about
Toon menu
Boekrecensie

Mediastrijd in een belaste relatie

De Nederlandse journalist Ellen de Vries die onderzoeker is geworden maar die in de academische wereld gelukkig haar goede pen niet is kwijtgespeeld, levert met dit gespecialiseerde, maar boeiende werk niet alleen een belangrijke bijdrage aan een stukje surinamistiek, maar ook aan de analyse van de vaak tendentieuze rol die door de ‘vierde of vijfde macht’ in de (internationale) berichtgeving wordt gespeeld.
donderdag 6 juli 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Een journalist die wetenschapper wordt om zich over het eigen metier te bezinnen. Je maakt het niet zo gauw mee. Ellen de Vries deed het en met succes. Sinds 1988 schreef ze voor verschillende Nederlandse media. Vaak over Suriname. Naast eerder vluchtige reportages verdiepte ze zich ook in aspecten van de Surinaamse samenleving, wat resulteerde in boeken als ‘Suriname na de Binnenlandse Oorlog’ (2005), ‘Nola. Portret van een eigenzinnig kunstenares’ (2008) en ‘K’ranti! De Surinaamse pers 1774-2008’ (2008) waarvan zij medesamensteller was.

Wat was de rol van de Nederlandse media tijdens de militaire en post-militaire periode (1980-1992) in de berichtgeving en beeldvorming over Suriname en de relatie met Nederland? Die vraag hield haar als journalist al lang bezig en dat bracht haar ertoe om daarover in 2010 aan een proefschrift te beginnen aan de Universiteit van Amsterdam.

Van mythemakers tot nieuwsverduisteraars

‘Mediastrijd om Suriname’ is een bewerking van dat proefschrift geworden en behandelt de rol van de media in de postkoloniale verhouding tussen Nederland en Suriname tijdens de roerige jaren tachtig en begin jaren negentig. Een periode die zij al eerder bestudeerde in ‘Suriname na de Binnenlandse Oorlog’.

Ze focust in haar onderzoek op de periode vanaf 1980, de militaire coup van onderofficieren onder leiding van Desi Bouterse, tot de herdemocratisering en het herstel van de Nederlands-Surinaamse betrekkingen in 1992. Het is in die periode dat de zogenaamde decembermoorden (8-9 december 1982) en de Binnenlandse Oorlog (1986-1992) plaatsvonden die de relatie Nederland-Suriname ten zeerste verzuurd hebben, en die ook tot een gekleurde berichtgeving en tot een ‘mediastrijd om Suriname’ heeft geleid. Vandaar de ondertitel van dit boek: van mythemakers tot nieuwsverduisteraars.

De uitgangsvragen voor haar onderzoek luiden: ‘Welke beelden schetsten toonaangevende dagbladen als De Telegraaf, De Volkskrant en het NRC Handelsblad (hierna: de NRC) in Nederland en De West en De Ware Tijd in Suriname van de postkoloniale verhoudingen op cruciale momenten? Wat zeggen die beelden of frames over die verhoudingen? Hoe en onder welke omstandigheden kwamen die frames tot stand en hoeveel macht hebben media eigenlijk?

Frames

Hoe gaat nu Ellen de Vries te werk om haar onderzoekslicht te doen schijnen op die periode? Het lijvige boek bestaat uit twee delen. Het kleinste, eerste deel is descriptief en theoretisch. In ‘Over de historie’ geeft ze voor de niet geïnformeerde lezer in kort bestek een mooi historisch overzicht van die Surinaamse periode. In ‘Over de media’ behandelt ze het functioneren van de media in Suriname en Nederland, maar zoomt ze ook in op theorieën over de media rond framing.

Frame is het buzzwoord in hedendaags mediaonderzoek. Zij noemt frames ‘(vaak) niet geëxpliceerde interpretatiekaders die vertellen welke waarden in het geding zijn. Met een enkel begrip, sleutelwoord of beeld wordt een reeks van betekenissen opgeroepen, worden good guys en bad boys onderscheiden, daders en slachtoffers aangeduid.’ (p. 71)

De Vries maakt ook een onderscheid tussen interpretatiekaders en frames. Interpretatiekaders hebben in haar onderzoek betrekking op gebeurtenissen en daarmee verwijst ze naar het tweede en meest uitvoerige deel van dit boek ‘Over de berichtgeving’ dat zij zelf het hart van haar werk noemt.

Zes casestudies

Het zijn zes casestudies van belangrijke historische gebeurtenissen in Suriname waarin Nederlandse media een belangrijke rol vervulden. In volgorde zijn dat: de decembermoorden van 1982, het fenomeen Ronnie Brunswijk bij het begin van de binnenlandse oorlog, de gebeurtenissen in Moiwana van einde 1986, de persreis naar Pokigron aan de vooravond van de verkiezingen in 1987, de kerst- of telefooncoup van december 1990 en de herdenking van de decembermoorden in 1992. Uit de vijf onderzochte kranten werden commentaren, opiniestukken, columns, cartoons, analyses, nieuwsverhalen, maar ook foto’s, grafieken en kaarten bestudeerd.

De Vries begint elke casestudy met een korte anekdote die de terugkerende kritiek op de Nederlandse pers in een notendop illustreert. Daarna volgt een schets van de achtergronden van de gebeurtenissen en conflicten aan de hand van de berichtgeving in Surinaamse en Nederlandse media en vervolgens worden patronen in de berichtgeving beschreven en met elkaar vergeleken om frames te reconstrueren.

