Tegencultuur in Parijse banlieue
Buitenland, Samenleving, Cultuur -

Tegencultuur in Parijse banlieue

maandag 5 juli 2010 22:21

Ver weg van de kraaknette winkelstraten en de toeristenmassa toont zich een ander Parijs. Het Parijs van de clandestiene straathandel. Het Parijs van de nepproducten. Het Parijs van de armoede. Maar vooral: het Parijs van de creativiteit. Het Parijs van de talloze nationaliteiten. Het Parijs van de rap. Een wereld die ondanks alle misère iets wonderlijks heeft. Welkom in departement 93.

Achter het fameuze Gare du Nord en de toeristenberg Montmartre ligt de eindhalte van metrolijn 4: “Porte de Clignancourt”. In het station stapt om de twee meter een verkoper met nepproducten op me af. Boven de grond, op straat, gaat het straattoneel verder. ‘Ouaich emselle, jsuis d’accord. Trois euro’s s’ilt plait!’ De doosjes met nep-Chanel vinden gretig aftrek bij de passanten. Onder het viaduct van de Boulevard Périphérique staan er wel veertig handelaars hun waren aan te prijzen.

Rapscène

Voorbij het viaduct ligt de Marché aux Puces. De wereldberoemde antiekmarkt. Maar die interesseert me niet. Die laat ik links liggen. Wat me wel interesseert zijn de eindeloze kramen met koopwaar uit de rapscène. T-shirts, petjes, cd’s, rappers, sjaals, Algérie-trainingspakken… Je kan het zo gek nog niet bedenken of ze hebben het in huis. En dit allemaal naast de antiekmarkt.

Het is de derde keer dat ik hier kom. De markt is groter geworden. Er zijn meer klanten. Pitabar “Paristambul” is een McDonald’s geworden. Opvallend is dat er veel t-shirts met speciale boodschappen worden verkocht. “Terre annexé par les fils des immigrés”. “I’m proud, I’m a Muslim.” “Maghreb United.” De boodschap is meer dan duidelijk.

Discriminatie

Voor alle duidelijkheid: deze eindeloze markt ligt in Saint-Ouen. Dit is een voorstad van Parijs. Het ligt in het departement Seine-Saint-Denis. In Frankrijk is dit departement wereldberucht. Ik ben tenslotte in departement 93. Nog niet eens zo lang geleden werd de 93 wereldnieuws na de rellen van 2005. De hele wereld kon zien hoe woedende jongeren auto’s en publieke gebouwen in brand staken en met de politie op de vuist gingen.

Volgens mijn Parijse vrienden is er in de 93 veel werkeloosheid. Toch is dat niet het enige, zeggen ze: ‘Er is vooral veel discriminatie. Als iemand een niet-Franse achternaam heeft en uit de 93 komt, dan maakt hij of zij meestal geen kans op een job of een woonruimte in een ander departement’ (lees: een sociaal-economisch welvarender gebied).

Op de markt merk ik geen spanningen op. Toch blijf ik me afvragen waarom veel jongeren uit de 93 zich willen profileren in hun kledingstijl. In bijna iedere kraam kom ik het T-shirt met het opschrift “Made in 93” tegen. Het groepsgevoel lijkt heel sterk te zijn. Ik vraag me ook af of de kinderen en kleinkinderen van de Maghrebijnse en Afrikaanse migranten hier onderdrukt worden. Als dat zo is, dan is de rap en de profilerende kledingstijl een goede manier om zich te uiten.

Kledinglijn

Ergens halverwege de markt, vlak onder de torens van Kia en Samsung, verkoopt de rapper Crazy Spleen zijn waren. B21 Industries. Zo heet zijn eigen kledinglijn en zijn eigen platenlabel. Tientallen zwarte shirts met kleurrijke opschriften hangen uit. Eén t-shirt springt er onmiddellijk uit. Het toont een hand van Fatima met een oog erin. Er rond staat geschreven: “Pour tous les jaloux qui veulent me porter l’oeil”. De achterkant is een pak militanter van toon: “Rien ne m’arrete!”

Crazy Spleen is 33 jaar en van Afrikaanse afkomst. Hij is geboren en getogen in de Parijse banlieue. Sinds zijn 18e maakt hij zijn eigen rapmuziek. Onlangs verscheen zijn eerste album “Enfant de la Rue”. Hierin klaagt hij de sociale onrechtvaardigheid uit de regio aan. Maar hij bezingt ook de positieve zijden van het leven.  

Straatkind

Crazy Spleen vraagt we waar ik vandaan kom. Of hij live en unplugged voor me mag rappen. Daar zeg ik geen nee tegen. Een volle minuut rapt hij erop los. De boodschap is duidelijk: donker of blank, dat maakt niet uit. We zijn toch allemaal gelijk. Voor nog geen vijf euro verkoopt hij me zijn cd.

Dit “enfant de la rue” of straatkind lijkt zijn draai te hebben gevonden. Over zijn kledinglijn en zijn muziek is hij zeer enthousiast. Een bezoek aan de Porte de Clignancourt op zondag kan een zeer welkome afwisseling zijn na de overdonderende rijkdom van het Parijse centrum.

Wie een live demonstratie wil horen: iedere zondag staat Crazy Spleen met de stand van B21 Industrie op de Marché aux Puces. Aan de parallelbaan van de Périphérique. Crazy Spleen vindt het alvast prachtig als je naar hem komt luisteren.

Meer info over platenlabel en kledinglijn B21 Industrie: www.b21industrie.fr

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!