De PKK kan de jongste maanden rekenen op heel wat nieuwe jonge strijders die zich vrijwillig melden. (Foto: Ludo De Brabander)

De machiavellistische politiek van president Erdo?an

De aanslag in het Turkse Suruç, die 32 Turkse en Koerdische jonge linkse activisten de dood injaagde en tientallen anderen verwondde, heeft het conflict in de regio en de strijd tegen de Islamitische Staat een nieuwe fase ingestuwd.

donderdag 6 augustus 2015 12:36

Turkije
reageerde op deze terreurdaad, die ondanks veel onduidelijkheden aan
de Islamitische Staat (IS) wordt toegeschreven, door aan te kondigen
dat het IS voortaan militair zou bestrijden. Dit betekende een
ommekeer in de houding van Ankara. Maandenlang regende het immers
beschuldigingen en waren er ook indicaties dat de AKP-regering
militaire en financiële steun verleende aan gewelddadige
jihadistische groeperingen in Syrië, met inbegrip van IS.

Turkije
sloot ook een akkoord met de Verenigde Staten dat voortaan gebruik
mag maken van het Turks grondgebied om luchtaanvallen te lanceren
tegen IS in Syrië.

De
strijd tegen de Islamitische Staat vormt voor Washington momenteel de
belangrijkste prioriteit in de regio. De jongste weken is echter
duidelijk geworden dat de politieke agenda van de Turkse regering
niet helemaal overeenkomt met die van haar NAVO-bondgenoten. De
Turkse president Erdo?an heeft er nooit een geheim van gemaakt wat
in werkelijkheid zijn twee belangrijkste doelstellingen zijn: 1. de
val van het Syrische regime en 2. het tegengaan van een Koerdische
autonome of onafhankelijke entiteit in het noorden van Syrië, zeker
als die onder controle zou staan van een aan de Koerdische
Arbeiderspartij (PKK) verwante beweging. De PKK vocht jarenlang voor
culturele- en politieke rechten en zelfbeschikking voor de Koerden in
Turkije. In 2013 staakte de PKK de gewapende strijd, maar Turkije, de
VS en Europa beschouwen de partij als een terroristische organisatie.
Wat het rechtstreeks veroordelen van de Islamitische Staat betreft,
heeft Erdo?an zich altijd tamelijk op de vlakte gehouden. Dat voedde de
speculaties over de Turkse steun aan de terreurorganisatie alleen
maar. Ook nu weer, want ondanks de ogenschijnlijke bocht in
het buitenlands beleid, blijkt in de praktijk dat de focus van de
Turkse militaire operaties op de PKK ligt. Koerdische stellingen in
Irak en Syrië worden systematisch gebombardeerd. Nochtans behoort de
PKK op het terrein tot een van de belangrijkste tegenstanders van IS.

Of
de beschuldigingen over Turkse steun aan IS nu kloppen of niet, het
staat vast dat de Turkse regering – anders dan bij de Koerden –
nooit echt problemen gemaakt heeft van de aanwezigheid van IS en
andere jihadistische groepen in de Turks-Syrische grensstreek. Vorig
najaar kondigde Erdo?an geheel voorbarig de “nakende val” van
de Koerdisch-Syrische grensstad Kobani aan, terwijl hij de grens
tussen Turkije en Syrië gesloten hield voor militaire steun aan de
Koerdische weerstand tegen IS. Dit zorgde voor heel wat
verontwaardiging bij de Turks-Koerdische bevolking.

Het is dan ook
niet verwonderlijk dat de Koerden nu geloven dat de
verantwoordelijkheid voor de aanslag van 20 juli in Suruç bij de
Turkse regering ligt. Twee dagen na deze aanslag doodden
PKK-strijders twee Turkse politieagenten, die ze ervan beschuldigden
samen te werken met de Islamitische Staat. Turkije reageerde daarop
met een grootschalige meervoudige bommencampagne op
PKK-stellingen in het Iraakse Qandil-gebergte. Deze hevige aanvallen
staan in scherp contrast met de tot nu toe schrale
bombardementsvluchten tegen de Islamitische Staat.

