Vennootschapsbelasting, theorie en praktijk

Vennootschapsbelasting, theorie en praktijk

woensdag 8 augustus 2012 14:41
Spread the love

Twee economen verbonden aan de denktank Itinera hielden in mei de vennootschapsbelasting tegen het licht. En kijk eens aan, ze deden heel verschillende vaststellingen. Hun dispuut  ging over hoe groot de belastbare basis van vennootschappen is (het inkomen dat de vennootschappen genieten), en hoeveel aftrek dat ze erop kunnen doen. En dan, uiteindelijk, hoeveel belasting ze erop betalen.

De cijfers uit deze discussie: in 2009 bedroeg de belastbare basis (inkomsten van alle vennootschappen samen) ongeveer 91 miljard. Ongeveer twee derden daarvan (bij benadering 60 miljard) kunnen de vennootschappen als kosten inbrengen (inclusief de notionele interest). Dat maakt dat de vennootschappen slechts op die dertig miljard belastingen betalen. Aan een tarief van 33 % betekent dat dat uiteindelijk slechts 9,008 miljard aan de Staat werd afgedragen in 2009. Op een totaal van 91 miljard is dat een effectieve belastingvoet van 9,8  %. Niet bepaald indrukwekkend. Volgens professor en Itineralid Jean Hindriks was het duidelijk: er is een gat in de begrotingskas geslagen door de notionele interest.

Dat werd snel tegengesproken door Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom van Itinera: de notionele interest heeft géén gat in de begrotingskas geslagen, maar de effectieve belastingvoet is gewoon lager dan 10 jaar geleden. En we moesten ook rekening houden met het conjunctuuraspect én de cijfers voor 2010 en 2011 moesten we eigenlijk afwachten.

Kristalhelder is echter dat bedrijven effectief minder bijdragen dan 10 jaar geleden. Beide heren hebben dus enthousiast het punt gemaakt dat we al jaren stellen. Bedrijven, winsten worden minder belast dan gewoon te gaan werken. De cijfers die bekend raakten, lagen eigenlijk nog beneden de cijfers die vroeger door minister Reynders waren bekend gemaakt. Reynders stelde nog  dat op  inkomsten van 93 miljard 11 miljard belastingen betaald werden. Wat een effectieve belastingvoet van 11,8 % betekent.

De nog straffere Itinera-cijfers bewijzen dat de toestand in de vennootschapsbelasting ernstig is. Notionele interest of niet. Feit is dat de lonen en beroepsinkomsten gemakkelijk een veelvoud aan de Staat bijdragen. Vier keer zoveel brengt de personenbelasting op. De gemiddelde belastingvoet voor een loontrekkende is bovendien géén 9,8 %, maar in 2009 niet minder dan 17,9 %. Dit geeft veel stof om na te denken.

Eerst en vooral moeten we de vennootschapsbelasting terug herleiden naar zijn essentie. Constructies die geen impact hebben op werk, investering  en tewerkstelling moeten worden afgeschaft. We moeten de wirwar aan aftrekken stoppen. De vennootschapsbelasting moet méér gaan bijdragen. Het conjunctureel element om de mindere belastinginkomsten te verklaren klopt niet. Aangezien belastingen zijn gebaseerd op inkomsten en gedrag  is in de discussie wie voldoende bijdraagt de conjunctuur geen valabel argument, vermits in een crisistijd iedere belastinginkomst invloed ondervindt.

Het effectief tarief van de vennootschapsbelasting moet omhoog. België heeft theoretisch een tarief van 33,99 % in de vennootschapsbelasting. Maar als niemand dat betaalt is dit onzin. De split tussen werkelijk en effectief tarief is veel te groot. Een dergelijke hervorming is natuurlijk geen sinecure en  moet omzichtig worden aangepakt.

Gelukkig geeft Europa het goede voorbeeld. In hun nieuwe voorstel voor een eengemaakte belastingbasis (CCCTB) verzet Europa zich alvast ernstig tegen de mogelijkheid om veel en diverse aftrekken mogelijk te maken.  Een beperkt aantal gelimiteerde aftrekken blijft over. Europa geeft dus het goede voorbeeld : België moet gewoon snel navolgen.

Koen Meesters, adviseur ACV studiedienst

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!