Analyse, Cultuur, België -

Staat het geschreven?

De niet-aflatende tragedie in Gaza heeft ook de pen van de Dichter des Vaderlands in beweging gebracht. Charles Ducals “As in de mond” mocht een pleidooi voor rechtvaardigheid heten, sommige reacties erop waren buitengewoon scherp. Valt die buiteling van oordelen en veroordelingen op enigerlei wijze te verklaren?

woensdag 6 augustus 2014 18:19

Maandagmorgen 4
augustus verscheen een
oproep
van diverse professoren, kunstenaars en ondernemers. Ze maanden
Belgische politici niet langer lijdzaam toe te kijken naar het geweld in Gaza.
Een van de ondertekenaars van de oproep was Dichter des Vaderlands Charles
Ducal. Het was niet zijn eerste manifestatie ter zake. Op 1 augustus was zijn gedicht
‘As in de mond’
naar buiten gekomen.

De eerste strofe gaat
zo: 

Je bent nu eenmaal beter. Het
staat geschreven


in Het Boek. Het spreekt uit je blik

als je hen naderen ziet: in fanatieke kleren,

stoffig, hun pasje klaar in de hand.

Meteen plaatst het
gedicht ‘je’ en ‘hen’ tegenover elkaar. Om precies te zijn vertolkt het de enscenering
en interpretatie van gedachten van de ‘je’ over ‘hen’, een collectief dat geen
stem krijgt. De identiteit van de ‘je’ onthult Ducal niet letterlijk, maar uit
alles blijkt deze een Jood te zijn. Het laatste restje twijfel daaromtrent
wordt weggeruimd aan het slot:

(….) Je bent tweeduizend

jaar oud, was erbij in Treblinka, Schirmeck

en Dachau. Al heb je hun water gestolen,

hun kinderen beschoten, hen achter prikkeldraad

opgesloten, je bent nu eenmaal
Gods volk,

uitverkoren op precies deze grond.

Wie onder je bossen, je wegen, je steden


het oude dorp nog hoort schreeuwen,

krijgt as in de
mond.  

De naamloze ‘hen’ is
niet toevallig een lijdend voorwerp. Het kan worden verbonden met het
Palestijnse volk. Ducals redenatie berust ongeveer op het spreekwoord van de
pot die de ketel verwijt. Het leed dat het Joodse volk in de geschiedenis is
aangedaan, berokkent het heden aan anderen. 

Propaganda

Op 4 augustus
reageerde de van oorsprong Noord-Nederlandse schrijver Benno Barnard furieus op
de site Joods Actueel. Hij verklaarde zich zelfs als niet-Jood door
Ducal gekwetst te voelen. Barnard noemde het gedicht infaam:
‘Het is geësthetiseerde haat, afkomstig uit een ideologisch verwrongen geest.’ Ducal zou er een staaltje Palestijnse
propaganda mee ten beste hebben gegeven.

Volgens Barnard was de
Dichter des Vaderlands niet alleen selectief blind, hij zou ook inconsequent
zijn geweest: ‘Waarom schrijft die Ducal geen gedicht
tegen de jonge moslims in onze straten, die onder vlaggen van het waanzinnige
ISIS tegen Israël – zeg maar: tegen de Joden – demonstreren?’

Zelf beriep Barnard
zich voor het conflict op opvattingen van een andere schrijver, Leon de Winter.
Diens vooral in Nederland bekende ideeën over Israel vallen Joden bij.

 Antisemiet

Weer een dag later
publiceerde de literaire site De Contrabas op het Ducal-gedicht snijdend
commentaar
van Dirk van Bastelaere. Deze dichter had toestemming gegeven om
uitlatingen over “As in de mond” op zijn Facebookpagina te verplaatsen naar de
publieke ruimte.

Wegens zijn vele
internationale contacten schreef Van Bastelaere in het Engels. Maar ook de
vergelijking die hij trok, noopte tot die taal. Ducals opvattingen deden hem
denken aan die van Paul de Man. Deze van oorsprong Belgische literatuurcriticus is in het circuit
wereldberoemd wegens studies als Allegories of Reading en Blindness
and Insight
en The Resistance to Reading.

