Opinie - Alain Badiou (Vertaald door Jan Nol)

Voor een werkelijk radicale verandering van de sociale orde heb je andere krachten nodig dan die van een virus

Vanuit Parijs, waar hij zich net zoals vele anderen in een vorm van huisarrest bevindt, geeft de radicale Franse filosoof Alain Badiou zijn visie over de situatie die is ontstaan door de Covid-19 pandemie. Het is volgens hem een illusie om te denken dat paniek over gezondheid op zichzelf het begin kan zijn van welke politieke vernieuwing dan ook. Voor een werkelijk radicale verandering van de sociale orde heb je andere krachten nodig dan die van een virus. Quartier Général — Le média libre heeft de tekst 'Sur la situation épidemique' vrijgegeven en er wordt overal over de wereld aan vertalingen gewerkt.[1] Hieronder de Nederlandse versie 'Over de epidemische situatie'.

dinsdag 14 april 2020 15:19
Spread the love

 

Foto: Hollandse Hoogte

Onze huidige situatie met deze virale epidemie is geen uitzonderlijke situatie. Dat vond ik en vind ik nog steeds. We weten al sinds de (eveneens virale) aids-pandemie, via de vogelgriep, het ebolavirus, het SARS-1 virus, om nog maar te zwijgen van verschillende griepsoorten, en zelfs van de terugkeer van de mazelen, of van tuberculose dat resistent is voor antibiotica, dat de wereldmarkt, in combinatie met het bestaan van omvangrijke gebieden waarin de medische voorzieningen ontoereikend zijn en het gebrek aan mondiale discipline qua noodzakelijke vaccinaties, onvermijdelijk serieuze en verwoestende epidemieën veroorzaakt (meerdere miljoenen doden in het geval van aids). Afgezien van het feit dat de pandemie nu eens de vrij comfortabele, zogenaamde westerse wereld op grote schaal treft — een feit dat op zichzelf geen enkele vernieuwende betekenis heeft en vooral slap geweeklaag en schandelijke onzin op sociale media met zich meebrengt — zag ik geen reden tot grote opwinding, alhoewel we natuurlijk wel de voor de hand liggende beschermende maatregelen moeten nemen en de tijd dienen te nemen die nodig is om het virus bij gebrek aan nieuwe doelwitten te laten verdwijnen.

Overigens zou de echte naam van deze epidemie erop moeten wijzen dat ze “niets nieuws onder de zon” is. De echte naam is SARS-2, oftewel severe acute respiratory syndrome 2, een naam die inderdaad voor “de tweede keer” een ziekte vastlegt na de SARS-1 epidemie die zich in het voorjaar van 2003 over de wereld uitspreidde. Destijds werd deze ziekte “de eerste onbekende ziekte van de 21e eeuw” genoemd. Het is dan ook duidelijk dat de huidige epidemie helemaal niet het plotseling ontstaan van iets radicaal nieuws of buitengewoons is. Ze is de tweede in haar soort deze eeuw en direct verwant aan de eerste. Ze is zelfs zozeer niets radicaal nieuws of buitengewoons, dat de enige serieuze kritiek nu aan het adres van de autoriteiten is, — op het gebied van vooruitzien — dat zij na SARS-1 geen serieuze ondersteuning gaven aan onderzoek dat de medische wereld van goede middelen voorzien zou hebben om SARS-2 te bestrijden. Dit is overigens een belangrijk punt van kritiek, dat laat zien dat de staat tekort is geschoten in haar rol jegens de wetenschap, een rol die in deze situatie essentieel is. Maar dit is nu geschiedenis …

Voorlopig zat er voor mij dus niets anders op dan me, zoals iedereen, zo goed mogelijk thuis te isoleren en had ik niets anders te zeggen dan wat aansporingen voor iedereen om hetzelfde te doen. Het naleven van een strikte discipline is wat dit betreft des te noodzakelijker omdat zij een fundamentele steun en bescherming vormt voor diegenen die het meeste worden blootgesteld: alle verpleging natuurlijk, die zich direct aan het front bevindt en die, inclusief de geïnfecteerden, moet kunnen vertrouwen op een strakke discipline; maar ook de zwakkeren, zoals de ouderen, met name zij die in verzorgingstehuizen zitten; en ook al diegenen die naar hun werk gaan en eveneens het risico lopen om besmet te raken. De discipline van hen die gehoor kúnnen geven aan het ethische gebod “blijf thuis”, moet ook het vinden en het aanbieden van middelen omvatten voor degenen die niet of nauwelijks een “thuis” hebben, zodat zij toch een veilig onderkomen vinden. Denk bijvoorbeeld aan het vorderen van bepaalde hotels, en aan het oprichten van “brigades” van vrijwillige jongeren die voor de levering van levensmiddelen zorgen. Zoals dat bijvoorbeeld al gedaan wordt in Nice.

