Een van de industriezones opgericht na de aardbeving, bewaakt door de Haïtiaanse politie (UDMO)
Analyse -

Haïti vijf jaar na aardbeving: moreel failliet grote ‘donoren’

Vijf jaar geleden, op 12 januari 2010, werd Haïti getroffen door een zware aardbeving. Het straatarme land betaalde een vreselijke tol. Vijf jaar, miljarden dollars internationale steun en interventies later is het land verder dan ooit af van het pad naar menselijke waardigheid.

woensdag 7 januari 2015 16:41
Spread the love

Zeventien democratische volksorganisaties in Haïti sloegen de handen in elkaar
om een bilan op te maken van vijf jaar internationale steun aan de
heropbouw van het land. Hun rapport is vernietigend (zie onder aan dit artikel). De
internationale steun heeft in samenwerking met een zeer gewillige Haïtiaanse overheid aan de kern van de Haïtiaanse problemen zo goed als niets
gedaan.

Positieve resultaten die wel werden bereikt, zijn bijna volledig te
danken aan kleine lokale en buitenlandse ngo’s die tegen de stroom
in gingen en met zeer beperkte middelen veranderingen wisten te
verwezenlijken. Dit staat in schril contrast met de manier waarop de
Haïtiaanse overheid en de grote internationale
donoren zijn te werk gegaan. In hun rapport geven de zeventien Haïtiaanse
organisaties volgend overzicht. Waarschuwing: dit is deprimerende
literatuur.

Media

De
voornaamste media in Haïti zijn de radiostations. De invloed van tv
neemt toe in de steden, maar is haast onbestaand
daarbuiten. Er zijn slechts één krant en een paar weekbladen, die
in de steden worden gelezen. Haïtianen halen hun informatie dus vooral op de radio.

In
de grote commerciële media komen armen en plattelandsbevolking zo
goed als niet aan bod, tenzij op een denigrerende en neerbuigende
manier. Hun stem wordt alleen gehoord in kleine lokale
radiostations met beperkt bereik. Deze lokale pers heeft haast geen toegang tot informatiebronnen, die van nut kunnen zijn voor
de bevolking. Die is dan ook slecht geïnformeerd over de
heropbouw na de aardbeving.

In de
grote commerciële media is vrijheid van meningsuiting
een privilege van de hogere klasse, de overheid en de grote
buitenlandse donoren. Na de aardbeving is de reeds aanzienlijke concentratie
van de media nog toegenomen. In
verkiezingsperiodes wordt het openbare debat in de media nog meer
ingeperkt.

Economie

Landbouw,
bosbouw en visserij – waar de gewone bevolking het meest baat bij heeft –zijn goed voor 25 procent van het bnp van Haïti. Toch krijgen deze sectoren samen gemiddeld slechts 0,16 procent van de economische kredieten van banken.

De
Haïtiaanse overheid zet sinds de aardbeving niet in op de noden maar promoot exclusief luxetoerisme, waar
de lokale bevolking niets aan heeft, investeert in onderaannemingen voor de assemblage van buitenlandse merken, in grootschalige exportlandbouw en
in exploitatie van ruwe grondstoffen, eveneens voor export.

Bij
gebrek aan binnenlandse infrastructuur en koelinstallaties ligt fruit van lokale boeren te rotten, terwijl dit een goedkope
voedselbron is voor de arme bevolking. Alleen fruit bestemd voor export wordt gestockeerd en verpakt. Arbeiders in de
exportfabrieken zijn zeer slecht betaald en werken in erbarmelijke
omstandigheden. Vakbonden worden zwaar onderdrukt. Mensen worden
massaal ontslagen en vervangen. Zowat in alle bedrijven is er seksueel
geweld tegen de vrouwen die er werken en waar niet tegen wordt
opgetreden.

Textielbedrijven voerden in 2013 producten uit naar de VS met een verkoopwaarde van 387,7 miljoen dollar. Daarvan werd 0,6 procent gemaakt met lokale Haïtiaanse grondstoffen. Volgens de overheid hebben internationale
donoren sinds 2010 7,1 miljard dollar toegezegd voor hulp. Daarvan werd 1 procent toegewezen aan lokale Haïtiaanse organisaties.



Hillary en Bill Clinton openen het Caracol Industrial Park in 2011 (clintonfoundation.org)

Na
de aardbeving heeft de internationale steun zwaar geïnvesteerd in bandwerk voor buitenlandse bedrijven. Het Caracol
Industrial Park is daar een voorbeeld van. Het werd kort na de aardbeving in 2011 opgericht met
steun van onder meer de Clinton Foundation en werd gebouwd op vruchtbare
landbouwgrond, waarvoor lokale boeren werden onteigend.

In 2014 waren er van de vooropgestelde 60.000 banen 4156 ingevuld. Het gemiddelde dagloon is 150 gourdes (3,17 euro). De bedrijven op het industrieterrein moeten tot nu nul dollar belastingen betalen. De
mijnbouwsector kan sinds de aardbeving met nog meer
onverschrokkenheid exploitaties starten dan ervoor, zonder enige inspraak van de lokale bevolking.

