Opinie -

Een publieke omroep die verder kijkt dan zichzelf

Waar moet het heen met de VRT, nu zijn beheersovereenkomst herbekeken wordt? Het antwoord ligt in de betekenis van het woord ‘publiek’ in ‘de publieke omroep’. De VRT moet wat minder bedrijf spelen, en zich meer dienstbaar maken als een verbindende en gemeenschappelijke plek, waar belangrijke vraagstukken ter sprake komen, ook inzake cultuur. (Inleiding bij het 4x4-debat ‘De toekomst van de openbare omroep’ van Campo en rekto:verso, op 28 april.)

vrijdag 22 mei 2015 08:15

In deze tijden van besparen en snoeien, van schrappen en schrapen,
lijkt niets nog heilig. Zeker niet in de media- en cultuursector. Ook de
VRT, het belangrijkste Vlaamse media- en cultuurhuis, ligt geregeld
onder vuur. Zeker nu de besprekingen rond de beheersovereenkomst uit de
startblokken zijn geschoten. De kritiek is niet mals. Voor sommigen is
de VRT een rood bastion, lui, log en inefficiënt. Voor anderen is het
een al te machtig vlaggenschip, dat onvoldoende innoveert, redactionele
steken laat vallen en programmatorisch te makkelijk de populistische
toer opgaat. Toegegeven, er waren ooit leukere tijden, zeker voor VRT-
bestuurders en managers, en meer nog voor wie zich aan de Reyerslaan dag
in dag uit uitslooft.

Laat
het maar meteen duidelijk zijn: ik ben een hartstochtelijke én
principiële verdediger van de publieke omroep, maar blijf kritisch ten
aanzien van hoe men deze nobele idee in de praktijk omzet. Dat is een
moeilijk spreidstand, zeker in het licht van de huidige
onderhandelingen. Iedere kritiek op de omroep valt immers makkelijk te
recupereren door het koor der wolven die de VRT koste wat het kost
willen aanvallen. De tijd dat vriend en vijand het erover eens waren dat
de Vlaamse publieke omroep incontournable is, lijkt voorbij.
De redenen om zelfs de idee van de publieke omroep in vraag te stellen,
zijn divers. Soms zijn er historische politiek-revanchistische
drijfveren, in andere gevallen gaat het om een doctrine die zegt dat de
overheid zich sowieso zoveel mogelijk moet terugtrekken uit alle domeinen van de samenleving.

In die zin was het enigszins geruststellend dat Vlaams Minister van
Cultuur, Media, Jeugd en Brussel, Sven Gatz, in zijn Beleidsnota Media
2014-2019 schrijft dat ‘in het Vlaamse media-ecosysteem (..) onze
publieke omroep VRT een slagader (is) waaruit vele talenten,
creativiteit en vernieuwing voortkomen’. In zijn nota stelt Gatz dat de
VRT met een ‘slankere personeelsstructuur’ een antwoord moet vinden ‘op
de vraag hoe hij best alle digitale platformen gebruikt die in het leven
van de Vlaming een rol spelen’. Daarbij moet de VRT ‘blijven
informeren, inspireren en verbinden, met informatie en cultuur als
kernopdrachten, maar ook met sport en ontspanning’.

In zijn medianota noemt Gatz cultuur dus, naast informatie, een
‘kernopdracht’ van de VRT. Hoe die culturele opdracht er concreet zal
uitzien, is onduidelijk. Een belangrijke vraag is hoe de VRT zich moet
verhouden ten aanzien van zijn ‘stakeholders’. Naast de politiek, het
publiek en de andere spelers binnen het veld van media en communicatie,
gaat het vooral om de vraag welke rol de VRT moet innemen ten aanzien
van de cultuursector. Kan men tevreden zijn over hoe de VRT zijn
culturele opdracht in het verleden heeft ingevuld? Zijn er leemten in
die opdracht? Wat mag er verdwijnen of wat kan er verschuiven, eventueel
naar een interactief platform? Wat moet erbij komen? Is er nog behoefte
aan een door de overheid gefinancierde mediaorganisatie als de VRT?

