De VRT in de 21ste eeuw
Nieuws, Cultuur, België, Recensie, VRT, Hilde Van Den Bulck, Boekrecensie, Karen Donders, Publieke omroep, 'De VRT in de 21ste eeuw' - Freddy Sartor

‘De VRT in de 21ste eeuw’: zin en onzin van een publieke omroep

De interessantste insteek van het boek 'De VRT in de 21ste eeuw' is het schetsen van het moeizame proces dat leidde tot de beheersovereenkomst tussen de Vlaamse regering en de VRT voor 2012-2016. Ongeveer half Vlaanderen werd bevraagd. Maar wat onhandig tot hoogst irritant overkomt, is dat enkele auteurs menen de (omroep)geschiedenis te moeten herschrijven. Wat het debat nodeloos bemoeilijkt.

maandag 14 mei 2012 17:35

Op het eerste gezicht lijkt de ondertitel van ‘De VRT in de 21ste eeuw’ (in een redactie van Karen Donders en Hilde Van Den Bulck) ‘Heeft Vlaanderen nood aan een publieke omroep of is de VRT in het digitale landschap een overbodige luxe geworden?’ een tikkeltje provocerend, of een schot voor de boeg.

De lezer weet al dat men er niet zal uitkomen. Toch is het een terechte vraag. Of anders gesteld: klopt het dat de VRT sinds de komst van de commerciële zenders gaandeweg zo erg in hun richting is opgeschoven dat er vaak nog amper een onderscheid te maken is?

Dat deze vraag om de zoveel tijd opdoemt, zegt dat er toch wel een probleem is. Al wordt dat door de VRT zelf genegeerd. Of anders gesteld: meer nog dan wat er momenteel op ‘het pretnet’ TV Eén, Canvas en KetNet te zien is, kan je je afvragen wat er allemaal niet (meer) wordt geprogrammeerd.

Intro

Eerste vaststelling. Vooral de audiovisuele media zijn (in deze 21ste eeuw) zo belangrijk geworden, hun impact is zo groot – mee door het achteruitboeren van de leescultuur – dat het misdadig zou zijn om ze louter aan het vrijemarktmechanisme over te laten.

Tweede vaststelling. Elke gewone burger, van sportman tot politicus, blijkt een liefde-haat-liefderelatie met de openbare omroep te hebben.

Derde vaststelling. De problematiek rond de openbare omroep in het bijzonder en het medialandschap in Vlaanderen in het algemeen is vaak boeiender, meer controversieel en spraakmakender dan het beleid en/of de programma’s die er te zien zijn.

Voorwoord

Door het voorwoord te laten schrijven door Piet Van Roe – notoir VRT-man in hart en nieren, die zweert bij de vrije markt én journalist, in die volgorde – neemt het boek in feite een valse start. Of maakt dat eveneens deel uit van de lichtjes provocerende titel?

Wat kort door de bocht misschien komt zijn voorwoord erop neer dat Van Roe – hij was jarenlang een leidinggevende figuur  – uitgaat van het axioma (of paradigma): de VRT heeft een belangrijk marktaandeel verworven én dus is het aanbod kwaliteitsvol.

Of om het met de woorden van de goeroe zelf, waarvan hij de tegenspraak blijkbaar niet wil inzien, te zeggen: “De prioriteit blijft informatie, cultuur en kwaliteit. Op die terreinen moet de publieke omroep leidinggevend zijn, maar dat kan alleen als hij de strijd mag en kan aangaan met de commerciële televisie”.

Hoe het ene met het andere te rijmen valt, wordt – uiteraard – niet nader verklaard. Bovendien is het tevergeefs speuren naar een omschrijving, laat staan definitie van: informatie, cultuur en kwaliteit.

De sleutelwoorden die de auteur daarbij aanhaalt, zijn publieksvriendelijkheid (d.w.z. “het programma-aanbod moet op de behoeften en de belangstelling van het publiek worden afgestemd”) en universaliteit, d.i. zoveel mogelijk kijkers en luisteraars bereiken (zowel het brede publiek als specifieke doelgroepen) met een mix van info, cultuur, sport, educatie en ontspanning”.