Van Bastelaere verwees
echter naar een beruchte passage uit De Mans leven. In de jaren negentig raakte
immers bekend dat deze als piepjong recensent de nazi-ideologie aangehangen
had. Volgens Van Bastelaere betoonde Ducal zich ruim zeventig jaar later een
even grote antisemiet.

 Ideologisch

De twee vlammende
kritieken verwijten de Dichter des Vaderlands idées reçues te houden
voor kritiek. Ze hebben gemeen dat Ducal, uitgerekend in de hoedanigheid van
Dichter des Vaderlands, poëzie ondergeschikt gemaakt zou hebben aan zijn persoonlijke
politieke opvattingen. Hij dicht ‘ideologisch’.

Het is een vaak herhaalde jijbak dat dit verwijt zelf ideologisch is en een resem aan
vooronderstellingen met zich meetrekt. Graag wil ik mijns inziens belangrijkere
parallellen trekken.

Barnard had al ironische distantie
betoond
toen bekend raakte dat Charles Ducal genoemde functie ging
uitoefenen. Bij die gelegenheid ageerde Van Bastelaere veel heftiger. In de
uiteindelijke, geannoteerde
versie van Van Bastelaeres bezwaren
valt onder meer te lezen dat een
Belgische Dichter des Vaderlands een onmogelijkheid is, omdat België niet zou
bestaan.

De aanstelling
getuigde zijns inziens van ‘politieke recuperatie’, binnen het hegemonische
Belgicistische discours. Ducal zou anti-Republikein zijn en
anti-nationalistisch. Het fenomeen Dichter des Vaderlands noemde Van Bastelaere
een ‘institutionele farce’.

 Twist met ons

Zijn Ducal, Van
Bastelaere en Barnard soms allemaal arrivisten? Ze hebben ooit dichter
bijeengestaan dan ze nu wellicht zouden willen. In 1987 verscheen de
bloemlezing Twist met ons, waarin de eerstgenoemden aan een groter
publiek werden voorgesteld. De inleiding tot dat boek, waaraan achteraf groot
literair-historisch gewicht
is toegekend, was van Barnard.

Het voorwoord rept over
een generatie en laat de toen populaire term ‘postmodernistisch’ vallen, keurig
tussen aanhalingstekens.

Even notoir is het
gegeven dat Barnard later zijn steun voor Van Bastelaere introk, toen hij een
uitgeversweigering voor het publiceren van de bundel Diep in Amerika kon
begrijpen: ‘Ik vrees dat Van Bastelaere, die bezig is
universitair geschoold te worden, de bevindingen van de literatuurwetenschap
per vergissing als voorschriften beschouwt, zodat hij zijn eigen verzen in
elkaar poogt te zetten volgens de methode die De Man toepaste om andermans werk
uit elkaar te halen.’

 Deconstructie

Bovenstaand citaat
stamt uit 1991. De karikatuur die Barnard erin schept, had enige politieke
achtergrond. Het deconstructivisme van Paul de Man was gevierd in
wetenschappelijke kringen die als progressief golden. Ze hielden zich
bijvoorbeeld bezig met Culturele Studies. In zijn polemische essays als ‘Rifbouw’
sloot Van Bastelaere zich onproblematisch aan bij De Man.

Hegemonieën en
repressie trof men destijds aan in rechtse regimes, in schijnbaar objectieve
denkbeelden waarvan door deconstructie het conservatisme kon worden
blootgelegd. Dit was een vorm van ideologiekritiek die, zeker na de val van de
Muur, ideologie terug op de agenda wilde krijgen.

Kunst en politiek
konden zo een monsterverbond aangaan. Wel gingen er ingewikkelde woorden aan
op, van veelal Franse theoretici die in het Engels werden gelezen.
Tegenstanders dreven de spot met wat zij zagen als nietszeggendheid, of spraken
ten minste van ‘politiek-correct’ geneuzel.

De moeilijkheid was en
is alleen dat literatuur helemaal niets voorstelt. In die zin is het veiliger
zich uit de maatschappij terug te trekken en kunst desnoods autonoom te
verklaren: weg met elke pretentie. Daarmee vervallen echter ook een paar mogelijkheden
van kunst, waaronder empathie.

