Belgische nucleaire noodplannen zijn ontoereikend

Belgische nucleaire noodplannen zijn ontoereikend

woensdag 16 september 2015 08:00

Kerncentrales Doel 3 en Tihange 2 worden tegenwoordig de ‘scheurtjesreactoren’ genoemd. Een troetelnaam of iets waar we ons oprecht zorgen over mogen maken? In een subcommissie nucleaire veiligheid heeft het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle meer uitleg gegeven bij de opeenvolging van incidenten in de Belgische kerncentrales. Het gaat om menselijke fouten, klinkt het. En dat zou niet mogen. Hoe is het nu gesteld eigenlijk met de nucleaire veiligheid in ons land, en wat zijn de noodplannen?

KERN-GEDACHTEN IN DIT ARTIKEL

  • Volgens het Duitse Max Planck-Instituut zal een kernramp zich alle 10 à 20 jaar voordoen. West-Europa loopt het hoogste risico op radioactieve besmetting gezien de dichte concentratie van kerncentrales en de hoge bevolkingsdichtheid.
  • De Belgische kerncentrales staan vlakbij steden en dichtbevolkte regio’s ingeplant. Zelfs indien radioactieve neerslag slechts een zone van 30 km rond de kerncentrales zou besmetten, worden rond Tihange en Doel vijf en negen keer meer mensen getroffen dan bij Fukushima.
  • Opvangcentra zijn onvoldoende qua capaciteit. Indien alle inwoners in een straal van 10 km rond Tihange zouden moeten geëvacueerd worden, moeten 85.000 mensen onderdak vinden. Dit loopt op tot 840.000 voor een evacuatiezone van 30 km. Het grootste opvangcentrum is de legerkazerne in Marche-en-Famenne, op zo’n 30 km van Tihange. Het heeft een opvangcapaciteit van slechts 7.800 plaatsen.
  • De nucleaire noodplannen houden geen rekening met spontane evacuaties uit gebieden waar geen evacuatiebevel gegeven werd. Spontane evacuaties kunnen het goede verloop van de noodplanning sterk verstoren.
  • In de 20 km-evacuatiezone rond Fukushima bevonden zich 7 ziekenhuizen met 850 patiënten. In Doel zijn er 12 ziekenhuizen en 97 rusthuizen in de 20 km-evacuatiezone. Indien ziekenhuizen in een straal van 30 km zouden moeten ontruimd worden, moet in het geval van Doel transport en opvang gezocht worden voor meer dan 7.000 patiënten.
  • Deskundigen vragen zich af hoe burgers in blootgestelde gebieden buiten de 20 km-zone, na een massale uitstoot van radioactieve stoffen, voldoende snel aan jodiumpillen kunnen geraken.
  • Het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle respecteert de richtlijnen niet die het voor zichzelf heeft opgesteld.
  • Van de 436 commerciële kernreactoren ter wereld zijn er slechts 11 ouder dan veertig jaar, waaronder Doel en Tihange.
  • Het aantal incidenten in de kerncentrale van Tihange is gestegen van geen of hooguit een of twee, naar vijf in 2014 en al acht in 2015, waarvan zeven incidenten in één maand tijd.
  • De kost van een zware kernramp in de kerncentrale van Doel wordt geraamd op 200% tot 370% van het BBP van België. In Japan kostte de Fukushima-ramp ongeveer 10 procent van het BBP.

FUKUSHIMA

De zeebeving en de daaropvolgende tsunami van 11 maart 2011 veroorzaakte een nucleaire ramp rond de kerncentrale Fukushima I in Okuma van Japan. De ramp eiste geen dodelijke slachtoffers ten gevolge van de straling op zich. Doden die aan deze gebeurtenis en aan de tsunami gelinkt worden, zijn ofwel een gevolg van een arbeidsongeval voor werkzaamheden op de kerncentrale, als stressslachtoffers van de evacuatie of door elektriciteitsonderbrekingen doordat de kernreactoren geen elektriciteit meer leverden aan het net. Het Internationaal Atoomenergieagentschap waarschuwde in 2008 dat een grote aardbeving zou kunnen zorgen voor grote problemen in de nucleaire installaties, omdat de veiligheidsmaatregelen verouderd waren.



