Nieuws, Cultuur, België, Boek, Recensie, Boekrecensie, Luc Deneulin, Johan Swinnen, Filmisch verlangen -

Filmisch verlangen: Filosoferen over film

“Fotografie en film weerspiegelen de wereld en geven er tegelijk vorm aan”, schrijven Luc Deneulin en Johan Swinnen in het voorwoord bij 'Filmisch verlangen. Film als filosofie', “de camera verandert én interpreteert de wereld rondom ons.” Via gesprekken met filosofen peilen de auteurs naar hoe film ons de wereld anders leert zien.

woensdag 2 mei 2012 18:27

De legendarische filmmaker Orson Welles sloot zijn Mr. Arkadin af met een naschrift. “Een machtige vorst vroeg aan een dichter ‘Wat kan ik je geven?’. Met veel wijsheid antwoordde de dichter ‘Alles wat u wil, Sire, behalve uw geheim’.” Het creëren van een artistiek universum heeft alles te maken met het suggereren van dat geheim en niets met het prijsgeven ervan. Dat zowel critici als filosofen het betoveringseffect trachten te duiden en delen, zorgt voor spanning, voor leven.

Denken en schrijven over film heeft alles te maken met de fascinatie die uitgaat van dit geheim en de passie die ‘cinema’ losmaakt. Het is een tegelijk futiele en belangrijke bezigheid. Want een absolute waarheid valt er niet te ontdekken. En zonder filmgekken was het snel afgelopen geweest met het als circusattractie gestarte medium film. Daarom koesteren we nog steeds de geschriften en ideeën van o.m. André Bazin, Raymond Durgnat, Eric Rohmer, Andrew Sarris, Jonathan Rosenbaum, Michel Chion, Jean-Luc Godard, Robin Wood, Jean Baudrillard, Gilles Deleuze en Serge Daney.

Daarom ook zouden we het feit dat ‘Filmisch verlangen. Film als filosofie’ in zijn inleidende hoofdstukken wat nadrukkelijk met academisch jargon jongleert, met de mantel der liefde willen bedekken. De filosofen die daarna aan het woord komen, lanceren immers relevante en interessante bedenkingen op een minder hoogdravende manier. Maar het blijft jammer dat Luc Deneulin en Johan Swinnen nodeloos een drempelverhoging inlassen.

Het boek is zowat een sequel op ‘Reflecties. Film als filosofie’, het werk uit 2007 waarin Johan Swinnen zeven hedendaagse filosofen (Hubert Dethier, Willem Elias, Anna Luyten, Ann Meskens, Jean Paul Van Bendegem, Antoon Van den Braembussche en Etienne Vermeersch) ondervroeg over hun (met dank aan Eric de Kuyper) ‘filmische hartstocht’, over de link tussen beeld en idee én over de vraag of film de wereld kan redden. De zeven sluiten zich niet op de grot van Plato maar bezingen hun liefde voor zeven in hun ogen visionaire films. De impact van film, en van filmische schoonheid, op de kijker vormt daarbij de leidraad.

In dit vervolg komen opnieuw zeven (Franstalige) ‘denkers over filmbeelden’ aan het woord. Hun bespiegelingen gaan alle richtingen uit. Michel Onfray speelt in op het ‘zin of onzin van filmkritiek’-debat met een provocatief “film is te belangrijk om aan critici over te laten” terwijl Jacques Aumont betoogt dat een allesoverkoepelende filmtheorie onmogelijk geworden is, Charles Pepin aanstipt dat film slechts kortstondig kan troosten en Bernard Stiegler de invloed van de hedendaagse consumptielogica op film belicht.

“Ik denk dat de film iets heeft aangeroerd dat een absoluut centraal probleem vormde voor de hedendaagse filosofie, namelijk de tijdskwestie,” laat Florence Caeymaex noteren, “de cinema is een artistieke praktijk en ook een techniek die het mogelijk maakt om het worden tastbaar te maken of te materialiseren.” Een vrij theoretische reflectie die bevattelijk wordt gemaakt aan de hand van analyses van films van Abbas Kiarostami (Close-up) en Arnaud Desplechin (Un conte de Noël). Boeiende lectuur.

Nog interessanter is de bijdrage van Olivier Pourriol die dieper ingaat op de relatie tussen filmcritici en filosofie. Hij benadrukt ook dat “film dezelfde waarde kan hebben als wiskunde. Film is eigenlijk een abstracte kunstvorm, geeft geometrische figuren waarmee we de werkelijkheid kunnen evalueren. In films vindt men waarden voor de collectieve en individuele verbeelding. Men refereert vaak naar films en de waarden die erin worden voorgesteld. Films bevatten een fictie waarmee we ons eigen leven kunnen evalueren”. Filmkritiek is dan weer “een paradox. De criticus doet alsof hij een deskundige is, dus hij heeft bepaalde criteria nodig om niet te vervallen in heel persoonlijke beschouwingen.”

Maar elke toeschouwer is een deskundige “omdat film ook verstrooiing is en iedereen dezelfde deskundigheid heeft wanneer het om verstrooiing gaat. Film leent zich niet tot een hiërarchie van critici”. Waarbij Pourriol olie gooit op het vuur dat ging smeulen doordat professionele critici zich bedreigd voelden door de in cyberspace levende opvatting ‘we zijn allemaal critici’. Beslist prikkelend en levendig, wat deze bijdrage samen met de afsluitende hommage aan Jean Baudrillard tot verplichte lectuur maakt. Zeker voor mensen met een passie voor film.

Het boek is verkrijgbaar in de shop

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!