Opinie -

Anders reageren op racisme

Onverdraagzaamheid en racisme beantwoord je door opnieuw te gaan zoeken naar een economie in dienst van de samenleving. Wanneer concurrentie en winsthonger verdwijnen, gaan mensen samenleven in plaats van mekaar te gaan bestrijden.

maandag 8 augustus 2016 11:01

Op de mensonwaardige racistische uitlatingen die verschenen op sociale media, naar aanleiding op de dood van Ramzi Mohammad Kaddouri, kwamen vele terechte reacties. De partijen Groen en sp.a legden de verantwoordelijkheid voor de vuilspuiterij bij de N-VA. Vlaams parlementslid Yasmine Kherbache (sp.a) vindt dat de N-VA het racisme en de discriminatie ‘aanwakkert’.

Zo brengt de sp.a een aantal uitspraken in herinnering door de, zoals die van Liesbeth Homans (N-VA) die gezegd had dat racisme ‘relatief’ is en gebruikt wordt als ‘excuus voor persoonlijke mislukkingen’. Ook de veelbesproken bewering van Jan Jambon (N-VA) dat een significant deel van de moslimgemeenschap danste na de aanslagen van 22 maart, werd opnieuw bovengehaald.

‘Wie verdeeldheid zaait, zal haat oogsten’, zo sloot Groen-fractieleider Kristof Calvo zich op Twitter aan bij de critici. ‘De hypocrisie van N-VA maakt me boos. Ze mainstreamen al geruime tijd xenofobie en dus racisme’, aldus Kristof Calvo.

Ondanks de terechte reacties, ben ik met de kennis die ik op dit moment bezit in de overtuiging dat er door politici en door sociale organisaties anders moet worden gereageerd op racisme en onverdraagzaamheid. Ook de huidige strijd tegen discriminatie, onverdraagzaamheid en racisme is aan een evaluatie toe. Als bijdrage wil ik in dit debat een van de belangrijkste oorzaken geven die de racistische ideologie en de onverdraagzaamheid voedt, namelijk ‘het dominante neoliberalisme’ dat via het onderwijs en de massamedia de geesten bezet.

Het is een economisch systeem waarin concurrentie, individualisme en winsthonger de basis vormen. Opgesloten in dit denkkader worden er bewust en onbewust beleidslijnen uitgetekend door politici, maar ook door organisaties uit het middenveld. Het antwoord hierop is dat we opnieuw een kritische massa nodig hebben die het huidig bestel in vraag kan stellen, het kan analyseren en geloven dat er alternatieven zijn op het neoliberalisme.

‘Gelijke kansen’ is een fout begrip

Terugkerend naar het thema racisme, geef ik het voorbeeld over het ‘gelijke kansen beleid’ dat zowat door iedereen gemakkelijk in de mond wordt genomen. Gelijke kansen voor iedereen klinkt terecht, maar kan men het ook waarmaken in het huidige bestel? Ik vind het een goed voorbeeld om aan te tonen hoezeer de geesten bezet zijn door het neoliberaal gedachtegoed.

Als we naar de werkelijkheid kijken, brengen dan de acties en campagnes voor ‘gelijke kansen’ de beoogde resultaten op? De term ‘gelijke kansen’ vertrekt vanuit het idee dat iedereen het kan maken als je er maar voor werkt. Het individu draagt de verantwoordelijkheid voor zijn toekomst. Maar beschikken alle mensen over dezelfde fysieke, mentale en materiële mogelijkheden? Heeft iedereen dezelfde startmogelijkheden? In het huidig maatschappijmodel waarin individualisme, concurrentie en winstbejag de pijlers zijn die het systeem doen draaien, zijn gelijke kansen eerder een gevecht tussen mensen dan dat het de solidariteit bevordert. Racistisch en onverdraagzaam gedrag komt onder andere voort uit de angst weggeconcurreerd te worden.

Hoe kan je trouwens over gelijke kansen spreken als je weet dat het kapitalisme niet kan draaien zonder een voldoende aantal werklozen? Een grote groep werklozen scherpt immers de concurrentie op de werkvloer aan en drukt de lonen. Dat is voor de kapitalist essentieel om zijn beoogde winstcijfers te halen. De werkgevers kunnen dan zeer eenvoudig zeggen: ’Wat? Jij wil meer loon? En jij wil niet flexibel werken? Er staan er genoeg te wachten die het wel willen doen voor minder!’ In zo’n omstandigheden kan elk wat minder presterende, oudere of zieke werknemer in een wip worden vervangen door een nieuw, uitgerust exemplaar dat voor het rapen ligt. Deze ijzeren marktlogica zorgt ervoor dat de werknemers zich uit de naad werken uit angst om te worden ingewisseld.

Racisme als instrument

Wie de wereld analyseert ziet dat de ongelijkheid steeds groter wordt. Het jaar 2016 breekt hierin het record. Amper 1 procent van de planeet zal dan meer vermogen bezitten dan alle andere planeetbewoners samen. Daar tegenover staat dat bijna 80 procent van de wereldbevolking het moet stellen met een inkomen van 10 dollar per dag. De rijkdom van de 1 procent komt uit de heerschappij die men bezit over de grondstoffen en van de fabrieken die ze gebruiken als winstmachines. Winsten die bekomen worden door onder andere uitbuiting van ‘alle werknemers’; blank, bruin, zwart of geel, het maakt voor de kapitalist geen verschil.

