Een nieuwssite die

reclamevrij
onafhankelijk
kritisch
en gratis is?

Dat kan!

Maar enkel dankzij jouw steun

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Analyse

Staat het geschreven?

De niet-aflatende tragedie in Gaza heeft ook de pen van de Dichter des Vaderlands in beweging gebracht. Charles Ducals “As in de mond” mocht een pleidooi voor rechtvaardigheid heten, sommige reacties erop waren buitengewoon scherp. Valt die buiteling van oordelen en veroordelingen op enigerlei wijze te verklaren?
woensdag 6 augustus 2014

Maandagmorgen 4 augustus verscheen een oproep van diverse professoren, kunstenaars en ondernemers. Ze maanden Belgische politici niet langer lijdzaam toe te kijken naar het geweld in Gaza. Een van de ondertekenaars van de oproep was Dichter des Vaderlands Charles Ducal. Het was niet zijn eerste manifestatie ter zake. Op 1 augustus was zijn gedicht ‘As in de mond’ naar buiten gekomen.

De eerste strofe gaat zo: 

Je bent nu eenmaal beter. Het staat geschreven

in Het Boek. Het spreekt uit je blik

als je hen naderen ziet: in fanatieke kleren,

stoffig, hun pasje klaar in de hand.

Meteen plaatst het gedicht ‘je’ en ‘hen’ tegenover elkaar. Om precies te zijn vertolkt het de enscenering en interpretatie van gedachten van de ‘je’ over ‘hen’, een collectief dat geen stem krijgt. De identiteit van de ‘je’ onthult Ducal niet letterlijk, maar uit alles blijkt deze een Jood te zijn. Het laatste restje twijfel daaromtrent wordt weggeruimd aan het slot:

(….) Je bent tweeduizend

jaar oud, was erbij in Treblinka, Schirmeck

en Dachau. Al heb je hun water gestolen,

hun kinderen beschoten, hen achter prikkeldraad

---

opgesloten, je bent nu eenmaal Gods volk,

uitverkoren op precies deze grond.

Wie onder je bossen, je wegen, je steden

het oude dorp nog hoort schreeuwen,

---

krijgt as in de mond.  

De naamloze ‘hen’ is niet toevallig een lijdend voorwerp. Het kan worden verbonden met het Palestijnse volk. Ducals redenatie berust ongeveer op het spreekwoord van de pot die de ketel verwijt. Het leed dat het Joodse volk in de geschiedenis is aangedaan, berokkent het heden aan anderen. 

Propaganda

Op 4 augustus reageerde de van oorsprong Noord-Nederlandse schrijver Benno Barnard furieus op de site Joods Actueel. Hij verklaarde zich zelfs als niet-Jood door Ducal gekwetst te voelen. Barnard noemde het gedicht infaam: ‘Het is geësthetiseerde haat, afkomstig uit een ideologisch verwrongen geest.’ Ducal zou er een staaltje Palestijnse propaganda mee ten beste hebben gegeven.

Volgens Barnard was de Dichter des Vaderlands niet alleen selectief blind, hij zou ook inconsequent zijn geweest: ‘Waarom schrijft die Ducal geen gedicht tegen de jonge moslims in onze straten, die onder vlaggen van het waanzinnige ISIS tegen Israël – zeg maar: tegen de Joden – demonstreren?’

Zelf beriep Barnard zich voor het conflict op opvattingen van een andere schrijver, Leon de Winter. Diens vooral in Nederland bekende ideeën over Israel vallen Joden bij.

 Antisemiet

Weer een dag later publiceerde de literaire site De Contrabas op het Ducal-gedicht snijdend commentaar van Dirk van Bastelaere. Deze dichter had toestemming gegeven om uitlatingen over “As in de mond” op zijn Facebookpagina te verplaatsen naar de publieke ruimte.

Wegens zijn vele internationale contacten schreef Van Bastelaere in het Engels. Maar ook de vergelijking die hij trok, noopte tot die taal. Ducals opvattingen deden hem denken aan die van Paul de Man. Deze van oorsprong Belgische literatuurcriticus is in het circuit wereldberoemd wegens studies als Allegories of Reading en Blindness and Insight en The Resistance to Reading.

