Opinie -

Naar een regimewissel en hoe daarop te reageren

Een jaar na de “moeder aller verkiezingen” en de obligate rondjes balans opmaken is er gelukkig ook wat discussie over de maatschappelijke visies achter het gekibbel. Want laten we wel wezen: noch de ego’s van Bart De Wever of Kris Peeters, evenmin als de psychoanalyse van Bruno Tobback en John Crombez verklaren de durende meningsverschillen. Ze zoeken allemaal naar de juiste positie in een sterk veranderend politiek landschap.

donderdag 28 mei 2015 15:25

Bart De Wever heeft een rechtse coalitie gevormd
om te pogen een regimewissel door te voeren. Voor hem gaat economisch
herstel via een betere winstverwachting voor potentiële
investeerders. Daarom moet vooral de arbeidskost gevoelig omlaag. Die
wordt echter in het Belgisch overlegsysteem sterk bepaald door cao’s
en door het goed uitgebouwde stelsel van sociale zekerheid. En dus
moet de macht van dat overleg worden afgebouwd ten voordele van
electorale macht.

Zo kan NVA trouwens makkelijker de
volkspartij-positie van CD&V overnemen. De indexsprong is al een
structurele loonvermindering. Andere maatregelen tasten ook de
koopkracht aan, maar uiteindelijk is dat nadelig voor de economie die
op consumptie draait. Men kan ook op de sociale zekerheid bezuinigen
en zo de patronale bijdragen verminderen. Maar hoe dan ook moet
vooraf het overlegmodel vleugellam worden gemaakt. Vandaar ook de
voortdurende aanvallen op het middenveld gekoppeld aan een stoer en
repressief discours over de staatsmacht. Het is normaal dat de
liberalen die lijn volgen en aanvankelijk ging ook het CD&V mee
in de hoop niet al teveel voeling te verliezen met de VOKA’s en
UNIZO’s van deze wereld. Men dacht dat het voldoende zou zijn de
sociaaldemocraten uit de coalities te weren.

Tout autre chose

De
regeringen hebben echter de weerstand tegen het beleid onderschat. Al
direct bij de Vlaamse regeerverklaring kwam er verzet uit de
sociaal-culturele en artistieke wereld en werd Hart boven Hard
geboren. Het federale beleid kreeg een actieplan van de vakbonden met
anderhalve maand betogingen en stakingen. Wat in beide gevallen
onverwacht opviel is de massale steun vanuit de mensen.

De bonden
verwachten enkele tienduizenden betogers op 6 november, ze kregen
ruim 120.000 mensen op de been. De stakingsacties van de herfst
werden ruim opgevolgd. De Grote Parade van Hart boven Hard en Tout
Autre Chose mobiliseerde ruim 20.000 burgers in vreselijk
stormweer. De openbare diensten kwamen in het verweer. Ook al heeft
de ACV-top dit voorjaar getemporiseerd, het heeft de CD&V-leiding
wel geleerd dat een nieuw regime a) niet makkelijk wordt en b) alleen de NVA ten goede zal komen. Die partij steunt immers alleen op
een electoraat en heeft nauwelijks sociale organisaties achter zich.
En dus werpt de CD&V zich nu op als de verdediger van de sociale
voorzieningen.

Sociale vrede

Maar
die sociale voorzieningen moeten natuurlijk betaald worden. En de staat kan niet alle
private tekorten opvullen, ook al herleidt men de overheid tot de
zogenaamde “kerntaken” en beknot men op alle subsidies en
openbare diensten. Ofwel zoekt men fiscale inkomsten bij hen die
vandaag rijk worden zonder veel bij te dragen… een echte
taks-verschuiving dus. Ofwel compenseert men de verlichting van
patronale bijdragen met een bijdrage van de consumenten via BTW.

Men
kan ook het aantal rechthebbenden gevoelig beperken. Dat is dan weer
het project van NVA. Ja aan een welvaartsstaat voor hen die al via
economische activiteit hebben bijgedragen aan de pot: de
(hard)werkende Vlaming dus. Maar afbouw van een welvaartsstaat als een
solidair herverdelingsmechanisme voor hen die zijn uitgesloten. En
daarvoor steunen ze op de xenofobe gevoelens in Vlaanderen. Maar in
elk scenario heeft men vroeg of laat sociale vrede nodig. Voor Bart
De Wever liefst door de vakbonden op de knieën te dwingen door de
publieke opinie voor zich te winnen, voor CD&V liefst door een
voor het ACV verteerbaar project uit te denken.

“Kris Peeters, we rekenen op u”

Is
er nog een plaats voor de Sp.a in dit plaatje? We gaan ervan uit dat
zowel Groen als PvdA hebben gekozen voor een totale oppositie. Hun
maatschappelijk project vergt een systemische kanteling. Voor Groen
door een duurzame ontwikkeling te laten voorgaan op economische groei
en winsten. Voor PvdA door de economische ontwikkeling te onderwerpen
aan een drastische sociale herverdeling. De Sp.a is in deze nog op
zoek naar haar positie. Ze komt uit een lange regeerperiode waarin de
markt moest groeien om via de staat een deel van die groei in
herverdeling te stoppen. Maar sinds de bankencrisis vraagt het
systeem dat alle publieke middelen worden ingezet voor de
competitiviteit van de private sector zelf.

