De racistische ondertoon in het discours van mevrouw Homans

De racistische ondertoon in het discours van mevrouw Homans

zaterdag 23 april 2016 16:04

In Knack lees ik met een zekere droefheid het artikel “Pamperbeleid moedigt allochtonen aan om in hun zetel te blijven zitten” van Vlaams minister van Integratie en Inburgering Liesbeth Homans (N-VA).  De vraag die bij mij opkomt na het lezen van het de titel is: “wat bedoelt mevrouw Homans precies met het woord ‘pamperen’?” Er is wetenschappelijk onderzoek waaruit blijkt dat mensen van vreemde herkomst gediscrimineerd worden op de arbeidsmarkt en op de huurmarkt.  Het is stuitend dat de N-VA bij monde van haar minister van inburgering en integratie blind blijft voor deze feitelijke vaststellingen. Daar waar Bart de Wever het toenemend racisme in de samenleving rechtvaardigde aan de hand van de Merkeliaanse aanpak van de vluchtelingencrisis en links beleid uit het verleden, ontkent Homans het racisme en wijdt men de problemen bij als niet-Vlamingen gepercipieerde moslims aan zichzelf.

Mevrouw Homans suggereert dus een tweedeling in de samenleving: zij positioneert impliciet en meer expliciet ‘de Vlamingen die niet gepamperd worden en kansen grijpen’ tegenover ‘de allochtone moslims die gepamperd en kansen die hen geboden worden door Vlamingen nier grijpen’. In deze verwoording zitten impliciete aannames vervat. Moslims kunnen geen Vlamingen zijn die hard werken en kansen bieden volgens mevrouw Homans en Vlamlingen kunnen geen ‘gepamperden’ zijn die kansen krijgen en ze niet grijpen terwijl ze ‘in hun zetel blijven zitten’. N-VA-ers lijken via politiek en media op die wijze systematisch een racistisch discours te willen doen ingang vinden. Veel correcter zou het geweest zijn dat de minister wetenschappelijk onderzoek zou hebben geciteerd waaruit dat blijkt. Correcter zou ook zijn om de categorie ‘mensen die er de kantjes van aflopen’ te gebruiken tegenover mensen die dat niet doen i.p.v. dit in een Vlamingen zijn goed bezig versus allochtone moslims zijn niet goed bezig discours te kaderen, waardoor we ons niet van de indruk kunnen ontdoen dat met dit discours racisme wordt versterkt.

Wat mij stoort in het debat is dat ‘allochtone moslims’ (die niet tot ‘ons’ Vlamingen worden gerekend in het discours) weer negatief in de beeldvorming worden gecontrasteerd tegenover ‘wij’, de Vlamingen, die er – in contrast daarmee – positief uitkomen. Ik herinner me nog goed de retoriek van Bart de Wever voor de verkiezingen waar N-VA hetzelfde deed, maar dan t.a.v. de Walen. Vlamingen positief, Walen negatief. En binnen dat kader wordt de hele sociale, economische en politieke werkelijkheid uitgelegd. Allochtonen blijven in hun zetel zitten is de boodschap, tegenover Vlamingen die ‘kansen bieden’. Een verhaal dat er makkelijk ingaat bij Vlamingen die zich niet zo lekker voelen in hun vel en via dat verhaal hun zelfbeeld kunstmatig kunnen opgekriekt zien: “tegenover de als negatief voorgestelde andere, kom ik er al bij al nog goed uit.”

Ik verwacht van een minister van integratie en inburgering dat zij goed gedefinieerde begrippen hanteert en geen populistisch taalgebruik bezigt (zoals ‘pamperen’) en correct categoriseert in plaats van systematisch Vlamingen tegenover allochtone moslims of Walen te positioneren waarbij de eersten steeds als positief en Vlaming worden voorgesteld en de laatsten daar telkens als negatief mee worden gecontrasteerd.

 

Maarten Vergucht

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!