Alsof een VTM-programmamaker aan het woord is!

Voorts pleegt Van Roe in het voorwoord terloops een aanslag op de omroepgeschiedenis zoals hem dat als ideoloog goed uitkomt wanneer hij stelt: “Zolang de openbare omroep zijn comfortabele monopoliepositie behield, was er geen probleem. Pas toen de VRT concurrentie kreeg, werd duidelijk dat zij haar opdracht als publieke omroep niet naar behoren vervulde. De eerste schok moest de radio opvangen aan het eind van de jaren zeventig toen de lokale radio’s programma’s brachten die de publieke radio niet uitzond, maar die duidelijk aansloegen bij het jonge publiek. De publieke omroep reageerde alert met Studio Brussel en de regionalisering van het tweede radionet, daarna met de scherpe profilering van alle zenders”.

Praat achteraf om het eigen beleid goed te praten.

Voor de toenmalige BRT/VRT waren de door vrijbuiters (ook smalend ‘cowboys’ geheten) gemaakte ‘vrije radio’s’, een doorn in het oog, en hoegenaamd gèèn inspiratie. Naar verluidt liet de BRT begin de jaren tachtig de tweetalige, bijzonder populaire en innoverende Brusselse stadsradio FM Bruxel in beslag nemen, zogenaamd omdat hij op diezelfde golflengte zat als Studio Brussel dat er zat aan te komen.

FM Bruxel was dag in dag uit in de ether, 24 uur op 24, programmeerde heel aparte muziek, die je nergens anders kon horen, bracht cultuur (met onder meer een eigen theater- en filmrubriek), een sportprogramma, socio-politiek achtergrondnieuws, enz. Later zou blijken dat tal van programmamakers daar het vak heeft geleerd.

Toen Studio Brussel dan opstartte, leek het veeleer een soortement Studio Leuven en evolueerde pas later tot de jongerenzender die het vandaag is. En die – laten we eerlijk zijn – qua kwaliteit zelfs niet in de schaduw van het toenmalige FM Bruxel mag staan.

Dus de aanloop naar dat veranderende medialandschap met een ‘alerte’ VRT in een scharnierrol en niet de commerciële omroep VTM ziet er dus wel enigszins anders uit dan Piet Van Roe het vandaag o zo graag beschrijft. Toen VTM vrij succesrijk van start ging, was de paniek in BRT-rangen vrij algemeen. Men vergeet dat maar al te graag.

De BRT/VRT vond pas een tweede adem na het sluiten van een exclusiviteitscontract door het Huis van Vertrouwen met de tv-productiemaatschappij Woestijnvis die telkens opnieuw met (door de schrijvende pers sterk ondersteunde) kijkcijferkanonnen kwam aandraven. Niet te onderschatten daarbij: ‘Man bijt hond’, het infotainmentprogramma (die naam tenminste waardig) dat zich telkens opnieuw heruitvond.

Inleiding

Belangrijkste aanleiding voor het boek was de aanloop naar de beheersovereenkomst, de vierde al. Nieuwigheid is wel dat de decreetgever voor het eerst voorzag dat advies over de inhoud van de beheersovereenkomst 2012-2016 onder meer op wetenschappelijk onderzoek moest gebaseerd zijn. Een andere, niet onbelangrijke reden was het ontsluiten van het onderzoek naar het brede publiek toe, naar de belastingbetaler

“Het instrument van regulering en beleid van de publieke omroep in Vlaanderen is de beheersovereenkomst. (…) Het publiekomroepbeleid is dus niet meer een zaak van de minister van Media alleen. Almaar meer stakeholders zoals de commerciële concurrenten, de culturele sector en andere middenveldorganisaties worden om hun mening gevraagd of mengen zich spontaan in het debat. Zelfs het publiek, de belangrijkste, maar vaak minst zichtbare, want nauwelijks georganiseerde stakeholder, wordt gevraagd zijn mening over de rol van de publieke omroep te ventileren”. 

