Foto: Louis Lammertyn
Opinie - Laetitia Parmentier, Lies Michielsen, Progress Lawyers Network

Waarom geen strafonderzoek over politiegeweld tegen demonstranten?

Meer dan een week is verstreken sinds de Brusselse oproerpolitie een duizendtal burgers die demonstreerden voor het klimaat hardhandig van het Koningsplein verjoeg. Enkele uren nadat de vreedzame actie, met veel gezinnen met kinderen onder de deelnemers, werd verplaatst buiten de neutrale zone, chargeerde de politie zonder aanleiding en zonder noodzaak met pepperspray, wapenstok en waterkanon, op last van burgemeester Close. Meer dan 400 mensen werden bestuurlijk aangehouden.

donderdag 24 oktober 2019 14:50

Pepperspray en uitlaatgassen

Vorige week getuigden tientallen deelnemers aan de actie hoe ze op het commissariaat in het centrum van Brussel werden mishandeld: een politieagent reed in de garage die als cel dienst deed met een draaiende motorfiets tot vlakbij de arrestanten, gaf oorverdovend gas en blies zo minutenlang uitlaatgassen in hun gezichten. Verschillende anderen brachten naar buiten dat zij tijdens hun aanhouding gedurende uren niet naar het toilet mochten en ook geen water kregen.

Bij een meisje dat onwel werd, maakte de politie pas haar polsstrips los, nadat zij moest overgeven. Het gebruikte geweld kan op geen enkele manier in verhouding staan tot het doel, aangezien de arrestanten reeds gedemobiliseerd waren. De voornaamste taak van de politie is nochtans “[…] bij te dragen tot de bescherming van de individuele rechten en vrijheden, evenals tot de democratische ontwikkeling van de maatschappij.”

Disproportioneel en onwettig politieoptreden

Uit de vele getuigenissen valt af te leiden dat de politie op een disproportionele en bijgevolg onwettige manier heeft gehandeld zowel bij het beëindigen van de actie als bij het behandelen van de arrestanten. De reacties van de uitvoerende macht die daarover in de media verschenen, vallen echter op een koude steen: de tramsporen dienden vrijgemaakt (maar die werden voornamelijk bezet door politiematerieel), alle betogers zouden zijn gewaarschuwd (de meerderheid getuigt net door de plotse reactie van de politie verrast te zijn), de situatie werd lang genoeg getolereerd (wat met het geduld van burgers jegens de struisvogelpolitiek en de legitieme eisen waarvoor ze opkomen?), en er komt een rapport van de korschef na intern onderzoek (waardoor er voor de slachtoffers geen garantie is op een onafhankelijk onderzoek en mogelijke sancties).

Zoals de Ligue des Droits Humains schrijft, lijkt dergelijk politiegeweld veel verder te gaan dan nodig voor het beheren van een vreedzame burgerbijeenkomst en lijkt het in strijd te zijn met het fundamentele recht om te manifesteren dat vervat zit in het recht op vrije meningsuiting en dat inherent is aan iedere democratische samenleving. De actie van Extinction Rebellion op zaterdag 12 oktober 2019 mobiliseerde aan het koninklijk paleis in Brussel om de klimaatnoodtoestand in herinnering te brengen en om de bestuurders op te roepen tot urgente actie.

Dit kadert in de brede beweging voor klimaatactie: eerder dit jaar vroegen al tienduizenden scholieren (Youth for Climate), studenten (Students for Climate), werknemers (Workers for Climate) en burgers om urgente politieke actie voor het klimaat, en dit op basis van de wereldwijde wetenschappelijke kennis over de klimaatopwarming. De manier waarop de geweldloze beweging in diskrediet wordt gebracht, met wapenstok of in bepaalde media, steekt lelijk af tegen de bezorgdheid van zeer veel mensen.

De politie kan haar monopolie op geweld slechts zeer gecontroleerd en beperkt uitoefenen, namelijk rekening houdend met de risico’s die zulks meebrengt en om een wettig doel na te streven dat niet op een andere wijze kan worden bereikt. Elk gebruik van geweld moet verder redelijk zijn en in verhouding tot het nagestreefde doel. Aan elk gebruik van geweld gaat een waarschuwing vooraf, tenzij dit gebruik daardoor onwerkzaam zou worden.

De door de burgemeester ontketende noodtoestand die vorige zaterdag op het Paleizenplein heerste en de grove middelen die er gebruikt werden, zijn bovendien moeilijk te verantwoorden in het licht van het recht op meningsuiting en het recht op actievoeren, des te meer in het licht van de urgente boodschap die de manifestanten verkondigden.

Nood aan een strafonderzoek

Politie en burgemeester houden desondanks vol dat er niks bijzonders gebeurd is op het Koningsplein en in het politiecommissariaat in de Kolenmarkt. Zonder twijfel dienen de korpschef en het Comité P zich over de feiten te buigen. Alleen een strafonderzoek zal echter aan het licht kunnen brengen welke inbreuken de Brusselse politie heeft begaan en wie verantwoordelijkheid draagt. Alleen al met het oog op het verzamelen van de gebeurde feiten en de opdrachten daartoe, is zo’n strafonderzoek onontbeerlijk.

Al te snel wordt de piste van de rotte appels naar voren geschoven, maar er wordt dan best ook eens naar de mand gekeken. Men kan zich moeilijk voorstellen dat er vooraf geen briefing werd gegeven aan het korps of dat niemand toezicht had over de behandeling van de tientallen gearresteerden in de kazernes. En als dit toch het geval is, bewijst dit een grote dysfunctie binnen de Brusselse politie.

Het is namelijk onaanvaardbaar dat dit zou worden overgelaten aan de grillen van bepaalde agenten. In een strafonderzoek kunnen de verantwoordelijken voor de gebeurlijke misdrijven geïdentificeerd, en indien nodig veroordeeld worden. De aangekondigde vier tuchtonderzoeken zullen misschien wel tot sancties voor individuele agenten leiden, maar dergelijke interne doorlichtingen gaan niet kunnen doorprikken wie de opdracht gaf tot buitenproportioneel geweldsvertoon of wie toeliet dat de rechten van arrestanten geschonden worden.

Wij stellen vast dat het Openbaar Ministerie nog geen aanstalten heeft gemaakt om een strafonderzoek op te starten. Nochtans is België reeds door het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties en de Raad van Europa veroordeeld omwille van buitensporig politiegeweld tegen manifestanten. Het is dus belangrijk dat er nu een grondig onderzoek volgt naar de inbreuken en wie daar verantwoordelijk voor is, zodat de resultaten kunnen worden bekendgemaakt aan de bevolking en specifiek aan de manifestanten. Om te vermijden dat zo’n optreden opnieuw plaatsvindt.

 

Laetitia Parmentier en Lies Michielsen zijn advocaten bij PROGRESS Lawyers Network

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!