Deze plichten worden steeds onontkoombaarder, maar ze vereisen geen grote analytische inspanning, noch het vormen van een nieuwe manier van denken. Niet bij een eerste beschouwing tenminste. Ze vallen onder wat we ”le secours populaire”[2] [hulp aan het volk, (noot vert.)] noemen.

Maar op het moment lees ik toch te veel dingen en hoor ik te veel dingen, ook in mijn omgeving, die me van de wijs brengen. Dingen die verwarring oproepen en die totaal niet passen bij de eigenlijk tamelijk eenvoudige situatie waarin we ons bevinden. Te veel mensen denken minder aan het effectief bestrijden van deze tragedie dan aan het genieten ervan, zoals Elisabeth Roudinesco[3] mij heeft laten zien.

De verklaringen die geen tegenspraak dulden, de meelijwekkende oproepen, de hoogdravende beschuldigingen, ze zijn allemaal heel verschillend, maar ze hebben ook veel gemeen en meer dan het heimelijke genieten: ze delen die merkwaardige minachting voor de ontzaglijke eenvoud van deze situatie van de epidemie, en het afwezig zijn van echte nieuwheid in die situatie. Of ze nu nutteloos serviel zijn ten aanzien van het gezag, dat eigenlijk alleen maar doet wat ze door de aard van het fenomeen gedwongen is te doen, of dat ze de Planeet en haar mystiek weer tevoorschijn halen, wat ons op geen enkele manier vooruit helpt. Of ze nu alles in Macrons schoenen schuiven, die alleen maar zijn werk als staatshoofd ten tijde van een oorlog of epidemie doet en dat niet slechter doet dan een ander, of dat ze om het evenement roepen dat een ongekende revolutie teweeg zal brengen, waarvan onduidelijk is welk verband die zou hebben met het uitroeien van een virus en waarvoor onze “revolutionairen” overigens over geen enkel nieuw middel beschikken. Of ze nu afglijden naar een pessimisme van het einde van de wereld, of dat ze zich getergd voelen dat het principe van “ik eerst” — de gouden regel van de hedendaagse ideologie — in deze omstandigheden volledig buiten spel staat, nutteloos is en zich zelfs kan voordoen als medeplichtig aan de oneindige voortzetting van het kwaad.

Het lijkt wel of de epidemische beproeving overal de intrinsieke activiteit van de Rede opheft en dat zij subjecten dwingt terug te keren naar de treurige zaken — mysticisme, het vertellen van verzinsels, gebeden, profetieën en vervloekingen — die in de middeleeuwen gebruikelijk waren, toen de pest door het land raasde. Het maakt dat ik me min of meer gedwongen voel een paar eenvoudige ideeën op een rijtje te zetten. Ik noem het zonder schroom: cartesiaans helder.

Laten we beginnen met het helder definiëren van het probleem, dat zo slecht gedefineerd is, en waar dus zo slecht mee omgegaan wordt.

Het complexe aan een epidemie is dat die zich altijd op het schakelpunt bevindt tussen natuurlijke en sociale bepaaldheden. De volledige analyse ervan kan niet anders plaatsvinden dan transversaal [= die behelst dwarsverbanden (noot vert.)]: je moet begrijpen waar de twee structureel bepalende factoren elkaar kruisen en van daaruit de gevolgen afleiden.

Het beginpunt van de huidige epidemie ligt bijvoorbeeld zoals verondersteld mag worden op de markten in de stad Wuhan. De Chinese markten staan vandaag de dag nog steeds bekend om hun uitstallingen, in het bijzonder om hun voorliefde voor de openluchtverkoop van allerlei soorten op elkaar gestapelde levende dieren. De betrouwbaarste hypothese tot nu toe is dat het virus zich op een gegeven moment daar, in een zeer drukke volkse omgeving met een enigszins geringe hygiëne, in een diersoort bevond die het overgenomen had van vleermuizen.