In het uitbuitingsproces en de winsthonger is de racistische ideologie een instrument. Het wordt vaak gebruikt om werknemers tegen werknemers op te zetten, zodat ze minder geneigd zijn zich te verenigen in een gemeenschappelijke strijd tegen de eigenaars. Zo worden ze gedwongen onderling te concurreren voor de schaarse en slecht betaalde jobs. Het onderscheid in geloof, godsdienst, taal en huidskleur belet meer dan eens de pogingen om te verenigen op basis van hun gemeenschappelijke belangen. Dat onderscheid zorgt ervoor dat verschillende groepen onderling ruzie maken in plaats van zich te verenigen tegen de machtige 1 procent die, hoe onzichtbaar ook, heel waarschijnlijk de belangrijkste bron van ellende is.

Een alternatief moet niet meer uitgevonden worden

Het neoliberalisme is erin geslaagd om niet meer te geloven dat er een andere economische theorie mogelijk is. Maar economie is geen wetenschap. Anders dan de meeste economen ons willen doen geloven, bestaat er niet slechts één soort economie. Er zijn niet minder dan 9 verschillende stromingen of scholen. Het is de heersende filosofie die het soort economie bepaalt. Vandaag is dat het neoliberalisme.

Pas wanneer we erin slagen een grote meerderheid van de bevolking er van bewust te maken dat er verschillende economische theorieën bestaan, kunnen we degenen die aan de macht zijn vertellen dat ze zich vergissen als ze ons wijsmaken dat er geen alternatief is. Tevens kunnen beroepseconomen ons niet langer intimideren door zich als hoeders van wetenschappelijke waarheden op te werpen.

Gelijke rechten

In plaats van een ‘gelijke kansen beleid’, moeten we naar een ‘gelijke rechten beleid’. In een samenleving waarin iedereen een menswaardig leven kan leiden, krijgt de racistische ideologie geen kans. Niet de werknemer met een andere huidskleur is het probleem, maar het dominante kapitalistische systeem dat ongelijkheid produceert. We kunnen dus anders reageren op de racistische uitlatingen.

We kunnen de onverdraagzaamheid indammen door de sociale strijd aan te moedigen voor meer en waardige jobs. Meer jobs door een arbeidsduurvermindering naar een 30-urenweek. Waardige jobs door de afschaffing van de flexibele contracten op maat van de patroon.

Onverdraagzaamheid indammen is ook een strijd voeren tegen armoede en voor hogere uitkeringen. Het Netwerk tegen Armoede ijvert al lang om alle uitkeringen en inkomens, die onder de armoedegrens liggen, minstens tot aan die grens op te trekken. Dat kost jaarlijks 1,5 miljard euro. Een gering bedrag, als je het vergelijkt met de 275 miljard euro die bedrijven legaal in 2014 mochten doorsluizen naar belastingparadijzen. Het verhogen van de uitkeringen is dan een kwestie van politieke wil.

Onverdraagzaamheid indammen is de strijd aanmoedigen voor een rechtvaardig belastingstelsel dat zorgt voor voldoende inkomsten, zodat een overheid kan zorgen voor goed en betaalbaar onderwijs, voor sociale zekerheid, voor voldoende en betaalbare woningen, voor infrastructuur, voor openbaar vervoer en voor openbare diensten…

Onverdraagzaamheid en racisme beantwoord je door opnieuw te gaan zoeken naar een economie in dienst van de samenleving. Wanneer concurrentie en winsthonger verdwijnen, gaan mensen samenleven in plaats van mekaar te gaan bestrijden. Bedrijven moeten opnieuw in handen van de samenleving komen met als doel de materiële welstand van alle aardbewoners te bevorderen.

Racisme en onverdraagzaamheid bestrijd je ook door de bevolking goed te informeren. Niet door alleen het nieuws van de dag te geven, maar door meer achtergrondinformatie, zoals bijvoorbeeld de oorzaken van de oorlog en de terreur in het Westen en in de Arabische wereld.

Kennis over de geschiedenis is hiervan een onderdeel. Ludo De Brabander schrijft hierover in zijn boek ‘Oorlog zonder grenzen’ het volgende: ‘Terreur is geen natuurramp. Organisaties als al-Qaida of de Islamitische Staat zijn onder meer een product van militaire interventies, van wapenhandel, van economische uitbuiting, van steun aan autoritaire regimes, van oliehonger, ja zelfs van Westerse koloniale geschiedenis die maar blijft nazinderen.’  We hoeven geen eeuwen terug te gaan om dit aan te tonen. Intussen is bewezen dat omwille van de oliehonger, de Verenigde Staten en Groot Brittannië een oorlog begonnen waren in Irak op grond van valse beweringen.
Omdat een andere wereld mogelijk is.

Bronnen:

De Standaard, 04/08/2016, p.4
De Miljonairstaks en zeven andere briljante ideeën om de samenleving te veranderen, Peter Mertens, p. 25
Winsthonger, Michael Parenti, p. 35-37-138
Economie de gebruiksaanwijzing, ha-joon chang, p.134
http://www.netwerktegenarmoede.be/documents/Motie-inkomens-en-uitkeringen-boven-de-armoedegrens.pdf
Oorlog zonder grenzen, Ludo De Brabander, p.9, p.21

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!