Reeds acht jaar is DeWereldMorgen.be de alternatieve en kritische stem in de Vlaamse media.

Wij zijn volledig gratis en reclamevrij.

Maar dat kan enkel via uw steun.

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Boekrecensie

Van onderuit meedenken over maatschappelijk verantwoord vastgoed

Hoe het patrimonium van de burger terug optimaal inzetten voor de burger? Dat is de vraag die ingenieur-architect Veerle Follens, die ook een achtergrond als projectontwikkelaar en consultant heeft, zich stelt in dit boek. Walter Lotens, als lid van de bewonersvereniging De Ploeg, denkt ‘van onderuit’ met haar mee.
dinsdag 26 mei 2015

Met haar eerder sociologische vraagstelling plaatst Veerle Follens zich uitdrukkelijk in het rijtje van maatschappelijk geëngageerde architecten en ruimtelijke planners die steeds meer hun nek durven uitsteken door hun technische expertise ter beschikking te stellen van belangrijke maatschappelijke projecten. De architectenploeg achter Ringland is daarvan allicht het meest spectaculaire voorbeeld. Maatschappij, ruimtelijk plannen en beleid hebben heel veel met elkaar te maken. Dat illustreerden ingenieur-architect en ‘Ringlander’ Peter Vermeulen en zijn medeauteurs onlangs nog in ‘Antwerpen herwonnen stad? 1940-2012’. Als sociologen, planologen, ambtenaren, gewone burgers…en politici samen aan de slag gaan, kunnen er belangrijke maatschappelijke noden gelenigd worden.

Samenwerking tussen zeer verschillende actoren: dat is ook het uitgangspunt van Veerle Follens. Zij gaat, in haar eigen woorden, op zoek naar strategieën voor duurzame co-creatie, en daarvoor wil zij ook vertegenwoordigers van de privésector - bouwpromotoren, projectontwikkelaars en vastgoedeigenaars - in het bad trekken. Waarom? "Om na te gaan hoe vervagende grenzen tussen publiek en privaat kunnen worden ingezet voor de huisvesting van wat maatschappelijk relevant is en aan het collectieve raakt" (p. 11). Follens bijt zich vast in wat zij in tegenstelling tot privévastgoed "maatschappelijk verantwoord vastgoed" noemt. Dat is een weinig bekend verhaal waarin nog amper voorbeelden van best practices bestaan. Met dit boekje geeft zij een goed onderbouwde theoretische voorzet die aanzet tot nadenken over waardecreatie voor ‘publiek vastgoed’.

Dit nodigt tevens uit om na te denken hoe elementen van participatieve democratie passen in dit verhaal. Cultureel antropoloog Rik Pinxten schreef in Kleine revoluties: ‘We kunnen een stukje macht in handen nemen, in onze eigen wereld, los van dat hogere niveau waar alles zo vast lijkt te zitten. Onderaan is er nog veel plaats.’ Het is vanuit die optiek dat ik mij als betrokken buurtbewoner aangesproken voel tot Follens’ exposé. Ik wil graag ‘van onderuit’ enkele beschouwingen toevoegen. Hoe het publieke patrimonium terug optimaal inzetten voor de burger? Dat is ook de opgave waarvoor wij, de Antwerpse koepel van bewonersgroepen De Ploeg, ons al jaren inzetten. Daarover verder meer als zeer concrete case bij het verhaal van Veerle Follens.

Wat met publiek patrimonium?

Follens constateert dat het publiek patrimonium enerzijds kampt met veel oppervlakte, waarvan een groot deel onderbenut en/of slecht gepositioneerd is, dat veel kost in onderhoud en verbruik en weinig inkomsten genereert. Denk maar aan scholen, bibliotheken, jeugdhuizen, theaters die grote delen van de dag, de week, het jaar leeg staan en weinig of niet duurzaam zijn. In de jaren 1960-1970 – een periode van economische en demografische groei – werd er veel publiek patrimonium bijgebouwd (scholen, zwembaden), maar dan op een manier die vandaag niet meer toelaatbaar zou zijn qua materiaal- en energieverbruik.