Het natuurlijke overgaan van het virus van de ene soort op de andere betekent dat het ook op de menselijke soort kan overgaan. Hoe dat precies gaat? Dat weten we nog niet en alleen wetenschappelijk onderzoek kan ons hierin wijzer maken. Laten we dus korte metten maken met iedereen die zich bezighoudt met het op internet zetten van de typisch racistische fabels, ondersteund met vervalste beelden, die zogenaamd laten zien dat alles komt door Chinezen die zowat levende vleermuizen eten.

Het vertrekpunt van de hele zaak is het lokale overgaan van het virus tussen diersoorten, tot aan de mens. Pas daarna komt een fundamenteel gegeven van de huidige wereld in het spel: dat is de opkomst van het Chinese staatskapitalisme tot een imperiale positie, dat wil zeggen een zeer sterke en alomvattende aanwezigheid op de wereldmarkt. Vandaar die ontelbare netwerken waarlangs de verspreiding kon plaatsvinden, nog voordat de Chinese regering in staat was om de plaats van oorsprong volledig te isoleren — in feite tweederde van een provincie, 40 miljoen mensen [4] —, wat zij uiteindelijk toch met succes heeft gedaan, maar te laat om te voorkomen dat de epidemie haar weg vond — via wegen, vliegtuigen en boten — naar haar wereldwijde bestaan.

Een onthullend detail van wat ik de dubbele laag van de epidemie noem: SARS-2 is nu gestuit in Wuhan, maar er zijn heel veel gevallen in Shanghai. En die laatste zijn meestal terug te voeren op mensen die uit het buitenland zijn (terug)gekomen. Dit zijn voor het merendeel Chinezen. China is dus een plek waar we de verknoping goed kunnen zien, om archaïsche en moderne reden, tussen het samenkomen van natuur en maatschappij op traditionele, slecht onderhouden markten, de oorzaak van de plaatselijke besmetting en de wereldomvattende verspreiding vanaf deze plaats van oorsprong, het meevoeren op de kapitalistische wereldmarkt met zijn even snelle als onophoudelijke verplaatsingen.

Vervolgens treedt de fase op waarin staten deze verspreiding op lokaal niveau trachten te stuiten. Merk terloops op dat de vastberadenheid waarmee ze dat doen geheel en al lokaal gericht is, ook al loopt de epidemie dwars door alle grenzen heen. Ondanks dat er diverse transnationale autoriteiten bestaan, is het duidelijk dat de lokale burgerlijke staten in de weer zijn.

We hebben hier te maken met een grote tegenstelling in de hedendaagse wereld: enerzijds is de economie, inclusief het proces van massaproductie van fabricaten, ondergeschikt aan de wereldmarkt. Het is bekend, dat het eenvoudige vervaardigen van een mobiele telefoon in minstens zeven verschillende staten werk en materiaal mobiliseert, met inbegrip van de mijnen. Anderzijds blijven de politieke machten op de belangrijke punten nationale machten. En de wedijver van de imperialismen, te weten het oude imperialisme (Europa en de VS) en het nieuwe imperialisme (China, Japan, et cetera), houdt elke ontwikkeling van een kapitalistische wereldstaat tegen. De epidemie is ook het moment waarop deze tegenstelling tussen economie en politiek glashelder is. Zelfs de Europese landen slagen er in de confrontatie met het virus niet in om hun beleid bijtijds aan te passen.

Alhoewel de nationale staten zelf het slachtoffer zijn van deze tegenstelling, proberen ze de situatie van deze epidemie het hoofd te bieden door zoveel mogelijk de mechanismes van het Kapitaal te respecteren. Ook al dwingt de aard van de risico’s hen de macht te wijzigen, zowel qua stijl als qua daden.

We weten al heel lang dat wanneer landen met elkaar in oorlog zijn, de staat niet anders kan dan aanzienlijke dwang opleggen, en niet alleen aan de volksmassa’s natuurlijk, maar ook aan de gegoede en conservatieve middenstand zelf, om het lokale kapitalisme te redden. Industrieën die aanvankelijk geen enkele meerwaarde produceren, worden zo goed als genationaliseerd in het belang van een tomeloze productie van oorlogstuig. Delen van de gegoede burgerij worden gemobiliseerd als officier en aan de dood blootgesteld. Wetenschappers zoeken dag en nacht naar het uitvinden van nieuwe wapens. Van intellectuelen en artiesten wordt verlangd dat zij de nationale propaganda voeden, etc.