Nobele public service

Mijn antwoord op die laatste vraag is dat we best niet te halsstarrig blijven vasthouden aan die oude public service traditie.
Toch denk ik dat er, misschien meer dan ooit, nood is aan de idee van
een publieke omroep. Precies nu is er door de versnippering van het
enorme digitale aanbod nood aan een publieke mediaorganisatie met een
sterke verbindende kracht. Het klinkt eigenaardig, maar het internet is
als een oeverloze woestijn, waar nieuwe soorten gemeenschappen kunnen
ontstaan, zeker, maar het is niet meteen de beste plaats om mensen te
binden die toevallig op eenzelfde lapje grond wonen, eenzelfde taal en
cultuur delen, en er door eenzelfde overheid bestuurd worden.

Precies door de digitale versnippering groeit nood aan een centrale
plek, een centripetaal forum waar burgers elkaar kunnen vinden. Een
publieke mediaorganisatie als de VRT zou zo een gemeenschappelijke plek
kunnen zijn. Een openbare plek waar belangrijke vraagstukken ter sprake
komen. Een toegankelijke plaats van vertrouwen waar alle groepen van de
samenleving elkaar treffen en waar burgers makkelijk terecht kunnen voor
degelijke, toegankelijke en onafhankelijke informatie, cultuur en
ontspanning. De ambitie is daarbij om het aanbod naar een zo groot
mogelijk publiek te brengen en tegelijk aandacht te hebben voor
specifieke doelgroepen. Het zou een plek kunnen zijn waar burgers van
welke leeftijd, klasse, of van welke politieke, ideologische of
levensbeschouwelijke achtergrond terecht kunnen. Groepen ook, die vanuit
commercieel oogpunt minder aantrekkelijk zijn en uit de boot vallen in
een medialandschap waar winstoogmerk doorgaans een belangrijkere
drijfveer vormt dan universaliteit en pluralisme. Heel wat van deze
ideeën van gemeenschapsvorming, pluralisme en burgerzin sluiten naadloos
aan bij de lange nobele traditie van de public service broadcasting. Een verouderd begrip dat men vandaag best uitbreidt naar de idee van public service media als een onderdeel van de creatie van digital commons.

De nood aan zo een centripetaal forum is groter voor een kleine
gemeenschap als Vlaanderen. Een regio die zich bevindt op één van de
drukste en boeiendste kruispunten van talen en culturen. De uitbouw van
een stevige, kwaliteitsvolle mediaorganisatie die de opdracht van een
public service invult, kan echter moeilijk door de markt zelf gedragen
worden. Dit is geen kritiek aan het adres van Vlaamse media, maar omvang
en bereik zijn nu eenmaal cruciaal, zeker in een piepkleine regio met
een bevolkingsgrootte van amper de helft van de Parijse agglomeratie.

Culturele opdracht

Nu, alle vergelijkende studies over publieke omroepen in Europa geven
aan de VRT het doorgaans goed doet, ook op het vlak van
cultuurinformatie en –spreiding. De VRT houdt niet alleen stand, hij
doet veel meer dan dat. Op vele terreinen is de Vlaamse publieke omroep
marktleider, denk maar aan de radiosector. In een kleine, maar bijzonder
competitieve markt moet de VRT het opnemen tegen een paar grote
multimediaconglomeraten die het lastig hebben met een concurrent die
onvermijdelijk in hun vaarwater komt. Denk maar aan de heisa eind
januari rond weekendinterviews op de VRT-website deredactie.be. Enkele
politici namen het toen uitdrukkelijk op voor de kranten en tikten de
publieke omroep op de vingers.

Dat de VRT en de kranten geen
concurrenten hoeven te zijn, en dat ze elkaar kunnen versterken, was
niet aan de orde. Neen, ze werden voorgesteld als tegenstrevers. Daarbij
vergat men aan te geven dat er andere kapers op de kust zijn. Kapers
als Netflix en Google, waarvoor de Vlaamse markt maar één schakel vormt
in een wereldwijde strategie.

Dit
was maar één van de vele voorbeelden om aan te geven dat de zenuwen
bijzonder gespannen staan, en dat de verhouding tussen de mediasector,
het politieke bedrijf en de VRT op scherp staat. Aanleiding is uiteraard
de beheersovereenkomst die de toekomst van de VRT moet gaan bepalen.

