Analyse - Christophe Callewaert

Nee, CD&V, het is niet allemaal de schuld van Marc Leemans

woensdag 5 juni 2019 12:26

Wie een nederlaag leed, kan twee dingen doen: nederig nagaan wat er fout liep of snel een zondebok zoeken. Bij CD&V kozen ze voor het tweede. Niet de inhoudsloze campagne #MetHilde werd onder de loep genomen. Nee, het was allemaal de schuld van één man. ACV-voorzitter Marc Leemans is blijkbaar in zijn eentje verantwoordelijk voor de groei van extreemrechts.

Het was Etienne Schouppe die uitgestuurd werd om die boodschap te verkondigen. Schouppe, de vroegere spoorbaas die ook ooit CD&V-staatssecretaris voor Mobiliteit was en tot de zogenaamde ACW-vleugel van de partij behoort, zei in “De ochtend” op Radio 1: “In de weken voor de verkiezingen heeft de voorzitter een taal gehanteerd die rechtstreeks uit het programma van een welbepaalde partij komt. Dan moet men niet verwonderd zijn dat leden denken: ‘Als de voorzitter in zijn woordgebruik zo dicht bij het Belang staat, waarom zouden wij hem dan niet volgen?'”

De tijd dat uitspraken in de media nog een zekere kern van waarheid moesten bevatten, ligt ver achter ons. Maar Schouppe bakt het hier wel erg bruin. Leemans kwam twee keer in het nieuws tijdens de twee maanden voor de verkiezingen. Eén keer met een tweet over de pensioenplannen van Bart De Wever en één keer in een interviewreeks met sociale partners in het VRT-programma De Markt. In dat interview herhaalde hij de kritiek van de vakbonden op de regering-Michel, maar er kon zowaar een bloemetje vanaf voor minister van Werk Kris Peeters. “Voor het sociaal overleg konden we op de minister rekenen, maar niet op de andere partijen”, zei Leemans.

Schouppe bedoelt waarschijnlijk dat Leemans de afgelopen vijf jaar niet lief was voor deze regering. In 2014, vlak na de bekendmaking van het regeerakkoord, serveerde hij de sociaal-economische plannen af als ‘sociale horror’. De vakbonden trokken in gemeenschappelijk vakbondsfront ten strijde met een reeks stakingen en grote betogingen. In diezelfde periode lieten ook andere actoren uit het ruimere middenveld van zich horen. Een beweging als Hart boven Hard wist in die eerste jaren veel volk bijéén te krijgen.

Het verzet tegen Michel

Leemans, die over de gave van het woord beschikt, ontpopte zich in die tijd tot een woordvoerder van het verzet tegen de regering-Michel. Met scherpe oneliners en klare taal wist hij vaak de menigte te beroeren en kreeg hij zelfs de handen op elkaar van door de wol geverfde ABVV-militanten.

Maar het waren niet Leemans of Rudy De Leeuw die de betogers als marionetten bedienden voor hun eigen agenda. Het waren de betogers die dat duo vooruit stuwden. Er werd heel wat gestaakt en betoogd in die jaren en telkens waren zelfs de vakbonden verbaasd door de hoge opkomst. Op 6 november al, nog geen maand na de eedaflegging van Michel en co, kwamen ruim 120.000 mensen op straat. Het was meteen de grootste anti-regeringsbetoging sinds 1986. Op een bepaald moment moest het treinverkeer stilgelegd worden, omdat er teveel mensen in het Noordstation toestroomden.

120.000 betogers, daar kan de regering toch niet naast kijken, zei de toenmalige voorzitter van de Liberale vakbond Jan Vercamst na afloop van die betoging. Deze regering blijkbaar wel. Het zou nog tot na nieuwjaar duren voor er voor het eerste sprake was van iets wat op het begin van sociaal overleg leek.

De acties tegen Michel waren veel breder dan een traditionele staking.

Pensioen-probleem

Op 16 mei 2018 waren we al toe aan de zesde grote betoging. Deze website schreef toen: “Deze regering heeft een probleem, een pensioen-probleem. In december vorig jaar kregen de vakbonden in een inderhaast georganiseerde betoging 25.000 mensen op de been. Vijf maanden en veel pensioengeknoei later zijn het er meer dan dubbel zoveel.”

De regering had brutaal de pensioenleeftijd met 2 jaar verhoogd, terwijl ze voor de verkiezingen dure beloftes hadden afgelegd niet te raken aan de pensioenleeftijd. Als zoethoudertje werd beloofd dat er een oplossing zou komen voor de zware beroepen. Van die belofte is nooit iets in huis gekomen.

Een half jaar later werd in de week voor de gemeenteraadsverkiezingen nog eens betoogd en weer stond het pensioendossier helemaal bovenaan. ACV-voorzitter Marc Leemans deed toen een boude voorspelling: “Een regering die mensen verplicht om tot 67 te werken en niets doet om werk werkbaarder te maken zal oogsten wat ze zelf zaait. De mensen zijn heel boos en maken de rekening. Als deze regering blijft volharden in de boosheid, zal de rekening zeker gepresenteerd worden bij de federale verkiezingen van 2019.”

