foto: Fred De Brock
Interview -

Fikry El Azzouzi: “Schrijven is een vorm van verzet.”

Auteur, columnist en theatermaker Fikry El Azzouzi heeft twee romans achter zijn naam staan, schreef een tijdje columns in De Morgen en maakt deel uit van het eigenwijze theatercollectief Sincollectief, dat momenteel hoge ogen gooit met Reizen Jihad. Op woensdag 13 mei neemt hij de 65ste Arkprijs van het Vrije Woord in ontvangst. DeWereldMorgen.be had een gesprek met hem over wat hem drijft. "Schrijven is een vorm van verzet voor mij."

vrijdag 8 mei 2015 15:31

“Drarries reizen niet met de trein”, sms’t
hij me, na mijn subtiele suggestie om de trein te nemen naar Antwerpen. Hij vroeg
namelijk of het een half uurtje later kon, “want files, weetjewel”.

Als ik aangehold kom zit hij relaxed achterovergeleund de krant te lezen, een dampende latte en een boek binnen
handbereik, dat laatste voor het geval de krant uit is voor ik arriveer. Drie en een half uur later zitten we daar
nog, na een chaotisch gesprek over schrijven, cultuur, racisme, politiek,
identiteit, engagement, mannen, vrouwen, liefde en geluk. Ik merk wat gegeneerd
op dat er wel erg weinig zichtbare structuur in ons gesprek zit.

“Dat is goed. Mensen met teveel structuur
zijn verdacht. Die hebben plannen.”

Dat het goed gaat met hem. Reizen Jihad,
het theaterstuk van Sincollectief waarvoor hij de tekst schreef, trekt volle
zalen en laat een euforisch publiek achter. Drarries in de nacht wordt vertaald
naar het Duits en op 13 mei neemt hij de Arkprijs voor het Vrije Woord in
ontvangst. Hij blijft er verrassend rustig onder.

Ik beken dat ik ‘Drarries in de nacht’ nog maar net uit
heb en het weglegde met in mijn achterhoofd de vraag:”Wat moet ik hier nu
mee?”, een gevoel dat ik me herinner van die keer toen ik de bioscoopzaal
uitstapte na C’est arrivé près de chez vous (de film van Benoit Poelvoorde).

“Ik begrijp wat je bedoelt. Het boek brengt
je in conflict met jezelf. De personages zijn mensen van vlees en bloed, met
fijne en kleine kantjes. Ze gaan los en misdragen zich. En dan eindigt het
verhaal.  Een beetje zoals het nieuws
eigenlijk: 5000 doden in Nepal en dan afsluiten met een vrolijk item over K3
ofzo. Dat is geen toeval, maar een bewuste keuze.

Wat ik daarmee wil vertellen? Geen idee
eigenlijk. Ik begin nooit aan een boek met een duidelijk idee van wat ik wil
vertellen. Ik begin gewoon. En dan komt de rest vanzelf. Ik denk dat geen
enkele schrijver echt kan uitleggen wat de betekenis van zijn boeken is. Ze
doen het wel, maar volgens mij is dat achteraf ingeoefend.”

Krijg je geen haatmail of boze
reacties op je werk?

“Euh, niet dat ik weet eigenlijk. Of weet
jij iets wat ik niet weet? Het kan zijn dat het mij ontgaat. Er zijn wel de
voorspelbare negatieve reacties uit bepaalde hoek. Zo kwam er een groepje
Vlaams Belangers naar Reizen Jihad kijken.
Waarschijnlijk gewoon om achteraf te kunnen tweeten dat het een schande is wat
voor rommel er wordt gemaakt met ons belastinggeld. We kregen toen een staande
ovatie, maar zij waren al lang weg.”

Ik verwijs naar het stukje “Gideon’s kleine
leger” dat hij schreef voor Rekto:verso en waarin hij snoeihard uithaalt naar
de Vlaamse cultuursector.

