Novel’. Hij belicht het werk van veertien Amerikaanse auteurs vanuit één vraag: hoe kan literatuur de kwaliteit van een democratie becommentariëren en zelfs beïnvloeden?

Een vraag verbonden met een missie: “Literatuur is nieuws dat nieuws blijft, zei Ezra Pound. Verhalen en romans die de jonge Amerikaanse democratie dicht op de huid zitten en de ruimte en de rek van de prille vrijheid beproeven, staan in dit boek centraal”.

Boomsma benadrukt dat de Amerikaanse romans van Melville tot en met Eggers opvallen door hun urgentie én het feit dat ze een wereld scheppen die de chaos van het echte leven niet alleen artistiek ordent maar die ook nieuwe inzichten biedt. Zijn aandacht gaat vooral uit naar werk dat hij ‘multatuliaans’ noemt. Waarmee hij romans bedoelt die peilen naar het gehalte van de democratie, die materiële en geestelijke uitbuiting aan de kaak stellen en de scheefgroei in de samenleving blootleggen.

De auteurs van deze kritische en nonconformistische werken zijn rebellen in de ogen van Boomsma. “Multatuliaanse opstandigheid betekent weigeren zich geestelijk te laten koloniseren door wat ik soms, in een achterdochtige bui, een kapitalistische samenzwering noem,” schrijft Boomsma, “de onstuitbare mondialisering waarbij geld als ontwrichtend fenomeen bijna zo destructief kan zijn als puur geweld. De vernieuwende Amerikaanse romans van Faulkner, Bellow of Powers stellen zich teweer tegen de vernielzucht die de samenleving teistert. Hun boeken zetten de vrijheid weer in de steigers als diezelfde vrijheid wordt afgebroken en de democratie bedreigd”.

Van protest tot kritiek

Boomsma begint zijn verhaal op een zomermiddag eind juli 1846, wanneer de latere auteur van ‘Walden‘, Henry D. Thoreau gearresteerd wordt omwille van burgerlijke ongehoorzaamheid. Thoreau hield van de natuur en niet van de staat en deels uit protest vanwege de annexatie van Texas bij de Unie, deels omdat hij het gezag van de staat weigerde te erkennen, had hij geweigerd een individuele belasting te betalen.

Boomsma ziet dit als een protestactie van “een principiële anarchist die het individuele geweten en de rechten van de minderheid verdedigt. Volgens Thoreau gaat het individu boven de staat”.

Naast een dwarsligger en dissident was Thoreau ook een drop out avant la lettre die in ‘Walden‘ verslag uitbrengt van zijn poging anders te gaan leven te midden van de natuur (een idyllisch lapje grond bij Walden Pond). Deze metaforische terugkeer naar de bron is vooral ook een terugplooien van het individu op zichzelf.

“Voor Thoreau,” schrijft Boomsma, “was de literatuur nooit iets anders dan permanent verslag uitbrengen van hét morele vraagstuk: hoe geef ik mijn leven vorm zonder onderwerping aan ‘de staat’ en zonder mijn zelfstandigheid te grabbel te gooien?”

Een rebel is niet automatisch een democraat en Boomsma moet toegeven dat de auteur die enkel het gezag van het geschreven woord erkent eerder een solitaire dan een solidaire individualist is. Dat was Herman Melville veel minder. Zijn allegorische tragedie ‘Moby Dick‘ is een politieke roman die afrekent met de Amerikaanse droom en het vermeende democratische karakter van de Amerikaanse samenleving.

“Melville hield Amerika een spiegel voor, en Amerika wendde het hoofd af” schrijft Boomsma, verwijzend naar het feit dat Melville tijdens zijn leven ondergewaardeerd bleef. Pas na zijn dood rees zijn literaire ster en groeide waardering voor het feit dat de schrijver wees op de tegenstellingen in een democratie tussen het ongebreideld vrije individu en het beheerste sociale wezen. Zeker in ‘Billy Budd‘ gaf Melville aan dat gezag en wetten niet genoeg zijn om een tolerante samenleving te creëren.

Democratie made in USA

Graa Boomsma stelt terecht vast dat het problematische karakter van de Amerikaanse democratie een cruciaal thema is in het oeuvre van de grote Amerikaanse schrijvers. Zo worstelt William Faulkner (in o.m. ‘Absalom, Absalom!‘) net als het Diepe Zuiden, zijn geboortestreek, met de littekens geslagen door de Amerikaanse burgeroorlog.

