Het geval-Parwais

Het geval-Parwais

zaterdag 14 juli 2012 19:03

Vorige vrijdag doceerde De Standaard zijn lezers dat het voorspelbaar was dat mediakritiek tien dagen na de berichtgeving over Parwais Sangari zou opduiken (DS, 13 juli, ‘In het donker’, rubriek Moment!). Bovendien zou die voorspelbare mediakritiek een denkfout maken: het is helemaal niet verkeerd dat de media aandacht geeft aan het persoonlijke verhaal van Parwais. Meer zelfs, het achterwege laten van het particuliere verhaal zou onrechtvaardig zijn. Want, zo lezen we, wie bekend is, wordt er als individu met naam en toenaam uitgepikt. We willen weten wat ze denken, wat ze voelen en wat hen drijft. Wie geen succes heeft niet. Die zou in de donker moeten blijven, verpakt als een statistiek. De Standaard neemt het dus schijnbaar op voor de verschoppeling en eindigt zelfs met een citaat van Bertolt Brecht: Men ziet die in het licht, die in het donker ziet men niet.

Desondanks slaat DS de bal hier niet alleen mis, men zet de zaken ook op hun kop. Te eerste, als mediakritiek voorspelbaar wordt, dan zegt dat natuurlijk veel over de media zelf. Misschien zou men daar dan eens over moeten nadenken en iets aan doen. Ten tweede, het feit dat het levensverhaal van bekende mensen in de media zo wordt uitgesmeerd, is op zich natuurlijk ook een probleem. Dat is evenzeer iets dat mediakritiek terecht aanklaagt. Ten derde, en dat is hier cruciaal: de focus op de persoon Parwais is op zich niet in het probleem, maar wel de manier waarop dit gebeurt.

De Franse filosoof Guy Debord wees er in zijn film en het gelijknamige boek De spektakelmaatschappij (1967) al op hoe de Westerse media, met het oog het vermaken van een ruim publiek, er steeds in slagen om een politiek verhaal van zijn kritisch gehalte te ontdoen: de berichtgeving slaat door in een spektakelcultuur. Politieke debatten worden showbizz en spelprogramma’s. Verkiezingen transformeren in Disney parades. Berichtgeving over politieke vluchtelingen in krimi-series.

Dat is dus wat mediakritiek aanklaagt: Parwais is een belangrijke casus die de inconsistenties ons migratiebeleid blootlegt. In plaats van dat uit te spitten, schuift de aandacht nu helaas weg naar een focus op het louter particuliere en sentimentele. Door deze verschuiving richting melodrama, blijft ‘de verschoppeling’ in het donker omdat er niets wezenlijks verandert.

Wat eveneens voorspelbaar was, is een dag later al een feit: de media zoomen in op een sensationele doorlichting van het asieldossier van Parwais. DS brengt zaterdag bijvoorbeeld een uitvoerig stuk van drie pagina’s: ‘De gaten in het verhaal van Parwais Sangari’ (DS, 14 juli). Maar of zijn verhaal nu klopt of niet doet eigenlijk niet ter zake. Trouwens, hoe kan hij zich verdedigen tegen argumenten of insinuaties van journalisten als hij op de vlucht is? Bovendien bleek de staatssecretaris dat verhaal blijkbaar toch voor waar aan te nemen op het moment dat hij werd teruggestuurd. Wat wel van belang is, is dat men iemand eerst laat integreren in een pleeggezin om daarna toch zonder pardon terug te sturen naar een oorlogsland. Dat is problematisch en over die willekeur zou het geval-Parwais moeten gaan.

DS hoofdredacteur Bart Sturtewagen deed dat ook in zijn editoriaal vorige maandag (DS, ‘Doodlopende straat’, 9 juli). Hij wijst op de willekeur van het migratiebeleid: de asielprocedure zou ethisch een doodlopende straat zijn. De redenen die hij hiervoor aangeeft zijn wel anders dan wat men zou verwachten: Landen die zich openstellen voor economische immigratie zijn verplicht de instroom te regelen. Ze stellen niet de vraag: waarvoor ben je op de vlucht? Maar: wat heb je ons te bieden? Een jongeman die van aanpakken weet en, zoals Parwais Sangari, heeft geleerd te lassen — een knelpuntberoep nota bene — zou er op die basis bij horen. Iemand met de verkeerde leeftijd, onvoldoende bekwaamheden of andere handicaps blijft in de kou. Die weg opgaan lost niet alles op. Maar het is wel de weg van het realisme. Het legt een band tussen rechten en plichten en haalt het migratiedebat uit de sfeer van emotionaliteit. Dat we vandaag moreel gekweld zijn, komt omdat we Parwais niet op die grond hebben beoordeeld.

Daarmee geeft Sturtewagen een pleidooi voor een neoliberale ethiek die de markt boven de mensen zet: de uitwijzing zou immoreel zijn omdat Parwais kan lassen, niet omdat hij na integratie onder dwang in onveilig gebied wordt gedropt. Dat er zo relativerend wordt gedaan over die veiligheid is trouwens erg opmerkelijk. Eveneens in DS (3 juli) lazen we hoe minister De Crem trots aankondigt dat ‘onze’ F-16’s in Afghanistan intussen al 4000 succesvolle vluchten (12000 vlieguren) hebben uitgevoerd. Hoeveel honderden miljoenen dat kost, willen we niet weten. Dat deze interventies nooit democratisch werden overlegd, dat weten we allemaal. Maar het getuigt toch van Vlaams surrealisme dat een lid van de regering een gebied veilig verklaart als blijkt dat onze militairen daar zo actief zijn.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!