“Het
heilige huisje van het Vlaamse kunstenveld is de steeds herhaalde
zelfovertuiging dat het voorloopt op de rest van de samenleving. Hoe creatieve
mensen zo kunnen dwalen. Als ik kijk naar de grote, helige stadstheaters, de
grote mastodonten, de  grote, heilige
jeugdtheaterhuizen, naar hun omgang met de grootstedelijke context of met de veelkleurigheid,
dan kan ik maar een ding concluderen: van hetzelfde witte laken een pak. Wat ik zie is desinteresse, eigenbelang,
superioriteitsgevoel en een subliem tactisch inzicht om de nodige subsidies te
verzilveren, door elk jaar een stuk te maken met de huisallochtoon van dienst,
om vooral aan te tonen hoe geweldig veelkleurig ze bezig zijn.”

“Zo is het toch? In Gent is het nog erger
dan in Brussel en Antwerpen. De enige allochtonen die je in de cultuurhuizen
vindt zijn het kuispersoneel. In Antwerpen doen de Arenberg en MAF echt
inspanningen. Het volstaat echt niet om jaarlijks een productie uit het
buitenland te halen om ‘divers’ bezig te zijn. De stad moet weerspiegeld worden in de cultuurhuizen. Ik zie veel
pioniers, en die krijgen op termijn wel navolging. Alleen de raden van bestuur
lopen achter.”

“In
de literatuur is het trouwens niet zoveel beter. Er zijn wel auteurs met andere roots, maar erg
weinig. Rachida Lamrabet, Birsen Taspinar, Mustafa Kör, Chika Unigwe. En dan
hebben we het ongeveer gehad.”

“Dat navelstaren van de cultuurhuizen
zie ik trouwens ook terug bij de theaterrecensenten. Ze komen naar Reizen Jihad
kijken en raken in de war omdat ze niets herkennen uit hun vertrouwde kader.
Wat wij doen kunnen ze niet verklaren met wat zij geleerd hebben. ‘Ligt het aan
ons?’ vragen ze dan. Het beangstigt om los te laten wat je kent.”

Of hij dan niet zelf riskeert een soort
knuffelallochtoon te worden, die gretig wordt omarmd door de cultuursector om
te bewijzen hoe breeddenkend en progressief ze zijn?

“Wanneer het over jezelf gaat neem je geen
afstand. Dus ik weet het niet en ik zie het niet. Ik buit het wel uit, maar dat
betekent niet dat ik naïef ben en dat niet kan doorprikken.”

Misschien stroken je innemende natuur en
je aaibaarheid niet helemaal met de scherpe toon van wat
je schrijft en het beeld dat je (onbewust?) creëert van jezelf.

“Die sarcastische toon waar je het over
hebt wordt niet door iedereen begrepen. Ik leg het er niet vingerdik op, en dat
maakt het soms lastig te plaatsen. Dat is ook de bedoeling. Ik wil op de zenuwen
werken en een punt maken. Niet dat dat altijd lukt. Zeker bij columns is het
moeilijk om altijd en met regelmaat een bepaald niveau te handhaven. Daarom ben
ik op een gegeven moment ook gestopt met columns schrijven. Ik had het gevoel
dat het op raakte.”

Je wil een punt maken. Maar welk punt is
dat dan? Ik zie een duidelijke politieke lading in alles wat je doet. Klopt
dat?

“Jazeker. Politiek sluimert in alles wat ik
doe. Dat is mijn vorm van engagement. Dat engagement is er gekomen door rond te
kijken, het is een uiting van empathie. Schrijven is een vorm van verzet voor
mij.”

Verzet tegen racisme en moslimhaat
bijvoorbeeld.

“Zie je daar die vrouw op straat, die
oudere dame? Kijk, als zij nu zou oversteken omdat er drie jonge Marokkanen op
het voetpad staan, dan begrijp ik dat. Daarom keur ik het niet goed, maar ik
snap het. Ze voelt zich niet op haar gemak. Wel, ik voel me soms ook niet op
mijn gemak in een gezelschap van blanke middenklassers. Maar wat doen we om
mensen dichter bij elkaar te brengen? Debatten organiseren. Alsof de revolutie
gaat komen van debatten!”

“Ik zie dat racisme sterk wordt
gerelativeerd. Dat moet je aanvechten. Met harde actie als het moet, maar ook
door in te zetten op educatie. We moeten het allebei doen. En in die harde
actie moet je soms wat polariseren, de dingen op scherp stellen. Dat drijft
mensen tijdelijk uit elkaar, maar op een gegeven moment moeten ze weer
samenkomen, omdat ze nu eenmaal niet anders kunnen dan samenleven. Het is
makkelijk om gedesillusioneerd of haatdragend te worden, maar ik geloof dat er
iets goeds komt uit wrijving en conflict.”