Toen nog een andere
dichter uit de bloemlezing Twist met ons, Erik Spinoy, er recent op wees
dat links
bijvoorbeeld kan leren van wat de N-VA vertelt en hoe die partij dat doet
,
stelde hij voor zich te verplaatsen in standpunten die bij reflex onwelgevallig zijn.

 Reactionair

Roerend vind ik dat
Charles Ducal bij zijn aanstelling tot Dichter des Vaderlands de aandrang
voelde zich
te verantwoorden
over zijn politieke verleden, dat in het communisme ligt. Het
aanzien van die ideologie is zeer gering geworden. Tot de wapenfeiten van een
rijp leven zou zelfs de wending behoren die men van links naar rechts schijnt
te moeten maken.

De tragedie in Gaza
geeft aanleiding om positie te bepalen. Mij intrigeert het dat ze ook als
moment van afrekening de ronde doet. De Duitse socioloog Reinhard
Mohr, geboren in 1955, studeerde aan de legendarische Frankfurter Schule,
voorloper van de ideologiekritiek zoals die enigszins in de Lage Landen ontbolsterde.

Ergens
trad een wending in Mohrs leven op, zoals bij velen uit de babyboomgeneratie
die de wereld wilden veranderen. Maar hij was zich tenminste van die
verandering bewust, getuige bijvoorbeeld zijn
boek
Bin ich jetzt
reaktionär?

Op
dezelfde dag als Barnard publiceerde Mohr een
opiniestuk
tegen hedendaags links: ‘Radikal im Sinne eines politischen Engagements,
das etwa auf den Sturz des „herrschenden Systems“ zielte, ist der
Kaffeehaus-Stratege weiß Gott nicht. Im Gegenteil: Er ist Teil einer globalen
Konsum-Elite, der es so gut geht wie keiner Menschheitsgeneration zuvor und die
sich nun den salonhaften Luxus leistet, die Probleme der sexuellen
Selbstbestimmung von Neugeborenen anzugehen. Motto: Mit der Dekonstruktion
stereotyper Geschlechtszuweisungen kann gar nicht früh genug begonnen werden.
Doch manche der vorgeblich progressiven Haltungen sind durchaus mit rechten
Positionen zu verwechseln, etwa die prinzipielle, oft antisemitisch grundierte
Abneigung gegen Amerika und Israel, „Wallstreet“ und „Hollywood“. Gegenüber
Putins Russland, das auf bestem Wege zur Diktatur ist, wird dagegen „mehr
Sensibilität“ gefordert.’

Mohr
acht zijn voormalige kameraden niet alleen inconsequent, hij vindt ze vooral
heel erg mainstream:

 Winst

Het kost me moeite om
sommige teksten rond de Ducal-affaire gelezen te krijgen, maar ik vind ze
winst als positiebepalingen. Of er altijd evenveel gelijk aan kleeft, zou ik
niet durven beweren, zeker als dat gelijk dichotomisch is. Het feit
dát kunst
een rol wenst te spelen
, telt voor mij zwaarder. Bescheidenheid hoeft geen
troef te zijn.

In Nederland heeft de
huidige Dichter des Vaderlands zich, een enkele, bestelde uitzondering
daargelaten, nota bene verre gehouden van politiek. Dat de vooralsnog recentste
bijdrage over het
WK Voetbal
gaat, vind ik geen probleem. Wel dat er sindsdien, naast Gaza,
wat dingen
zijn gebeurd
die evengoed aandacht verdienen.*

Felle reacties bij
Ducal bewijzen bovendien aan dat taal wat kan losmaken. Alleen al dat maakt de
functie van Dichter des Vaderlands, die toch wat ridicuul is in het licht van wat
en wie poëzie gewoonlijk bereikt
, voor een keertje relevant.

Charles Ducal probeert
zich in “As in de mond” te verplaatsen in de positie van wie hij als daders en slachtoffers
beschouwt. Dat is een ambitie, die grenst aan hoogmoed. Daarbuiten stort kunst
echter neer zonder te zijn opgestegen.

*Deze bewering blijkt
onjuist: http://www.kb.nl/dichter-op-het-scherm/dichter-des-vaderlands/anne-vegter/anne-vegter-gedichten-des-vaderlands/12-mh-17

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!