Dit type staatsreflexen is onvermijdelijk bij een epidemie. Daarom zijn, in tegenstelling tot wat wel gezegd wordt, de verklaringen van Macron of Philippe over de staat die plotseling weer “verzorgings”-staat wordt, in geen enkel opzicht verbazingwekkend of paradoxaal: of het nu gaat om financiële steun voor mensen die hun werk kwijtraken en voor zelfstandigen waarvan de winkels zijn gesloten, het vrijmaken van miljarden aan staatsgeld of zelfs het aankondigen van “nationaliseringen”. Macrons metafoor “We zijn in oorlog” is correct: in oorlog of tijdens een pandemie wordt de staat met het oog op het vermijden van een beleidsmatige catastrofe, gedwongen om haar gewone spel, dat op klasse gestoeld is, te doorbreken, door handelswijzen aan te wenden die tegelijkertijd autoritairder zijn en een breder bereik hebben. Vandaar ook het gebruik van het verwelkte vocabulaire van de “natie”, op een soort karikaturale gaullistische[5] wijze, die nu gevaarlijk is omdat het nationalisme de weg vrijmaakt voor wraakzuchtig extreemrechts.

Al deze retoriek is een volkomen logisch gevolg van de situatie, waarvan het doel is de epidemie zo goed mogelijk een halt toe te roepen — om de oorlog te winnen, om Macrons metafoor te herhalen — terwijl we binnen de gevestigde sociale orde blijven. Het is niet dat er komedie gespeeld wordt, maar het is noodzakelijk vanwege dit zich verspreidende dodelijke proces, waarbij de natuur (vandaar de zeer grote rol van wetenschappers in deze kwestie) en de sociale orde (vandaar de onvermijdelijke, autoritaire interventie van de staat) elkaar kruisen.

Dat zich grote tekorten voordoen bij deze inspanningen is onvermijdelijk. Zoals het tekort aan mondkapjes, of de gebrekkige voorbereiding ten aanzien van de lange verblijfsduur [van corona-patiënten] in ziekenhuizen. Maar wie kan zich er nu werkelijk op laten voorstaan dit soort dingen te hebben “voorzien”? Het is absoluut waar dat de staat de huidige situatie in verschillende opzichten niet voorzag. Als je kijkt naar de verzwakking, door de staat, van het nationale gezondheidsstelsel die al tientallen jaren aan de gang is, en hetzelfde geldt in feite voor alle sectoren in dienst van het algemeen belang, kan zelfs worden gesteld dat door de staat eerder gedaan werd alsof het niet mogelijk was dat ons land getroffen zou worden door iets dergelijks als een verwoestende epidemie. Waarmee de staat een grote fout heeft begaan, en dit betreft niet alleen de staat onder Macron, maar ook al degene die daar al minstens dertig jaar aan voorafgingen. Het is heel goed mogelijk dat door de crisis van de epidemie het vraagstuk van de ontmanteling en de privatisering van de openbare diensten — die ook een vraagstuk van privé-eigendom is en dus van het communisme[6] — weer terugkeert in de publieke opinie.

Maar in de tussentijd is het goed om hier te zeggen dat niemand de ontwikkeling van een dergelijke pandemie in Frankrijk voorzag, of zelfs bedacht, behalve misschien een enkele afzonderlijke wetenschapper. Velen dachten waarschijnlijk dat dit soort zaken pasten bij het duistere Afrika of het totalitaire China, maar niet bij het democratische Europa. Het zijn zeker niet de linksen — of de gele hesjes of zelfs de vakbondslieden — die een bijzonder recht hebben om op dit punt door te zagen en veel ophef te maken over Macron, hij die steeds weer het mikpunt van hun spot is. Maar ook zij hebben iets als dit absoluut niet voorzien. Verre daarvan zelfs: toen de epidemie al goed en wel onderweg was uit China, breidden zij tot voor kort hun ongebreidelde bijeenkomsten en schreeuwerige betogingen nog uit, en dit zou hen nu allemaal, wie ze ook zijn, moeten beletten om zichzelf politiek te promoten door de overheid onder vuur te nemen over de traagheid waarmee ze reageerde. Feitelijk was er in Frankrijk voordat Macrons staat besloot tot het instellen van een strenge afzondering, geen enkele politieke macht die dat deed.