Vanaf 1 januari 2012 is de nieuwe beheersovereenkomst 2012-2016 (voor vijf jaar) tussen de VRT en de Vlaamse overheid een feit. “In ruil voor 296.606 miljoen euro (een bedrag dat jaarlijks wordt geïndexeerd en moet worden aangevuld met commerciële inkomsten) moet de VRT drie televisie- en vijf radiokanalen, drie thematische websites (www.deredactie.be, www.sporza.be, www.cobra.be) en een symfonisch orkest uitbaten, aan de archivering van het audiovisueel erfgoed en aan de innovatie in media bijdragen, en bij dit alles een publieke meerwaarde creëren”.

Inderdaad een opdracht om u tegen te zeggen, al valt daarbij het werkwoord ‘moet’ op. Van wie ‘moet’ de VRT Radio MNM (destijds Radio Donna) ‘creëren’? En wie was in feite vragende partij voor een derde net, Ketnet? M.a.w. het is de VRT zelf die zich het leven moeilijk maakt. Toch.

Blik achteruit

Vooral het deeltje ‘Een blik achteruit’ maakt het vanuit historisch standpunt wel erg bont.

We lezen: “Doorheen de jaren 1970 buigt de idealistische bevlogenheid om in een bureaucratisch verlammend en inhoudelijk rigide beleid, dat steeds meer aansluiting met de veranderende mediale en maatschappelijke context mist.” Een ronduit eenzijdige bedenking. Temeer omdat als exponent daarvan uit de mouw wordt getoverd: het cultuurprogramma ‘Container’.

Hallo? Een gratuite bewering die echt geen hout snijdt. Er zijn andere én betere voorbeelden dan ‘Container’ dat slechts een handvol keren is uitgezonden nota bene. Los daarvan is het de tijd dat je thuis bleef voor bijvoorbeeld het informatieprogramma Panorama.

En dat Maurice Dewilde – de beste journalist die voor de BRT heeft gewerkt (heeft ‘mogen’ werken, want hij werd zowel door de politiek als door zijn directe oversten te pas en te onpas buitenspel gezet) – spraakmakende tv maakte met het onvolprezen ’De Nieuwe Orde’, een historische reeks in alle mogelijke betekenissen van het woord.

Een sterk staaltje van jarenlange onderzoeksjournalistiek. Vandaag mag dat een boutade lijken, maar Dewilde gaf zijn studenten radio- en tv-journalistiek aan het Rits destijds steevast de gulden regel mee: “Precies omdat tv als massamedium zo populair is, moet je zo’n goed mogelijk programma maken!”  

Doorbreking publieke omroepmonopolie

Hierbij is het interessant te moeten constateren dat de ontzuiling in Vlaanderen parallel loopt met de constatering dat “Er op sociocultureel vlak een verschuiving komt, weg van de moderne maatschappij gekenmerkt door ‘de grote verhalen’ (ideologieën) en een hiërarchisch georganiseerde samenleving naar een postmoderne maatschappij van ontvoogde consumentpublieken die zelf bepalen wie ze zijn en wat goed voor hen is.”

“Aan de ietwat paternalistische, opvoedkundige imperatief van de publieke omroep lijken zij geen boodschap meer te hebben. Dat alles zorgt voor een grondige herschikking van het medialandschap in de Europese landen. Openbare televisieomroepen verliezen hun monopolie, hun publiek, hun geloofwaardigheid, en hun duidelijke taakomschrijving”.

De doorbreking van het publieke omroepmonopolie is dan een feit, niet op de laatste plaats omdat in Vlaanderen vanuit diverse politieke families er alles aan is gedaan om precies met dat monopolie komaf te maken.

In de eerste beheersovereenkomst (1997-2001) moet de VRT streefcijfers halen, de zogenaamde performantiemaatstaven waardoor de vermaledijde kijkcijfers een nationale sport worden. Het gevecht om de kijker had van meet af aan zo zijn impact op de programmering; op bepaalde momenten werd er geprogrammeerd en tegen-geprogrammeerd dat niemand nog wist wat, waar en hoe.