Photo Credit: Geek.com

De kernramp in Fukushima heeft aangetoond hoe belangrijk een vooraf georganiseerde en goed voorbereide nucleaire noodplanning is. Op een chaotische wijze werden zo’n 170.000 mensen geëvacueerd, sommigen uit dorpen tot op bijna 50 km van de kerncentrale. “Voor de ramp was er nooit gedacht aan een evacuatie op dergelijke schaal en ze was nog minder voorbereid of geëvalueerd”, schrijven David Boilley en Mylène Josset (ACRO) in een studie. Het ongeval dat dienst deed als referentie om de noodscenario’s op te baseren was het ongeluk in Three Mile Island in de Verenigde Staten in 1979. “Tsjernobyl in 1986 werd gemakshalve omschreven als ‘typisch voor de Sovjet-Unie’, en zijn er daardoor toen geen fundamentele lessen getrokken op het vlak van nucleaire rampenplanning.

Het Duitse Max Planck-Instituut heeft in mei 2012, dus na de ramp in Fukushima, opnieuw geëvalueerd hoe waarschijnlijk het was dat zich een ongeval van INES 7 zou voordoen. INES staat voor ‘International Nuclear and Radiological Event Scale‘. De INES-schaal telt 7 graden, waarvan de eerste drie (INES 1 tot 3) overeenstemmen met nucleaire incidenten, terwijl de laatste vier (INES 4 tot 7) overeenstemmen met nucleaire ongevallen. De wetenschappers van het instituut kwamen tot de conclusie dat de waarschijnlijkheid van een dergelijk ongeval 200-maal hoger lag dan hoe ze vóór Fukushima was ingeschat. Te verwachten valt dat een kernramp zich alle 10 à 20 jaar voordoet. Voorts loopt West-Europa wereldwijd het hoogste risico op radioactieve besmetting wegens een kernongeval, gezien de dichte concentratie van kerncentrales en de hoge bevolkingsdichtheid.

DICHTBEVOLKT

De Belgische kerncentrales staan vlakbij steden en dichtbevolkte regio’s ingeplant. Het wetenschappelijke tijdschrift Nature berekende dat de kerncentrale van Doel, met ruim 9 miljoen inwoners binnen een straal van 75 km, de Europese centrale met het grootste aantal omwonenden is. Tihange staat op de vijfde plaats.

Stel, een ongeval van INES 7 zou zich voordoen in Tihange of Doel. Zelfs indien radioactieve neerslag slechts een zone van 30 km rond de kerncentrales zou besmetten, worden rond Tihange en Doel vijf en negen keer meer mensen getroffen dan bij Fukushima. Is België voldoende voorbereid op een ramp van een dergelijke omvang?




NATIONAAL NOODPLAN

Het Nationaal nucleair en radiologisch noodplan bestaat sinds 1991. Het plan werd voor het eerst geactualiseerd in 2003 onder meer rekening houdende met oprichting van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) en van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). Een heractualisering van het plan zou eind 2015, begin 2016 gebeuren.

Bij die gelegenheid zal rekening worden gehouden met de conclusies van de oefeningen die geregeld worden gehouden, met de projectresultaten en met de voortschrijdende visie op noodplanning en beheer van algemene én specifieke crises. Ook de incidenten en/of de ongevallen die zich hebben voorgedaan, worden in aanmerking genomen“, aldus Hans De Neef, coördinator van het nucleair noodplan bij het Crisiscentrum.

Het nationaal nucleaire noodplan bevat de algemene principes uit de internationale aanbevelingen, zoals schuilen, inname van jodiumpillen en evacuatie. Het bepaalt ook de interventiegrenzen voor elke beschermingsmaatregel en het bakent geografisch de zones af waarbinnen de noodmaatregelen vooraf moeten worden voorbereid, georganiseerd en ingeoefend. Het referentiescenario waarvoor de hulpmaatregelen zijn uitgetekend is een kernramp van niveau 5 op de INES of ‘internationale nucleaire gebeurtenissenschaal’. De provincies zetten vervolgens de algemene principes van het nationaal noodplan om in operationele maatregelen in een Bijzonder Nood- en Interventieplan (BNIP).