Vooral bij de publieke omroep vreest men het ergste, en daar zijn
voldoende redenen voor. Naast de inkrimping van het budget van dit jaar
is er het voorspelde krimpscenario. Er was het inbinden van het derde
televisienet, dat door de vorige minister van cultuur nog was opgezet om
bijzondere doelgroepen (kinderen, expats,…) te kunnen bereiken
of om meer aandacht te schenken aan kleinere sporten of bijzondere
cultuurevenementen. Er was de aankondiging van de afbouw van de
cultuursite Cobra.be, waar de omroep naast uitstekende cultuurinfo
tevens experimenteert met zijn immense beeld- en geluidsarchief. Een
experiment dat heel wat mogelijkheden biedt inzake cross-mediaal aanbod,
net zoals de BBC dat overigens al langer zo mooi doet.

Er zijn
alarmerende berichten over Klara, waarbij de VRT een minder prominente
rol gaat spelen in captaties en in sponsoring van festivals. Vorige week
nog was er de mededeling dat de toekomst van Jazz Middelheim na 2016
onzeker zou zijn, onder meer door de besparingen bij de openbare omroep.

De voorspelling is dat toekomstige besparingen het voor de VRT nog
moeilijker zullen maken om de brede publieke omroepopdracht verder ten
volle in te vullen, ook op vlak van cultuur.




Megafoon van de cultuurindustrie

De strategie van de VRT bestond er de afgelopen jaren in om via
verschillende sporen de culturele opdracht in te vullen, zowel via
culturele items in algemene programma’s zoals het nieuws op
generalistische netten (eerste spoor), alsook via meer specifieke
programma’s over cultuur (spoor twee), aangevuld met interactieve
toepassingen, promotie en sponsoring van culturele events (derde spoor).
Het klinkt pedant om de VRT aan te vallen, zeker in het licht van zo’n
brede invulling van cultuur, maar toch is het nodig om kritisch te
blijven over de manier waarop de VRT zijn culturele opdracht invult. Ik
zie daarbij minstens drie pijnpunten.

Ten eerste, de VRT geeft al jaren aan dat het de streefdoelen inzake
cultuur haalt, maar daarbij valt op dat wel het wel een erg brede
definitie hanteert. Eentje waarbij ook Vlaanderen Vakantieland
tot cultuur behoort. Op zich is daar niets mis mee, maar studies geven
aan dat het algemene aanbod cultuur, zeker op de televisie, relatief
beperkt blijft. Bepaalde domeinen binnen de brede definitie van de
culturele opdracht blijven onderbelicht, zeker die binnen de categorie
kunst.

Binnen het eerste spoor van algemene programma’s zoals het nieuws
worden nauwelijks 4 à 5% van de zendtijd besteed aan cultuur in de
brede zin. Een verdere analyse van de cultuuritems in het journaal geeft
aan dat vooral veel aandacht uitgaat naar grote publieksgerichte
events, waarbij de omroep dreigt te verworden tot een megafoon of een
verlengstuk van de ‘grote’ cultuurindustrie – denk aan de aandacht voor
grote rockconcerten, musicals en andere grote muzikale events, of aan
informatie over de release van grote (doorgaans Amerikaanse)
blockbusters, of aan nieuws over uitreikingen van grote filmprijzen, …

Deze commerciële logica binnen de cultuurinformatie staat tegenover
de bijzonder karige aandacht voor minder publieksgerichte vormen van
kunst en cultuur. De Canvasconnectie is een bijzonder
lovenswaardige (eigen) productie, maar toch heeft de omroep zijn
gespecialiseerde cultuuraanbod binnen het tweede spoor op lange termijn
gevoelig afgebouwd, met minder duiding, achtergrond en analyse. Tevens
is er een blijvende nood aan een kwalitatief sterk signalerend en
informatief cultuurmagazine voor een breder publiek. Dit is een gemiste
kans: een omroep die participatie en beleving stimuleert zou hiermee een
centrale rol innemen binnen de ruimere kunst- en cultuursector.

Coproductie, co-creatie

Ten tweede zou de VRT veel meer dan nu het geval is, een rol kunnen
spelen in coproductie en co-creatie. Volgens de aflopende
beheersovereenkomst moet de VRT de cultuurproductie in Vlaanderen, al
dan niet rechtstreeks in samenwerking met de cultuursector, stimuleren
en toegankelijk maken. Dit komt in gevaar. Denk maar aan Klara dat het
aantal muziekcaptaties om  budgettaire redenen naar beneden dient te
halen (dit jaar al van 170 naar 100). De zender houdt steeds meer de
vinger op de knip, ook in het uitbrengen van eigen cd’s, wat jammer is
omdat het vaak een springplank betekende voor aankomend talent.

