Professor Song Xinning spreekt op het Confuciusinstituut van de Universiteit van Helsinki in 2016. Bron: Universiteit van Helsinki website
Opinie -

Academische samenwerking met China onder vuur

Is professor Song Xinning van het Brusselse Confucius instituut een Chinese spion? Invloedrijke Belgische media verspreiden de beschuldiging maar brengen niet het hele verhaal. Moeten de Confucius instituten dicht en de academische samenwerking met China beperkt? De media pleiten ervoor. Ze volgen een trend die vanuit de VS wereldwijd opgedrongen wordt.

donderdag 31 oktober 2019 15:16

Deze week verscheen in de krant De Morgen het verhaal van professor Song Xinning, de vorige directeur van het Confuciusinstituut aan de Vrije Universiteit Brussel. Einde juli werd de verlenging van zijn verblijfsvergunning geweigerd. In september kreeg hij geen inreisvisum om deel te nemen aan een seminarie; hij kreeg een inreisverbod van acht jaar wegens vermeende spionageactiviteiten.

Professor Song is een graag geziene gast op Europese conferenties. De welbespraakte professor kan op een gevatte manier de Chinese buitenlandse politiek uitleggen en schrikt niet terug voor persoonlijk commentaar buiten het officiële discours. Volgens De Morgen zou hij van zijn netwerk aan contacten gebruik gemaakt hebben om informanten te rekruteren voor de Chinese inlichtingsdiensten. Naargelang de bron zou het om Chinezen in Europa gaan of om Westerse academici.

Onvolledig verhaal

In De Morgen ontbreekt echter een essentieel deel van het verhaal. De Hongkong krant South China Morning Post laat professor Song uitleggen hoe hij vanaf april verschillende keren benaderd werd door een Amerikaanse diplomaat. Die beschuldigde hem samen te werken met de Chinese inlichtingendiensten en eiste dat hij met de Amerikaanse inlichtingendiensten zou samenwerken. Anders zouden de gevolgen ernstig zijn.

Professor Song ontkent zowel in De Morgen als in de Hongkong-krant dat hij ook maar iets met de Chinese inlichtingendiensten zou te maken hebben. Hij noemt de beschuldiging van spionage ‘lachwekkend’. De beschuldiging van ronselen onder Chinese studenten in Europa houdt weinig steek, aangezien hij aan het Confuciusinstituut geen Chinese studenten had. Hij vermoedt dat de beschuldiging verband houdt met zijn contacten met een medeprofessor aan de Renmin Universiteit in Beijing, die voormalig minister van Binnenlandse Veiligheid is.

Andere opinievormende media nemen de beschuldiging echter gewoon over. Zo stelt De Standaard het voor alsof de spionage een bewezen feit is. De ontkenning door de professor wordt in een enkel kort bijzinnetje ver achteraan in het artikel vermeld. De Standaard noemt het breed erkende professionalisme van de professor ‘onmisbaar om geloofwaardigheid en nuttige contacten op te bouwen’.

Opmerkelijk: het verhaal lekte via De Morgen en werd dan overgenomen door de andere media. Maar de Belgische staatsveiligheid, de Belgische regering en de Amerikaanse ambassade in Brussel weigeren te reageren. Nog opmerkelijker: professor Song is tijdens zijn jarenlange verblijf in België nooit lastig gevallen wegens vermeende spionage. Hoe zwaar weegt het dossier tegen hem dan? Wat is de rol van de Amerikanen in deze zaak? Wie heeft er voordeel bij een alom gewaardeerde deelnemer aan debatten over Chinees-Europese relaties en samenwerking het woord te ontzeggen?

Het gaat om meer dan Song

Het verhaal eindigt hier niet. De vermeende spionagezaak is voor De Morgen en De Standaard de aanleiding om de hele academische samenwerking met China in vraag te stellen.

De Confuciusinstituten – inmiddels 480 in de hele wereld en zes in België – werden opgericht door het Chinese ministerie van Onderwijs in samenwerking met buitenlandse academische instellingen en ook met de Vereniging België-China in Brussel. Ze zijn volgens deze media paarden van Troje. Ze verspreiden Chinese taal en cultuur en verhogen zo de soft power van China; ze zorgen er voor dat Westerse academici minder kritisch tegenover China staan. Het zijn ‘propagandakanalen die de academische vrijheid bedreigen’, volgens een door De Standaard geciteerde tegenstander.

Het instituut aan de VUB organiseerde zelfs seminaries over Europees-Chinese samenwerking. Hoe naïef kon de VUB zijn om dit toe te laten? De staatsveiligheid had zelfs een negatief advies gegeven bij de oprichting van het instituut vier jaar geleden.

Meteen wordt ook uitgehaald naar onderzoeksprojecten waaraan Chinese studenten of onderzoekers deelnemen. Sommigen daarvan komen uit militaire scholen. Moeten niet alle Chinese studenten die naar hier komen gescreend woorden door de staatsveiligheid?

En passant krijgt ook gouverneur De Caluwé van West-Vlaanderen, die onlangs naar China reisde ondanks een negatief advies van de staatsveiligheid, het etiket ‘naïeveling’ opgespeld. Ook hij loopt blijkbaar het gevaar bespioneerd of geïndoctrineerd te worden.

Internationale campagne

De aanval op de academische samenwerking tussen België en China staat niet op zichzelf. In de VS zijn onder politieke druk al een aantal Confuciusinstituten gesloten. Chinese studenten worden er gescreend en soms teruggestuurd,  Chinezen mogen niet meer deelnemen aan belangrijke onderzoeksprojecten. Ook in Australië en Europa zijn reeds Confuciusinstituten gesloten, onder meer in Leiden in Nederland.

In De Morgen stelt Jonathan Holslag, geostrateeg, voortrekker van een harde Europese lijn tegen China, en collega van Song aan de VUB, ronduit dat alle Confuciusinstituten dicht moeten.
Proberen sommigen McCarthy te laten verrijzen?

 

Bronnen:

De Morgen, De Standaard, South China Morning Post

 

Dit artikel is eerder gepubliceerd op chinasquare.be.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!