Vanuit de staat bezien is de situatie er een waarin de bourgeois-regering expliciet en publiekelijk belangen die in zekere zin meer algemeen zijn, moet laten prevaleren boven slechts de belangen van de bourgeoisie, terwijl zij tegelijk de klassenbelangen van de toekomst van diegenen zij hij in het algemeen vertegenwoordigt strategisch moet beschermen. Met andere woorden, de huidige stand van zaken dwingt de staat tot het slechts kunnen beheren van de situatie door de klassenbelangen van de klasse waarvan het de volmacht heeft gekregen, te laten integreren in meer algemene belangen, en dit komt door het bestaan van een interne “vijand” zonder aanziens des persoons, zoals die in tijden van oorlog een buitenlandse bezettingsmacht kan zijn en zoals die nu, in de huidige situatie, wordt gevormd door het SARS-2 virus.

Dit type situatie (een wereldoorlog of wereldwijde epidemie) is in politiek opzicht vooral “neutraal”. Slechts in twee gevallen hebben oorlogen in het verleden aangezet tot revolutie en dit zijn gevallen die, als men dat zo kan zeggen, excentrisch waren [buiten het middelpunt liggen, (noot vert.)] ten opzichte van de keizerlijke machten: Rusland en China. In Rusland was dat het geval omdat de tsaristische macht in ieder opzicht en gedurende lange tijd achtergebleven was, ook als macht die mogelijk klaar was voor het begin van een zuiver kapitalisme in dat immense land. Daartegenover stond dat de bolsjewieken een moderne politieke avant-garde vormden, die door voortreffelijke aanvoerders een sterke structuur kreeg. In het geval van China ging de binnenlandse revolutionaire oorlog vooraf aan de wereldoorlog en stond de Chinese communistische partij al in 1937, ten tijde van de Japanse invasie, aan het hoofd van een volksleger dat zijn sporen al had verdiend. De oorlog heeft daarentegen in geen enkele westerse mogendheid tot een zegevierende revolutie geleid. Zelfs in Duitsland, het land dat verslagen werd in 1918, werd de Spartacus-opstand[7] heel snel volledig neergeslagen. Het is verwarde en gevaarlijke dromerij om je te verbeelden dat het hedendaagse kapitalisme serieus in gevaar zou kunnen worden gebracht door wat er nu gebeurt. Het kapitalisme trekt veel voordeel juist van de faillietverklaring van de communistische hypothese waardoor het zich kan opwerpen als de enige mogelijk historische vorm van de hedendaagse klassenmaatschappijen.

De les van dit alles is duidelijk: de huidige epidemie zal als zodanig, als epidemie, geen enkel noemenswaardig politiek gevolg hebben in een land als Frankrijk. Zelfs wanneer we aannemen, gezien de toename van het vormeloze gemopper en de onduidelijke maar wijdverbreide slogans, dat onze bourgeoisie denkt dat de tijd rijp is om zich van Macron te ontdoen, zal het absoluut geen enkele noemenswaardige verandering inhouden. De “politiek correcte” kandidaten staan al klaar in de coulissen, net zoals de aanhangers van de meest nare vormen van een “nationalisme” dat even achterhaald als weerzinwekkend is.

Diegenen van ons die een werkelijke verandering verlangen van de politieke toestand van dit land, moeten profiteren van het epidemische intermezzo en zelfs van de — volkomen noodzakelijke — afzondering, door in gedachten en in geschrift te werken aan nieuwe politieke figuren, aan het project van nieuwe politieke plaatsen en de internationale voortgang van een derde fase van het communisme, na de glansrijke eerste fase van de uitvinding van het communisme en de tweede fase van zijn krachtige en complexe, maar uiteindelijk verslagen staatsexperiment.