We
kunnen de lijn ook doortrekken naar andere sectoren, zoals de film en
televisiefictie bij voorbeeld. De vraag hier is of de VRT wel een rol
zou spelen indien ze geen beroep kon doen op bijkomende middelen van het
Mediafonds van het Vlaams Audiovisueel Fonds. De tijd dat de publieke
omroep opdrachten gaf aan film- of documentairemakers, ook rond kunst,
ligt al lang achter ons, maar dat de VRT dikwijls afwezig blijft op tal
van belangrijke (internationale) documentaire film- en tv-beurzen, roept
vragen op. Voor Vlaamse documentairemakers is het kleine Lichtpunt al
jaren een veel belangrijkere speler als hefboom naar internationale
cofinanciering en –productie…

Dezelfde vragen gelden voor andere sectoren, waar de VRT wel een rol
opneemt, maar de vraag is of het niet meer en uitdrukkelijker moet.
Welke rol speelt de VRT voor het boekenvak? Houdt de VRT de vinger aan
de pols van wat er literair gebeurt? Is de VRT een belangrijke speler op
het terrein van het theater en de opvoeringskunsten? Wat doet de omroep
op het vlak van opera, muziektheater en de muzieksector in het
algemeen? Opnieuw denk ik dat er zich ook hier talloze mogelijkheden
aanbieden die de VRT onmisbaar zouden maken.

Een publieke omroep die
verder kijkt dan zichzelf en andere cultuursectoren dient, versterkt
zijn legitimiteit. Overleg, samenwerking en co-creatie zijn daarbij de
ordewoorden.

Denk maar om samenwerkingen met de cultuursector rond
concrete programma’s, het concipiëren van gezamenlijke cultuurprojecten à
la Chambres d’Amis, of de versterking van overlegorganen.

Primaat van de commercie

Ten derde is er de rol van de VRT als sponsor van cultuurevenementen
of cultuurhuizen. Recent brachten Rekto:Verso en de nieuwssite Apache
een interessant verhaal
over commerciële mediadeals tussen media en cultuurhuizen. De toestand
is in Vlaanderen nog niet zo heel erg dramatisch, maar mediadeals roepen
toch vragen op. Welke invloed gaat ervan uit op de media-inhoud en op
de redactionele onafhankelijkheid? Waarom blijven die financiële
constructies zo wazig? Dit geldt voor alle grote media, maar de VRT zou
zich als publieke omroep toch met grotere argwaan op dit terrein moeten
begeven. Zeker omdat op dit terrein de commerciële wetten van de
sterkste gelden.

Dit soort mediadeals kunnen ook nefast zijn omdat ze
kunnen zorgen voor een verdere polarisering binnen de cultuursector,
waar grote cultuurhuizen nog meer middelen aanzuigen. Het kan nog meer
gaan leiden tot een culturele ‘champions league’, waar de kloof tussen
kleine en grote cultuurproducenten wordt vergroot. Een tendens die
bovendien nog verder in de hand zou kunnen worden gewerkt door het
cultuurbeleid dat meer inzet op sterke spelers in het culturele veld.

Als grootste en meest gesubsidieerde media- en cultuurhuis van
Vlaanderen zou het goed zijn mocht de VRT niet alleen klaarheid scheppen
inzake mediadeals, schimmige ruilakkoorden en andere commerciële
constructies. Het zou ook goed zijn mocht de omroep zich, los van het
primaat van de commercie en de marketing, meer in dienst stellen van de
brede cultuursector. Dit houdt een meer uitdrukkelijk dienende rol in
ten aanzien van kleinere, minder marktgerichte kunst- en
cultuursectoren.

Primaat van de politiek

Ten slotte zou ik ook durven pleiten voor het terugschroeven van het
primaat van de politiek. Er was een tijd dat de omroep de invloed van de
politieke klasse in al zijn aders voelde. Er was de diepgaande
politisering van het personeelsbeleid en er waren de rechtstreekse
lijnen tussen de partijhoofdkwartieren en de redactie. In de tweede
helft van de jaren 1990 kwam er, zeg maar, het model De Graeve-Van
Rompuy, dat die politisering wilde tegengaan, waarbij men werkte met een
beheersovereenkomsten en met resultaatsgerichte, meetbare
doelstellingen. De analyse van dit model werd nooit ten gronde gemaakt.
Doorgaans wordt het herleid tot een succesverhaal: het model slaagde
erin om terug een slagkrachtige publieke omroep op de kaart te zetten.