En door resoluut te kiezen voor soap, sitcom en infotainment schoof de VRT binnen de kortste keren vervaarlijk sterk richting commerciële omroep. De tweede beheersovereenkomst kwam net op tijd.

De tweede beheersovereenkomst (2002-2006) mikt op kwaliteit en diversiteit. De vijf kwaliteitsnormen worden wel heel vaag omschreven en je kan je zelfs afvragen wat deze normen met kwaliteit te maken hebben.

De derde beheersovereenkomst (2007-2011) zweert dan weer bij meer cultuur en nieuwe media. Even een gedachtesprong. Als we vandaag de VRT zouden wikken en wegen op het vlak van de betere film is er inderdaad een verbetering merkbaar: eindelijk terug al eens een zwart-witfilm (uit de tijd van toen), een tijdlang zelfs kortfilms op tv (al was het dan na middernacht), de Vlaamse film komt ruim aan bod, de Vlaamse auteursdocumentaire al heel wat minder (tenzij in een format dito keurslijf geprangd), maar naar wat info over de nieuwste Europese en/of Aziatische, laat staan Afrikaanse film is het naarstig (en vaak tevergeefs) zoeken.

Zijn deze beheersovereenkomsten dan een maat voor niets? Niet echt, al zouden ze toch een tikkeltje kritischer kunnen worden opgevolgd. Zeker ook door de tv-pers.

De publieke omroep

In hun bijdrage zetten auteurs Karen Donders en Caroline Pauwels alle uitdagingen op een rijtje waar een publieke omroep in deze supersnel evoluerende tijden voor staat. Een publieke omroep die zich voortdurend moet heruitvinden en blijven heruitvinden.

En: “De publieke omroep moet haar publiek herdenken. (…) De kijkers willen mee media maken. De publieke omroep zou hierin een voortrekkersrol moeten spelen en met het oog op haar democratische functie participatie en interactie bevorderen.”

Kapers zijn er genoeg op de kust die niet vertrekken vanuit het democratische model, maar vanuit de noden van de markt om het publieke omroepproject vorm te geven.

Nieuwe beheersovereenkomst

Omstandig, tot in de kleinste details, wordt vervolgens geschetst hoe de nieuwe beheersovereenkomst uiteindelijk tot stand zou komen. Maar waarom er bijvoorbeeld werd gekozen voor een toevalsteekproef wordt niet meteen duidelijk.

Je kan met de ogen dicht verzinnen wat de uitkomst van de open vraag “Waaraan moet volgens u de VRT de komende vijf jaar zeker aandacht aan besteden?” zal zijn. Inderdaad: meer film, meer humor, meer documentaires en muzikale programma’s. Film en film is twee, humor (genre F.C. De Kampioenen of Fawlty Towers?), enz.

Veel wijzer worden, doe je er niet van. De auteur knoopt er wel nog een merkwaardig besluit aan vast wanneer hij stelt: “In elk geval valt op hoe de gemiddelde Vlaming minder kritisch is dan het maatschappelijke en vooral politieke debat over de publieke omroep laat vermoeden”.

De concurrentie van haar kant stelt dan weer vragen bij de financiering; de privésector vindt dat de publieke dotatie van de Vlaamse overheid een gegarandeerde financiering is en zo de VRT een concurrentieel voordeel geeft. Grosso modo is het budget van de VRT dubbel zo groot als dat van VTM, dat dan weer het dubbele van VT4 & VijfTV is. 

En een te grote afhankelijkheid van commerciële inkomsten zet volgens Test-Aankoop “de onafhankelijkheid van de berichtgeving en programmatie van VRT op de helling”.

Het is en blijft een moeilijke evenwichtsoefening zowel de belangen van de publieke omroep en private omroepbedrijven te verenigen in een nieuwe beheersovereenkomst.