Van Bastelaere verwees echter naar een beruchte passage uit De Mans leven. In de jaren negentig raakte immers bekend dat deze als piepjong recensent de nazi-ideologie aangehangen had. Volgens Van Bastelaere betoonde Ducal zich ruim zeventig jaar later een even grote antisemiet.

 Ideologisch

De twee vlammende kritieken verwijten de Dichter des Vaderlands idées reçues te houden voor kritiek. Ze hebben gemeen dat Ducal, uitgerekend in de hoedanigheid van Dichter des Vaderlands, poëzie ondergeschikt gemaakt zou hebben aan zijn persoonlijke politieke opvattingen. Hij dicht ‘ideologisch’.

Het is een vaak herhaalde jijbak dat dit verwijt zelf ideologisch is en een resem aan vooronderstellingen met zich meetrekt. Graag wil ik mijns inziens belangrijkere parallellen trekken.

Barnard had al ironische distantie betoond toen bekend raakte dat Charles Ducal genoemde functie ging uitoefenen. Bij die gelegenheid ageerde Van Bastelaere veel heftiger. In de uiteindelijke, geannoteerde versie van Van Bastelaeres bezwaren valt onder meer te lezen dat een Belgische Dichter des Vaderlands een onmogelijkheid is, omdat België niet zou bestaan.

De aanstelling getuigde zijns inziens van ‘politieke recuperatie’, binnen het hegemonische Belgicistische discours. Ducal zou anti-Republikein zijn en anti-nationalistisch. Het fenomeen Dichter des Vaderlands noemde Van Bastelaere een ‘institutionele farce’.

 Twist met ons

Zijn Ducal, Van Bastelaere en Barnard soms allemaal arrivisten? Ze hebben ooit dichter bijeengestaan dan ze nu wellicht zouden willen. In 1987 verscheen de bloemlezing Twist met ons, waarin de eerstgenoemden aan een groter publiek werden voorgesteld. De inleiding tot dat boek, waaraan achteraf groot literair-historisch gewicht is toegekend, was van Barnard.

Het voorwoord rept over een generatie en laat de toen populaire term ‘postmodernistisch’ vallen, keurig tussen aanhalingstekens.

Even notoir is het gegeven dat Barnard later zijn steun voor Van Bastelaere introk, toen hij een uitgeversweigering voor het publiceren van de bundel Diep in Amerika kon begrijpen: ‘Ik vrees dat Van Bastelaere, die bezig is universitair geschoold te worden, de bevindingen van de literatuurwetenschap per vergissing als voorschriften beschouwt, zodat hij zijn eigen verzen in elkaar poogt te zetten volgens de methode die De Man toepaste om andermans werk uit elkaar te halen.’

 Deconstructie

Bovenstaand citaat stamt uit 1991. De karikatuur die Barnard erin schept, had enige politieke achtergrond. Het deconstructivisme van Paul de Man was gevierd in wetenschappelijke kringen die als progressief golden. Ze hielden zich bijvoorbeeld bezig met Culturele Studies. In zijn polemische essays als ‘Rifbouw’ sloot Van Bastelaere zich onproblematisch aan bij De Man.

Hegemonieën en repressie trof men destijds aan in rechtse regimes, in schijnbaar objectieve denkbeelden waarvan door deconstructie het conservatisme kon worden blootgelegd. Dit was een vorm van ideologiekritiek die, zeker na de val van de Muur, ideologie terug op de agenda wilde krijgen.

Kunst en politiek konden zo een monsterverbond aangaan. Wel gingen er ingewikkelde woorden aan op, van veelal Franse theoretici die in het Engels werden gelezen. Tegenstanders dreven de spot met wat zij zagen als nietszeggendheid, of spraken ten minste van ‘politiek-correct’ geneuzel.

De moeilijkheid was en is alleen dat literatuur helemaal niets voorstelt. In die zin is het veiliger zich uit de maatschappij terug te trekken en kunst desnoods autonoom te verklaren: weg met elke pretentie. Daarmee vervallen echter ook een paar mogelijkheden van kunst, waaronder empathie.