Het
Turks militair optreden is geen verrassing

Een
Turkse militaire operatie tegen de PKK of haar Syrisch-Koerdische
militaire zusterbeweging, de Volksbeschermingseenheden (YPG), hing al
langer in de lucht.

Erdo?an uitte herhaaldelijk zijn frustraties over de succesvolle
operaties van de YPG tegen IS, die als gevolg daarvan heel wat
terrein moest prijsgeven. Erdo?an zei eind juni dat hij “nooit
een Koerdische staat zal tolereren aan onze zuidergrens in
Noord-Syrië” en dat “de strijd tegen
de PKK
verdergezet zal worden, wat ook de kostprijs mag zijn”. In
de Turkse pers verschenen er verschillende berichten waarin er sprake
was van een Koerdische invasie van Noord-Syrië. Erdo?an vreest de
verdere Koerdische inname van het resterende IS-gebied tussen de
Koerdische enclave Efrin (in Noordwest-Syrië) en de inmiddels
aaneengesloten Koerdische districten Kobani en Jezire
(Noordoost-Syrië). Turkije hoopt nu via zijn militaire campagne – en
met de goedkeuring van de Amerikanen – twee vliegen in een klap te
slaan. Het wil IS verdrijven uit het Syrisch grensgebied dat nu nog
onder controle staat van de jihadisten, en wil er een bufferzone
installeren die meteen ook een halt toeroept aan de Koerdische opmars
in het land.

Erdo?an
blies het vredesproces begin april al op

Anders
dan de Turkse regering laat uitschijnen, is het niet zo dat de
aanslag in Suruç en de daaropvolgende confrontatie met de PKK geleid
hebben tot het opblazen van het vredesproces en het wapenbestand
tussen de Turkse regering en de Turkse Koerden. Eerst en vooral werd
het wapenbestand in werkelijkheid eenzijdig afgekondigd door de PKK
in 2013, als een duidelijk signaal dat het bereid was om het conflict
op niet-militaire wijze op te lossen. Turkije zelf heeft nooit een
formeel wapenbestand afgekondigd.

Vanaf 2013 werd ook een
vredesproces geïnitieerd door de AKP-regering en de PKK, maar dat
werd al in april 2015, ruim drie maanden voor de aanslag in Suruç,
stopgezet door Erdo?an in een slecht berekende poging om de
pro-Koerdische Democratische Volkspartij (HDP) het politieke gras
onder de voeten te maaien. Hij had in de aanloop naar de Turkse
algemene verkiezingen van 7 juni 2015 immers vastgesteld dat niet de
AKP, maar de HDP electoraal garen spinde bij het vredesproces. Daarop
veranderde hij het geweer van schouder en blokkeerde het politieke
proces. Hij zette de onderhandelingen stop en schortte elk
bezoekrecht met de opgesloten leider van de PKK, Öcalan, op. Van de
oprichting van de afgesproken parlementaire Waarheids- en
Verzoeningscommissie die onder meer de vredesonderhandelingen zou
begeleiden, kwam niets meer in huis. In de aanloop naar de
verkiezingen sloot Erdo?an definitief de deuren door boudweg te
stellen dat Turkije “nooit een Koerdisch probleem” heeft
gekend.

Tijdens
de jongste Turkse verkiezingen overschreed HDP ruimschoots de
electorale kiesdrempel van 10% waardoor de AKP haar absolute
meerderheid verloor. Nu er een regering moet worden gevormd, verhult
Erdo?an niet dat hij een coalitieregering niet ziet zitten. Geen
enkele oppositiepartij is immers bereid Erdo?ans ambities te
ondersteunen om de grondwettelijke macht van het (zijn)
presidentschap uit te breiden. De leider van de Republikeinse
Volkspartij (CHP), de grootste Turkse oppositiepartij, bekritiseerde
Erdo?an onlangs voor diens vermeende pogingen om de vorming van een
coalitieregering te dwarsbomen. Als er tegen 23 augustus 2015 geen
regering is, komen er nieuwe verkiezingen. Via de huidige militaire
campagne tegen de PKK en de criminalisering van de pro-Koerdische HDP
hoopt Erdo?an electoraal te scoren. Door de HDP af te schilderen als
een partij van terroristen, poogt Erdo?an de partij in geval van
nieuwe verkiezingen terug onder de kiesdrempel te duwen. De massale
arrestatiegolf de afgelopen weken van HDP-militanten en de pogingen
om de parlementaire immuniteit van partijleider Selahattin
Demirta? op te heffen, passen in die strategie.

