Meer niet-blanke Zuid-Afrikanen kunnen zich in 2015 een mooie woning veroorloven dan in 2001 (myroof.co.za)

Rassensegregatie vastgoedmarkt Zuid-Afrika vermindert

De rassensegregatie die door een halve eeuw apartheid de Zuid-Afrikaanse stedelijke vastgoedmarkt kenmerkte, is de laatste jaren betekenisvol verminderd. Dat stellen drie aardrijkskundigen van de universiteit van de Zuid-Afrikaanse provincie Vrijstaat op basis van overheidsdata van de stad Bloemfontein.

vrijdag 16 januari 2015 17:14

Het
besluit van de Zuid-Afrikaanse aardrijkskundigen Ralph Rex, Malene
Campbell en Gustav Visser staat te lezen in hun rapport
The
on-going desegregation of residential property ownership in South
Africa: The case of Bloemfontein
, dat verscheen in het tijdschrift
Urbani Izziv.

Voor hun
onderzoek namen zij niet alleen een groot aantal studies onder de
loep over het huisbezit van Zuid-Afrikanen in stedelijke omgevingen.
Ze gebruikten ook de openbare registratiegegevens van de stad
Bloemfontein. Op basis van hun onderzoek besluiten ze dat “er een
significante vooruitgang is gemaakt op het gebied van de raciale
desegregatie van de Zuid-Afrikaanse stedelijke woonwijken”.

Het
verzamelen van deze registratiegegevens was geen sinecure, want de
Zuid-Afrikaanse overheid neemt in haar vastgoedarchieven geen
gegevens op over de afkomst en huidskleur van een eigenaar. Om toch
een goed beeld te krijgen van de afkomst van huisbezitters, bekeken
de wetenschappers elk registratieformulier van de stad Bloemfontein
afzonderlijk. Aan de hand van de achternaam van de eigenaar leidden
ze dan af of de eigenaar van Europese, Afrikaanse of Aziatische
origine was.

Rassensegregatie

Het
vastleggen van gegevens over afkomst van burgers is hoe dan ook een
gevoelige kwestie, omdat het land gedurende een halve eeuw in de
greep was van het apartheidsregime onder de ultraconservatieve
Nationale Partij van Zuid-Afrika. Een wet die volgens de
aardrijkskundigen een bijzonder grote invloed had op het
maatschappelijk leven was de Groepsgebiedenwet, die twee jaar na de
verkiezingsoverwinning van de Nationale Partij in 1948 werd
ingevoerd.

Deze
wet verplichtte burgers om op basis van hun afkomst in een bepaalde
regio van het land te gaan wonen. Hierdoor konden niet-blanke
Zuid-Afrikanen geen huis of grond kopen in overwegend blanke
stadsdelen en werden ze gedwongen te leven in aparte volkswijken.

Pas
in 1991 werd de Groepsgebiedenwet afgeschaft, ruim een jaar na de
vrijlating van Nelson Mandela. Vanaf dat jaar hadden niet-blanke
burgers in principe de vrijheid om te wonen waar ze wilden, maar uit
volkstellinganalyses van de Zuid-Afrikaanse aardrijkskundige P.J.
Christopher blijkt dat deze vrijheid in praktijk dode letter bleef.

Christopher
merkte dat na de afschaffing van de apartheid de grootste hindernis
voor het kopen van een huis “het gebrek aan economische kansen”
was, oftewel een gebrek aan duurzame jobs. Dit was een gevolg van
diezelfde jarenlange apartheidspolitiek. Daardoor werden alle
niet-blanke Zuid-Afrikanen gedwongen om de slechtst betaalde jobs uit
te voeren.

Raciale
desegregatie

Pas
rond 2001, tien jaar na het einde van het apartheidsregime, is er een
kentering ontstaan in de gesegregeerde vastgoedmarkt. De
Zuid-Afrikaanse aardrijkskundigen Ronnie Donaldson en Nico Kotze
stelden vast dat na het einde van het apartheidsregime de
rassensegregatie voor het eerst verminderde in provincies zoals
KwaZulu Natal maar ook in de binnenstedelijke omgeving van
verschillende Zuid-Afrikaanse steden.

Tussen
2000 en 2012, het jaar waaruit de recentste gegevens over grondbezit
in Bloemfontein dateren, is het percentage van grondbezit onder
zwarte Zuid-Afrikanen gestegen, volgens Donaldson en Kotze. Zo was in
2012 gemiddeld vijftien procent van alle gronden in de stad
Bloemfontein in handen van zwarte Zuid-Afrikanen. Dat is een
opmerkelijke stijging vergeleken met 2007, toen dezelfde
bevolkingsgroep maar 11,4 procent van het vastgoed in de stad bezat.

Gated
communities




Ondanks
de positieve trend op het gebied van desegregatie waarschuwen sommige
wetenschappers dat de scheidingen tussen de verschillende
bevolkingsgroepen daarmee nog niet verdwenen zijn. Onder meer de
Zuid-Afrikaanse aardrijkskundige Owen Crankshaw heeft in
verschillende studies gewezen op het opkomende fenomeen van de gated
communities
(‘omheinde gemeenschappen’), grote groepen burgers met
hogere inkomens die zich opsluiten in beveiligde, afgesloten
woonwijken.

Hij
wordt hierin bijgetreden door de Zuid-Afrikaanse econoom Patrick
Bond, die al tien jaar waarschuwt voor de gevaren van sociale
segregatie. Bond meent dat de Zuid-Afrikaanse overheid haar
verantwoordelijkheid in deze zaak niet voldoende heeft opgenomen.
“Dit probleem is volgens mij veroorzaakt door het beleid van Joe
Slovo, de eerste democratisch verkozen minister van Huisvesting”,
zei hij. Slovo zou tijdens zijn ambtsperiode verschillende adviezen
van de Wereldbank hebben overgenomen, zonder te onderzoeken of deze
wel geschikt waren voor de Zuid-Afrikaanse realiteit.

“Zo
subsidieerde de overheid elke wooneenheid met 16.000 Zuid-Afrikaanse
rand (1192 euro), wat te weinig is om sterke funderingen aan te
leggen en goed bouwmateriaal te kopen”, vertelt hij. Volgens Bond
kregen banken en commerciële bouwbedrijven door de overheid een
grote rol toebedeeld bij het geven van kredieten. Bovendien werd het
beleid niet bijgestuurd vanuit de gemeenschap. “Daardoor zijn er
veel goedkope woningen gebouwd op afgelegen plaatsen, waar mensen
amper werk en publieke voorzieningen kunnen vinden.”

Volgens
Bond verergert dit beleid de sociale segregatie vooral in de
woonwijken. Toch zijn er nog gebieden waar deze vorm van segregatie
niet zo erg toeslaat. “Op basis van onderzoek zou je verwachten dat
de sociale segregatie het hardst toeslaat in binnenstedelijke
gebieden, maar dat is niet het geval. In elk geval vermindert de
rassensegregatie in ons land, al gaat het nog traag”, besluit hij.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!