NOODPLANNINGSZONES TE BEPERKT

Volgens Boilley en Josset zijn de Belgische noodplanningszones te beperkt. Noodplanningszones zijn de zones waarbinnen interventiemaatregelen vooraf worden georganiseerd, voorbereid en ingeoefend. Voor maatregelen als het bevel tot schuilen en het bevel tot evacuatie van de bevolking zijn de officiële Belgische planningszones beperkt tot 10 km rond de kerncentrales. “Deze planning kan moeilijk beweren in te spelen op een zware ramp zoals in Tsjernobyl of Fukushima, waarvan de impact de ontruiming vereist tot op 50 km van de getroffen centrale in Japan, en zelfs nog verder in Oekraïne en Wit-Rusland.

Het Belgisch nationaal noodplan stelt dat de effectieve interventiemaatregelen zullen uitgebreid worden tot buiten de vooraf bepaalde noodplanningszone van 10 km indien de radiologische situatie dit vereist. Die maatregelen zijn echter niet voorbereid in een operationeel BNIP.

Uitbreiding van de 10 km-noodplanningszone rondom Doel naar een effectieve interventie zone van 20 of 30 km betekent dat de stad Antwerpen, met een half miljoen inwoners, zonder voorbereiding moet ontruimd worden. Hoe organiseer je hun transport, waar vang je zoveel mensen op, hoe voorzie je hen op korte termijn van voedsel, hoe controleer je hun besmettingsniveau, enz.?

Een stad als Antwerpen kan je niet à l’improviste evacueren“, laat Eloi Glorieux, campagneverantwoordelijke Energie bij Greenpeace aan het tijdschrift MO* weten. “Elke stad heeft natuurlijk zijn eigen rampenplan, en voor kleine incidenten zal dat wel werken. Dan kan je een bepaalde straat evacueren. Maar bij een kernramp moet alles en iedereen tegelijk geëvacueerd worden. Alle straten, alle scholen en bedrijven, alle ziekenhuizen… Om de omvang van zo’n operatie duidelijk te maken: Antwerpen heeft tienmaal zoveel ziekenhuizen als de getroffen zone rond Fukushima, met in totaal 7500 bedden.” In Fukushima zijn er in 2011 geen doden door directe straling gevallen, wel 60 doden bij onoordeelkundige evacuatie van ziekenhuizen.

EVACUATIES

Een belangrijke les van Fukushima is dat het belangrijk is om mensen vanaf de eerste keer naar een locatie te verhuizen die voldoende ver van de getroffen kerncentrale ligt”, merken Boilley en Josset op. “Anders riskeert men dat gezinnen opeenvolgende keren moeten verplaats worden.” De recente BNIP’s voor Doel en Tihange blijken hier geen lering uit te hebben getrokken.

Zo bevinden de opvangcentra voor geëvacueerden voor de provincies Oost-Vlaanderen en Antwerpen zich op nauwelijks 30 en 25 km van de kerncentrale van Doel. Het grootste opvangcentrum is de legerkazerne in Marche-en-Famenne, op zo’n 30 km van Tihange. Volgens het BNIP heeft het een opvangcapaciteit van 7.800 plaatsen. In hetzelfde BNIP worden het aantal mensen dat betrokken zal zijn bij een basisevacuatie geschat op 8.800 tot 34.000, afhankelijk van de windrichting van de radioactieve wolk. Indien alle inwoners in een straal van 10 km rond Tihange zouden moeten geëvacueerd worden, moeten 85.000 mensen onderdak vinden. Dit loopt op tot 840.000 voor een evacuatiezone van 30 km. Voor een ramp in Doel ligt, als gevolg van de nabijheid van de stad Antwerpen, het aantal te verplaatsen burgers nog veel hoger.

NOODPLANNEN ACHTERHAALD

Glorieux geeft aan dat sommige maatregelen van de nucleaire noodplannen achterhaald en inadequaat zijn, aangezien ze uitgaan van een incident van het type INES 5. Zo wordt in de plannen bepaald dat alle voertuigen en personen die de rampzone verlaten, zullen worden gecontroleerd en ontsmet. “Hoe zal dat haalbaar zijn als steden zoals Antwerpen of Luik moeten worden geëvacueerd? Beschikt men over voldoende ontsmettingstoestellen in geval van massale evacuaties?