De
Turkse politiek kan voor een geweldsescalatie zorgen

Erdo?ans
machiavellistische politiek kan zware gevolgen hebben. Ten eerste
dreigt zijn beleid een nieuwe burgeroorlog te veroorzaken in het
Koerdische Zuidoosten van Turkije. In de buurt van de Koerdische stad
Lice zorgden Turkse helikopters de afgelopen weken voor grootschalige
brandhaarden door brandstoffen te droppen op oogsten, op vee en op
bosgebieden in een poging om Koerdische PKK-militanten (letterlijk)
uit te roken. Vorig jaar al trad de Turkse regering hardhandig op
tegen Koerdische demonstranten die zich boos maakten over de Turkse
weigering om de door IS belegerde Syrisch-Koerdische stad Kobani te
hulp te snellen. Er vielen tientallen doden tijdens deze
demonstraties. De situatie roept herinneringen op aan de jaren 1990,
toen het Turks leger duizenden Koerdische dorpen plat brandde of
evacueerde en de oorlog vele duizenden slachtoffers eiste.

Ten
tweede komt Erdo?ans beleid ter verzwakking van de PKK en haar
militaire zusterbeweging in Syrië, YPG, de Islamitische Staat heel
goed uit. Met de steun van de PKK is de YPG op dit ogenblik de enige
militaire kracht die aangetoond heeft dat het in staat is om IS in
Syrië zware klappen toe te dienen. Ook in Irak is het voor een groot
deel aan de PKK-strijders te danken dat de opmars van IS in het
noorden werd gestuit. Terwijl de VS en zijn Europese bondgenoten van
de strijd tegen IS een absolute topprioriteit hebben gemaakt,
ondermijnt de Turkse strategie deze doelstelling.

Ten
derde zorgen de Turkse bombardementen in het Iraaks-Koerdische
Qandil-gebergte voor toenemende spanningen in Noord-Irak. De
Iraaks-Koerdische regering onder leiding van de Koerdische
Democratische Partij (KDP) is erg afhankelijk van Turkije voor haar
inkomsten uit de olie-export. Turkije is ook de belangrijkste
investeerder in het gebied. De groeiende populariteit van de PKK in
het Koerdische Noord-Irak zorgt bovendien al langer voor toenemende
nervositeit bij de Koerdisch Regionale Regering die geleid wordt door
KDP-voorzitter Massoud Barzani. Nadat Turkse bombardementen onlangs
verschillende burgerslachtoffers gemaakt hadden in Iraaks-Koerdistan,
riep Barzani de PKK op om het gebied te verlaten. De PKK is absoluut
niet van plan om op deze vraag in te gaan want op dit ogenblik zou
dat gelijkstaan aan politieke zelfmoord. Het is niet onwaarschijnlijk
dat de groeiende spanningen in Irak tussen de KDP en de PKK in geweld
zullen uitmonden. Opnieuw is het IS die daarvan zal profiteren.

Turkije
moet goed beseffen dat het met vuur speelt. Als de bondgenoten van de
NAVO van de strijd tegen IS daadwerkelijk een prioriteit hebben
gemaakt, dan hebben ze er alle belang bij om het vredesproces tussen
de PKK en de Turkse autoriteiten terug op de rails te krijgen. Het is
daarom broodnodig om de PKK van de terreurlijsten te halen en
onderhandelingen op te starten. De PKK is een gewapende volksbeweging
die bij de Koerden op veel aanhang kan rekenen en heel duidelijk
getoond heeft dat het wenst deel te nemen aan een politiek proces.

Ludo
De Brabander verbleef in juni
enkele dagen in het Noord-Iraakse Qandilgebergte waar hij
verschillende interviews afnam van PKK-leiders en -militanten.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!