De kernthema’s geschiedenis en racisme vormen een rode draad door zijn oeuvre en hij schreef “zijn meesterwerken ook om het dubbele gevoel in zichzelf, dat wil zeggen de schizofrene maatschappelijke situatie in het Diepe Zuiden, te analyseren en bestrijden”.

Daar waar streekromancier Faulkner focust op het landelijke en regionale om de verdeeldheid van de natie te belichten, ontpopt John Dos Passos zich meer tot de kroniekschrijver van de Amerikaanse metropool. Hij schetst de VS als twee naties en een uitgeholde democratie. Zijn belangrijkste roman, de trilogie ‘U.S.A.‘, wordt beschouwd als hèt epos van de democratie.

Dos Passos onderstreept erin dat een deel van Amerika monddood is gemaakt. “De ene natie deelt de lakens uit en de andere heeft alles maar te slikken” aldus Boomsma die Dos Passos omschrijft als “een twintigste eeuwse Diogenes, die over dat uitgestrekte marktplein van Amerika zwerft, de autoriteiten op hun nummer zet en met de dovende fakkel van zijn idealistische verbeelding op zoek is naar de zuivere, legendarische democratie van Thomas Jefferson”.

De vraag of Amerika wel bestaat als democratie houdt F. Scott Fitzgerald bezig, vooral in zijn roaring twenties roman ‘The Great Gatsby‘. De antiheld die fungeert als hoofdpersonage streeft net als het land naar een onmogelijke combinatie van materialisme en idealisme, geld en het verlangen naar liefde.

“Jay Gatsby is geen mens maar de belichaming van de twee tegengestelde ideeën over hoop en hopeloosheid,” benadrukt Boomsma, “Gatsby is de ultieme uitdrukking van de Amerikaanse Droom die verder wenst te gaan dan de kreet ‘ik wil meer, ik wil nog meer’. Gatsby verbeeldt de eeuwige zelfschepping waar de Amerikanen zo goed in kunnen zijn”.

Voor Saul Bellow vormt de welvaartsdrift een tegelijk opbouwende en destructieve kracht in een democratische samenleving en bedreigt de opkomst van een wegwerpcultuur de democratie. “Daar waar de informatie besmet raakt wankelt de democratie,” aldus Boomsma, “een democratie die volgens Bellow steunt op het permanente gesprek tussen goed geïnformeerde ‘dichters en denkers’ die verder kijken dan partijbelang, eigenbelang of de krantenwaan van de dag”.

Dood van de democratie

Geen auteur wist zo goed te illustreren dat gevoelens meer dan ideeën voor amok zorgen in de Amerikaanse geschiedenis dan Philip Roth. In zijn pareltje van literaire geschiedschrijving, ‘The Plot Against America‘, staat alles in het teken van grenzeloze angst of paranoia terwijl het persoonlijke er politiek wordt en politiek doordringt tot diep in het persoonlijke leven.

Boomsma ziet Roth als “een briljant chroniqueur van de recente Amerikaanse geschiedenis én een superieure geschiedenisleraar die met een kunstgreep het turbulente verleden weet om te smeden tot vertellingen die valse idealen ontmaskeren, wraak en verraad als drijfveren van menselijk handelen aanwijzen en ‘zuiverheid’ in denken en doen relativeren”.

Roth is behoorlijk donker en pessimistisch en Susan Sontag schopt tegen alles en iedereen aan maar Don DeLillo (‘Cosmopolis‘, ‘Falling Man‘) toont aan dat het nog altijd somberder, kritischer en subversiever kan. De apocalyptische roman ‘Underworld‘ is volgens Boomsma “een woordenfresco, een veelluikig verhalenmozaïek over existentiële wanhoop en hoop, over het einde der tijden en een nieuw begin, over apocalyptische chaos en artistieke orde”.

DeLillo staat voor hem symbool voor de, na 9/11, zoekende schrijver die “beelden op het breukvlak van leven en dood wil vangen in woorden. Voor zijn tegenverhalen, zijn vertellingen tegen het vergeten en verdringen”. Zijn opzet is een haarscherp beeld te schetsen van de Amerikanen die na 11 september 2001 uit evenwicht zijn geraakt of die zichzelf zijn kwijtgeraakt. “DeLillo wil een beeld schetsen van een gedesoriënteerde, op drift geraakte en angstige democratie” besluit hij.

