about
Toon menu

Proloog uit 'De mythe van de groene economie'

In dit nieuwe boek, deze week in de winkel, ontrafelen Anneleen Kenis en Matthias Lievens de mythe van de ‘groene economie’ in haar verschillende dimensies maar ze gaan ook op zoek naar een alternatief. De transitie naar een duurzame samenleving zal maar effectief en sociaal rechtvaardig zijn als ze gebaseerd is op minder markt, minder technocratie en meer democratie, zo stellen de auteurs. DeWereldMorgen.be publiceert een deel van de proloog.
donderdag 15 november 2012
"> De mythe van de groene economie · Valstrik, verzet, alternatieven
De mythe van de groene economie · Valstrik, verzet, alternatieven

Een nieuwe consensus is in de maak: de ‘groene economie’. Van de Europese Commissie tot de Wereldbank, van WWF tot Goldman Sachs: ze lijken allemaal overtuigd dat het dé weg vooruit is. Op het eerste zicht klinkt het natuurlijk goed. De ‘groene economie’ zou in één beweging niet enkel de ecologische, maar ook de economische crisis aanpakken. Wie kan daar nu tegen zijn?

En toch, als we het project van de ‘groene economie’, zoals het vandaag vorm dreigt te krijgen, nader bekijken, beginnen enkele alarmbellen te rinkelen. Emissiehandel dreigt een levenslijn te worden voor noodlijdende financiële markten. Technocratische oplossingen, van geo-engineering tot bevolkingscontrole, zijn vaak uiterst gevaarlijke experimenten.

Individuen verantwoordelijk stellen voor de uitstoot, en hen via allerlei mechanismen aansporen om hun persoonlijk gedrag te veranderen, dreigt onvoldoende, en dikwijls ook contraproductief te zijn. Als dit de 'groene economie' van de toekomst is, dan hoeft het wellicht niet te verbazen dat zoveel mensen die strijd niet als hun eigen strijd herkennen.

Proloog

‘Als spaarder en belegger maakt u constant keuzes. U kiest daarbij niet enkel met het hoofd maar steeds vaker ook met het hart. U hebt immers oog voor de maatschappelijke context van uw spaargeld of uw belegging. Draagt ze bij tot een betere wereld? Tot een duurzamer gebruik van grondstoffen? Een rechtvaardiger gebruik van arbeid? Een zorgzame aanwending van energie?’ BNP Paribas Fortis stelt ons gerust: je kan nu ook ecologisch beleggen![1] Duurzaam beleggen is een boomende markt: tussen 1995 en 2010 groeide ze in België van 8,9 miljoen tot bijna 11 miljard euro.[2]

Wil je dus bijdragen aan een betere wereld, ga dan snel naar je bank en beleg je geld in een van de aangeboden fondsen. Je kan daarbij kiezen wat jijzelf belangrijk vindt! Engagement à la carte: een goed geweten kreeg je nog nooit zo gemakkelijk. Klimaatwijziging, biodiversiteitverlies, vervuiling? ‘Er zijn duurzame fondsen voor elk beleggersprofiel’, weet BNP Paribas Fortis ons te verzekeren. Aan jou de keuze: ‘conservatief, defensief, neutraal, dynamisch of agressief’.

Je kan je spaargeld bijvoorbeeld beleggen in een fonds dat luistert naar de veelzeggende naam Green Tigers. Dat fonds belegt minstens twee derde van zijn middelen in aandelen van bedrijven die ‘duurzame oplossingen aanreiken voor milieuproblemen in Azië’. De rest wordt gebruikt voor speculatie op wisselkoersen en allerlei afgeleide financiële producten (zogenaamde derivatives).

Wat er precies zo duurzaam is aan de bedrijven in kwestie wordt in de informatiefiche voor de beleggers niet vermeld. Het gaat onder andere om China BlueChemical (de grootste producent van kunstmest in China), Fanuc (een Japans bedrijf gespecialiseerd in het maken van robots), en Green Dragon Gas (de grootste onafhankelijke producent van steenkoolgas in China). De bedrijven gaan er zelf prat op aandacht te hebben voor het milieu en de meest efficiënte en milieuvriendelijke technieken toe te passen. Maar het blijft een beetje bizar: je kan dus investeren in de productie van kunstmest en gas, en tegelijk denken dat je bijdraagt aan een beter milieu?