Een extreem voorbeeld met grote maatschappelijke consequenties is dat van het lege kerkgebouw in Vlaanderen. Het gaat over 1700 kerkgebouwen, verspreid over 308 steden en gemeenten, waarvan een groot aantal zeer grote financiële problemen heeft. Dat schrijven Sylvain De Bleeckere en Roel De Ridder in Het open kerkgebouw, een boek waarin zij een lans breken voor het open kerkgebouw als een uitgelezen laboratorium voor de lokale democratische samenleving. Zij verwijzen onder meer naar de Brugse Magdalenakerk met het yot-project ‘Madeleine, Madeleine’, een boeiend experiment rond ruimte, mens en religie. Een kerk nodigt uit tot ‘religare’, tot het verbinden van mensen met elkaar rond de kapstok van een gebouw. Die benadering sluit aan bij de Amerikaanse politicoloog Robert Putnam, die in zijn werk over "sociaal kapitaal" spreekt. Putnam definieert sociaal kapitaal als "de aanwezigheid van normen van wederkerigheid, een sterke mate van veralgemeend vertrouwen, en de aanwezigheid van netwerken van maatschappelijk engagement".

Een kerk en klooster als case

De boekpresentatie van Het open kerkgebouw vond plaats in de Antwerpse dominicanenkerk van de Provinciestraat. Dat was een zeer symbolische locatie, want nadat de laatste dominicaan in 2002 het licht had uitgedaan, kocht het vorige provinciebestuur na veel druk van De Ploeg en van stRaten-generaal, de site om er een sociaal-culturele bestemming aan te geven.

Hoewel ze van projectontwikkelaars hogere aanbiedingen kregen, namen de paters vrede met een verkoopprijs onder de geschatte waarde, op voorwaarde dat de koper met hun patrimonium een sociaal doel realiseerde, waarvan ook de buurt beter zou worden. In afwachting van de uitvoering ervan mocht Kievitsnest, een vzw in 2005 opgericht door een groepje buurtbewoners, de leegstaande kerk en kapel laagdrempelige socioculturele initiatieven inrichten.

Ze sloegen de handen in elkaar om van de leegstaande kerk een ontmoetingsruimte te maken voor alle bewoners in en rond de Provinciestraat in Antwerpen. Ze pakten de verwilderde tuin aan, bouwden een buurtcafé, ruimden de kerkgangen op en zorgden voor licht in de sacristie. Het was een groepje taaie vrijwilligers met een lange adem en een groot engagement, die in het om het even welke politieke conjunctuur hun ding blijven doen, vaak tegendraads – kijk maar naar De Roma en haar bijna 400 vrijwilligers.

Misschien moet een kunstenaar maar eens beginnen aan het standbeeld van de anonieme vrijwilliger. Een zanger is een groep. Wannes Van de Velde zong het al – zij zijn alvast in heel die reddingsoperatie van de kerk een duurzame constante geweest. Dat kan echter niet gezegd worden van de politieke overheid. Het vorige provinciebestuur wilde een centrum voor sociale economie bouwen, maar na de verkiezingen van 2012 kwam er een ander bestuur die die mooie plannen opborg en kerk en klooster in het uitstalraam plaatste, maar …tot op vandaag niet verkocht krijgt.

Op de boekpresentatie van Het open kerkgebouw in de ontwijde dominicanenkerk was een zeer gemengd gezelschap aanwezig, gaande van de bisschop himself en vertegenwoordigers van districtsraden, maar ook architecten, erfgoedbeheerders, pers en …buurtbewoners. Bien étonnés de se trouver ensemble? Misschien toch niet, want al die vertegenwoordigers van die verschillende groepen vonden elkaar rond een gemeenschappelijk thema, met name het behoud van dat "publiek vastgoed" om het in de termen van Veerle Follens te zeggen. De auteur beperkt zich niet tot een theoretisch verhaal, maar is ook gestart met DuWoBo, een leergemeenschap maatschappelijk verantwoord vastgoed waarin ook de case van de dominicanenkerk- en klooster zal worden bestudeerd.