De BNIP’s stellen dat vooraleer tot de opvangcentra toegelaten te worden de geëvacueerden onderworpen worden aan een radiologische controle. Het plan wijst er op dat hier vier meetportalen voor beschikbaar zijn met een maximale capaciteit van 1.900 personen per dag, terwijl bij een evacuatie van slechts een beperkt deel van de 10 km-zone rond Tihange alleen al 8.800 mensen verwacht worden. Het plan vermeldt geen drempelwaarde vanaf dewelke ontsmetting moet worden voorzien.

De opvangcentra zijn volgens de huidige BNIP’s enkel bedoeld om de geëvacueerde bevolking tijdelijk op te vangen, te identificeren, te controleren op radioactieve besmetting en zo nodig te decontamineren, te voorzien van maaltijden, medische en psychologische bijstand aan te bieden en familiehereniging mogelijk te maken. Van daar moeten de geëvacueerden zo snel mogelijk naar familieleden of vrienden in niet-besmet gebied gaan. Voor wie dit geen optie is zal de overheid onderdak toewijzen. Boilley en Josset: “De overheid heeft echter nooit bekeken hoeveel mensen op eigen kracht nieuw onderdak zouden kunnen vinden en voor hoeveel gezinnen zou moeten worden gezorgd. De noodplannen houden ook geen rekening met spontane evacuaties uit gebieden waar geen evacuatiebevel gegeven werd.

SPONTANE EVACUATIES

Na het ongeval in Three Mile Island kregen zwangere vrouwen en voorschoolse kinderen het advies te evacueren in een straal van 8 km. Op die manier hadden 35.000 personen moeten geëvacueerd worden. In werkelijkheid besloten zo’n 200.000 mensen die in een straal van 40 km woonden, op eigen initiatief te vluchten. Spontane evacuaties kunnen het goede verloop van de noodplanning sterk verstoren.

De rampoefeningen zijn volgens Glorieux niet realistisch. Hij verwijst naar de Pegase-oefening die in 2012 in Tihange werd gehouden. “Hieruit bleek dat het ziekenhuis van Hoei geen grootschalig scenario voor ogen had, maar louter uitging van een klein incident waarbij alleen werknemers van de kerncentrale betrokken zijn. Er was geen planning voor een massale evacuatie van het ziekenhuis.

HOSPITALEN

Het Belgische noodplan voorziet in het ter beschikking stellen van transportmiddelen voor scholen, ziekenhuizen, rusthuizen, enz., binnen de 10 km-noodplanningszone. De instellingen zelf moeten ook een intern noodplan hebben. Het is echter onduidelijk hoeveel van die instellingen een uitgewerkt plan ingeval van een zware kernramp hebben, en in welke mate het personeel er doordrongen is van zijn verantwoordelijkheid.

In de 20 km-evacuatiezone rond Fukushima bevonden zich 7 ziekenhuizen met 850 patiënten, waarvan 400 zwaar zieken die permanente zorgen nodig hadden. In geval van een kernramp in Doel of Tihange ligt het aantal te evacueren patiënten in ziekenhuizen en rusthuizen een pak hoger. Indien ziekenhuizen in een straal van 30 km zouden moeten ontruimd worden, moet in het geval van een ramp in Doel transport en opvang gezocht worden voor meer dan 7.000 patiënten. 




JODIUMPROFYLAXE

Tsjernobyl leverde meer dan 5.000 officieel geregistreerde schildklierkankers op bij mensen die voor hun 18de verjaardag werden blootgesteld aan de radioactieve wolk. Het innemen van stabiel jodium maakt het mogelijk om de schildklier te beschermen door haar te verzadigen en zo te vermijden dat ze radioactief jodium opneemt. Om effectief te zijn moet het stabiel jodium zes uur vóór de inademing van de radioactieve wolk worden ingenomen. Worden de jodiumpillen later ingenomen, dan vermindert de doeltreffendheid. Vandaar dat het belangrijk is dat de mogelijk blootgestelde bevolking de jodiumpillen bij de hand heeft.