Beleggen in ecologie lijkt een must te zijn geworden. MoneyWeek is een Brits financieel weekblad dat veel wordt gelezen in de Londense City, de uitvalsbasis voor tal van banken en beleggingsfondsen. Tussen artikels over investeren in olie, gas of mineralen vind je er zowaar ook artikels over klimaatswijziging in terug. ‘Hoe winst maken via koolstofhandel?’, luidt de titel van zo’n typisch stuk.[3]

Het is misschien allemaal niet zo zeker of er klimaatswijziging is, stelt de auteur. ‘Maar er is één iets wat we wel zeker weten: de meerderheid van de mensen en regeringen aanvaardt nu dat klimaatswijziging een realiteit is en dat “er iets aan moet worden gedaan”.’ En wat meer is: ‘We weten ook dat er een manier is om geld te verdienen aan de klimaatovertuigingen van anderen en aan de acties die ze willen ondernemen om hun uitstoot te verminderen.’ Het gaat natuurlijk om de handel in emissierechten, rechten om CO2 uit te stoten (daarover meer verder in dit boek).

De auteur verwijst naar een aantal fondsen die op het terrein actief zijn, en voor zichzelf een gouden toekomst zien. Climate Change Capital is zo’n fonds – de naam spreekt boekdelen.[4] Het belegt in aandelen van bedrijven die met milieuvriendelijke technieken bezig zijn, en vooral ook in emissierechten en allerlei afgeleide financiële producten op basis van die emissierechten. Het is geen fonds voor doetjes: je moet minstens 25 miljoen euro inleggen om mee te kunnen doen. De winstverwachting is gelijkaardig aan die van risicokapitaalfondsen: een scherpe 15 tot 20%.

Toen het Kyoto-protocol in 2005 van start ging, dachten tal van banken en beleggingsfondsen dat emissiehandel ‘het gat in de markt’ zou worden. Grote investeringsbanken zoals Goldman Sachs en Morgan Stanley konden natuurlijk niet ontbreken. ‘Koolstof kan een van de snelst groeiende markten ooit worden, met binnen de tien jaar volumes die vergelijkbaar zijn met de markt van kredietderivaten’, stelde een trader van de investeringsbank Merrill Lynch in juli 2007.[5] Een maand later barstte de financiële crisis in alle hevigheid uit: veel van die kredietderivaten bleken rommel te zijn.

De twee crisissen ontmoeten elkaar onvermijdelijk: de klimaatverandering en de financiële crash. Het zijn symptomen van hetzelfde maatschappijmodel. De marktlogica ervan kent geen grenzen: met emissiehandel wordt een reuzenstap gezet om die logica nu ook binnen te brengen in de ecologische sfeer. Je zou er zelfs de klimaatcrisis mee moeten kunnen oplossen! Maar hoe geloofwaardig is dat nog, nu de financiële crisis ravages aanricht?

Er zijn uiteraard immense verschillen tussen de twee crisissen. Terwijl regeringen over de hele wereld in een kleine drie jaar tijd in totaal een indrukwekkende 20.000 miljard dollar wisten te mobiliseren om de banken te redden, dreigt de klimaatverandering het met heel wat minder daadkracht te moeten doen.[6] Klimaattop na klimaattop slagen de verzamelde regeringen er niet in om meer te produceren dan wat holle woorden. ‘Als het klimaat een bank was, dan was het al gered’, stelde Hugo Chavez in een speech tijdens de klimaattop van 2009.

Ondertussen laten de gevolgen van de financiële crisis zich voelen. Privatiseren, besparen en loonmatigen is (opnieuw) al wat de klok slaat. Klimaatswijziging staat niet langer centraal op de agenda. In de media klinkt het unisono: het is nu alle hens aan dek om de economie te redden! De sociale voorzieningen, lonen en uitkeringen moeten er het eerst aan geloven. Worden we allemaal Grieken?

Het is 29 september 2010 en Brussel is een bezette stad. Met 56.000 zijn ze volgens de politie, de organisatoren spreken van 100.000 deelnemers: de Euromanifestatie van het Europees Vakverbond (EVV) tegen de soberheidspolitiek van de Europese Unie is zonder twijfel een succes. Voor wie gewend is mee te lopen in kleine betogingen voor vrede of het milieu, is dit een zuurstofbom. Geen enkele beweging heeft zo’n mobilisatiekracht als de vakbonden. Zowat vijftig bonden uit dertig landen geven present, elk met hun eigen kleuren, vlaggen, slogans, muziek: een overweldigende massa.

