Charleroi. Bron: Wikipedia
Opinie - Johan De Vos

Schoonheid in Charleroi

donderdag 16 mei 2019 21:48

Aan de ene kant is er het chaotisch beeld van Charleroi met tegelijk warmbloedigheid, levenswijsheid en ellende en aan de andere kant die slechte cijfers van de zogenaamde werkzaamheidsgraad in Wallonië. Auteur Johan de Vos windt zich op. ‘Een beetje respect alstublieft.’

Burgmeester Paul Magnette vleit me. Ik toon hem foto’s van de stadsgenoten die ik interviewde en hij zegt: “Als je reeds naar al die mensen luisterde weet je meer van Charleroi, dan velen die hier wonen.” Ik geloof hem maar half. Het was omgekeerd, ieder gesprek maakte mijn visie minder rechtlijnig. Op den duur werd het moeilijk om te komen tot een ‘conclusie’ over deze stad.

Begin 2017 nam ik me voor een boek te schrijven over schoonheid. Niet de schoonheid van een Vlaamse primitief of de tweede cellosuite van Bach, maar over schoonheidservaringen van mensen in de wereld. Ik koos Charleroi als werkterrein. Omdat Charleroi de wereld is. Dat was mijn mening. Zoals de mensen er leven leeft het gros van de wereldbevolking: van dag op dag. Zonder verre vooruitzichten. Anders dan wij, Vlamingen en noorderlingen. Gezien op wereldschaal dacht ik, zijn zij de regel en wij de uitzondering. Dat inzicht groeide al sinds 1980. Ik kwam vaak in Charleroi als fotografierecensent om er het fotomuseum en de stad te bezoeken.

Ik werkte er anderhalf jaar, bezocht de stad 40 keer en sprak er met zo’n honderd mensen met steeds dezelfde entreevraag: ‘Wat betekent schoonheid voor u?’. De antwoorden waren geweldig. Ze gingen over het leven. Ik werd overspoeld en genoot van het onverwachte. Zo groeide mijn onredelijke liefde voor de Carolo’s, zo heten de inwoners van Charleroi. Ik ben niet alleen, ook fotograaf Stephan Vanfleteren die in 2014 een somber maar heerlijk fotoboek maakte over deze stad kwam tot diezelfde emotie.

Ondertussen lees ik in cijfers van Eurostat dat de werkzaamheidsgraad in Vlaanderen 76,6 % zou zijn en in Wallonië 63,7%. Ik vrees dat we daar in Charleroi nog een serieuze schep van af mogen doen. Het zijn slechte cijfers. We lezen het woord ‘luiheidscoëfficiënt’ nog niet, maar het begint er op te lijken. Jean-Yves Huwart, zelf een Waal, ondernemer en kritisch onderzoeksjournalist, schrijft het boek ‘Waarom geraakt Wallonië er niet bovenop’. Hij reageert ook op de cijfers met onder andere: “Bij het Marshall-plan was er een strategie, maar het loopt fout bij de implementatie. Het ontbreekt Wallonië ook aan een ­tegenmacht, die het beleid streng evalueert en bijstuurt. Het patronaat houdt zich stil, tevreden met zijn subsidies. Franstalige media zijn amper geïnteresseerd in de economie. En door een gebrek aan talenkennis en openheid kijkt men te weinig naar hoe de zaken in het buitenland worden aangepakt.’

Ik geloof hem, hij lijkt betrouwbaar, maar toch is er nog meer. Bijvoorbeeld: een wc-madam zegt me: ‘Mijnheer, ik heb gedurende 45 jaar gewerkt bij Caterpillar en gedurende die 45 jaar bleef men vertrouwen hebben in mij. Mijnheer, dàt is schoonheid. Nu moet ik nog drie jaar hier werken voor mijn pensioen. Ik ben correct met de klanten. Altijd geweest, ik kuis hier alles proper, iedereen krijgt één servetje.’ Melanie De Biasio: “Sprekende over schoonheid is er een ander woord dat bij me opkomt en voor mij de schoonheid inhoudt, het is goedheid. Bonté. Goedheid is een geopende deur, anders nog dan liefde.” Yannick Courtin, sinds dertig jaar palliatief verpleger: “Een stervende jongen van zeventien die zijn moeder troost, en zij daarna die haar dode jongen mooi maakt. Het is onvergetelijke schoonheid.”

Het één is economie en dan vooral in vergelijking met wat er gebeurt in andere landen en regio’s, het andere is cultuur in de betekenis van hoe mensen omgaan met anderen en met hun eigen leven. Het stoort me dat die twee elementen los van elkaar staan. Met een ander taalgebruik, andere inzichten, normen en zelfs het begin van protocol, een soort uniforme internationale manier van doen. Verkiezingstaal ook. Het doet me denken aan mijn jeugd in een college in Brugge. De hautaine, welopgevoede meester die me constant terecht wijst en de les spelt.

De Carolo’s hebben me veel geleerd. Dat betekent niet dat ik ze begrijp. Het heeft met openheid te maken, ernst ook, minder hiërarchie, humor, een Italiaanse reflex met veel respect voor de mama. Zo van die dingen. Ik kan uit het hoofd vijf rampen opsommen die de stad teisterden, misschien wel vijf keer meer dan bij andere steden met 200.000 inwoners. Maar het is opvallend hoe de Carolo’s, er elk op hun manier, mee omgaan. Toch krijgen de Carolo’s die slechte naam. Alsof ze collectief luierikken zijn die het Vlaamse zuur verdiende geld opsouperen. Armoede en werkloosheid zijn een schande. De misdadigheid wordt er uitvergroot. Als je een beroemd ‘geel hesje’ wil zijn, reis dan naar Charleroi, de camera’s staan op u te wachten. Dit is wat ik wil zeggen: Tussen de grauwe terrils en lege fabrieksgebouwen is warmte en schoonheid. Ook dat hoort tot de rijkdom van ons land.

 

Johan de Vos is auteur van het boek ‘Charleroi, het is altijd iets’, EPO 2019

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!