In België voorziet het noodplan dat jodiumtabletten preventief ter beschikking worden gesteld van gezinnen en collectiviteiten (scholen, bedrijven, enz.) in een zone van 20 km rond de kerncentrales. Buiten de 20 km-zone zijn er voorraden van stabiel jodiumtabletten opgeslagen op enkele gecentraliseerde plaatsen, en apothekers worden verondersteld om grondstoffen in voorraad te hebben om jodiumpillen aan te maken.

In hun studie vragen Boilley en Josset zich af hoe burgers in blootgestelde gebieden buiten de 20 km-zone, na een massale uitstoot van radioactieve stoffen, voldoende snel aan jodiumpillen kunnen geraken. “Zo is bijvoorbeeld de stad Namen, op minder dan 30 km van Tihange, 25 km van Fleurus en amper 40 km van Chooz, met meer dan 110.000 inwoners, niet opgenomen in het plan van preventieve verdeling, hoewel deze stad zich op het snijvlak van drie risicozones bevindt.

ADVIES HOGE GEZONDHEIDSRAAD

Het FANC is zich hier ook van bewust en stelde in een eigen publicatie net voor de ramp in Fukushima: “In de praktijk wordt de notie van een risicovrije zone dus virtueel en bijgevolg dient er in de mogelijkheid te worden voorzien om het ganse territorium met jodium te bevoorraden.” Waarom dringt het FANC er bij de overheid niet op aan om de predistributie van jodiumpillen uit te breiden tot gans het Belgische grondgebied?

In verband met de verdeling van jodiumtabletten werd op 11 maart 2015 een advies uitgebracht door de Hoge Gezondheidsraad. Hierin wordt aanbevolen om jodiumtabletten te verdelen in een straal van 100 km rond de kerncentrales. Vandaag weigert men jodiumtabletten te verkopen aan personen die buiten de zone van 20 km wonen.

Monique Bernaerts van het federale Crisiscentrum wijst er op dat preventieve maatregelen zoals de verdeling van jodiumtabletten alleen maar mogelijk zijn als daarvoor geld wordt vrijgemaakt. Waarop David Boilley repliceert dat in Frankrijk en Zwitserland de exploitanten van de kerncentrales verantwoordelijk zijn voor het verdelen van de jodiumtabletten. In ons land zou dat dus Electrabel zijn. “Die uitgaven vallen dus niet noodzakelijk ten laste van de overheidsbegroting, zoals mevrouw Bernaerts beweert.

OUDER DAN 40

Van de 436 commerciële kernreactoren ter wereld zijn er slechts 11 ouder dan veertig jaar, waaronder Doel en Tihange. Volgens de Bond Beter Leefmilieu is er bijzonder weinig operationele ervaring met oudere kerncentrales. “De verlenging van de levensduur van de reactoren van Doel en Tihange tot 50 jaar, waarvoor sommige beleidsmakers nog steeds blijven pleiten, is bijgevolg als een spelletje Russische roulette: het kan goed aflopen, maar als het fout loopt, is het wel faliekant.

Volgens cijfers van kamerlid Johan Vande Lanotte (sp.a) is het aantal incidenten in de kerncentrale van Tihange  gestegen van geen of hooguit een of twee, naar vijf in 2014 en al acht dit jaar, waarvan zeven incidenten in één maand tijd. Dat zijn zeer hoge cijfers, al valt daar wel de kanttekening bij te maken dat kleine incidenten nu veel meer worden gemeld dan vroeger. “Een dergelijke opeenvolging van incidenten is uitzonderlijk“, reageerde het FANC.

CALVO VERSUS BENS

Tijdens de vergadering van de parlementaire subcommissie voor de nucleaire veiligheid haalde federaal volksvertegenwoordiger Kristof Calvo (Groen) zwaar uit naar Jan Bens, directeur-generaal van het FANC. “Ik stel dat de heer Bens zich onder druk laat zetten door de federale regering. […] Op dit moment respecteert het FANC de richtlijnen niet die het voor zichzelf heeft opgesteld, richtlijnen omtrent SALTO, voorafgaande aanpassingswerken en het veiligheidsniveau van nieuwe centrales.” Volgens Calvo wil de regering absoluut de levensduur van kerncentrales Doel 1 en Doel 2 verlengen, en plaatst het FANC voor een onmogelijke kalender. “Ik zeg dus zonder schroom dat de heer Bens zich onder druk laat zetten door de federale regering. Dat is niet goed voor de nucleaire veiligheid.