We hadden er lang naar uitgekeken. Na het uitbarsten van de economische crisis was het een tijdlang oorverdovend stil gebleven aan de linkerkant. Zou de Euromanifestatie het begin van een antwoord op de besparingspolitiek van de Europese Unie leveren? Uiteraard zijn we ook van de partij. Een tiental maanden voordien waren we nog in Kopenhagen, tijdens de klimaattop. Een voorlopig hoogtepunt voor de klimaatbeweging. Komen nu ook de vakbonden in beweging? Is het tijd voor een nieuwe synthese? Allen samen tegen de crisissen van het systeem?

De eerste aankondiging van de langverwachte Euromanifestatie door het Europees Vakverbond had een beetje een domper gezet op dat enthousiasme. ‘Neen tegen de bezuinigingen – prioriteit aan jobs en groei’, zo luidde de slogan van het EVV. Vechten voor jobs, prima, maar waarom zou de vakbond nu zo nodig prioriteit moeten geven aan economische groei? In Kopenhagen hadden we nog urenlang gediscussieerd over onze slogans: ‘Er is geen oneindige groei mogelijk op een eindige planeet’, ‘Laat fossiele brandstoffen in de grond’, ‘Democratische controle op de productie’. Er waren inspanningen gedaan om syndicalisten te laten spreken tijdens de alternatieve volksassemblee die duizenden activisten hielden aan de poort van de klimaattop om te protesteren tegen ‘valse oplossingen’ voor de klimaatproblematiek, zoals emissiehandel. En nu lopen we mee in een betoging voor economische groei?

Hoe groot kan je spreidstand zijn? Gelukkig zijn de Belgische vakbonden intelligent genoeg om het probleem te zien. ‘Voorrang aan werk en duurzame groei’, luidt het op de affiche van het gemeenschappelijk vakbondsfront. In het bijgaande pamflet wordt gepleit voor ‘de uitbouw van een duurzaam en dynamisch industrieel beleid, gericht op een koolstofarme economie’. Dat is al iets. Maar wat betekent het concreet?

We ontmoeten tijdens de betoging een aantal syndicalisten die we kennen, en leggen hen het probleem voor. De meesten lijken verrast door onze zorg. Die slogan voor groei is helemaal niet de essentie, zo klinkt het. ‘Het is de crisis van de speculanten en de bankiers. Zij moeten betalen, niet de werknemers.’ Daar gaat het om, krijgen we van verschillende mensen te horen. Eén syndicalist weet dat in Duitsland, vaak onder impuls van de vakbonden, heel wat jobs zijn gecreëerd via milieuvriendelijke investeringen, onder andere in hernieuwbare energie, en vindt dat een na te volgen voorbeeld. Een andere zegt dat veel van zijn collega’s dat ‘gedoe’ over klimaatsverandering maar niets vinden. Ze zijn hier om hun job te verdedigen, en omdat de crisis onrecht creëert. ‘Groen’, zo denken ze vaak, ‘dat is voor mensen die meer geven om planten dan om mensen’.

Een gelijkaardig geluid horen we bij verschillende vormingsmedewerkers van de vakbonden, die ons vertellen dat ze weleens worden geconfronteerd met vormen van klimaatscepticisme onder hun mensen. ‘Eerst was het de crisis, dan is het de vergrijzing, nu is het klimaatswijziging, en de gewone man moet telkens betalen’, krijgen ze te horen. Bovendien: als klimaatverandering echt zo’n probleem zou zijn, dan zouden er toch veel serieuzere maatregelen worden genomen? Klimaatpolitiek, dat is de overheid die de hoge middenklasse subsidieert om zonnepanelen op hun dak te leggen, meer niet.

Het is nochtans mogelijk om massa’s mensen te mobiliseren voor klimaatactie. In november 2007 vond aan de andere kant van de planeet een van de grootste klimaatbetogingen ooit plaats. Het was een bijzonder droog jaar geweest in Australië. In april had premier John Howard zijn landgenoten nog opgeroepen om te bidden voor regen, maar tienduizenden mensen vonden dat er wel iets drastischer mocht gebeuren. 120.000 mensen kwamen op straat om te eisen dat de regering het klimaatprobleem eindelijk ernstig zou nemen. De macht van de straat bleek te werken: kort nadien, in december 2007, ratificeerde de Australische regering het Kyoto-protocol, en lanceerde ze een aantal programma’s om de uitstoot van broeikasgassen aan te pakken.

