Dit zijn de namen
Nieuws, Samenleving, Cultuur, Recensie, Boekrecensie, Dit zijn de namen, Tommy wieringa -

‘Dit zijn de namen’: op zoek naar een beter leven

Stilist Tommy Wieringa laat in zijn nieuwste roman 'Dit zijn de namen' zijn licht schijnen over thema's als migratie, identiteit en verlossing.

dinsdag 25 december 2012 10:00

Tommy Wieringa

De auteur (°1967) bracht een belangrijk deel van zijn jeugd door op de Nederlandse Antillen. Hij studeerde geschiedenis in Groningen en journalistiek in Utrecht. Naar eigen zeggen werkte hij onder meer als aanstekerverkoper op de markt en als lokettist bij de spoorwegen. Hij publiceerde drie romans, alvorens hij in 2005 doorbrak met zijn ontwikkelingsroman Joe Speedboot. Dit boek werd genomineerd voor vele prijzen en kreeg er ook meerdere.

Wieringa wordt geroemd als groot talent, de recensies van zijn boeken staan vol superlatieven. Hij schreef onder andere de romans Alles over Tristan (Halewijnprijs, 2002), Joe Speedboot (2005), Caesarion (2009) en nu Dit zijn de namen. Zijn reisverhalen werden gebundeld in Ik was nooit in Isfahaan (2006).

In 2007 verscheen De dynamica van begeerte, een aanstekelijk onderzoek naar de oorsprong van begeerte en de grote rol van pornografie in de moderne wereld. Essays en beschouwingen verschenen in de Volkskrant en NRC Handelsblad. Wieringa had een vaste column in De Pers en in Hollands Diep. 

Een monumentale roman

De Volkskrant schreef over zijn meest recente boek: “Dit zijn de namen behoort tot de beste boeken van het jaar. Een monumentale roman.” Om te beginnen moeten we vermelden dat Tommy Wieringa absoluut een groot stilist is en een geweldige spanning weet op te bouwen. Er worden veel lijnen uitgegooid, zodat men een reusachtige ontknoping verwacht. Daartoe hanteert hij met verve verschillende literaire technieken.

Het grootste deel van het boek is een parallelvertelling: twee verhalen worden gelijktijdig ontwikkeld en met elkaar afgewisseld. Enerzijds is er het tragische verhaal van een groep naamloze vluchtelingen die schandelijk opgelicht worden en een bittere overlevingstocht maken om tenslotte aan te komen in een stad waar we inmiddels Pontus Beg hebben leren kennen, het hoofdpersonage van verhaal twee.

Pontus is een corrupte agent in dienst van een nog corruptere burgemeester en stelt zich ernstige vragen bij zijn levensloop. Volledig terecht, mogen we wel zeggen. Dit is het soort mensen waarvoor de groep uit het eerste verhaal op de vlucht gaat. Corrupte machtswellustelingen. Als ze arriveren in de stad van Pontus, komen beide verhalen samen.

Aanvankelijk blijven de vluchtelingen anoniem. Ze hebben hun papieren vernietigd en hebben dus geen identiteit, dus ook geen namen. Een interessante piste zou je zeggen. In ieder geval doet het je nadenken over identiteit en papieren. Het is niet omdat je geen papieren hebt, dat je geen identiteit zou hebben.

Tegelijk is de naamloosheid een goed middel om de universaliteit van het vluchten in de verf te zetten. De man en de vrouw, het zou iedereen kunnen zijn. Tenslotte is het dat waar het om draait: ze zijn allen op zoek naar een beter leven.

Ambities

Onze corrupte agent heeft eveneens grote ambities: hij wil Jood worden. Daartoe bezoekt hij de lokale rabbi en verliezen ze zich in ogenschijnlijk hoogst interessante discussies. Die discussies worden levendiger, naarmate er meer wijn wordt geconsumeerd. Ook in het eerste verhaal komt het ontstaan van godsdienst op een wel heel curieuze manier aan bod.

Een Ethiopiër in de groep wordt verdacht van tovenarij en mee door de uitputting van het gezond verstand, vermoord. Net op dat ogenblik lacht het geluk de vluchtelingen toe en vinden ze een betere vluchtroute. Prompt wordt aan de Ethiopiër een bovennatuurlijke kracht toegeschreven en om die kracht te vieren en te bewaren snijden ze zijn hoofd af en nemen het mee als een heilig voorwerp.

Het excuus van de godsdienst

“Is het niet merkwaardig” verzucht onze agent even later, het lijkt wel de tocht van het Joodse volk door de woestijn. “Hoe kom je erbij” zult u zeggen en dat was exact mijn gedacht.  Conclusie is in beide verhalen is dat godsdienst een gedroomd excuus is om vreselijke daden te rechtvaardigen. God vraagt het, God beveelt het, God wil het.

Misdragen we ons in dit leven, dan zullen wij het zeker in een volgend leven herstellen. Of onze kinderen, in Israël, later, als ze er geraken. Interessante overwegingen over ontstaan en nut van godsdienst, in een kader waar je het niet zou verwachten. Eens te meer blijkt dat onze hersenen, in hun ambitie om te overleven, de meest fantastische verhalen maken om ons gedrag te rechtvaardigen.

Daarom gaan we meteen Incognito van neuroloog David Eagleman citeren, ‘Over het geheime leven van ons brein’. In een interview in Humo lezen we al: “Je ervaart helemaal niet wat je denkt dat je ervaart. Je ervaart wat je hersenen je vertellen dat je ervaart. Ze zijn geprogrammeerd om waar te nemen wat jij nodig hebt om te overleven. Ze maken, zeg maar, van alle informatie die ze krijgen, een verhaal waar jij mee verder kan.”

Dit is een mogelijke invalshoek om het boek van Wieringa mee te lezen. Veel plezier!

‘Dit zijn de namen’ is verkrijgbaar in onze shop. Door je bestelling steun je DeWereldMorgen.be.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!