De
rechtstaat

Het
gerechtsapparaat is nog grotendeels hetzelfde als onder de dictatuur
van de Duvaliers en de daaropvolgende militaire junta’s.
Op dit ogenblik kan dit apparaat de basismensenrechten in het land
niet garanderen.

De
administratie is incompetent en/of corrupt. Formele
procedures worden enkel ingezet om
rechtszaken tegen bedrijven en tegen leden van de economische elite
uit te stellen. Misdaden tijdens de dictatuur en de militaire
junta’s worden niet vervolgd evenmin als nieuwe schendingen van de
mensenrechten. Er heerst complete
straffeloosheid van politie en leger.

De
aardbeving heeft de centrale macht nog verder versterkt, maar de macht van internationale donoren gaat nog verder dan die van de overheid. Er wordt enorm veel geld
verspild door incompetentie, corruptie en straffeloosheid
van de overheid.

Buitenlandse
religieuze fundamentalisten, vooral uit de VS, vergiftigen het
sociale klimaat nog meer door op te jutten tegen ‘goddeloze
homoseksualiteit als echte oorzaak van de maatschappelijke problemen’.

Huisvestingsbeleid

De
aardbeving van 2010 beschadigde 41
procent van alle woningen (915.000 huizen), in hoofdzaak minder
stevige woningen van de armere bevolking. Zes procent van alle
woningen (130.000) werd volledig vernietigd.




De
grootste schade werd toegebracht in het westen van de
hoofdstad Port-au-Prince, het epicentrum van de aardbeving. Zestig
procent van alle huizen daar werd beschadigd, 12 procent werd
volledig vernietigd. Tot vandaag is de sanitaire situatie er verschrikkelijk. Twee derde van de bevolking heeft
geen toegang tot degelijke toiletten, tot vuilnisophaal of tot drinkbaar water. Op het platteland
is dit zo voor de helft van de bevolking.

Hoofdoorzaak voor de barslechte huisvesting zijn echter niet natuurrampen, maar de schrijnende sociale ongelijkheid, met als gevolg de zware tol van de
aardbeving door de zwakke constructie van de meeste woningen. Aan de gewoonte om bij gebrek aan materiaal wankele huizen te
bouwen is niets veranderd.

De
heropbouw is bijna volledig toegewezen aan machtige
buitenlandse bedrijven. Haïtiaanse organisaties en kleine
buitenlandse ngo’s, die in de volkswijken en op het platteland werken, moeten het met eigen middelen doen en krijgen
nauwelijks fondsen van de internationale donoren.

Vijf
jaar na de aardbeving leven nog steeds duizenden mensen in tenten in
erbarmelijke omstandigheden, onder permanente dreiging van
uitdrijving door grondeigenaars, onder meer om plaats te maken voor exportfabrieken. De bouw van voorlopige schuilplaatsen
is endemisch corrupt. Eenmaal afgewerkt, wordt een deel van deze schuilplaatsen, toegewezen aan personen die er geen behoefte aan hebben of worden ze verhuurd.

Haïti
in cijfers




In
2012, één jaar na de aardbeving, was 58,5 procent van de Haïtiaanse
bevolking arm, op het platteland was dat 74,9 procent. De helft van de armen op het platteland is extreem arm, wat
onder meer inhoudt dat zij niet toekomen aan één maaltijd per dag. Van
alle Haïtianen met een baan verdient 60 procent minder dan
het minimumloon en vrouwen verdienen nog 32 procent
minder dan hun mannelijke collega’s. De rijkste 20 procent hebben 64 procent van het inkomen, de armste 20 procent
zijn goed voor 1 procent.

Van alle kinderen onder de vijf jaar (dus geboren na de aardbeving) is 29
procent chronisch ondervoed, 22 procent van al deze kinderen
lijdt aan beperkte of misvormde groei. Van de 48 bestaande hospitalen voor 2010
– toen reeds ontoereikend – zijn er nog elf in werking.

Het heeft vier jaar geduurd na het uitbreken van cholera voor een
internationale donorconferentie samenkwam, die 50 miljoen dollar
bijeenbracht van de benodigde 2,2 miljard. De epidemie werd nochtans van bij het begin beschouwd als de ergste in de
recente wereldgeschiedenis. Vier jaar later is de ziekte nog steeds niet
onder controle. In de eerste acht maanden van 2014 stierven nog 9.700
Haïtianen aan cholera.

Op
het ogenblik heerst bovendien een politiek machtsvacuüm. Op 12 januari 2015
eindigt immers het mandaat van het huidige parlement, maar de regering
blijft verkiezingen uitstellen. Van de ongeveer 140 Haïtiaanse gemeentes hebben er 130 niet-verkozen burgemeesters en besturen, benoemd door de centrale overheid.