Eén casestudy springt eruit, namelijk de kerstcoup van 1990 waarvoor zij zich uitsluitend baseert op het analyseren van één foto uit NRC van 12 december 1990 waarop de Surinaamse president Ramsewak Shankar afgebeeld staat terwijl hij wacht voor de deur van de Nederlandse premier Ruud Lubbers. In het spoor van de Belgische filosoof en historicus Gie Van den Berghe die in zijn uitstekende ‘Kijken zonder zien’ wereldbekende icoonfoto’s analyseerde op hun wordings-, publicatie- en receptiegeschiedenis, analyseert zij de verschillende betekenissen die aan foto en onderschrift van de wachtende Surinaamse president werden toegevoegd.

Het eerste bijschrift in NRC van 14 december sprak over ‘Shankar wachtend op de ontvangst door premier Lubbers’. In De Ware Tijd van 14 december stond Shankar ‘gelaten’ te wachten en in De West van 13 december stond een ‘onheus’ behandelde Shankar te wachten ‘in de kou’. De Surinaamse kranten zagen daarin een symbool van zowel de betuttelende houding van Den Haag tegenover Suriname, als het onvermogen van Shankar om Suriname te leiden. Dat was het interpretatiekader dat zowel in Nederlandse als Surinaamse kranten verscheen.

Multiperspectief

In het laatste hoofdstuk ‘De balans opgemaakt’ besluit de auteur dat het ‘koloniaal indringersframe’ hét frame is dat het meest pregnant naar voren komt en dat de problematische verhouding tussen Nederland en Suriname beheerst. Figureerde Nederland in de door de militaire autoriteiten aangestuurde media in Suriname onveranderlijk als de boosdoener, in Nederlandse media domineerde het beeld van Bouterse en de militaire autoriteiten als de bad guys.

Opereert dan een onderzoeker vanuit een objectief frameloos kader? Neen, zegt De Vries om haar eigen positie te verduidelijken, elke onderzoeker dient zich bewust te zijn van de eigen "ideologische bevangenheid". "Ik werd me vooral tijdens mijn bezoeken aan Suriname bewust van daar levende opvattingen over het Haagse beleid ten aanzien van Suriname of de rol van Ronnie Brunswijk in de Binnenlandse Oorlog, die niet strookten met mijn indrukken", geeft zij eerlijk toe.

Ook zij werd beïnvloed door een gedeelde Nederlandse publieke opinie. Het is alleen door haar vele bezoeken aan Suriname en haar vele gesprekken met sleutelfiguren in Suriname dat zij een 'multiperspectivisch' perspectief heeft kunnen ontwikkelen. Het vertrekken van dat perspectief is niet weggelegd voor de doorsnee buitenlandjournalist die moet meereizen met de ‘mondiale nieuwskaravaan’, die zich bliksemsnel naar de brandhaarden in de wereld beweegt. Zij maken in no time het nieuws van de dag om zich de volgende dag alweer verder te haasten. Dramatische taferelen worden in beeld gebracht volgens het cynische principe 'if it bleeds it leads' en dan snel weer vergeten. Jachtig en oppervlakkig: zo wordt de buitenlandpolitiek van ‘de vierde macht’ vaak bedreven.

Van Luyendijk naar De Vries

Daarover heeft de Nederlandse journalist Joris Luyendijk het in zijn boek over buitenlandverslaggeving Het zijn net mensen. Het is de stelling van Luyendijk dat nieuws nooit over het alledaagse gaat, maar over het uitzonderlijke. Dat vertekend beeld wordt voortdurend bevestigd door correspondenten die zich maar moeilijk kunnen ontdoen van hun westerse blik.

Het lijkt me niet toevallig dat De Vries Luyendijk citeert in haar slotpagina’s. Wie zoals hij, maar ook zoals Ellen de Vries, lange tijd of herhaaldelijk in een andere omgeving verblijft, wordt een go-between tussen twee werelden en kan daardoor veel gemakkelijker een 'multiperspectivisch' perspectief ontwikkelen.

De meeste Nederlandse journalisten die De Vries in haar werk vermeldt zijn en blijven westerse passanten met een kortstondige buitenlandse opdracht. Zij kunnen en willen meestal niet uit het westerse frame breken. Alleen wie langdurig aanwezig is in die andere omgeving leert ook dat andere perspectief begrijpen. Ik denk dan voor Suriname bijvoorbeeld aan Nederlanders als Wim Noordegraaf, Marie-Annet van Grunsven, maar ook aan Els Moor en Michiel van Kempen (tevens promotor van haar proefschrift) die van binnenuit Suriname beleefd hebben.

"Zelfreflectie en zelfonderzoek vormen de onmisbare instrumenten in de gereedschapskist van de journalist", schrijft De Vries in de slotregels van dit boek en ze voegt eraan toe: "Aan die gereedschapskist heb ik willen bijdragen."

Met haar Mediastrijd in Suriname is De Vries daar zeker in geslaagd. De journalist die onderzoeker is geworden maar die in de academische wereld gelukkig haar goede pen niet is kwijtgespeeld, levert met dit gespecialiseerde, maar boeiende werk niet alleen een belangrijke bijdrage aan een stukje surinamistiek, maar ook aan de analyse van de vaak tendentieuze rol die door de ‘vierde of vijfde macht’ in de (internationale) berichtgeving wordt gespeeld.

Ondanks het feit dat haar onderzoek een terugblik is op een stukje recente Surinaamse geschiedenis blijft het boek brandend actueel omdat precies op het ogenblik dat de rechter een celstraf van twintig jaar tegen de huidige president Bouterse vordert in de Bouterse gezinde pers weer manifest het koloniaal 'indringersframe' de kop opsteekt.