Kristof Calvo (Groen) neemt het FANC onder vuur.

Op verschillende punten gaat Jan Bens in tegen wat hij eerder gezegd had, en tegen wat het FANC eerder had gezegd. In een bericht van het FANC van 15 oktober 2009 zegt men dat voor oude centrales voldaan moet zijn aan de meest recente veiligheidsvoorschriften, alsof er een nieuwe centrale wordt gebouwd. Calvo: “Ondertussen moeten wij echter akte nemen van het feit dat de oude centrales worden hersteld, maar dat het criterium van een spiksplinternieuwe centrale niet meer geldt als criterium voor het FANC.

Een tweede zaak is de vraag wanneer de aanpassingswerken moeten gebeuren. Daarover heeft het FANC op 12 september 2014 in een persbericht gezegd dat die aanpassingswerken moeten gebeuren voor de feitelijke levensduurverlenging. Die aanpassingswerken zijn tot op heden niet gebeurd, en zullen pas plaatsvinden na de levensduurverlenging.

SALTO

Ook rondom SALTO, komt het FANC zijn afspraken niet na volgens Calvo. Het FANC doet beroep op de internationale expertise van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA), dat zijn lidstaten de mogelijkheid van een peer review aanbiedt, de zogeheten SALTO-missie (Safety Aspects of Long Term Operation). Het doel van een dergelijke SALTO-missie is om de lidstaten bij te staan en te adviseren over de veiligheidsaspecten van de langetermijnuitbating van een kernreactor.

Het FANC heeft altijd gezegd dat SALTO voor de levensduurverlenging moet gebeuren. Vandaag gebeurt SALTO echter na de levensduurverlenging. “Als u stelt dat nucleaire veiligheid uw prioriteit is, terwijl de prijs, de bevoorradingszekerheid en het welzijn en succes van de minister niet uw criteria zijn, dan had u vastgehouden aan het feit dat SALTO moet plaatsvinden voor de levensduurverlenging“, zei Calvo tegen Bens in de subcommissie. Vandaag neemt het FANC evenwel vrede met het feit dat een SALTO-missie zal gebeuren in 2017, twee jaar na de verlenging.

Kortom, ten eerste, u hebt niets gedaan met uw juridische adviezen. U laat ze passeren en creëert juridische onzekerheid voor het agentschap. Ten tweede, u treedt de eerder door het agentschap geformuleerde veiligheidsvoorschriften met voeten.

ECONOMISCHE EFFECTEN

Greenpeace bestelde een studie om de economische effecten van een kernramp in Doel te becijferen. Voormalig Bond Beter Leefmilieu kopstuk en gewezen sp.a-parlementslid Bart Martens voerde die studie uit en kwam voor de twee worst case scenario’s uit op een economische kost tussen 740 en 1400 miljard euro. Dat is heel wat hoger dan de geschatte impact van de Fukushima-ramp in Japan (215 miljard euro) of de gesimuleerde impact van een vergelijkbaar ongeval in Frankrijk (430-760 miljard euro).

De kost van een zware kernramp in de kerncentrale van Doel wordt geraamd op 200% tot 370% van het BBP van België. In Japan kostte de Fukushima-ramp ongeveer 10 procent van het BBP.

NOG LEES- EN KIJKTIPS

Dossier: Langetermijnuitbating van de Belgische kerncentrales (FANC)

Dossier: Russische roulette. Risico’s van levensduurverlenging van kerncentrales (*.pdf, Greenpeace, april 2010)

Tihange: L’exercice Pegase perturbé (La Libre Belgique, 20.11.2012)

Expert: “België is slecht voorbereid op kernramp” (De Morgen, 13.03.2015)

Antoine Debauche sur le plan d’urgence des centrales nucléaires : “En Belgique, ça me parait casse-gueule” (RTL, 16.03.2015)

Tihange 1: le contrat secret entre l’État et Electrabel (RTBF, 10.07.2015)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!