Een van die plannen trok in het bijzonder de aandacht. De Australische regering wilde namelijk bijdragen aan de strijd tegen de opwarming van de aarde door kamelen neer te schieten.[7] Het idee is simpel: een kameel stoot jaarlijks ongeveer 45 kg methaan uit, het equivalent van één ton CO2. Met elke gevelde kameel wordt een gemiddelde uitstoot van 15 ton CO2 vermeden. Ter vergelijking: een vlucht van 7000 km met het vliegtuig is goed voor één ton CO2 per passagier, een personenwagen die 20.000 km rijdt stoot zo’n vier ton CO2 uit. Een kameel neerknallen leek dus een geschikte manier om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

In Australië leven ongeveer een miljoen kamelen, dat is een van de grootste populaties in de wereld. Ze zijn er in de 19[de] eeuw ingevoerd met het doel droge gebieden te ontwikkelen, maar plantten zich bijzonder snel voort en zouden een te grote druk leggen op de ecosystemen. De Australische regering trok daarom een kleine 20 miljoen Australische dollar uit voor het programma. In november 2010 werden zo in één week tijd meer dan 5000 kamelen neergeschoten.[8]

De maatregel was niet enkel ingegeven door ecologische bekommernissen. Via het systeem van emissiehandel zou er misschien ook een hoop geld mee te verdienen vallen. Dat systeem verplicht bedrijven hun uitstoot te verminderen, maar ze kunnen er ook voor kiezen die te compenseren door allerlei ‘klimaatvriendelijke’ projecten te steunen elders in de wereld. Kamelenjagers zouden ook uit dit vaatje moeten kunnen tappen, stelde de Australische regering.

Niet iedereen was even gelukkig met de gang van zaken. Zo contesteerden wetenschappers van de International Society of Camelid Research and Development (Isocard) de maatregel. Niet alleen waren de berekeningen van de methaanuitstoot fout, zo stelden ze, maar kamelen neerschieten is ook een valse oplossing voor een maatschappelijk probleem.[9] In Australië wordt meer CO2 uitgestoten per inwoner dan in de VS. Meer dan 54% van de Australische elektriciteit wordt opgewekt op basis van steenkool.[10]

Walk against warming’ was de slogan van de Australische klimaatbetoging, die elk jaar opnieuw plaatsvindt. Sindsdien is daaraan toegevoegd: ‘Walk with the people, not the big polluters.’[11]Zou het niet kunnen dat de betogers aan iets anders dachten dan kamelen toen ze het over de grote vervuilers hadden? Maar op kamelenjacht gaan is natuurlijk een stuk gemakkelijker dan af te raken van steenkool.

Ondertussen tikt de klok ongenadig verder. Volgens het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), het klimaatpanel van de Verenigde Naties, moet de temperatuurstijging onder de 2°C-grens blijven, anders dreigen we een hele reeks processen in gang te zetten waardoor de opwarming zichzelf gaat versterken, hoeveel mensen intussen hun uitstoot ook trachten te beperken.[12] In dat geval dreigt bijvoorbeeld de permafrost in Siberië te smelten, waardoor massa’s methaan uit de bodem vrijkomen. Dat is een rampscenario: klimaatverandering dreigt dan helemaal oncontroleerbaar te worden.

Om onder de twee graden te blijven, moet de mondiale uitstoot van broeikasgassen met minstens 50% tot zelfs 85% dalen tegen 2050 (in vergelijking met 2000). Voor de geïndustrialiseerde landen gaat het om een daling van de uitstoot van 80% tot 95% tegen 2050 (tegenover 1990). Daartoe zou de uitstoot tegen 2020 al met 25% tot 40% verminderd moeten zijn. Dat is een onwaarschijnlijke opgave. De ‘grootste langetermijnuitdaging voor de mensheid’, stelt voormalig Brits premier Tony Blair.[13] Momenteel zijn we goed op weg om die 2°C-grens ver te overstijgen.

Een echte kentering blijft uit. De emissies blijven onverbiddelijk stijgen en bereiken recordniveaus. Ondertussen slepen de onderhandelingen voor een internationaal klimaatakkoord aan. Her en der worden wel initiatieven genomen. Op beurzen wordt gehandeld in CO2-emissierechten. Verantwoorde ondernemers profileren zich als ecologische pioniers.