Zij
die denken dat deze rechtse regering geen al te lang leven beschoren
is en dat de sociaaldemocratie met een betere electorale score snel
opnieuw een regeringspartij kan worden, mikken op een verderzetting
van het Di Rupo-compromis. Dat is de zogenaamde Elcharduslijn: mikken
op het terugwinnen van het traditionele electoraat (dat naar rechts
is gevloeid) via linkse sociaaleconomische voorstellen gekoppeld aan
een rechts conservatieve visie op solidariteit. De Belgische
welvaartsstaat redden op basis van meer strikte “voor wat hoort wat”
voorwaarden. Gaan voor het centrum, ook al zitten daar ook CD&V
en NVA die “oude arbeidersklasse” en hun nogal corporatistische
belangen aan te spreken. Bedrijfswagens, woonbonus, baksteen in de
maag, suburbane dienstverlening, goed onderwijs en ziekenzorg voor de
mensen van hier, gezinswaarden, verworven rechten… Het systeem
redden in goede verstandhouding met de markt.

Anderen
rekenen niet te hard op een snelle terugkeer aan de macht en weten
dus dat ook dat een nieuw electoraat moet worden gevonden bij vele
nieuwkomers, bij jongeren, via een werking aan de basis, in het
middenveld en dat nieuwe regeringsdeelname ook afhangt van
krachtsverhoudingen in het veld. Dan moet er ook een nieuw
militantisme en een nieuwe inplanting komen naast de
verkiezingscampagnes. En dan moet men zich natuurlijk verhouden tot
Groen en met PvdA die beiden de kapitalistische logica zelf in vraag
stellen. Dan moet men dus echt breken met het sociaal liberalisme.
Dat is ook een project dat meer tijd in beslag neemt, meer
alternatief en meer bevlogen is. Snel opnieuw in de regering of duurt
het nog wat?

De Sp.a en geen van beide kandidaat-voorzitters spreken
zich duidelijk uit. Bruno Tobback gaat voor continuïteit en dus voor
een “voor wat hoort wat” verder bouwen op de vorige
regeringsdeelnames. Maar dan moeten wel vooral stemmen teruggewonnen
worden van N-VA en moet intussen het behoudende werk van CD&V in
de regering worden gesteund ( “Kris Peeters, we rekenen op U”).
Zullen er dan voldoende ontgoochelde progressieve N-VA kiezers te
winnen zijn, die dan ook niet de inspanningen van CD&V willen
belonen? Het is een vraag voor onze Wetstraatwatchers en
beroepscommentatoren. 

De verwachte nieuwe voorzitter John Crombez
lijkt op twee paarden te wedden. Inhoudelijk wordt de lijn van de
laatste twintig jaar nauwelijks in vraag gesteld en zal ook hij het
moeten blijven doen met Monika Deconincks flinkse visie op sociaal
beleid. Maar het blijft hoogst onwaarschijnlijk dat alleen met
stijlwijzigingen en nieuw personeel de diepe ideologische crisis van
de sociaal democratie kan worden gekeerd. Dat leren ons de mislukte
poging met Yasmine Kherbache in Antwerpen en vooral de lessen uit het
buitenland.

Een ander verhaal

Om de Sp.a dan opnieuw in de regeringen te krijgen, moeten
zowel het project van N-VA mislukken als dat van Groen en PVDA+. En
moet bovendien in Wallonië de MR zwaar worden afgestraft. Nogal veel
randvoorwaarden, toch. En als het ACV nu inbindt en via de CD&V
sociale vrede brengt, dan lijkt een puur electorale afstraffing
onwaarschijnlijk. De Sp.a dreigt voor lange tijd tussen twee stoelen
te vallen.

Vooral
omdat intussen vele organisaties in het middenveld en vele duizenden
burgers al de maat hebben genomen van het rechtse project. Ze willen
in die omstandigheden ook niet terug naar de laatste decennia van
onduidelijk compromissenbeleid. De 21ste
eeuw vraagt om een meer radicale visie voor een duurzame transitie,
een meer egalitaire en solidaire samenleving en ook een volkomen
andere omgang met identiteit en diversiteit. “Tout autre Chose”
zeggen ze in het frans. In het Nederlands is dat “Hart boven Hard”.
Vooralsnog komt het gekibbel in de regering en het non-debat in de
Sp.a dagelijks in het nieuws. Een volkomen ander maatschappelijk debat
woedt onder de radar van de media en hun commentatoren. Maar dat is
een ander verhaal.

Eric Corijn ( filosoof en socioloog, hoogleraar
VUB, lid Vooruitgroep)

Dit
is een korte versie van een essay dat verschijnt in het juninummer
van Oikos.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!