Ik weet nog precies wat ik dacht toen hij die woorden uitsprak. Te optimistisch dat de pensioenkwestie een rol zou spelen tijdens de verkiezingen. N-VA en VB zouden er wel voor zorgen dat het alleen over migratie ging. Maar Leemans had blijkbaar meer voeling met het kiespubliek. Bart De Wever kwam tijdens deze campagne één keer in de problemen en dat was toen Crombez hem confronteerde met een plannetje uit hun kiesprogramma om de pensioenleeftijd nog meer te verhogen.

Rampzalig parcours

Als Mark Elchardus zegt dat het middenveld gefaald heeft en dat ze hun rol van doorgeefluik niet gespeeld hebben, vertelt hij onzin. Hoe veel harder hadden de vakbonden moeten roepen om duidelijk te maken dat de regering een groot deel van de kiezers had getergd met alle asociale maatregelen?

Tijdens de campagne werd hier en daar in de marge gewezen op het onzalige sociaal-economische parcours van de regering Michel. Ja, er kwamen jobs bij, maar die kunnen grotendeels op conto geschreven worden van de economische groei in de rest van Europa. Binnen de EU bengelt België op zowat alle vlakken onderaan. En de jobs die er wel extra bijkwamen, zijn bijzonder duur. De regering strooide gul met verlagingen van de werkgeversbijdragen in het rond. De prijzen in de winkels verlaagden daardoor niet, er kwamen weinig jobs bij en dus kan dat maar één ding betekenen: de winstmarges werden groter. De brutowinstmarge nam in België bijna dubbel zoveel toe als in onze buurlanden. Al wat de regering nalaat, is een diepe put in de begroting ter grootte van 13,5 miljard euro.

CD&V wist trouwens nog voor de regering Michel haar eed aflegde dat er vijf jaar van hommeles met de vakbonden zou volgen. Toen de partij in oktober 2014 haar leden liet stemmen over het regeerakkoord, moesten kopstukken als Kris Peeters en Wouter Beke zich door een dikke haag van betogers van het ACV wurmen. “CD&V vertegenwoordigt onze stem niet”, klonk het toen bij een vakbondsverantwoordelijke.

CD&V deed het toch en zit nu met de gebakken peren. De partij haalt het slechtste resultaat ooit. Tijdens de campagne werd gedacht dat één sympathieke persoon alle inhoudelijke kritiek zou kunnen doen verstommen. Fijn idee van het reclamebureau, maar het werkte voor geen meter.

Nog harder

Geen één van de (voormalige) kopstukken die tot nu toe het woord nam, wees het harde beleid aan als één van de mogelijke redenen van het verlies. Miet Smet en Hendrik Bogaert willen dat hun partij ‘kordater’ wordt op vlak van migratie. Nog ‘kordater’ dus dan deze regering was en zie wat het N-VA heeft opgeleverd? CD&V kan ook eens over de grens kijken. Partijleider Laurent Wauquiez duwde Les Républicains naar extreemrechts en nam veel punten en de taal van Le Pen over. Les Républicains strandden op 8,5 procent, het laagste resultaat ooit.

Kan CD&V nog terugkeren? Dat is maar de vraag. Andere landen waar de traditionele partijen in de touwen liggen, tonen een diffuus beeld. De meeste blijven klappen krijgen. Soms is er een korte heropleving rond een populaire figuur.

Dat komt omdat er meer aan de hand is dan een conjuncturele inzinking. De verkiezingsresultaten in heel de wereld zijn het symptoom van een systeemcrisis. In België komt daarbij dat deze verkiezingen de zoveelste stap zijn in het einde van het overlegmodel waarin partijen een netwerk van grote sociale bewegingen rond zich hebben waarmee ze ‘zaken’ doen. De partijen zijn veranderd, maar ook het middenveld is veranderd.

Etienne Schouppe deed in zijn interview op Radio 1 nostalgisch over de tijd van Jef Houthuys, de legendarische leider van het ACV die in de jaren 70 en 80 op zijn eentje exclusieve akkoorden sloot met de toenmalige CVP en die dan doordrukte binnen zijn organisatie. Die tijd is definitief voorbij. Het ACV heeft zich begin 2000 met de komst van de Paarsgroene regering al heruitgevonden. Maar veel dieper is het ook een organisatie die rekening moet houden met de nieuwe realiteit, met een deel van de militanten en vrijgestelden die op een radicaallinkse partij als PVDA stemmen of met nieuwe groepen binnen de maatschappij.

Vinger aan de pols

Net gisteren maakte ACV bekend dat er een nieuwe afdeling komt voor zelfstandigen zonder personeel. Met United Freelancers wil het ACV freelancers en zelfstandigen zonder personeel gelijkaardige diensten aanbieden als werknemers in  dienstverband, op maat van hun noden. Want iedereen heeft recht op goede werkomstandigheden (welzijn, gezondheid, veiligheid), een degelijke verloning en een optimale privé-werkbalans”, klinkt het in het persbericht.

Die nieuwe afdeling komt niet uit de lucht vallen. Vier jaar geleden werd er op een congres van het ACV in Oostende nog stevig gediscussieerd over de plaats van zelfstandigen binnen de vakbond. Dat congres ging over ‘zeggenschap’, over hoe werknemers en mensen met een uitkering terug greep kunnen krijgen op hun leefwereld. Door die congressen en de daarbij horende democratische besluitvorming en ontwikkelen van een langetermijnstrategie zijn vakbonden in ons land organisaties die de vinger aan de pols houden. Het verklaart voor een groot stuk hun blijvende populariteit in een veranderende wereld. De traditionele partijen kunnen er maar van leren.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!