“Heel wat activisme draait vooral
rond zelfprofilering. Kijk mij eens activistisch bezig zijn voor de goede zaak.
Het gaat vaker om ego’s dan om een groter ideaal. Daarom heb ik een groter
respect voor mensen die achter de schermen werken, daar draait het niet om
profilering. Met de Syriëstrijders ie het net zo.  Ze vertrekken niet per definitie omwille van
een groter verhaal, maar vaak vanuit hun ego.”

“Maar wat dat racisme betreft: het is zoals
met seksime: wie geen onderwerp is van de discriminatie kan het ook moeilijk
begrijpen en gaat relativeren, om toch maar geen spiegel voor zich te krijgen.
Hoe vaak heb ik niet gehoord dat ik moet terugkeren naar mijn land. Maar
Marokko is helemaal mijn land niet. Men eist dat mensen “terugkeren” naar iets
wat ze niet eens kennen. En bovendien: behalve schrijven kan ik niks. Wat zou ik
in vredesnaam in Marokko doen?”

“Wanneer ik in Marokko ben, dan word ik
trouwens een beetje meewarig bekeken. Voor mijn familie en vrienden daar
betekent het niets dat ik schrijf of prijzen win. Dat houdt je wel met je
voeten op de grond. Je hebt het daar pas gemaakt als je je een dure, chique
auto kan permitteren. Wanneer er een neef langskomt in zo’n slee, dan fluistert
er altijd wel iemand in m’n oor dat het mij ook wel ooit zal lukken om zo’n
auto te kopen. Terwijl ik daar totaal niet mee bezig ben. “

“Dus nee, ze snappen niet altijd wat ik
doe, en lezen niet wat ik schrijf. Maar de culturo’s snappen ook vaak niet wat
ik schrijf. Nu ja, soms snap ik het zelf ook niet. Ik ben een intuïtieve
schrijver. Ik begin gewoon en weet zeker dat het goed komt. Ik durf vertrouwen
op mijn intuïtie. Fuck wat anderen denken.”

Wrijving en conflict kunnen constructief
zijn in een samenleving, zeg je. Werkt dat ook zo op kleine schaal,
bijvoorbeeld in de manier waarop jullie samenwerken binnen Sincollectief?

“We hebben eigenlijk weinig conflicten.
Maar we zijn wel eerlijk tegen elkaar. En soms laten we elkaar een tijdje met
rust als er iets wringt. Ik ben zelf niet zo’n prater en voel niet meteen de
behoefte om alles uit te praten. Zo hebben we bij Sincollectief een
“levermomentje”, een moment waarop je vertelt wat er op je lever ligt. Ze weten
intussen dat ik op de dagen met “levermomentjes” liefst niet kom opdagen. Soms
moet je de dingen gewoon laten bekoelen. Wrijving is interessant, het kan de
toekomst naar een hoger niveau tillen.”

Iemand merkte op dat ze je boek erg
vrouwonvriendelijk vond.

“Echt? Mijn boek is net erg
vrouwvriendelijk. Zwarte Maria is een sterke vrouw die weet wat ze wil en niet
wil en die daarnaar handelt. De zwarte weduwe houdt de touwtjes strak in
handen.Tamara en Tanja laten zich niet meeslepen in de ellende van de drarries.
De mannen maken er een potje van, terwijl de vrouwen bij zichzelf blijven en
hun principes hoog houden. Zij blijven overeind.”  

Komt het nog goed met de drarries?

“Wie weet. In elk geval is hun verhaal niet
afgelopen. Veel van de toestanden die hen in de ellende storten overkomen hen.
En dat frustreert hen. Ze vinden het niet eerlijk. Het leven is ook gewoon niet
eerlijk.”

Mag ik besluiten dat er een duidelijke rode
draad loopt doorheen alles wat je doet?

“Alles wat ik schrijf en doe is een
zoektocht. Een zoektocht naar identiteit. Maar ik beschrijf enkel het zoeken,
niet het vinden.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!