Intussen groeide de VRT uit tot een mediabedrijf waar
programmamakers plaats ruimden voor managers, die denken in termen van
merken, doelgroepen en concurrentie. Legitimiteit is er een kwestie van
kijk-, luister- en andere commerciële streefcijfers, eerder dan van hoe
de omroep de samenleving dient en er bruggen mee slaat. Intussen is het
niet verwonderlijk dat het programmabeleid inzet op voorspelbaarheid en
zekerheden, dat het experiment wordt geschuwd, en dat vragen over
maatschappelijke relevantie achterwege blijven.

Dat het journaal en het
entertainmentaanbod op de VRT niet erg veel verschilt van wat de
commerciële zenders bieden, is evenmin opzienbarend, maar of het
bijdraagt tot de legitimiteit van een openbare omroep is een andere
zaak. Het klinkt als een anachronisme, maar precies in deze tijden waar
marktdenken zo allesbepalend lijkt, zou de VRT minder bedrijf moeten
spelen en zich minder strak moeten laten leiden door
commercieel-strategische overwegingen. Enkel op die manier kan het
zichzelf legitimeren en laat het ruimte aan andere, ook commerciële
spelers.

Afgaande
op wat er de afgelopen tijd is gebeurd, is het duidelijk dat er binnen
de omroep heel wat onrust heerst, ook over een nieuw soort politisering
en pogingen tot beïnvloeding. Intussen zijn de opgelegde besparingen en
de hele heisa over de nieuwe beheersovereenkomst bijzonder nefast voor
een normale ontwikkeling of zelfs de continuïteit van een grote
organisatie als de VRT. Deze onzekerheid is bijzonder nefast voor iedere
grote organisatie, maar des te meer voor een media-instituut als de
VRT, dat dag in dag uit handelt in het vestigen van vertrouwen. Deze
onrust hangt nauw samen met een bijzonder volatiel politiek bedrijf,
waar nieuwe bewindsvoerders de VRT-tanker voortdurend willen bespelen,
ja zelfs van richting willen doen veranderen. Zo is één van de
kernvragen vandaag of de VRT een brede publieksomroep kan blijven of dat
de instelling zich in een afgeslankte vorm moet terugplooien op
specifieke opdrachten.

Gezien dit alles moeten we ons de vraag (durven) stellen of het
primaat van de politiek ook op dit vlak niet herzien moet worden. Net
als in andere maatschappelijke dossiers is het tijd dat het politieke
bedrijf met zijn eigen wetmatigheden, doelstellingen en inconsistenties
op beleidsvlak, meer tegenwicht krijgt. Daarbij zou het middenveld meer
uitdrukkelijk aan bod moeten komen, waarbij, afhankelijk van de
opdracht, de idee van de publieke omroep strenger bewaakt moet worden.
Centraal daarbij is dat de beheersovereenkomst strakker zou moeten
uitgaan van de dienende, verbindende opdracht van een publieke
mediaorganisatie, die verder kijkt dan zichzelf en zijn rechtstreekse
concurrenten.

Zo zouden binnen de cultuuropdracht de diverse kunst- en
cultuursectoren een meer actieve rol moeten spelen. Daarbij zal verder
gewerkt moeten worden op basis van een echt stakeholder-engagement,
waarbij de omroep en culturele partners op voet van gelijkheid, op basis
van goede voorafgaande afspraken en mits meer inspraak van alle
partners kunnen samenwerken rond specifieke concepten, projecten of
evenementen. Terwijl dit bij de omroep gepaard zal gaan met een nieuwe
bedrijfscultuur, zal de culturele sector de eigenheid en de
productielogica van de omroep moeten erkennen. Het is enkel in deze
geest van samenwerking en openheid naar alle geledingen van de
samenleving dat de publieke omroep zich vandaag en in de toekomst kan
onderscheiden en legitimeren. 

Daniël Biltereyst is hoogleraar aan de Universiteit Gent, Centre for Cinema and Media Studies.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!