Ooggetuige

Een van de coördinatoren van dit rapport is de Belg Joris Willems. Hij werkt in Haïti voor de koepelorganisatie Coordination Europe-Haiti waar onder meer de Belgische organisaties Broederlijk Delen, Entraide et Fraternité en Oxfam-Solidariteit deel van uitmaken.

“Zaken zoals die industriezone van Caracol zijn de natte droom van Amerikaanse bedrijven zoals WalMart. Die kunnen hun spotgoedkoop gefabriceerde producten belastingvrij uit Haïti invoeren, dankzij Amerikaanse wetten die dat toestaan. Zo moet Haïti concurreren met andere lageloonlanden zoals Honduras of Bangladesh. Ondertussen blijft de permanente dreiging met vertrek hangen. Dergelijke assemblagebedrijven kunnen van de ene op de andere dag verkassen.”

“Zelfs de Wereldbank – toch niet bepaald een progressieve organisatie – is het met deze analyse eens. Er wordt niets geproduceerd voor de eigen nationale markt. Wat hier gebeurt is moderne slavernij.”

Duurzame voedselproductie

Volgens hem mag deze harde analyse niet doen vergeten dat er wel degelijk ook vooruitgang is, die in hoofdzaak door lokale en kleine buitenlandse ngo’s wordt gedragen. 



Na de aardbeving van 2010 heeft Oxfam-Solidariteit onder meer het project ‘Lèt Agogo’ van de lokale organisatie Veterimed gesteund. Hélène Paul is een van de boerinnen die zo haar gezinsinkomen weet te verbeteren (oxfamsol.be)

“Een mogelijke oplossing is duurzame voedselproductie. De EU doet daar nu wel meer aan. Voedselzekerheid is voor de EU een prioriteit. Het probleem is telkens weer dat Haïtiaanse organisaties van al dat geld uitgesloten blijven, terwijl net zij de beste resultaten behalen. Dat gaat echter in tegen de economische visie die achter grootschalige landbouw en exportproductie schuil gaat.”

“Wat er ook moet gebeuren, is meer aandacht voor wat er met het geld van de solidariteitsacties in België is gedaan. Anders is het risico groot dat de mensen dit verwarren met de manier waarop de grote internationale donoren hier te werk gaan. Dat wordt dan op één hoop gegooid.”

“De onverschilligheid van de bevolking tegenover de politieke overheid is zeer groot. De mensen geloven niet in een oplossing via verkiezingen. Heel weinig Haïtianen gaan nog stemmen.”

Alternatieve aanpak

De organisaties die deze analyse
opstelden, formuleerden ook een aantal voorstellen, zoals een wet
voor de media, steunprojecten gericht op kleinschalige landbouw voor
plaatselijke consumptie, alternatief toerisme, een hervorming van het
justitieapparaat, de oprichting van een ministerie voor huisvesting
en een wetgeving op de ruimtelijke ordening, een verbod op verdere
huisuitzettingen, specifieke steun voor vrouwen en gehandicapten…

Joris Willems: “Die voorstellen zijn nog zeer algemeen, in feite wat ieder mens met gezond verstand zou voorstellen. Voor dit rapport hebben we ons vooral op analyse toegespitst. We vonden dat, alvorens men kan beginnen aan een andere aanpak, de mensen eerst goed geïnformeerd moeten zijn over hoe het hier nu aan toe gaat.”

Gesaboteerd

Haïti
was ooit de allereerste slavenkolonie die zichzelf in 1804 bevrijdde van
zijn (Franse) heersers. Daarvoor werd het land onder meer ‘beloond’ met
een jarenlange economische blokkade, die werd beëindigd met het ondergaan van een enorme ‘schuld’ voor het ‘stelen van Franse eigendommen’ in eigen
land. Deze ‘schuld’ diende het arme land nog af te betalen tot 1947.

Pogingen tot werkelijke democratie na de val van de
Duvaliers werden systematisch gesaboteerd, voornamelijk door de VS, Canada en Frankrijk met ruime hulp van meerdere EU-lidstaten.

Voor een historisch overzicht van de geschiedenis van Haïti sinds de
onafhankelijkheid van 1804, zie ‘Geef Haïti niet op! De Haïtianen doen dat ook niet‘ en de artikels die
onder dit artikel worden vermeld.

Men hoort steun aan een land niet te beoordelen op basis van de
intentieverklaringen maar op basis van zijn resultaten. Die zijn
rampzalig. Haïti is verder weg dan ooit. 

dagelijkse newsletter

Unite Talks: Mohamed Barrie

This interview is one to to take your time for! 🙏 🔆 45 minutes of Mohamed Barrie!🔆 💥 Mohamed is a dedicated social worker, organizer and advocate for veganism. He shares his view on structural racism, power, exclusion and veganism. 🌏 Based on his own experiences he shines a new light on the vegan movement and on the role of racism within these movements. 〄 PS: We just started doing these interviews, so feedback is much appreciated!

Geplaatst door u:nite op Dinsdag 20 oktober 2020

take down
the paywall
steun ons nu!