Eender wat lijkt goed, als het de uitstoot maar vermindert: vanaf 2014 worden zelfs ‘Formule E’ autoraces georganiseerd met elektrische wagens om formule 1-piloten bewust te maken van hun verantwoordelijkheid voor het milieu.[14]

Maar zal de optelsom van dergelijke initiatieven wel de noodzakelijke verandering brengen? Moeten we zomaar elke kans grijpen om klimaatswijziging tegen te gaan, los van de sociale en ecologische ‘neveneffecten’, tot het afschieten van kamelen toe? Moeten we in zee gaan met iedereen die de ‘groene’ kaart trekt? Ook als het gaat om multinationals of beroemdheden zoals Arnold Schwarzenegger of Leonardo DiCaprio? Of als dat betekent dat we voor geo-engineering of agrobrandstoffen kiezen? Of voor een nieuw spel op de beurzen zoals het systeem van de emissiehandel? In 2011 was de mondiale koolstofmarkt goed voor 176 miljard dollar.[15] Het grootste deel daarvan staat op rekening van het Europese emissiehandelsysteem. Beter dan niets, toch? Dit zijn geen peanuts, maar miljardenbedragen. Is het niet zo dat alle beetjes helpen, zeker nu de economische crisis het klimaatthema van de agenda lijkt te hebben geduwd? Er zijn goede redenen om daaraan te twijfelen. Van het klimaat een financieel product maken, met de planeet en de mensheid als onderpand, dat is vragen om problemen.

Dit boek is verkrijgbaar via deze link in onze shop. Door het hier (of via de link boven rechts naast dit artikel) te bestellen steun je tevens DeWereldMorgen.be.

________________

1) ‘Duurzaam sparen en beleggen’, https://www.bnpparibasfortis.be/portal/Start.asp.

2) Vlaamse Milieumaatschappij, MIRA Milieurapport Vlaanderen. Indicatorrapport 2011, p. 130.

3) Merryn Somerset Webb, ‘How to profit from carbon trading’, MoneyWeek, 27 oktober 2006.

4) http://www.climatechangecapital.com/

5) James Kanter, ‘In London's Financial World, Carbon Trading Is the New Big Thing’, The New York Times, 6 juli 2007.

6) David McNally (2011) Global Slump: The Economics and Politics of Crisis and Resistance. Oakland: PM Press, p. 2.

7) Pilita Clark, ‘Australia poised to allow camel cull’, Financial Times, 7 juni 2011.

8) ‘Thousands of camels culled in the NT’, Australian Geographic, 10 november 2011.

9) ‘Scientists outraged over Australia's cull plans for farting camels’, Herald Sun, 5 juli 2011.

10) Cijfers van de Australian Coal Association, 8 april 2012 (http://www.australiancoal.com.au/energy-and-construction.html)

11) http://www.walkagainstwarming.org/

12) Zie daarover Peter Tom Jones en Roger Jacobs (2007) Terra incognita: globalisering,ecologie en rechtvaardige duurzaamheid. Gent: Academia Press, p. 78.

13) ‘Hot under the collar’, The Economist, 30 maart 2006.

14) Roger Blitz, Electric cars to race in Formula E, Financial Times, 27 augustus 2012.

15) ‘State and Trends of the Carbon Market 2012, Carbon Finance at the World Bank’, Washington, mei 2012 (http://siteresources.worldbank.org/INTCARBONFINANCE/Resources/State_and_Trends_2012_Web_Optimized_19035_Cvr&Txt_LR.pdf)

reageer

4 reacties

  • door camiel op vrijdag 16 november 2012

    Het boek is vandaag bij mij in de bus gevallen en ik zal het meteen lezen.

  • door Koen DILLE op vrijdag 16 november 2012

    De leden vanTerra Reversa, een denkgroep over transitite, gaan zich grondig over de inhoud informeren en hem bediscussiëren. Zie ook hun website: Terra Reversa. We hopen dat DWM onze bevindingenook zal publiceren.

  • door an op vrijdag 23 november 2012

    zo stelde Kumi Naidoo, directeur van Greenpeace International, op het Debate for the climate (Brussel), 21/11. Strijd tegen de financiële markten is zijn bijzondere aandachtspunt en stokpaardje. De economie moet en zal veranderen, alleen wist hij dan niet zo goed welk alternatief er in de plaats kan komen. We zijn zo doordrongen van het neoliberalisme, dat het nagenoeg onmogelijk is om er 'voorbij' of 'doorheen' te denken. 'De mythe van de groene economie' reikt enkele nuttige handvaten aan om deze uitdaging aan te gaan; een aanrader dus ;-).

  • door een aandachtige luisteraar op vrijdag 23 november 2012

    Vorige zaterdag was Anneleen Kenis te gast in Interne Keuken op Radio 1 (http://www.radio1.be/programmas/interne-keuken/de-mythe-van-de-groene-economie-0), nu zaterdag (24 november) mag Matthias Lievens aan de keukentafel aanschuiven.

Lees alle reacties