Toen nog een andere dichter uit de bloemlezing Twist met ons, Erik Spinoy, er recent op wees dat links bijvoorbeeld kan leren van wat de N-VA vertelt en hoe die partij dat doet, stelde hij voor zich te verplaatsen in standpunten die bij reflex onwelgevallig zijn.

 Reactionair

Roerend vind ik dat Charles Ducal bij zijn aanstelling tot Dichter des Vaderlands de aandrang voelde zich te verantwoorden over zijn politieke verleden, dat in het communisme ligt. Het aanzien van die ideologie is zeer gering geworden. Tot de wapenfeiten van een rijp leven zou zelfs de wending behoren die men van links naar rechts schijnt te moeten maken.

De tragedie in Gaza geeft aanleiding om positie te bepalen. Mij intrigeert het dat ze ook als moment van afrekening de ronde doet. De Duitse socioloog Reinhard Mohr, geboren in 1955, studeerde aan de legendarische Frankfurter Schule, voorloper van de ideologiekritiek zoals die enigszins in de Lage Landen ontbolsterde.

Ergens trad een wending in Mohrs leven op, zoals bij velen uit de babyboomgeneratie die de wereld wilden veranderen. Maar hij was zich tenminste van die verandering bewust, getuige bijvoorbeeld zijn boek Bin ich jetzt reaktionär?

Op dezelfde dag als Barnard publiceerde Mohr een opiniestuk tegen hedendaags links: ‘Radikal im Sinne eines politischen Engagements, das etwa auf den Sturz des „herrschenden Systems“ zielte, ist der Kaffeehaus-Stratege weiß Gott nicht. Im Gegenteil: Er ist Teil einer globalen Konsum-Elite, der es so gut geht wie keiner Menschheitsgeneration zuvor und die sich nun den salonhaften Luxus leistet, die Probleme der sexuellen Selbstbestimmung von Neugeborenen anzugehen. Motto: Mit der Dekonstruktion stereotyper Geschlechtszuweisungen kann gar nicht früh genug begonnen werden. Doch manche der vorgeblich progressiven Haltungen sind durchaus mit rechten Positionen zu verwechseln, etwa die prinzipielle, oft antisemitisch grundierte Abneigung gegen Amerika und Israel, „Wallstreet“ und „Hollywood“. Gegenüber Putins Russland, das auf bestem Wege zur Diktatur ist, wird dagegen „mehr Sensibilität“ gefordert.’

Mohr acht zijn voormalige kameraden niet alleen inconsequent, hij vindt ze vooral heel erg mainstream:

 Winst

Het kost me moeite om sommige teksten rond de Ducal-affaire gelezen te krijgen, maar ik vind ze winst als positiebepalingen. Of er altijd evenveel gelijk aan kleeft, zou ik niet durven beweren, zeker als dat gelijk dichotomisch is. Het feit dát kunst een rol wenst te spelen, telt voor mij zwaarder. Bescheidenheid hoeft geen troef te zijn.

In Nederland heeft de huidige Dichter des Vaderlands zich, een enkele, bestelde uitzondering daargelaten, nota bene verre gehouden van politiek. Dat de vooralsnog recentste bijdrage over het WK Voetbal gaat, vind ik geen probleem. Wel dat er sindsdien, naast Gaza, wat dingen zijn gebeurd die evengoed aandacht verdienen.*

Felle reacties bij Ducal bewijzen bovendien aan dat taal wat kan losmaken. Alleen al dat maakt de functie van Dichter des Vaderlands, die toch wat ridicuul is in het licht van wat en wie poëzie gewoonlijk bereikt, voor een keertje relevant.

Charles Ducal probeert zich in “As in de mond” te verplaatsen in de positie van wie hij als daders en slachtoffers beschouwt. Dat is een ambitie, die grenst aan hoogmoed. Daarbuiten stort kunst echter neer zonder te zijn opgestegen.

*Deze bewering blijkt onjuist: http://www.kb.nl/dichter-op-het-scherm/dichter-des-vaderlands/anne-vegter/anne-vegter-gedichten-des-vaderlands/12-mh-17

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.