“Daar is deze beheersovereenkomst dan ook niet in geslaagd.” Zo besluit de schrijver.

Cultuur, nieuws

Wijze woorden over cultuur en jongeren lezen we in het hoofdstukje ‘Cultuur en middenveld’. Ze komen uit de mond van Barbara Wyckmans, directeur van het kinder- en jongerentheater HetPaleis, die zich al eerder in het boek had afgevraagd “of in de directe inspraak en participatiezorg van jongeren niet het gevaar schuilde dat er gemakkelijkheidshalve zal worden gekozen voor een ‘jij vraagt, wij draaien’-houding en dat de programma’s smaakbevestigend worden in plaats van smaakverkennend”.

En ze gaat door: “Ik maak een onderscheid tussen bewonderen en verwonderen. Bij een commerciële zender gaat het om geven wat het publiek graag ziet, terwijl het bij de openbare omroep moet gaan om meewerken aan wat ze graag zullen zien. (…) Elk kind wordt geboren met een avontuurlijkheid.”

Niet eens zo opvallend is dat zowel culturele actoren als vertegenwoordigers uit het middenveld wijzen op het belang van de informatieve taak van de publieke omroep.

“Nieuws en duiding, kwaliteitsjournalistiek, behoren tot de prioritaire publieke omroepdomeinen. (…)  De VRT wordt geloofd voor haar nieuwsaanbod, maar kan toch nog een tandje bijsteken. (…) En niets eens overdreven tekent de auteur op: “Onder concurrentiële druk is de slinger te veel doorgeslagen naar commerciële berichtgeving. Dat komt onder meer tot uiting in de drang naar sensationeel nieuws, negatieve beeldvorming, het zoeken naar een schuldige, het herleiden van discussies tot korte, krachtige quotes en het versimpelen van debatten door gebrek aan nuance.”

Met het gevolg dat in de nieuwe beheersovereenkomst “kerntaken zoals cultuur en nieuws en vooral diepgang en kwaliteitsvol aanbod duidelijker worden gedefinieerd.”

Algemeen besluit bij deze beheersovereenkomst: “Niemand tevreden, niemand ongelukkig?” Zoals de ondertitel (in de vorm van deze retorische vraag) luidt.

Besluit

En al wordt er wel verwezen naar enkele blinde vlekken in de besluitvorming toch zijn de conclusies die de eindredacteurs van het boek, Donders en Van Den Bulck, trekken wat ontgoochelend, want wat te voor de hand liggend.

Zo staat er zwart op wit te lezen dat “De Vlaming vooral een veelzijdige publieke omroep wil die via radio, televisie en nieuwe media een mix van nieuws, entertainment, sport en cultuur brengt. Hij spreekt zich uit voor een kwaliteitsvol aanbod, maar gaat niet (meer) mee in een pleidooi voor een paternalistisch programmabeleid dat de publieke oproep tot in de jaren 1980 domineerde en dat diezelfde publieke omroep verlamde toen VTM op de markt kwam.”

Een grotere vanzelfsprekendheid, een open deur harder intrappen, kan je je moeilijk bedenken.

‘De VRT in de 21ste eeuw’ reikt interessante discussiestof aan over de zin en onzin van een publieke omroep in het digitale tijdperk, over politieke besluitvorming, over steun voor en kritiek op de publieke omroep, en over de uiteenlopende ideologische visies op de VRT die elk debat over diezelfde VRT hoe dan ook kleuren.

Zoals de eindredacteurs inderdaad hadden beloofd. Want over de maatschappelijke rol van een publieke omroep kan niet genoegzaam worden gedebatteerd. Maar dan liefst ook een grondig inhoudelijk debat. Eindelijk eens.

Tip voor een volgend boek?

Dit boek is verkrijgbaar in onze shop.

Karen Donders & Hilde Van Den Bulck (red.), De VRT in de 21ste eeuw, University Press Antwerp (UPA), 2012, 150 pag. (plus de nieuwe beheersovereenkomst als bijlage).

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!