William T. Vollmann (‘Rising Up and Rising Down‘) is complementair met DeLillo in zijn obessief streven om zich in te leven in de geest en de emoties van ‘De Anderen’, zij die de geschiedenis gewelddadig naar hun hand willen zetten. Empathie gekoppeld aan kritiek op maatschappelijke wanverhoudingen, chaos, geweld en onrecht.

Kan literatuur de democratie redden?

De moderne media mogen dan wel de sociale waakhond-rol hebben overgenomen van schrijvers (de impact van Balzac en Dickens is niet langer haalbaar), toch ziet Boomsma hen nog bijdragen aan de redding van de democratie. Zo benadrukt hij dat ‘Vrijheid’ van Jonathan Franzen “welhaast een literaire wanhoopsdaad is van een non-conformist die de conformistische lezer toch nog een geweten wil schoppen”.

Terwijl cultauteur David Foster Wallace met zijn tragikomische roman ‘Infinite Jest‘ op ironische wijze bijzonder destructieve existentiële wanhoop tastbaar wil maken. “De democratie blijft een moeilijke maatschappijvorm omdat de mens van nature niet zo democratisch blijkt te zijn,” stelt Boomsma.

Hij sluit zijn studie af met Dave Eggers (‘A Heartbreaking Work of Staggering Genius‘) en de vraag: hoeveel ironie kan de democratie hebben? Boomsma ziet de ironische, kritische Eggers als belichaming van de literaire mentaliteit die sinds de Golfoorlog van 1999 rondwaart in de Amerikaanse letteren: “een schrijfhouding die wars is van vrijblijvendheid en die ouderwetse begrippen als moraal, mededogen, naastenliefde, solidariteit, gemeenschapszin, familieleven, betrokkenheid en engagement nieuw leven wil inblazen”.

Eggers roman ‘Zeitoun‘ is voor hem even belangrijk als ‘Walden‘ omdat het via een verhaal over de waternoodsramp het functioneren van de Amerikaanse staat en democratie op het scherp van de snede ter discussie stelt. “Het ogenschijnlijk particuliere verhaal blijkt een literair-journalistieke onderneming die de vooroordelen van burgers en ambtenaren ontmaskert, die de falende democratie aan de kaak stelt en die à la Thoreau de verregaande bemoeizucht van de staat aanklaagt”.

Terwijl ‘Een hologram voor de koning’ de impact van religieuze extremisten aan de kaak stelt. Die conservatieve extremisten zorgen ervoor dat Amerika zijn veerkracht verliest stelt Boomsma die besluit met een vraag: “was het niet die kracht die de basis vormde van de Amerikaanse democratie, een grensverleggende samenleving die gedijt dankzij flexibele, kosmopolitische geesten?”

Een open vraag, zoals er wel meer in het boek zitten. ‘De Multatuli’s van Amerika‘ wil iets zeggen over democratie en literatuur in Amerika en doet dat met veel schwung en enthousiasme. Niet alle gesuggereerde dwarsverbanden komen echter uit de verf, sommige beweringen worden zwakjes geargumenteerd en het boek biedt meer vragen dan antwoorden.

Anderzijds zijn die vragen wèl interessant (vaak zelfs cruciaal) en wordt het oeuvre van toonaangevende schrijvers op verhelderende wijze tegen het licht gehouden.

Uiteraard had de auteur ook een plaatsje kunnen reserveren voor Ernest Hemingway, John Steinbeck, Flannery O’Connor, Norman Mailer, E.L. Doctorow, Cormac McCarthy, Carson McCullers, Annie Proulx en Toni Morrison. Stuk voor stuk belangrijke en sterke schrijvers die ook een wezenlijke bijdrage leverden aan het democratisch denken.

Door hen niet op te nemen is ‘De Multatuli’s van Amerika‘ geen indrukwekkende turf geworden terwijl het ook niet meteen een werk op het niveau van de studies van Dommergues en Fiedler is.

Maar het blijft een aanrader voor al wie geïnteresseerd is in de Amerikaanse literatuur, cultuur en samenleving. En zeker voor wie uitkijkt naar sporen van tegencultuur in ‘The Great American Novel’.

Je steunt DeWereldMorgen.be door dit boek in onze shop te bestellen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!