We moeten dan ook elk idee streng bekritiseren dat stelt dat fenomenen zoals een epidemie op zichzelf politieke vernieuwingen kunnen aanzwengelen. Afgezien van het overbrengen van wetenschappelijke feiten over de epidemie, zullen alleen die nieuwe beweringen en opvattingen een politieke kracht kunnen hebben, die over ziekenhuizen en volksgezondheid gaan, over scholen en egalitair onderwijs, opvang van ouderen en andere soortgelijke kwesties. Zulke nieuwe beweringen en opvattingen zijn de enige die mogelijkerwijs het gevaarlijke onvermogen van de bourgeois-staat helder in beeld zouden kunnen brengen, dat onvermogen dat in de huidige situatie aan het volle daglicht is blootgesteld.

Ondertussen zullen we moedig, publiekelijk moeten zeggen dat de zogenaamde “sociale media” voor de zoveelste keer laten zien dat ze in eerste plaats — naast dat ze de grootste miljardairs van nu vetmesten — een plek zijn van de verspreiding van blaaskakende mentale verlamming, onbeheerste geruchten, en het openbaren van hopeloos ouderwetse “nieuwigheden”, als het al niet om fascistoïde obscurantisme gaat.

Laten we, ook en vooral nu we ons in afzondering bevinden, alleen geloven in op verifieerbare waarheden van de wetenschap en op goede gronden steunende perspectieven van een nieuwe politiek met haar lokale ervaringen — met daarbij inbegrepen het organiseren van de kwetsbaarste klassen, met name de nomadische proletariërs die uit het buitenland komen — evenals haar strategische plan.

— Alain Badiou —

 

Dit artikel is origineel gepubliceerd op 26 maart 2020 in Quartier Général, Le Média  en met toestemming vertaald door Jan Nol. 

Jan Nol is een pseudoniem. De werkelijke naam van de vertaler is op de redactie bekend.

 

Notes:

[1] Originele Franse tekst gepubliceerd op 26/03/’20 in Quartier Général, Le Média libre https://qg.media/ 2020/03/26/sur-la-situation-epidemique-par-alain-badiou/
Gallimar/ Tracts stelt een gratis e-book ter beschikking: https://tracts.gallimard.fr/en/products/tracts-de- crise-n-20-sur-la-situation-epidemique

  • Spaanse vertaling door Eugenia Prado Bassi (21/03/’20) is een niet een vertaling van het aangepaste origineel zoals dat op Quartier Général staat, maar van een eerdere versie: http://lobosuelto.com/sobre- la-situacion-epidemica-alain-badiou/
  • Alberto Toscano’s Engelse vertaling (23/03/’20) betreft ook de vertaling van een eerdere versie: https:// www.versobooks.com/blogs/4608-on-the-epidemic-situation
  • Arabische vertaling (25/03/’20) is ook een vertaling van de eerdere versie: https://couua.com/ /آ لان-باديو-حول-جائحة-الكورونا-فيروس/2020/03/25
  • Nederlandse vertaling Jan Nol (06/04/’20), met dank aan: Joost de Bloois (UvA), Laurens Krüger, Jochem Dijkstra, Gerdien Ras.
  • * Italiaanse vertaling door Paolo Quintili (08/04/’20) http://www.antiper.org/2020/04/08/badiou- situazione-epidemica/

[2] Le secours populaire = in 1945 in Frankrijk opgerichte non-profit organisatie die zich inzet voor de bestrijding van armoede en discriminatie. Wat bij ons organisaties als de Voedselbank, Humanitas en het Leger des Heils doen (noot vert.).

[3] Elisabeth Roudinesco is historica, psychoanalytica en schreef de gezaghebbende biografie van Jacques Lacan (noot vert.).

[4] Wuhan heeft ruim 10 miljoen inwoners en is de hoofdstad van de Chinese provincie Hubei met ongeveer 59 miljoen inwoners (noot vert.).

[5] Gaullisme = rechtse politieke beweging in Frankrijk, gebaseerd op het politieke systeem, de politieke fi- losofie van De Gaulle (noot vert.).

[6] Communisme (dat is: gemeenschappelijkheid, of een collectief leven) betreft volgens Badiou geen staat en geen partij, omdat de communistische staat slechts executies, gevangenissen, legers en dergelijke zou inhouden. (Kelly, Piero (2014) Introducing Alain Badiou), (noot vert.).

[7] Spartacus-beweging: revolutionair-communistische beweging in Duitsland in de jaren 1914-1919 (noot vert.)

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!