Projectontwikkelaar én buurtbewoners

Duurzame co-creatie is geen vrijblijvende onderneming. Dat beseft ook Veerle Follens wanneer zij zich afvraagt, verwijzend naar Eric Corijn en zijn Kan de stad de wereld redden?: "Zijn er limieten enerzijds aan het efficiënt laten uitvoeren van maatschappelijke taken en anderzijds aan het laten binnendringen van het marktdenken in de publieke sector?" (p. 37) Wie zal met wie willen samenwerken? Zullen er investeerders gevonden worden, die niet alleen winstmaximalisatie op het oog hebben? Zullen er bouwpromotoren in zo’n verhaal willen meestappen? En kunnen zij samen met vertegenwoordigers van buurtbewoners door dezelfde deur?

Wij als De Ploeg hebben ervaren dat zo’n samenwerkingsverband niet evident is, maar op langere termijn toch ook niet onmogelijk. Het verhaal van de sociale actie van buurtbewoners in de Antwerpse stationswijk tegen een grote projectontwikkelaar is daarvan een mooi voorbeeld. De projectontwikkelaar die in opdracht van Electrabel een nieuw kantoorgebouw wilde neerzetten in de wijk, werd teruggefloten door een gefundeerd bezwaarschrift van De Ploeg. In plaats van een zoveelste juridische strijd aan te gaan zijn projectontwikkelaar en buurtbewoners, samen met architect Stéphane Beel, aan tafel gaan zitten. Daaruit ontstond een leefbaar compromis voor alle betrokken partijen.

De Kairos-vertegenwoordiger benadrukte het positieve van dit verhaal waarin gezocht werd naar een consensus tussen de eisen van opdrachtgever Electrabel en de bekommernissen van de buurtbewoners. Architect Stéphane Beel zei na het contact met De Ploeg zeer openhartig dat men als architect geen schrik moet hebben van goed doordachte amendementen en kritiek. Hij benadrukte dat die participatieve besluitvorming geleid heeft tot een volgens hem beter resultaat.

Manu Claeys van De Ploeg en van stRaten-generaal besloot, denkend aan het Oosterweeldossier, dat dit voorbeeld van good practice zijn weg zou mogen vinden bij de aanpak van grotere infrastructuur- en bouwprojecten. Ook socioloog Luc Huyse vermeldt dit voorbeeld in De democratie voorbij. In dat boek benadrukt Huyse dat het maatschappelijke middenveld waartoe groepen als De Ploeg, stRaten-generaal, Ademloos en Ringland behoren en die kunnen putten uit de juridische, planologische, mediatechnische, sociologische en politicologische deskundigheid van hun leden, alleen maar een verrijking van de democratie kunnen betekenen. Bij het ontwikkelen van strategieën voor duurzame co-creatie van maatschappelijk verantwoord vastgoed moet deze speler van onderuit ten volle zijn rol kunnen spelen.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

2 reacties

  • door Carlos Pauwels op dinsdag 26 mei 2015

    Maatschappelijk verantwoord vastgoed zijn o.a. meer rusthuizen, meer creches, meer scholen, meer sociale woningen. Maar.... wie gaat dat betalen, wie heeft zoveel pingpingping?

    • door ria aerts op woensdag 27 mei 2015

      Hoe een budget wordt uitgegeven, houdt altijd keuzes in. En we weten allemaal wie moet besparen en wie geld toegestopt krijgt. Niet de belastingbetaler en zeker niet als hij jong, oud, ziek of werkloos is.

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties