Opinie -

Feesten tussen lijken: barbarij en de oorlog tegen terreur

“Feestje gebouwd op resten dode jihadisten uit Verviers”, zo titelde De Standaard deze ochtend. Wanneer je een dergelijke titel leest, wrijf je eerst even in je ogen. Maar het staat er dus echt. En het vond echt plaats, zo meldde La Dernière Heure als eerste.

woensdag 3 juni 2015 11:36

Na de autopsie op de lichamen van de verdachten die door de politie bij een antiterreuractie doodgeschoten werden in Verviers,
werd een feestje gebouwd in de autopsieruimte. Terwijl de lijken
er nog lagen. Er werd champagne gedronken. Er werden foto’s
getrokken. En verder wil je je niet voorstellen wat er gebeurt, wanneer dronken mensen een feest bouwen in de nabijheid van lijken.

Probeer je even in te denken wat dit betekent voor de
families van de dood geschoten verdachten. Want ja, ook deze
dood geschoten mannen waren iemands broer, iemands zoon of iemands
geliefde. Na onder nog steeds duistere omstandigheden te zijn
doodgeschoten door politiediensten, moest klaarblijkelijk een
feestje gebouwd worden door de politie. En moesten de lijken nog
geschonden worden ook.

Het zal maar je broer, je zoon, je
geliefde zijn.

Abu Ghraib

Dit soort barbaarse
praktijken zijn helaas geen uitzondering in de strijd tegen het
terrorisme. Ze lijken er net een essentieel deel van uit te maken. In
de winter van 2012 lekte een
filmpje
waarop te zien was hoe Amerikaanse mariniers urineerden
op dode Afghanen.

We kennen de beelden
uit Abu Ghraib, waar gevangenen naakt aan leibanden werden gehouden,
geëlektrocuteerd en vernederd werden. Ook in die beruchte
gevangenis werden lijken
geschonden
en moesten gevangen ‘onaangepaste handelingen’
verrichten met lijken.

We weten wat zich
afspeelt in Guantanamo. We kennen de verhalen over waterboarding, de
eenzame opsluitingen en de subtiele marteltechnieken van de
Amerikaanse geheime diensten.

Nee, binnen de context van de
strijd tegen het terrorisme kan je het voorval in Verviers helaas niet als uitzonderlijk beschouwen.

Opruimen

Wat
ligt aan de basis van dat soort gedrag?
Belangrijk deel van
de oorzaak is een vertoog waarin terroristen en terrorismeverdachten
ontmenselijkt worden. In de strijd tegen terrorisme verschijnt de
terrorist (of wie beschuldigd wordt dat te zijn) niet meer als
een mens, maar als een te vernietigen object. Een object dat, net
omdat het geen mens meer is, buiten de orde van fundamentele rechten,
normen en regels valt. Een mens die straffeloos kan gedood worden.

De politiek draagt hier op zijn minst een morele
verantwoordelijkheid in. Het inzetten op een klimaat van angst en het
verbaal spierballengerol leidt tot polarisering, tot daden en acties
die niet langer in proportie staan met de reële dreiging.

Minister
van Binnenlandse Zaken Jan Jambon zei
na de dodelijke actie in Verviers “schitterend werk geleverd,
proper opgeruimd”. Opruimen? Dat doe je met rommel, vuilnis, afval.
Niet met mensen. En in welke zin het neerschieten van twee verdachten
‘schitterend’ of ‘proper’ kan zijn, is maar de vraag. Iedere dode
verdachte is er altijd één te veel. Soms kunnen politiediensten
niet anders. Maar daarom hoeft een actie die uitloopt op doden nog
niet gecatalogeerd te worden als ‘schitterend’ of ‘proper’.

Hoeft het te
verbazen dat dan ook de lijken uiteindelijk als rommel aanzien kunnen
worden? Rommel waartussen kan gefeest worden?

Keuze

Als het
tragische voorval van Verviers ons iets duidelijk maakt, dan is dat we
ons ernstig vragen moeten stellen over hoe we terrorisme zullen
bestrijden. Willen de kant opgaan van de war on
terror
die al meer dan tien jaar niets dan meer terreur heeft
voortgebracht?

Of zullen we het op
een manier doen die past binnen een democratische rechtstaat?

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!